Aanpassingsvermogen: Gestretcht tot de limit?

Sommige mensen kunnen zich ontzettend goed aanpassen in een vreemde omgeving. Vrienden van mij zijn jaren geleden als zendelingen naar Mozambique geëmigreerd. Daar heb ik mateloze bewondering voor, want de 1ste jaren hadden ze geen stromend water, geen koelkast, geen wasmachine, enz. En dan is het niet voor even, dan woon je daar, er is geen nooduitgang.
Met kamperen maak ik ook aanpassingen en dat gaat me goed af, maar toen ik in 2014 naar India ging trok ik het op een bepaald moment niet meer. Na 7 dagen zat ik zo vol van alle indrukken, dat ik in tranen uitbarstte en de aanpassingen die nodig waren even niet meer kon maken. Een vreemde taal, het dragen van andere kleding, andere voedingsgewoonte, gebruiken die ik niet begreep, het werd me allemaal te veel.
Met dat ik mijn achterhoofd vertrok ik dit jaar naar Peru, met de vraag wat dit me mij zou doen. Deze keer rolde ik er goed doorheen. Deze cultuur stond minder ver van mij af en de aanpassingen die ik moest maken was een stuk minder groot. Daarnaast waren we voortdurend aan het reizen en het is een tijdelijke situatie.
De veranderingen die in mijn huidige leven plaats vinden vragen ook om aanpassing en ik betrapte mezelf van de week op gemopper. Als ik er naar kijk denk ik, het gaat helemaal nergens over, jij bent maf! Dingen als een strijkijzer waarvan ik denk wat een onding, dat ik tijdens het soep koken mijn staafmixer mis, dat de soepkommen te hoog voor mij staan, dat ik loop te zoeken naar een stoffer en blik, niet weet of en waar er pedaalemmerzakken zijn, dat het eten klaar moet zijn om 19.30 i.p.v. 18.00, dat ik er rekening mee moet houden dat ik apart jus bij het eten maak, dat ik in de winkel niet kan vinden wat ik wil hebben, of dat ik s’nachts tegen de badkamerkast oploop. …….Het gaat nergens over, wat doe ik toch stom. Maar op de terugweg uit mijn werk heb ik geen flauw idee meer waar ik rij als ik de routeplanner de opdracht geef een andere route te geven om de file te ontwijken. Ik ben toch in Nederland??  “my goodness” wat is het donker en druk hier, het regent en ik weet niet waar ik ben……grom en nog eens grom. Ik ben moe en ik wil naar huis!
Wat maakt nu dat je je in de ene situatie prima kan aanpassen en het je soms op een ander moment te veel wordt?

Misschien gaat het meer over een verschuiving van perspectief.
Wat er gebeurt, is dat het ‘hier en nu’ (korte termijn) een grotere plaats in gaat nemen in ons ‘geestelijk gezichtsveld’, als het perspectief wat we hebben op lange termijn.
Emoties nemen het over van onze kennis en we raken op onszelf gericht in plaats van het grote geheel.
De hoeveelheid prikkels, het soort aanpassingen wat we moeten maken en onze conditie, zijn factoren die deze reactie uitlokken. De ene persoon kan daar meer van hebben als de ander. Daarnaast speelt de manier hoe we de situatie interpreteren een grote rol. Wat de één een probleem vindt, valt de ander misschien niet eens op dat hij zich daarin aanpast.

In een uitvergrote vorm zie je dat in Johannes 11, die schrijft over Marta en Maria. Misschien ken je wel dat liedje “Marta, Marta leg je bezem neer, als dat werken komt een andere keer”, en Maria die aan de voeten van Jezus zat.
Oké, die Marta en Maria hadden en broer, Lazarus en die ging dood Joh.11. De dames hadden groot geloof en vertrouwen in Jezus. Ze sturen Hem een bericht, maar het 1ste wat Marta tegen Jezus zegt als Hij komt is: “Heer als U hier geweest was zou mijn broer niet gestorven zijn”. Ze zegt niet “Godzijdank, U bent er”. Haar uitspraak is een klacht (die Hij haar overigens niet kwalijk neemt). Daarbij neemt ze aan, dat ‘het hier en nu’, wat ze niet verwerken kan, de einduitslag is voor de toekomende tijd.
Jezus verandert dat perspectief op alle fronten. A. Zijn perspectief is eeuwig, die van haar ‘hier en nu’. B. Jezus weet dat dit niet de einduitslag is, Zijn interpretatie is die van het Koninkrijk Gods. Haar perspectief beperkt zich tot deze wereld. C. Haar kennis is beperkt tot de letter, Zijn is de wonderkracht van de Heilige Geest. D. Zijn emoties zijn de einduitslag van Zijn perspectief. Jezus spreekt dankbaarheid uit, in plaats van een klacht; blijdschap boven verdriet.

Dat wil niet zeggen dat we onze emoties moeten veroordelen of negeren, wanneer we worden uitgerekt tot een punt waar het niet fijn meer voelt. We moeten juist zorg dragen voor de dingen die ons dwars zitten. Verandering van perspectief is daarin een sleutel.
Kijk eens goed naar de dingen waar je over ‘struikelt’. Welke kennis heb je, wat weet je en wat weet je niet? Stel je aannames maar eens op de proef: is het echt zo groot of zo klein? Klopt jou tijdplaatje wel of is het maar een momentopname? En wat zou jij praktisch kunnen doen zodat jij je prettiger in de situatie kan voelen?
Die verandering van perspectief vergroot je aanpassingsvermogen en dat heeft zijn effect op je emoties 🙂 .

Advertenties

Joh.17:11 Opdat zij 1 zijn. Heeft God gefaald?

Jezus bidt. Dit is Zijn enigste gebed wat zo gedetailleerd is opgeschreven, dus moet het van groot belang zijn. Waarom bidt Hij?
Vooraf gaande aan Zijn gebed verteld Hij zijn leerlingen dat er een andere tijd aankomt. Een uur, een tijd waarop degene die Hem gegeven zijn worden verstrooit in de wereld, waar zij verdrukking lijden 16:32-33. Dat klinkt niet als een prettig vooruitzicht, maar vanuit Jezus zijn helikopterview zegt Hij: “Wees niet bang, er is licht aan het andere eind van de tunnel”. Ik heb de wereld overwonnen 16:33.

Na het gebed gaat Jezus over tot aanschouwelijke les, Hij laat het de discipelen letterlijk doorlopen. Met z’n allen lopen ze door de Kedron beek naar de andere kant waar de tuin was 18:1.
De letterlijke betekenis van Kedron is ‘donker, troebel’. Het wordt ook wel het dal van Jehosafat genoemd, waar God de naties van de wereld zal oordelen Joel 3:12. Zoals de leerlingen door de beek Kedron, zo lopen wij door deze wereld, maar zijn niet van deze wereld zijn. En zoals het verhaal van de mens begint in een tuin, eindigt hij in een tuin waar de zoon des mensen Zijn leven in de handen van Zijn Vader legt om te betalen voor alle zonde van de hele wereld. De zonde die in de hof van Eden begon.

Tussen deze 2 gebeurtenissen in staat het Hogepriesterlijke gebed. Nu zou je misschien verwachten dat Jezus’ gebed zich zou concentreren op kracht en wapenuitrusting als we worden verstrooit in die wereld waar het duister en troebel is; waar de boze rondgaat als een briesende leeuw. Maar de verstrooiing is niet het probleem, die is volkomen in lijn met ons scheppingsdoel om te heersen over de aarde, haar te vervullen en te onderwerpen Gen.1:26-28. Aansluitend daarop het zendingsbevel in Marc.16:15-18 Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping,..”.
Jezus vraagt wel om ons te beschermen tegen de boze, maar Hij weet dat Zijn Vader het zal doen. Tijdens zijn leven heeft Hij de leerlingen bewaard. Ook al zijn ze vele malen verbaal aangevallen door Farizeeërs, sadduceeërs en Schriftgeleerden; ook al liepen ze het risico met Jezus te worden gestenigd of voor executie overlevert te worden aan de overheid. Geen van die zaken is gebeurd! Ze waren beschermd en God zal Zijn volk ook in de toekomende tijd beschermen  17:12-15.
Jezus vraag om bescherming heeft eenheid tot doel. tot 4 keer toe bidt Hij opdat zij één zijn en beschrijft hoe Hij één is met de Vader en één wil zijn met ons.

Wie naar onze huidige kerken en gemeentes kijkt ziet helaas een triests beeld van versplintering, wijzen met de vinger, roddel en laster. Alles waarvan we weten dat we dat als één lichaam niet zouden moeten doen, is realiteit. Heeft God dan gefaald en Jezus gebed niet beantwoord?
In de grondtekst staan een paar woorden die daar licht op werpen. Kijk naar v23 dat zij volmaakt tot één zijn, ik wil focussen op het woord ‘volmaakt’. De werkwoordsvorm van τετελειωμένοι zegt: ‘volmaakt gemaakt worden’. Het gaat om een zaak die nog niet zo is, maar waar naar toe wordt gewerkt.
En voor een nog dieper begrip, het woord zijn in de zin opdat zij één zijn, gaat over een bestaansvorm: I am; Ik ben. Een dubbele bekrachtiging dat het lichaam van God bedoelt is om als God te zijn.
Die verheerlijkte situatie hebben we nog niet bereikt. Zoals ons sterfelijke lichaam nog niet verheerlijkt is, zo is het lichaam van de gemeentes nog niet verheerlijk, maar het ligt wel in het verschiet. We zullen een grote schare zien uit alle volken, stammen, natiën en talen, voor het Lam zeggende :” de zaligheid is van onze God, die op de troon gezeten is en van het Lam! Openb.7:9, 10.

Hoe zullen wij dan omgaan met het huidige beeld van kerken en gemeenten waar we tegenaan kijken?
Verwarring is een onderdeel van de vloek uit Deut.28:20 De Here zal over u de vloek, de verwarring en de bedreiging doen komen in alles wat gij onderneemt en wat gij doet. Jezus christus is voor ons tot vloek geworden en heeft voor al onze zonde betaald. Naast een aandachtig luisteren naar God en Zijn woord bewaren (Deut.28:1), mogen we de geestelijke strijd strijden tegen alles wat onze eenheid bedreigt. Verwarring, twist en verdeeldheid is een gebed voor de tegenstander, Ps.55:10.
Wij mogen ons één maken met het gebed van Jezus om ons allen één te maken.
Schaamte over de huidige situatie is daarin een niet helpende emotie. Schaamte dekt de zaak toe in plaats dat het Gods licht erin laat schijnen. Daarom zou ik eerder willen zeggen dat de kerken en gemeenten hun hoofd moeten opheffen en zeggen: “Nee we zijn niet volmaakt, maar we hebben een volmaakte God, die ons volmaakt zal maken. Onze Jezus heeft de wereld overwonnen en wij zullen één worden, omdat God één is”.

Hardheid van hart

Ik zal vast niet de enige zijn die dit tegenkomt, maar toch verbaast het me keer op keer wanneer het me gebeurd. Je hebt soms van die mensen op je pad, die niet veranderen. Elke keer weer ga je het gesprek met ze aan; je legt uit wat je wil, waarom het belangrijk is, maakt afspraken hoe je samen verder gaat, maar op het moment dat het erop aan komt…….doen ze precies wat ze zelf in hun hoofd hebben. Soms praten ze in het gesprek ook nog met je mee. Dan kom je opgelucht het gesprek uit en denk je ‘nu gaat het goed komen’. Maar nee hoor, in de praktijk gaat het weer op de oude voet verder. Mateloos intrigerend vind ik dat, hoe iemand zo volhardend verkeerde keuzes kan maken en er dan ook nog van overtuigt is dat ie niets verkeerds doet. Eigenlijk begrijp ik het niet, maar het verhaal van Mozes schijnt er licht op.

In Exodus4-14 heeft Mozes te maken met de farao en vanaf het begin zegt God 4:21 Ik zal zijn hart verharden, zodat hij het volk niet zal laten gaan.7:3 Ik zal het hart van Farao verstokken.
Het maakt helemaal niet uit of Mozes niet goed kan spreken (6:11, 29) want al had hij met de tong van een engel gesproken, dan was hij nog niet gehoord. Rom.9:18 God ontfermt zich over wie Hij wil en verhardt wie Hij wil.
Het maakt niet uit of Mozes gelijk heeft, rechtvaardig is, God achter zich heeft staan…..het resultaat blijft hetzelfde; Farao is doof en blind. De gevolgen zijn afschuwelijk, maar laat je daardoor niet van de wijs brengen. Noch Mozes, noch God hebben deze gevolgen ‘gemaakt’, het is niet hun hand die handelt. Het is een kwaad, verkeert hart, wat kwaad voortbrengt.
Gods rol daarin is voor mij te hoog om te begrijpen, Hij verhard het hart. Wat ik wel zie zijn de gevolgen van Gods handelen en dat is niet weinig:
-7:3 Ik zal Mijn tekenen en wonderen talrijk maken in Egypte.
-De Ik ben die Ik ben openbaart zich 3:14-15.
-God laat zich zien als degene die met Mozes en de Israëlieten is 3:12 Ik ben immers met u.5:6 Ik zal mij u tot een volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn.
-God toont zich als de Machtige 5:6 Ik ben het die u onder de dwangarbeid der Egyptenaren uitleid.
-God geeft hen een getuigenis voor de eeuwigheid 10:2 Ik toon Mijn tekenen die jullie aan je kinderen en kleinkinderen kunt vertellen, wat Ik de Egyptenaren heb aangedaan en welke tekenen Ik onder hen verricht heb, opdat gij weet dat Ik de Here ben.

Ik het einde der tijden zullen we veel mensen ontmoeten het een hard hart. 2 Petr.3:3 Spotters die naar hun eigen begeerte wandelen;5 willens en wetens ontgaat hen dat door het woord van God de hemelen er sedert lang geweest zijn .Matt.24:12 de wetsverachting neemt toe en de liefde van de meeste zal verkillen.
Het zou ons niet moeten verassen dat we mensen in ons leven tegen komen, die je niet 1x, niet 2x maar meer dan 10x aanspreekt, zonder resultaat. Zoals bij Farao 9:34 hij zag dat de regen, hagel en donderslagen hadden opgehouden en ging voort met zondigen; hij liet zijn hart niet vermurwen- het hart van Farao verhardde. Het staat er 12x en het werd Farao zijn dood. Wie weet hoe vaak God al in het leven heeft gesproken van de persoon heeft gesproken die jij tegenover je vindt?
Het is gemakkelijk om gefocust te raken op de onrechtvaardigheid van deze mensen, niet nagekomen afspraken, gebroken beloftes, koppig egoïsme en overtuigt zijn van eigen gelijk. De duisternis fluistert “kijk hoe donker ik ben, ik ben zo vreselijk donker, kijk…donker. Kijk hoe ik het fout doe, kijk hoe ik lieg en bedrieg”.
Juist dan is het zaak om je aandacht op God te focussen. Juist als het niet uitmaakt hoe goed en wijs je spreekt, hoe rechtvaardig je handelt. Dan is het tijd om je met heel je hart op Hem te focussen en te zien wat Hij voor jou gaat doen; om te ontdekken op welke nieuwe manier Hij zich aan jou gaat openbaren en welke wonderen Hij gaat doen, door jou, met jou en voor jou.
Focus je in het verhaal van Mozes en Farao niet op de verzwaring van de slavenarbeid, de tovenaars aan het hof, hun dreigen en hun leger die achtervolgt. Let op de hand van God die de staf van Mozes de staf van de tovenaars deed opeten, die het vee van de Israëlieten afzonderde, hoe de dood aan de kinderen Gods voorbij gaat, hoe het volk wordt overladen met zilver en goud.

En meer nog maakt het nadenken over Farao me klein. Het doet me uitroepen “Heer verhard alstublieft niet mijn hart. Maak mij zacht Heer; laat mijn hart U kennen; wees mij genadig. Ik wil horen als U spreekt, ik wil gaan als U mij stuurt, maar geef me alstublieft niet over aan de hardheid die nog in mijn hart is. Neem het weg en doe mij denken zoals U denkt, zien zoals U ziet en laat Uw vrede mijn hart vervullen”.

Is echtscheiding verboden!?

De hele kerk staat op zijn kop want Truus en Pietertje (fictieve namen) gaan na 25 jaar scheiden. Een verdrietige zaak. Niemand heeft het aan zien komen en iedereen vindt er wat van. Maar de vraag die de gemeenteleden vooral bezig houdt is: Hoe moeten ze nu met Truus en hoe moeten ze nu met Pietertje omgaan? Wie zit er hier fout en moet terecht gewezen worden? Want de Bijbel verbiedt toch echtscheiding?Tja?!?!! Is dat werkelijk zo?

Er zijn een aantal Bijbelgedeelten van grote invloed op onze opvattingen rondom echtscheiding. Ik begin met Maleachi 2:15-16. “Wees op uw hoede voor uw hartstochten, en dat men niet ontrouw worde aan de vrouw zijner jeugd. Want Ik haat echtscheiding, zegt de Here, de God van Israël, en dat men zijn gewaad met geweldpleging overdekt, zegt de Here der Heerschare. 

Wat lezen we hier precies? Is dit een verbod op echtscheiding?
-Eerst maar even de context van dit Bijbelgedeelte.
In de 1ste alinea’s van Mal. zegt God dat Hij van het volk van Israël houdt, maar het volk heeft de Here niet lief. Ze brengen onheilige offers, hun priesters zijn onheilig, gedragen zich onwaardig en God verwijt Zijn volk ontrouw te zijn.
Na de tekst in 2:16 zegt God, dat Hij een Engel des verbonds zal sturen; wie kan die dag verdragen? “Hij” (de Engel des verbonds) zal de priesters reinigen als zilver en goud. Ze moeten zich bekeren, want er komt een grote en geduchtige dag des Heren(eindtijd taal).
-De onderwerpen waarin de tekst is ingebed, hebben betrekking op: een heel volk, en met name de priesters. De teksten spelen zich af op eeuwigheidsnivo, (heiliging van den beginne tot het einde); in de relatie tussen God en zijn volk.
In dat opzicht is het best vreemd om die ene zin ertussenuit te trekken en te concluderen dat God het hier plotseling heeft over de individuele relatie van de mens, tussen man en vrouw (met name Truus en Pietertje).

-De tijd waarin Maleachi schrijft is ongeveer te bepalen na de ballingschap, waarbij het volk 70 jaar gescheiden was van het land wat God hen gaf; en de plek waar God Zijn woning had gemaakt, Jeruzalem. De 3de golf Israëlieten terug is gekeerd naar Israël onder leiding van Zerubabel en er is wanorde.
Op niveau van de relatie tussen God en Zijn volk, heeft het God onnoemelijk veel pijn gedaan om Zijn volk weg te zenden. Hij wil niet scheiden van Zijn verbondsvolk, maar opnieuw staat zondig handelen van het volk/priesters, de relatie in de weg.
-Daarover lezen we in Ezra 9. Het volk, met name de priesters en levieten (Ezra 9:1-2;) waren huwelijken aangegaan met omliggende volken. Kananieten, Hethieten, Feresieten, Jebusieten, Ammonieten, Moabieten, Egyptenaren en Amorieten; volkeren die in Gods ogen gruwelen bedrijven. Het was voor de Israëlieten verboden om met andere volken te huwen en zich te bezondigen aan de afgoderij van deze volken. In de taal het O.T wordt afgoderij overspel genoemd.
De tekst uit Mal.2:15 “Wees op uw hoede voor uw hartstochten, en dat men niet ontrouw worde aan de vrouw zijner jeugd. Want Ik haat echtscheiding, zegt de Here, de God van Israël, en dat men zijn gewaad met geweldpleging overdekt, zegt de Here der Heerschare”, isluit volledig aan bij de situatie van Ezra 9.
De ‘vrouwen van hun jeugd’, zijn de vrouwen van hun eigen volk waaraan zij ontrouw geworden zijn. (zie ook Mal.1:6-7; 2:1-2). En Ezra gaat dit rechtzetten, de huwelijkspartners en kinderen uit niet-Israëlitische volken moeten terug naar hun eigen volk. Een massale echtscheiding! Die opdracht heeft Ezra van God gekregen, zou God tegen zijn eigen verbod op echtscheiding ingaan?
God ziet hun tranen wanneer zij zich onder luid geween in Ezra 10:1-4 voor God buigen en schuld belijden; wanneer ze moeten handelen en hun eigen vrouwen en kinderen moeten wegzenden. God kent hun pijn! Daarom haat Hij dit wegzenden, Hij heeft geen vreugde over de maatregelen die Ezra moet uitvoeren.
In die zin zegt God in Mal.2:15 dat Hij echtscheiding haat, maar toch geeft Hij er zelf opdracht toe. Hij haat ook de pijn waar Truus en Pietertje doorheen gaan, maar het is een misvatting om te concluderen dat Pietertje gehuwd moet blijven met de vrouw waar hij verliefd op werd toen je jong was.

Behalve naar de geschiedenis kunnen we ook kijken wat er nu taalkundig werkelijk staat.
-Terug naar de taal van het O.T. Het woord wat de NBG vertaald is met ‘echtscheiding’ is :”שָׁלַח-shalach” wat betekend “wegzenden”.
God haat het om Zijn volk, shalag-‘weg te zenden’.
Het woordje “wegzenden” is een heel algemeen voorkomend werkwoord wat 847 keer in het O.T wordt gebruikt. Het kan niet exclusief vertaald worden als “echtscheiding” zoals verschillende NL vertalingen dat doen, dat versmalt de interpretatie.
-Een zelfde woord voor “echtscheiding” duikt op in het N.T, “ἀποστάσιον- apostasion”.  Dit zelfde woord wordt ook gebruikt bij “het wegzenden van de schare, Matt.15:32. Of b.v in Matt.27:17 de keuze Jezus vrij te laten of Barnabas.
De context waarin het woord gebruikt wordt met betrekking tot echtscheiding, spreekt 3x over “het mee geven van een scheidbrief”.(Matt.5:31-32; 19:8; Marc.10:2,4,11,12).

In tegenstelling tot een huwelijks-certificaat, waarover in de Bijbel nergens wordt gesproken, bestaat er wel een rechtsgeldig scheidingscertificaat, waarin wordt verklaard dat de vrouw van haar man is weggezonden.
Deze scheidbrief vindt zijn oorsprong in Deut.24:1 “wanneer iemand een vrouw genomen- (gehuwd heeft), dan zal hij, als hij haar geen genegenheid toedraagt, omdat hij iets onbehoorlijks aan haar gevonden heeft, en hij een scheidbrief geschreven en haar die overhandigt heeft, waarna hij haar uit zijn huis heeft weggezonden…”, -haar niet weer opnieuw tot vrouw mogen nemen”.
Hoewel het van de beginne nooit de bedoeling is geweest (Matt.19:8) dat er echtscheidingen plaats zouden vinden, heeft de wet daar wel een regeling voor.
Dit heeft Mozes die de wet heeft ontvangen, in diezelfde wet geregeld.(sta hier even bij stil wat dat betekend)
Een later verbod op echtscheiding in Mal. zou daar dan toch mee in strijd zijn?  Als er een volledig verbod op echtscheiding zou bestaan, is het logischer wanneer dit in de wet al vastgelegd zou zijn. In plaats daarvan is er een regeling: Deut.2 indien men elkaar geen genegenheid toedraagt, omdat men iets onbehoorlijks aan elkaar gevonden heeft. Jezus bevestigt dat de scheidbrief vanaf Mozes is toegestaan (!), met het oog op de hardheid uwer harten, Matt.19:8. Hij trekt die toestemming niet in, wat Hij heel eenvoudig had kunnen doen.

Dit breekt een nieuwe discussie open, met betrekking tot Matt.8:9 waarin Jezus antwoord op de vraag van de Farizeeërs: Wie zijn vrouw wegzendt om een andere reden dan hoererij en een ander trouwt, pleegt echtbreuk. NBG. Let nu op de Griekse grondtekst. Die is anders als de NBG, even woord voor woord: “Ik zeg opnieuw tegen u dat wie toch scheid van zijn vrouw behalve een andere reden als sexuele immoraliteit en iemand anders trouwt pleegt overspel”.
De reden van het wegzenden, is bepalend of er sprake gaat zijn van overspel als gevolg. Dit zegt niet dat echtscheiding verboden is, (ongeacht wat de precieze reden daarvoor is),maar of er een ‘religieus strafbaar feit’ uit voortvloeit; een schuld ten opzichte van God.
Dit is geheel overeenkomstig met het 7de geboden in Ex.20:14 NBG gij zult niet echtbreken. In het Hebreeuws “lo Naaph”: vertaald: Niet overspel plegen- of in het Engels “commit adultery”.
Jezus legt een zeer hoge standaard wanneer het gaat om sexuele reinheid, denk even aan Matt.5:27 Je hebt gehoord dat er gezegd is: Gij zult niet echtbreken. Maar ik zeg u: Een ieder die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd. Het woord “Echtbreken” heeft geen betrekking op echtscheiding maar op sexuele immoraliteit.
De context van Matt.5 is de Bergrede; Jezus en de wet, waarin Hij zegt: Ik ben niet gekomen om de wet te ontbinden maar om de wet te vervullen. Met andere woorden, menselijkerwijs is het onmogelijk om de wet te vervullen. Wij allen hebben gefaald en hebben de genade nodig die Jezus ons heeft gegeven.

Wie durft elkaar dan te veroordelen op echt-scheiding en wie durft er te bepalen dat er sprake is van echtbreuk?
Is dat op het moment dat iemand op heterdaad wordt betrapt op overspel, zoals de vrouw die voor Jezus werd gebracht?
zij die zonder zonde zijn werpe de 1ste steen”, want ik ben ervan overtuigt dat elke man en vrouw, wel eens een ander zal hebben begeert.
Een wet op puurheid die zo vergaand strekt, is menselijkerwijs niet te beoordelen maar kan slechts door God zelf die het hart aanziet worden getoetst.

Marc.10:9 voegt nog een zin toe die Mattheus niet aanhaalt “Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet“.  Het Griekse woord xōrízō -scheiden, krijgt hier door zijn context  een cultureel bepaalde betekenis. Daarmee bedoel ik het volgende, dit werkwoord wordt ook gebruikt in Hand.1:4 waar de opdracht van Jezus wordt aangehaald dat de discipelen Jeruzalem niet mogen verlaten, maar moeten wachten op de komst van de Heilige Geest. In Hand.18:1 waar Paulus Athene verlaat; en in v2 -Claudius heeft bevolen dat alle Joden Rome zouden verlaten. Natuurlijk is er in al die situaties geen sprake van echtscheiding.
-Anderzijds is het nog maar de vraag of God Truus en Pietertje bij elkaar heeft gebracht? Veel mensen gaan huwelijken aan omdat ze dat zelf hebben gekozen en God heeft ze gezegend. Maar het is niet ondenkbaar dat het een hele slechte menselijke keuzes was, die heel verkeerd uitpakt, ondanks Gods zegen.
Ik denk dat er heel wat huwelijken onbruikbaar/onvruchtbaar zijn voor het Koninkrijk van God, omdat de mensen zelf hun huwelijkspartner hebben uitgekozen.
Is het dan mogelijk om je te bekeren van de verkeerde keuze die je in het verleden hebt gemaakt en besluit daar niet langer mee door te gaan ?

Voor de duidelijkheid, ik ben geen voorstander van echtscheiding want het brengt onbeschrijfelijk veel leed met zich mee, maar ik verzet me tegen het dogma dat het verboden is om te scheiden.
“Ja maar…je hebt een belofte gedaan!”, is een veel gehoord argument en daar ben ik het geheel mee eens!
Maar dat betekend ook dat je handel en wandel daarmee in overeenstemming dient te zijn. Je kunt niet ‘ja’ zeggen en vervolgens ‘nee’doen. Toch falen we allemaal in het nakomen van onze beloftes, niet 1 persoon uitgezonderd. Ooit hebben Truus en Pietertje ‘ja‘ gezegd, maar in hun dagelijkse wandel kunnen ze heel vaak ‘nu even niet‘ gecommuniceerd.
Binnen elke menselijke relatie waarin beloftes worden gebroken, komen we tot een punt waarin we zeggen: “dit is te veel, zo kunnen we niet verder”.  Je doet elkaar voortdurend pijn, met alle schade van dien. Dat kan gebeuren tussen broers en zussen, ouders en kinderen, tussen vrienden. Binnen die relaties kan je komen tot het punt dat je stappen terug moet doen, omdat er een onleefbare/onwerkbare situatie ontstaat, op basis van niet nagekomen beloftes.
Met een verbod op echtscheiding zeggen we feitelijk, (op basis van vermeende Bijbelteksten): “Binnen elke menselijke relatie mag je een andere verhoudingspositie kiezen, behalve tussen man en vrouw.  Binnen die relatie mag men grenzeloos zijn beloftes breken en moet men grenzeloos incasseren en vergeven. En je mag niet van je post wijken. Ga maar met je gebrokenheid naar God en die maakt alles heel”.
Dat vindt ik iemand een ondraaglijke last opleggen.

Ja, er zijn nuances, ik ben ook van mening dat je niet zomaar een huwelijk op moet geven, dat je 1st alles moet hebben geprobeerd wat binnen je vermogen ligt (dat is mijn opvatting, geen Bijbels gebod). Maar wie is een ‘buitenstaander’ om te beoordelen dat er niet genoeg is gedaan of dat Truus en Pietertje dit best nog een poosje kunnen verdragen?
Ik begrijp wel dat hiermee nog lang niet het laatste woord is gezegd over echtscheiding, maar met de Bijbel in de hand vindt ik ruimte, in plaats van verbod; genade in plaats van oordeel, en een God die ons nooit zo fout vindt, dat Hij ons niet meer zien wil.

Drs.Koos van Delden heeft een boekje geschreven waar hij het verschil tussen echtbreuk en echtscheiding duidelijk uiteenzet, kijk daarvoor eens  op een recensie van https://cip.nl/48072-mag-je-echt-niet-scheiden

Wat als God niet geneest?

Daar zit ik dan op de bank, met een voorschrift om rust te nemen en ontstekingsremmers te slikken, want ik heb een slijmbeursontsteking in mijn schouder. Nog voordat ik een doktersafspraak had gemaakt, heb ik gebeden voor mijn schouder. Mijn vrienden leggen mij de handen op en dan komt automatisch de vraag :”Hoe voelt het nu?”. Tja, ik wil niet uit ongeloof spreken, mijn genezing komt eraan, maar voor nu voelt het nog steeds hetzelfde.
Dat brengt ook op de vraag waar ik al jaren over nadenk: hoe zit dat nou met genezing? Sommige mensen worden genezen van de meest onmogelijke ziekten en anderen sterven, ondanks alle gebeden. Dat is lastig te begrijpen.

Van een paar uitgangspunten ben ik wel zeker.
-Wij hebben de opdracht om op zieken de handen te leggen en de belofte van genezing. Marc.16:15-18 “Gaat heen en verkondig…Als teken zullen deze dingen de gelovigen volgen….op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen”.
-Ten 2de: Wij mensen hebben vanuit ons vlees niet de macht om te genezen. God verleent ons Zijn genade en gaven; onder andere van genezing. Het is God die ervoor kiest om door ons mensen heen te werken, ongeacht of we daar nou een speciale gave voor hebben of niet. Hij kan daarvoor iedereen gebruiken, maar het is Zijn macht en Zijn genade die werkt en wij die in gehoorzaamheid zieken de handen opleggen. Dat maakt het voor ons heel eenvoudig om te bidden, want we zijn daarin volledig afhankelijk, we kunnen het zelf niet ‘maken’.

Toch zit ik op de bank….,“Ik vraag me af wat voor bedoeling God hiermee heeft, dat je juist nu thuis komt te zitten?”, vraagt een vriend zich af.
Maar de gedachte dat God ziekte toestaat vind ik een hele lastige. God is namelijk niet de afzender of de maker van ziekte. Hij kan wel elke situatie waarin wij komen ten goede mee gebruiken. Zo weet Hij goede gevolgen uit slechte situaties tevoorschijn te laten komen.
Ik geloof echter dat goed en kwaad, echt zwart-wit zijn.
-Daarbij denk ik aan Jezus die geheel zonder zonde was en zonder compromissen.
-God is heilig en geeft ons de opdracht om naar Zijn beeld heilig te zijn.
-Zonder vlek of rimpel stelt Jezus ons door Zijn bloed voor de Vader.
-Ik denk aan de tekst “God is licht, in Hem is geheel geen duisternis”.
Dat zijn allemaal zwart-wit beschrijvingen van God: geheel heilig, geheel licht, geheel goed. We hebben geen schizofrene God die het nodig heeft om kwaad, ziekte en pijn in te zetten, om te bereiken wat Hij voor ogen heeft. Hij is Almachtig en geheel en al Goed.
De boze is tegengesteld aan God geheel slecht. Daarbij kijk ik even naar Joh.10:10 “De dief komt enkel om te stelen, te slachten en te verdelgen”, en “Joh.8:44 de mensenmoordenaar- er is in hem geen waarheid”.
Als ras-leugenaar probeert hij God de schuld te geven wanneer we niet genezen worden: “God wil nog niet dat je geneest, Hij gebruikt deze ziekte om je iets te leren”.  En als aanklager probeert legt hij schuld bij de mens neer, bijvoorbeeld met de aanklacht: “je hebt niet genoeg geloof. Er is zonde in je leven”.
Die aanklachten veroorzaken 2 dingen: of we twijfelen aan God, of we schieten in de verdediging. Beide uitkomsten zijn voor de boze prima, want het leidt ons af van elk verder onderzoek ‘waarom er gebeurd wat er gebeurd’ en wat onze rol daar echt in zou kunnen zijn?

Aan ons de uitdaging om de schuldvraag opzij te leggen en eerlijk te durven kijken; om te onderzoeken wat nu de werkelijke vraag is. En dan kom ik zoals altijd tot de conclusie dat ik de ‘waarom-vraag’ niet beantwoord krijg, maar dat een vraag die met “hoe” begint weer deuren opent.
Hoe kan ik deel van de oplossing zijn, in genezing? Hoe bevorder ik de kans dat God genezen kan?
Met die vragen houdt Mark Anderson zich bezig in het boek “Overcoming roadblocks te healing”. Hij noemt het zelfs onze verantwoordelijkheid om ons daarin te verdiepen en daar kan ik me wel in vinden. Ik kan alleen verantwoording nemen voor mijn eigen gedrag.
Dus zit ik deze week met een boek op de bank. Leuk vind ik het niet, maar mijn gedwongen rust wordt ten goede gebruikt!

Efeziërs 6:10 Wij zijn in het bezit van kracht.

“Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht”.(NBG)

Het is interessant deze tekst te bekijken, omdat er een geheim in verborgen zit.
Daarnaast is deze tekst van betekenis, omdat het een verbinding is tussen het voorgaande wat wordt gezegd en de wapenuitrusting die volgt. (Ik baken het tekstgedeelte Ef.5:1 t/m 6:20a als het te lezen gedeelte)
Het is gemakkelijk om over deze 1ste zin  van het kopje “de wapenuitrusting” heen te lezen. “doe de wapenuitrusting Gods aan om stand te kunnen houden”. Waar we tegen strijden en wat we allemaal tot onze beschikking hebben trekt onze aandacht, toch wordt er in dit ene zinnetje meer gezegd dan alleen “wees sterk”. Er staat een klein woordje tussen :EN.
Dat wil zeggen dat er nog iets wordt toegevoegd aan de opdracht “wees sterk”, namelijk “de sterkte zijner macht”.
Kijk even naar de grondvertaling: λοιποῦ-tenslotte; ἐνδυναμοῦσθε-vol van kracht/ be empowered; ἐν Κυρίῳ- in de Heer; καὶ- en.

Voordat we kijken wat er precies aan toegevoegd wordt, kijk ik 1st naar de context.
“Tenslotte”, wil zeggen dat de tekst die volgt (de wapenuitrusting) een conclusie is, die voortkomt uit het vorige betoog.
De 2 voorgaande alinea’s vertellen hoe wij in menselijke relaties met elkaar behoren om te gaan. Daarbij komen verschillende relaties aan bod. De verhouding tussen man en vrouw, kinderen en ouders, slaven en heren.
De adviezen voor die relaties worden in Ef.5 ingeleid met de woorden: “Wees dan navolgers Gods, als kinderen van het licht 5:7”. Als beschreven gaat God met die relaties om en wij als kinderen van het licht (Ef.5:8) mogen onze hemelse Vader daarin navolgen. Wij moeten daar nauwlettend op toezien (5:15), hoe wij in wijsheid handelen, over die relaties spreken (5:4; 19-21) en niet worstelen tegen vlees en bloed, onze relatiepartners (6:12)!
Daaruit wil ik concluderen dat we de wapenuitrusting niet gekregen hebben om elkaar te bestrijden, maar tegen overheden en machten die deze relaties bedreigen.
Die machten zijn de onderliggende oorzaak voor beschadigend gedrag wat wordt genoemd, zoals: hoererij, onreinheid, hebzucht/geldgierigheid 5:3; drogredenen 5:6; onvruchtbare werken 5:11; drank misbruik en bandeloosheid 5:18. Daarnaast zijn deze machten van invloed op gedragingen en emoties die haaks tegen Gods opdracht ingaan, zoals: opstandigheid 5:22,33, 6:1,5; en gebrek aan liefde 5:25,28, 33, 6:4.
Praktisch gezien werkt dat het volgende uit. In relaties met andere mensen bestrijden we de werken van de duisternis wanneer we: waarheid spreken en denken 6:13; wanneer we recht en rechtvaardig handelen 6:14; bereid zijn om vrede na te jagen 6:15; in geloof blijven staan 6:16; in de Geest zoeken naar leiding en openbaring 6:17 aanhoudend bidden om de bedreigingen, bestaande uit bolwerken en redenaties, neer te halen 6:18; om het evangelie 6:20 van vrede, Gods waarheid en gerechtigheid  bekend te maken (te laten zien) in deze relaties.

Nu komt de toevoeging, de EN……”De sterkte zijner macht“. Daarbij focus ik op het woordje ‘macht’in het Grieks ἰσχύς- ischus, die in het N.T 10x voorkomt.
De stam van dit woord betekend ‘kracht’ aangevuld met het werkwoord ‘hebben’. Samengevoegd kan dit worden vertaald als : “het hebben van kracht om directe weerstand neer te halen”.
Openb.5:12; 7:12 wijzen “Hem die op de troon zit en het Lam”, aan als de verpersoonlijking van die macht.
Engelen zijn in het bezit van die macht 2 Peter 2:11, en Gods kinderen dienen er krachtig in te zijn, 6:10.
Dan is er nog 1 grote opdracht waarin dit woord ἰσχύς wordt gebruikt, namelijk: Marcus 12:30 “Je zal de Here jou God, liefhebben uit geheel je hart en geheel je ziel en geheel je verstand en geheel je kracht”.
Deze teksten verbinden: de liefde,- die je nodig hebt voor alle relaties Marc.12:30; Ef.5:22-6:9; met de verpersoonlijking van kracht; met de kinderen van het licht, als ontvangers en bezitters “van kracht om directe weerstand neer te halen” al wat onze relaties bedreigt.

 

Gods gedachten, onze zelfcommunicatie?

In een bepaalde tak van mijn familie zijn er een aantal honderdjarige geweest. Zo heb ik mijn overgroot opa goed gekend  en de verhalen over zijn manier van leven worden nog steeds in de familie verteld als een voorbeeld hoe je op een leuke manier oud wordt.
Zijn fysieke conditie was in mijn ogen pure genade, het is niet aan iedereen gegeven om vrij te blijven van levensbedreigende ziekten. Maar behalve gezondheid liggen er denk een groot aantal geestelijke keuzes aan ten grondslag die bepalen of iemand tot op hoge leeftijd blijft functioneren.
Op dit moment zie ik die keuze kruispunten recht voor mijn neus passeren, in het leven van mijn moeder. Fysiek is ze in goede conditie, ze heeft haar levensstijl die daarin bepalend is, wel gevonden. Maar haar mentale keuzes zijn van een andere orde.
Lange tijd heeft ze geleefd met omstandigheden die haar hebben beperkt in haar mogelijkheden. Nu die beperking is weggevallen kan ze in de vrijheid gaan leven die ze werkelijk zou willen hebben. Er is niets wat haar in de weg staat. Er is financiële ruimte, er is voldoende tijd, er is gezondheid, er zijn mensen om haar heen die haar aanmoedigen, maar….De zelfcommunicatie die ik van haar hoor is: Rustig aan hoor; ik heb geen zin om me daarin te verdiepen; dat is me te veel moeite; ik kan niet meer zo goed onthouden…En in plaats van vrijheid, ontstaat er afhankelijkheid, omdat ze op andere gaat vertrouwen om bepaalde dingen voor haar uit te zoeken.
Waar mijn overgroot opa met een vergrootglas de krant uitpluisde en zich mateloos verbaasde over de dingen die er in de wereld gaande waren, wilde weten hoe dingen in elkaar zitten en alle nieuwe apparaten in zijn omgeving wilde kunnen gebruiken, zie ik hier het tegenovergestelde gebeuren.

Terwijl ik hier over nadacht merkte ik mijn eigen teleurstelling. Ze had honderd kunnen worden, maar haar negatieve zelfcommunicatie, bestaande uit onmogelijkheden en onneembare obstakels, beperken haar conditie en kwaliteit van leven.
Maar mijn gedachte ging verder, toen God tegen mij zei: Zo ben Ik ook teleurgesteld wanneer Mijn kinderen, die Ik onbeperkt potentieel heb gegeven, blijven hangen in negatieve zelfcommunicatie. Wanneer ze zichzelf verkleinen en naar beneden halen terwijl Ik ze gemaakt heb om geweldig te zijn, stalend, lichtende sterren te midden van deze wereld, wandelend in ongekende wonderen.
En Hij zei dat niet om een schuldgevoel bij mij op te wekken, maar om wakker te schudden: Wat doe je? Waarom praat je met jezelf in negatieven, beperkingen of onmogelijkheden? Dat is niet wie je bent en hoe je bent bedoeld om te functioneren.
Alle dingen zijn mogelijk voor wie geloofd!

Negatieve zelfcommunicatie of een negatieve visie op omstandigheden zijn niet passend voor een kind van God, want we hebben een geweldige, goede Almachtige, genadige God.
We zouden flink is shock raken als Hij op een morgen zou zeggen: “Weet je wat, je hebt ook eigenlijk gelijk. Jij bent ook niet veel soeps, je kan ook niet zo veel, Ik heb je nu eenmaal gemaakt als een watje, dus je kan er ook niets aan doen. En die wereld waarin je leeft, die heb Ik ook compleet hopeloos gemaakt. Jullie kunnen het allemaal wel proberen goed te doen, maar eigenlijk is het een kansloze onderneming”…….. Ehhh, wat?????
Maar als we zelf zo communiceren, dan vinden we dat heel normaal, er gaan geen alarmbellen af! Deze aardse visie is ons zo vertrouwd.  Vaak geloven we wel dat God geweldige dingen over ons kan denken, maar onze eigen gedachten zijn daarmee in strijd, de mijne tenminste wel.
Het is tijd om daar wat aan te doen. Vandaag wil ik ervoor kiezen om mijn zelfcommunicatie in lijn te brengen met Gods gedachten over mijzelf.
Gebed: Heer ik doe de leugens weg van valse bescheidenheid, het denken in fouten, beperkingen en onmogelijkheden. Vergeef me dat ik het zo normaal vindt om die dingen te denken, vernieuw mijn denken naar Uw beeld en Uw gelijkenis. Ik kies ervoor om U Koninkrijk te te eren in mijn zelfcommunicatie en Uw gedachten te denken, over mijzelf en alle omstandigheden. Heilige Geest kom mij te hulp en breng mij alles te binnen wat ik moet weten, in Jezus naam.

De leugen van machteloosheid

Mijn collega zat in tranen tegenover me. Haar professionele carrière leek gebroken in de dop en ze kon zelf niet eens precies vertellen wat er was gebeurd. Terwijl anderen nu aan het uitzoeken waren wat er met haar en de situatie moest gebeuren, had ze het gevoel van intense machteloosheid.
“Ik moet het maar afwachten”, zei ze. Dat is een afschuwelijke put om in te gaan zitten; het gevoel dat dingen je overkomen en dat je er zelf geen sturing op kan uit oefenen.

Maar het is ook een leugen. De boze heeft ons graag als een murw geslagen machteloze speelbal waar hij alles mee uit kan halen wat goed uitkomt in zijn plan.
De waarheid voor een Christen is dat God de Eigenaar van ons leven is en Hij heeft alle macht, niet de boze. Door die hemelse positie in te nemen, te bevestigen en te proclameren, onttronen we de boze uit zijn vermeende machtspositie. Geef God de heerschappij over de situatie waarin jij je bevind en Hij zal alle dingen ten goede doen medewerken, want Hij houdt van ons.
Mijn collega kan niets met die waarheid want ze kent God niet, toch blijft het geestelijke principe hetzelfde.
Het is irreëel om de andere partij alle macht toe te schrijven en jezelf geen enkele macht toe te bedelen. Dus hielp ik haar om te kunnen zien waarop zij invloed kon uitoefenen op haar situatie. Er is altijd iets wat je kunt doen. Al is het maar door dingen uit te zoeken: wat is bijvoorbeeld jou rechtspositie, wat moet je accepteren en waar mag je iets weigeren, welke vragen zou je kunnen stellen, is deze situatie ergens anders al voorgekomen en hoe is dat verlopen?
Er zijn altijd keuzes die je wel kan maken. Door in beweging te komen op wat voor manier dan ook, doorbreek je het gevoel van machteloosheid.

Het 2de wat we altijd kunnen doen is leven spreken. Spreek Gods beloftes over de situatie uit; zegen wie zich tegen je keren en laten al je zorgen en wensen bij Hem bekend zijn. Dank God onder alle omstandigheden en prijs Hem. Maak Hem groot in jou leven en Hij zal groot zijn in je leven.
Mijn collega moet ook in communicatie haar positie kiezen. Bijvoorbeeld door positief over zichzelf en de betrokkenen te blijven spreken. Om geen roddel en laster toe te staan, er niet naar te luisteren en te kiezen welke informatie zij wil delen. Wat wil zij dat er over de situatie bekend is?

Maar mijn hart huilde voor haar, ik zocht nog naar iets om haar hoop te geven. Dit was nu niet het moment om met Bijbelteksten aan te komen, maar er was toch wel iets wat ik tegen haar kon zeggen. Mijn geest zocht tussen de flarden die door mijn hoofd schoten, over bergen, dalen enz., tot de Heilige Geest er iets bruikbaars uit filterde.
“Ieder dal heeft een berg, dus twijfel nooit in het dal dat het leven ook weer bergopwaarts zal gaan”.

Belofte van herstel

Boven Jer.33 staat “belofte van herstel”, en hoewel dit met betrekking tot Israël wordt geschreven, denk ik dat het geldt met betrekking tot alles wat stuk en gebroken is en waar God Zijn hand op legt. Hij heeft geen welgevallen aan dingen die stuk een aangetast zijn.
We hebben een volmaakte Vader; er is geen onvolmaaktheid of onvolkomenheid, geen vlek of rimpel in Hem. Dus alles wat en wie Hij aanraakt zal Hij transformeren naar die standaard.
Hij kan niet iets voortbrengen wat stuk, onvolkomen of aangetast is. Allen die Hem aanroepen, zullen door volmaaktheid en heelheid worden aangeraakt.
Allen die naar Hem toe rennen, wacht die beloften van herstel. Geen verwonding is voor Hem te moeilijk, want Hij is onze Maker, Hij weet hoe Hij ons in elkaar heeft gezet! En als je weet hoe iets in elkaar hoort te steken, is het niet moeilijk om het te repareren.

En dan valt in die 1ste zinnen van Jer.33, 1 tekst in het bijzonder op: “Roep Mij aan en Ik zal u antwoorden en u grote ondoorgrondelijke dingen verkondigen,”.
Het herstel wat Hij in ons wil doen, is namelijk niet naar eerdere glorie of heelheid die we hebben gehad, het is groter. Gods herstel gaat voorbij aan wat er ooit op de aarde is geweest, Hij hersteld naar een hemels model. Nog voor jou geboorte had Hij een volmaakte hemelse blauwdruk, hoe jij zou zijn, wat jij zou kunnen doen, wat jou gaven en talenten zouden zijn.
Dat is inderdaad groot en ondoorgrondelijk, want dat gedraagt zich niet naar aardse maatstaven. Die identiteit is gemaakt om zich te bewegen in het hemelse, om geleid te worden door de heilige Geest, om de werken van de Vader te volbrengen.
Er is niets kleins aan die identiteit en de manier van functioneren.

Interessant zijn ook de woorden waarmee in Jer.33 dat herstel wordt beschreven: “Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheid, waardoor ze tegen Mij gezondigd hebben, en Ik zal hun vergeven,- zij zal Mij tot een blijde naam worden, tot lof en eer,- de stem van vreugde en de stem van vrolijkheid zal weer gehoord worden,- lofoffers zullen ze brengen…”.
Dit zal jou hemelse identiteit kenmerken: dat je vergeven bent; dat je Je hemelse Vader blij maakt; je hart zal blij zijn en die blijdschap zal eruit stromen. Wanneer deze dingen woning maken in je hart, weet je dat de belofte van herstel in jou leven aan het werk is. Het is misschien nog niet af, maar de belofte is er.

Gedachten aan overwinning

Peru 2017, Rainbow mountain, Nicolet

Staande bovenop de top van een berg, denk je: “Wauw, dit vergeet ik nooit meer, dit is zo indrukwekkend”.  En voor een tijdje is dat ook zo, je probeert de indrukken in je geheugen te prenten, maar terug in het dagelijkse leven, lijkt dat overwinningsgevoel al heel snel naar de achtergrond te verdwijnen.
Opgeslokt door verplichtingen, taken en allerlei zaken en mensen die je aandacht vragen, schuift het heden over de geschiedenis. Maar ooit was daar dat moment in jou geschiedenis, dat die ene overwinning of die openbaring zo veel groter en indrukwekkender was als de hedendaagse realiteit die jou nu in beslag neemt. De emotie erbij is misschien weggezakt, maar dat was een moment van belang.
Daarom ziet God waarde in gedenken. Bijvoorbeeld toen Jozua de Jordaan overstak, gaf God hem de opdracht 12 stenen van de rivierbodem  aan de kant op te stapelen, als gedenkteken. Zodat heel Israël zou weten dat hetgeen God belooft had op deze plek realiteit was geworden.
Het was God die de regenboog aan de hemel zette als gedenkteken tussen Hem en de mens, dat Hij de aarde nooit meer zou laten overstromen. Een teken van een nieuw begin, het oude wat niet goed was geweest, was voorbij.
In Lev.2:2 wordt het spijsoffer ook wel een gedenkoffer genoemd. De priester neemt meel, olie en wierook, “en de priester zal dat als gedenkoffer op het altaar in rook doen opgaan, als een vuuroffer tot een liefelijke reuk voor de Here”. Merk daarbij op dat het een lieflijke reuk wordt genoemd.
Hoogtepunten, overwinningen en openbaringen kunnen in gedachten worden gebracht als een lieflijk offer voor God. Ze maken deel uit van jou persoonlijke relatie met God, jou kostbare geschiedenis.
In plaats van stukken levensgeschiedenis die jou van alles heeft gekost her te beleven, mogen je overwinningen een veel grotere plaats innemen. Gedenk de momenten van een nieuw begin, vervulde beloftes, machtige overwinningen en bijzondere openbaringen. Acht jou levensgeschiedenis met God groter als alle schade en vernietiging die de boze ooit in je leven heeft aangericht, want daar verdient hij geen eer voor. Laat Gods inkleuring van je leven feller schitteren als de schaduwzijden die er ook zijn geweest, zodat iedereen zal zien dat Hij jou hemelse Vader is.