Pasen elke dag.

Matt.15:10-20 Rein en onrein
11. Niet wat de mond ingaat maakt de mens onrein, maar wat de mond uitkomt v18 komt uit het hart. V19 uit het hart komen boze overleggingen, boze overleggingen, moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, leugens, godslasteringen.

Geen fraai lijstje, we kunnen onszelf proberen wijs te maken dat wij ‘zulke grote slechte dingen’ niet doen, maar dan jokken we. Als onze zonde er niet tussen staat, betekend dat niet dat deze tekst het niet over ons heeft.
De tekst is zo vreselijk eenvoudig dat er geen ingewikkelde uitleg op los te laten is.
We zouden de schuld voor onreinheid zo graag buiten onszelf willen leggen! “Wij zelf niet als de oorzaak, maar een ander die ons ergens mee opzadelt”, zo een excuus.
Nog liever zouden we willen hebben dat het iets tastbaars is, iets wat je kan afwassen, of iets wat we niet moeten aanraken of niet mogen eten. Dat geeft ons een vals gevoel van controle, dat we er invloed op uit kunnen oefenen en het zelf kunnen fiksen.e1b00278c1e0d78c2a71c61618555317
Het tastbare is echter de dimensie waarin in het onreine wat we zelf veroorzaken, zich kan manifesteren. Het is niet de plek waar we het kunnen fiksen.

Er is maar één manier om ermee af te rekenen. Dat is door het te geven aan degene die er voor ons mee afgerekend heeft. We kunnen het niet zelf.
Tot die conclusie zijn we zelf eigenlijk ook gekomen. Al onze excuses weerspiegelen het namelijk, bijvoorbeeld :”Ik kan er niets aan doen maar die persoon haalt me het bloed onder de nagels vandaan”. Nou kort en simpel, stop er dan mee om het zelf te doen!
Ga naar Jezus vraag Hem vergeving en vraag Hem om je hart met liefde voor die persoon te vullen.
Steeds wanneer we onze oplossing zoeken in nog beter ons best doen, zijn we gedoemd om te mislukken, maar wanneer we Hem vragen ons kracht te geven om te handelen zoals lieflijk is in Zijn ogen, maken we kans om te overwinnen.

We hebben net gevierd dat Jezus de overwinning heeft behaald, dat het graf leeg is en dat Hij zit aan de rechterhand van de Vader. Dat is geen boodschap voor één keer in het jaar met een bosje narcissen. Dat is de praktijk om in te leven.
Pasen is een feest voor elke dag.

Advertenties

Maskers af!

(Zoals je misschien hebt gemerkt, heeft een griepje vorige week mijn schrijfproces verstoort, maar… hier ben ik weer 🙂 )

Matt. 15:1-9 Een twistgesprek met de Farizeeën.
6. Zo hebt gij het woord Gods van kracht beroofd ter wille van uw overlevering. Huichelaars, terecht heeft Jesaja over u geprofeteerd, zeggende: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn.

Het zijn rake woorden waarmee Jezus de Farizeeërs aanspreekt. Deze mannen waren speciaal uit Jeruzalem gekomen om te kijken of ze iets aan ‘het probleem Jezus’ konden doen. Ze achtte zichzelf hoog genoeg in rang om Hem aan te kunnen pakken en krijgen ‘m recht in hun gezicht terug.
De genoemde voorbeelden Hoe de Farizeeërs Gods geboden van kracht beroofde, rusten op de tempelcultuur die er op dat punt in de tijd nog was. De voorbeelden uit die cultuur staan zo ver van ons af, dat ze interessante achtergrond informatie zijn, maar geen raakvlakken hebben met ons huidige bestaan.

Maar het woord waarmee Hij hun aanspreekt heeft ons wel een hoop te vertellen.
Hij noemt hen “hupokrites”, huichelaars.
De eerste betekenis van dit Griekse woord is “uitleggers”. In dit geval zijn het uitleggers die met hun uitleg anderen veroordelen en hun fouten aanwijzen, terwijl zij zichzelf verschuilen achter hun rol. In de vorm van “het is nu eenmaal onze taak deze dingen uit te spreken, los van enig persoonlijk handelen”.
Hiermee komt de tweede betekenis van het woord in beeld, het stamt af van het woord “hupo-krinomai”- “een toneelspeler”.  Een toneelspeler kruipt ook in een bepaalde rol, hij is niet zelf de persoon die hij laat zien, maar laat een beeld zien van een ander persoon.

Zo kan het niet zijn in Gods huis, de kerk/gemeente en in Zijn Koninkrijk.
Geen rollen, geen maskers, maar een echte relatie met de Levende God, zonder mensen die vertroebelen. Jezus noemt de discipelen (volgelingen), Zijn vrienden. Wie Zijn wil doet, Zijn vader, moeder, zusters en broers. Hij roept ons op om Hem te volgen, en niet om in een rol te stappen.
Nep brengt nep voort, toneelspelers brengen toneelspelers voort, geen discipelen.holiday-1227970_960_720
“Hun hart is verre van Mij”, is een aanklacht van verdriet.
Van de beginnen af lezen we over God die bij de mensen wil wonen, (Ex.25:8, 29:45, 1 Kon.6:13). Scheiding tussen God en de mens door zonden, doet Hem zo’n pijn dat Hij Zijn Zoon stuurt om de scheiding weg te nemen.
Hier loopt God op tegen mensen die zichzelf van Hem afscheiden. Door iemand te zijn die ze niet zijn.
‘Huichelaars’, zet je masker af en kom met je hart in plaats van optreden in een rol, want God ziet er dwars doorheen en kent je naaktheid eronder.
Dan is het beter om naakt en beschaamt te komen, dan met een masker, want geen enkel masker kan je beter doen overkomen bij God en bij mensen.

Leven, zoals God alleen dat geven kan.

Als 7177cc92e6450ea908227b1e5e779e1fje denkt dat alles verloren is,
Als er menselijkerwijs geen enkele oplossing meer voor handen is,
Als wij totaal zijn uitgepraat en er niets meer gedaan kan worden,
Als er geen oplossing ter wereld nog een uitweg kan bieden,

Dan is God, nog Steeds God.
Hij maakt er een deur van naar een heel nieuw leven.
Leven zoals we nooit hadden verwacht
Leven zoals we niet eens voor mogelijk hebben gehouden

Leven met koninkrijkseigenschappen:
Eeuwig en onvernietigbaar.
Genadig en liefelijk
trouw en GOED.

Wandelen op het water

Matt.14:22-33 Jezus gaande over het meer v.28 Heer als U het bent, beveel mij dan naar U toe te komen over het water. En Hij zei :”Kom”.

Menselijkerwijs zouden wij eerst hebben gereageerd op de paniek in de boot waarin de discipelen zitten. Het is donker, ze hebben tegenwind, ze zijn moe en al een poosje onderweg, en dan breekt er paniek uit. Er loopt een man over het water! De discipelen zijn niet een beetje bang, maar “fobos” zegt het Grieks, waar ons woord “fobie” van afgeleid is en ze gillen.
Als ouder neem je je kind op schoot, droogt de tranen en sust de paniek, toch?
Maar dit is Jezus in Zijn goddelijke functioneren. Vanuit Zijn Goddelijke perspectief weet Hij dat er geen gevaar is. Ze zijn volkomen veilig. Er is misschien moeite en de situatie vraagt om fysieke inspanning, maar er is geen gevaar. Wat Jezus’ zijn overwegingen ook waren om de paniek niet te beantwoorden, dat kunnen we alleen maar suggereren, maar het feit blijft dat Hij het niet deed en dat ze terug moesten vallen op het geloof en vertrouwen dat ze echt veilig bij Hem zijn.

b54fe8f50fbc9dfe801b1caf16c52021
schilderij van Yongsung Kim

In plaats daarvan zegt Hij Petrus bij Hem te komen.
Hij “waardeert de mens niet af” naar zijn emotionele level, Hij “waardeert de mens op” naar Zijn Goddelijk functioneren.
Hij zegt tegen de discipelen “tharseó”, een werkwoord om moed te grijpen: “en weest niet bevreesd”. Handel actief en wees niet overgeleverd aan die emoties die zo overweldigend lijken te zijn. “Grijp moed” is de meest letterlijke vertaling, en wees ten gevolge daarvan niet bang.
Ter vergelijking van de situatie, Mozes zegt tegen het volk dezelfde woorden in Ex.14:13 als ze het leger van de Farao op zich af zien komen “vrees niet, houdt stand ….dan zult gij de verlossing des Heren zien”.
Jezus spreekt naar de Goddelijke realiteit die Hij in ons verwezenlijkt wil zien.
Ten gevolge van die Goddelijke realiteit stapt Petrus op het water.
Voor welk `water` heb jij geloof nodig om uit de boot te stappen en in geloof te gaan handelen?

Geloof voor wonderen

Matt.14:13-21 De eerste wonderbare spijziging: Vijf broden, twee vissen en twaalf manden over.
Marc.8:1-10 tweede wonderbare spijziging: zeven broden, enkele visjes en zeven korven over.
v.21 begrijpt gij nog niet?

In Marc.8 noemt Jezus de 2 wonderbare spijzigingen direct na elkaar, de gebeurtenissen en de aantallen, en vraagt dan aan de discipelen: begrijpen jullie het nog niet?
De verleiding ontstaat daardoor om te gaan rekenen in getallen en wetmatigheden. Wiskundige formules als:

294bd65f1462e266d99bc9cc04b4e64c (1)
bron: freakingnews.com

formule

Als je maar de juiste getalletjes invult, dan heb je het geheim ontrafelt, maar in Gods koninkrijk gaat dit niet op. Je kan niet een formule maken van: zoveel broodjes+ zoveel mensen + een mosterdzaadje geloof= twaalf manden over….Conclusie: dus moet er minder geloof zijn geweest bij het tweede wonder, want er was minder over. Kolder!

De twee wonderen staan niet na elkaar genoemd om tot een getalvergelijking te komen, maar als tegenhanger van een breder perspectief. Het kopje begint met een waarschuwing aan de discipelen voor het zuurdesem van de Farizeeërs en Herodes, en mensen die een teken van Hem willen. Om even terug te grijpen op de wiskundige formule noemt Jezus in Marc.8 de twee spijzigingen als een éénheid “wonderen”; versus de mensen die een teken vragen, het zuurdesem van de farizeeërs en Herodes= eenheid, “ongeloof en zoekenden naar wetmatigheden”.
Hoe de aardse eenheid zich gedraagt dat weten we wel, maar het hemelse is van een geheel andere orde.

De hemelse eenheid gedraagt zich als volgt: Matt.14:19 Hij zag op naar de hemel, sprak de zegen uit en brak het brood……Het werkt gelijk aan het wonder van de bloedvloeiende vrouw die de zoom van Jezus kleed aanraakt, beschreven in de blog van 7-9-15 “als geloof de hemel raakt”.
Geloof dat God aanraakt leidt tot een antwoord, wat voldoet voor die situatie.
In een natuurlijk beeld komt het misschien overeen met bliksem. Spanning tussen twee polen leidt tot een elektrische ontlading.  aan de ene kant bevindt zich een Almachtige God voor wie niet onmogelijk is en aan de andere pool de mens met een gebed. Geloof, liefde, oprechtheid en relatie, zijn de geleiders waar het antwoord zich doorheen beweegt.
Nu vinden we bliksem al een indrukwekkend verschijnsel, hoeveel te meer een antwoord dat het aardse overtreft. Hij gaat de bliksem te boven.
Maar ongeloof raakt Gods hart niet, zij zullen geen teken krijgen, Marc.8:12.

Chronologisch lezen week 12

64a3ec77b82c5ecce5b21c6acfa53332In één jaar op chronologische volgorde door de Bijbel:

Week 12
78. Deuteronomium 24-27                         Joz.1:2 Elke plaats die uw voetzool betreden zal geef Ik ulieden
79. Deuteronomium 28-29                         5. Ik zal u niet begeven en u niet verlaten.
80. Deuteronomium 30-31                         6. Wees sterk en moedig.
81. Deuteronomium 32-34; Psalm 91
82. Jozua 1-4
83. Jozua 5-8
84. Jozua 9-11

Het koninkrijk der hemelen

Matt.13:44-47 Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, verborgen in een akker, die een mens ontdekte en verborg, en in zijn blijdschap erover gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker.
Evenzo is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone parelen zocht. Toen hij een kostbare parel gevonden had, ging hij heen en verkocht al wat hij had, en kocht die.
Evenzo is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een sleepnet, neergelaten in de zee, dat allerlei bijeenbrengt. Wanneer het vol is, haalt men het op de oever, en zet zich neer en verzamelt het goede in vaten, doch het ondeugdelijke werpt men weg.

603f757d44fb98955c472dcd8f82bd07
bron: Fine Art America

“Het koninkrijk der hemelen” is een uitdrukking die alleen Mattheus gebruikt, de andere evangelie schrijvers hebben het over het koninkrijk Gods. “Het koninkrijk der hemelen”, wordt gebruikt door Joodse godsdienstonderwijzer en schrijvers als uitdrukking  van aanbidding, liefde, geloof en vreze Gods.
In de Joodse traditie van vraag en antwoord, wordt geschreven dat het begin van wijsheid de vreze Gods is en de vreze Gods het koninkrijk der hemelen is.
Met deze uitdrukking geeft Mattheus in zijn evangelie een specifieke boodschap naar de Joodse gemeenschap af: Dit is het waar de rabbijnen ons over onderwijzen.
In dat onderwijs wordt deze uitdrukking gerelateerd aan Daniel 7:14-15 Hem werd heerschappij gegeven en eer en koninklijke macht, en alle volken en talen en natiën dienden hem. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet zal vergaan en zijn koningschap is één, dat onverderfelijk is.
Die profetie is het letterlijke koninkrijk der hemelen, wanneer God regeert als koning op aarde. En het is nu, hier, het is nabij!

De gelijkenissen die Jezus over het koninkrijk der hemelen verteld doen een flink apèl op ons. Het daagt ons uit om het na te jagen. Om heel je hart er op te zetten en al het andere weg te doen, want het koninkrijk der hemelen gaat al het andere te boven.
De eerste keer dat Mattheus de uitdrukking gebruikt is in Matt.3:2 Bekeert u want het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. “Bekeren” wil letterlijk zeggen “je afkeren” van je oude levenswandel. Verander je positie naar een gesteldheid die de koninklijke plaats van het koninkrijk der hemelen waardig is. Jij en ik mogen er deel vanuit maken, wees voorbereid , want het koninkrijk der hemelen komt eraan. Niemand weet dag nog uur, maar als het aanbreekt is dat niet het moment om te beginnen met de wandel overeenkomstig een koningskind. Het is hier en nu.
Jaag het na en het koninkrijk der hemelen zal nu al in ons geboren worden . En onze levens zullen zich nu al gaan gedragen naar de regels die gelden in het koninkrijk de hemelen. We mogen er nu al deel van uit maken en een nog vollere vervulling daarvan zien in de toekomst, want het komt eraan.

Als onkruid

dandelion-326418_960_720Matt.13:24 Het Koninkrijk der hemelen komt overeen met iemand, die goed zaad gezaaid had in zijn akker.  Doch terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide er onkruid overheen, midden tussen het koren, en ging weg.

Hoe leg je aan iemand uit hoe iets zich gedraagt, als die persoon het nog nooit heeft gezien? Simpel, Jezus gebruikte daar voorbeelden bij die bekent waren bij de mensen aan wie Hij het wilde uitleggen.
Het principe van zaaien en oogsten was voor de Israëlieten een duidelijke zaak.
Misschien zou Hij in Nederland hebben gezegd: Iemand legde een mooie tuin aan, maar toen hij er even niet naar omkeek stond de tuin vol met paardenbloemen. In sommige delen van het land overwoekert dit onkruid hele gebieden, alle paardenbloemen komen dan tegelijkertijd tot bloei en voor een mooie siertuin is er geen ontkomen aan dat er ook wel een paar in je tuin de kop opsteken. En als ze de kans krijgen maken ze een diepe penwortel en voordat je het weet laten ze een paar honderd nieuwe zaden over je tuintje heen waaien.

Jezus waarschuwde daar niet voor om ons een schuldgevoel aan te praten, in de trant van :”Foei, foei foei, jij moet nodig eens aan het werk, kijk eens hoe je mooie tuin eruit ziet!”. Maar meer vanuit de realiteit dat onkruid een probleem is waar we allemaal last van hebben.
De vergelijking staat direct na Jezus uitleg over de gelijkenis van de zaaier, die verschillende redenen aandraagt waarom het goede zaad soms niet eens opkomt. Dit zaad is wel opgekomen, maar de vijand neemt actie om er onkruid doorheen te zaaien. Daardoor levert zo’n veld niet de hoeveelheid vrucht op die het had kunnen hebben want met het goede, groeien ook andere dingen mee en die nemen de ruimte in bezit.
Een aantal lessen kunnen we er wel uit afleiden, als we een mooie volle opbrengst willen van onze tuin, het koninkrijk der hemelen, moeten wakker zijn, niet slapen. Het is misschien heerlijk om te slapen, maar we zijn niet gemaakt om “comateus” te bestaan. Er is een tijd om te werken en een tijd om te slapen.dandelion-437827_960_720
We mogen ook ons mooie kostbare veld bewaken: “Heer zet Uw engelenwacht uit om ons veld te bewaken en de boze niet in de gelegenheid is om erin te zaaien”. Daarnaast hebben we een wapenuitrusting gekregen, wat ons in staat stelt de boze buiten onze akker te houden.
We kunnen ook onkruid wieden, voordat het bloeien kan. Op die manier hoeft het geen paardenbloemen-explosie te worden.

Nadenkend wat dit voor mij persoonlijk betekend bedacht ik me, dat ik vooral moed nodig heb om zinloze dingen die mijn tijd verspillen, uit te rukken. Zoals bijvoorbeeld tv kijken, misschien herken je dat. Het is niet altijd zinloos waar ik naar kijk, maar er zijn ook avonden dat ik aan het eind leeg en ontevreden ben. Het heeft me een hoop tijd gekost en maar heel weinig opgeleverd. “Heer maak me bereid om de juiste knoppen van mijn afstandsbediening te gebruiken, in Jezus naam”.

Overvloed

Matt.13:12 wie heeft, hem zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben; maar wie niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen wordenaddtext_com_MDkxMDQyOTg2MTc

Eerst even een stukje achtergrond, waar gaat dit over? We hebben het hier over een principe van het Koninkrijk der hemelen. Het wordt gezegd in de context van het kennen van de geheimenissen van het koninkrijk.
Wie heeft, hem zal gegeven worden”.  Het gebruik van het werkwoord “geven” in het Grieks “didómi”, laat zien dat er een bewust Goddelijk handelen aan ten grondslag ligt.
Het spreekt niet van een natuurlijk groeiproces, waarbij iets is geplant en steeds meer vrucht gaat dragen. Iets wat door aandacht, oefening en gebruik groeit.
Het gaat om een toename van kennis, omdat het van God gegeven wordt.
Hij zal overvloedig hebben”. Er is nog zo’n vergelijking waarbij precies hetzelfde woord “overvloed” (perisseuó) wordt gebruikt in de gelijkenis van de talenten in Matteus 25:14-30. Deze vergelijking gaat over ditzelfde principe en spreekt in dezelfde bewoordingen. Wie het geld, wat hem was toevertrouwd, had vermeerderd werd nog meer toevertrouwd. Maar de slaaf die het geld in de grond had verstopt, werd het afgenomen en gegeven aan de man die al tien talenten had. 25:29 aan een ieder die heeft, zal gegeven worden en hij zal overvloed (perisseuó) hebben.

Of het nu gaat om geheimenissen, geld, of talenten in de overdrachtelijke betekenis, hetgeen God ons geeft is niet bedoelt om op de plank te leggen, ‘voor later’.
Het geven van overvloed laat zien dat de Vader waarde hecht aan het gebruik van Zijn cadeaus.
Ter vergelijking: Stel dat je de schuur gaat opruimen en je vindt een partij hout waar je wel vanaf wil. Dat geef je niet aan iemand die nooit wat met hout doet, maar dan zoek je iemand die wel vaker timmert, want dan weet je dat het goed terecht komt. Zo geeft God graag aan mensen.
Ik kan me voorstellen dat Hij als een tevreden Vader blij kan worden om te zien hoe Zijn kind gebruikt wat hij geeft. Dan maakt het niet uit om wat voor goederen het gaat.
Vanuit het gezichtspunt Vader God is het ook begrijpelijk als Hij ongebruikte cadeaus bij een ander weghaalt en ze geeft aan iemand die er wel iets mee doet. Als een vader ziet dat de dingen die hij aan zijn kind heeft gegeven, niet wordt gebruikt dan is hij daarin teleurgesteld.

Nu onze dagelijkse praktijk. Automatisch zoeken je gedachten bij zo’n vergelijking naar dingen die je zelf mogelijk heb laten liggen. Maar ik zou er liever een positieve richting aan willen geven. Welke gaven en talenten zou je kunnen vermeerderen door gebruik? En welke gift van God is voor jou zo kostbaar, dat je hem niet kwijt wil?

Gebed: Dank U wel Heer voor elke gave of talent waar U mij mee gezegend heeft. Geef me een open hart en een verlangen om het voor U te gebruiken , in elke gelegenheid die U mij geeft.