Aannames?

DSC_5708
Zonsondergang op Corfu.

Joz.22:9-34

De stammen die over-Jordaans gebied hebben uitgekozen om in te wonen, mogen terugkeren naar het gebied wat zij erfelijk bezitten, maar het centrum van God, het hart van Israël, is in Silo waar de Tabernakel is opgericht. Om daar aan te herinneren bouwen de Rubenieten, Gadieten en de ½ stam van Manasse een groot altaar. En dat valt niet goed bij de rest van Israël!
Ze hebben gehoord dat……..en vinden dat……..en staan direct klaar om ten strijde te trekken (v12) tegen hun eigen broeders.
Ik denk dat wij allemaal die fout wel eens hebben gemaakt. We horen iets, nemen aan dat het gaat over…. en dat het niet anders geïnterpreteerd kan worden als….., dus schieten we in emotie. Maar daarmee kunnen we er flink naast zitten. Het is beter om eerst met de persoon in kwestie te gaan praten om na te gaan wat nu precies de bedoeling is.
Dat is ook het besluit wat Israël in Silo nam en ze zonden een groep afgevaardigden. Ze vroegen wat de intenties nu precies waren, want zij waren van mening dat er sprake was van afgoderij. En in het verleden, hadden ze daar nare ervaringen mee opgedaan. De uitleg kwam uit vrees voor herhaling en een nieuw oordeel. Na uitleg ontstond er opnieuw wederzijds begrip en werden de angstige vermoedens ontkracht.
Aan ons dezelfde uitdaging. Weet je zeker dat hetgeen je meent te hebben gehoord wel echt zo is? Vraag het eens na bij de betrokken persoon, want misschien zet je wel voor niets de relatie op scherp. Hetgeen wat anderen ervan zeggen is geen bevestiging van jou standpunt, alleen de persoon die het aangaat kan naar waarheid zeggen hoe het zit.
Gebed: Heer vul ons hart met zoveel liefde dat we geen genoegen nemen met aannames, maar met onze naaste in gesprek durven te gaan.

Advertenties

Chronologisch lezen week 31

In één jaar op chronologische volgorde door de Bijbel:

99a9f0e5e94f3fe4353b9d7a3b8d62f3
bron: letterstomyinnerchild.tumblr.com

Jer.1:7 Zegt niet ‘ik ben jong, want tot ieder tot wie Ik u zend, zal je gaan en alles wat Ik je gebied, zal je spreken. Vrees niet voor hen, want Ik ben met je om je te bevrijden, luidt het woord des Heren.

211 2 Kon. 20; 21
212 2 Kron. 32; 33
213 Nahum 1; 2; 3
214 2 Kon. 22; 23; 2 Kron. 34; 35
215 Zefanja 1; 2; 3
216 Jer. 1; 2; 3
217 Jer. 4; 5; 6

 

Een groeiend erfdeel

00d19b0cfd7fdeddbff50e0751498110Joz.19:47 Daar het gebied der Danieten hun te klein geworden was, trokken de Danieten op en streden tegen Lesem. Zij veroverden het, sloegen het met de scherpte des zwaards en namen het in bezit. Toen vestigden zij zich daar en gaven aan Lesem de naam Dan, naar de naam van hun vader Dan. Dit was het erfdeel van de stam der Danieten naar hun geslachten; deze steden en haar dorpen.

Hier moet je toch bewondering voor hebben.
God had hun geboortes gezegend, ze waren gegroeid en nu hadden de Danieten meer ruimte nodig.
“Meer Heer”, de ene zegen lokt de andere uit.
Maar daarvoor gingen ze niet terug naar Jozua met de vraag om een groter gebied. Ze hadden iets begrepen, namelijk dat God hun de overwinning geeft. Ze zetten een stap in geloof en veroverde er een gebied bij.
En dan besluit de tekst met de opmerking “dit was het erfdeel van de stam der Danieten”. Het nieuwe gebied wat ze erbij hadden verovert werd gewoon meegerekend tot hun erfdeel.
Het deel wat God ons geven wil ligt niet vast, je kan Hem vrijmoedig vragen en Hij geeft ons een goede aangedrukte overlopende maat (Luc.6:38). Meer Heer en het zal ons tot eigendom zijn.

Het erfdeel

plants-1039039_960_720In Jozua 15 t/m 19 wordt het beloofde land verdeelt. Jozua en de hogepriester hebben hun plaats ingenomen in de tabernakel in Silo en onder Gods leiding werpen ze het lot.
Iedere stam, elk gezinshoofd krijgt zijn eigen gebied, voldoende ruimte om te kunnen wonen, landbouw te bedrijven en vee te laten grazen. Maar dat betekend niet dat ze er zomaar in konden trekken en hun bedje konden spreiden. God heeft het land aan Zijn volk beloofd, maar het is niet leeg.
Kaleb heeft binnen zijn erfdeel zijn zinnen op Hebron gezet, maar om het te kunnen bezitten moet hij er wel eerst 3 Enakieten verdrijven (Joz.15:14)
Deze concrete strijd is een interessant beeld van onze geestelijke strijd.
Jezus heeft voor ons de overwinning behaald, maar soms moeten we nog wel een paar Enakieten eruit gooien om het gebied vrij te kunnen gebruiken. Als we dat niet doen dan blijven deze inwoners gewoon zitten, lees maar.
15:63 De Judeeërs echter konden de Jebusieten die in Jeruzalem woonden, niet verdrijven, zodat de Jebusieten bij de Judeeërs in Jeruzalem zijn blijven wonen tot op de huidige dag.
En daar kan je goed last van hebben, die vijanden die in jou geestelijke gebied achter blijven. Dus grijp moed, vraag God om de sterkte Zijner macht (Ef.6:10) en vecht nog even door. Geef niet op, de overwinning staat vast.

Groot geloof

child-736169_960_720Joz.5:13-15 Het gebeurde nu, terwijl Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen opsloeg – zie, daar stond een man tegenover hem met een uitgetrokken zwaard in de hand. Jozua trad op hem toe en vroeg hem: Behoort gij tot ons of tot onze tegenstanders? Doch hij antwoordde: Nee, maar ik ben de vorst van het heer des HEREN. Nu ben ik gekomen. Toen wierp Jozua zich op zijn aangezicht ter aarde, boog zich neer en zei tot hem: Wat heeft mijn heer tot zijn knecht te zeggen? de vorst van het heer des HEREN zei tot Jozua: Doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop gij staat, is heilig. En Jozua deed dit.

In die ontmoeting ontvangt Jozua het plan hoe Jericho kan worden ingenomen. Hoe mooi is dat, zou je denken, willen we dat niet allemaal om zo geleid te worden?
Maar het is één ding om in zo’n glorieus moment vol te raken van wat God wil gaan doen; het is echter een ander ding om met twee benen op de grond duizenden mensen in de ogen te kijken en te zeggen : “Mensen dit is wat we gaan doen…”.
Hoeveel onzekerheid zou Jozua hebben gevoelt toen hij in de morgen op dag 2, 3, 4, 5, 6, 7 was opgestaan, om met die duizenden mensen om de stad heen te trekken. We kunnen het slechts raden, wat we zien is echter grote gehoorzaamheid en groot geloof. Indrukwekkend, maar als God Jozua zo met geloof kon vullen, kan Hij dat opnieuw doen met een ieder van ons.
Gebed: Heer vul mij met dat geloof en leer me die gehoorzaamheid.
Hieraan vooraf gingen ook Gods bemoedigende woorden aan Jozua. Geloof komt uit het horen, dus laten we de woorden die God tegen Jozua sprak ook tot ons hart spreken:
Joz.1:5 U zal mij niet begeven en mij niet verlaten. Mijn hart, v7 weest zeer sterk en moedig en handel nauwgezet overeenkomstig– alles wat U mij gebied. V9 sidder niet en wordt niet verschrikt, want de Here jou God is met jou, overal waar je gaat.
En nu op naar jou Jericho!
Want God gaf Jozua dat geloof niet als een leuke versiering voor zijn hart, hij had dat geloof hard nodig voor de taak waartoe God hem geroepen had.

Chronologisch lezen week 30

In één jaar op chronologische volgorde door de Bijbel:

48ee3956ba2c7ac5cb9a313a7eaf868e
aquarel van Steve Hanks

Jes.48:17 Ik ben de Here uw God die u leert, opdat het u welga, die u de weg doet betreden, die gij moet gaan.
44:3 Ik zal water gieten op het dorstige en beken op het droge; Ik zal Mijn Geest uitgieten op uw nakroost en zegen op uw nakomelingen.

204 Jes. 40; 41; 42; 43
205 Jes. 44; 45; 46; 47; 48
206 2 Kon. 18:9-19:37; Ps. 46; 80; 135
207 Jes. 49; 50; 51; 52; 53
208 Jes. 54; 55; 56; 57; 58
209 Jes. 59; 60; 61; 62; 63
210 Jes. 64; 65; 66

De alpha en omega

P1030091-300x225Fil.1:6 Hiertoe toch ben ik ten volle overtuigt, dat Hij, die in u een goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten,..

Als wij mensen aan een klus beginnen staat niet altijd vast hoe het zal aflopen.
Het voornemen is om iets tot stand te brengen, maar we komen onderweg wel eens hindernissen tegen. Soms kost het veel meer moeite als dat we hadden gedacht waardoor we onderweg van mening veranderen en hetgeen waar we aan bouwen niet meer zo de moeite waard achten. Er kan zich bijvoorbeeld iets anders voorvallen in ons leven, wat onze tijd in beslag neemt en hetgeen waar we aan begonnen zijn ‘in de ijskast’ moeten leggen. Of de kosten vallen hoger uit als gedacht. Kasteel Almere is daar zo’n voorbeeld van. Men begon in 2000 met bouwen maar na twee jaar kwam het stil te liggen tot op heden. Er gebeurt niets meer en alles wat er staat is aan verval overgeleverd.
Als God echter een werk begint, dan is dat voornemen uit een andere kwaliteit. God is niet te druk, er komt niets onverwachts tussen door en de kosten zijn al betaald. Zijn plan is “Ja”,  en “amen”; het is van “alfa en Omega” (Openb.22:13) kwaliteit.
God is niet wispelturig over ons. God loopt niet weg, wij kunnen misschien even een ommetje gaan maken, maar dat doet God niet van gedachten veranderen. Hij vindt jou de moeite waard. Hij wil je vandaag opbouwen, vernieuwen, heiligen en relatie mee hebben; Hij wil dat morgen, volgend jaar en tot de dag van Christus Jezus toe.
Hij is de voleinder van ons geloof.(Hebr.12:2)

Een Bijbelse kijk op angst.

asia-785727_960_720De mens is geboren met emoties.
Er zijn een aantal basis emoties die door iedereen op de wereld worden ervaren, van de meest moderne volken tot de meest primitieve stammen in de rimboe. Ongeacht onze opvoeding, de wijze waarop we bepaalde emoties beleven of interpreteren, hebben we wereldwijd een aantal emoties met elkaar gemeen. Hoewel verschillende theorieën discussie met elkaar voeren hoeveel  emoties, en welke precies hiertoe gerekend moeten worden, zal ieder opsomming zowel de kortste als de langste, angst altijd tot de basis emoties benoemen.
Ieder mens kent angst, ongeacht in welke gradatie.
Het is niet mogelijk om geen angst te kennen (!). We worden er allemaal mee geboren.
Nu zal men bij positieve emoties zoals blijdschap, zich niet zo snel afvragen waarom we die emotie hebben, maar voor de emotie angst meent men een verklaring te hebben waartoe dat dient.
Over het algemeen neemt men aan dat angst ons waarschuwt voor gevaar. Angst geeft een meetbare fysieke reactie. Het alarmeert ons basissysteem en maakt ons klaar om te: Vechten, vluchten of bevriezen. Iedereen wereldwijd reageert hetzelfde op angst, onze hardslag gaat omhoog, de ademhaling wordt sneller en oppervlakkiger, alles in ons lichaam is klaar om tot actie over te gaan. De gedachte dat dit de functie van angst is, wortelt echter in de evolutietheorie. We zouden het nodig hebben gehad om als holbewoners roofdieren en andere gevaarlijke zaken te overleven.
Met het scheppingsverhaal als uitgangspunt,  ben ik echter van mening dat het soort angst waar we mee geschapen zijn een ander doel had, ‘in den beginne’. De natuurlijke overlevingsverklaring is dan niet meer van toepassing, dus laten we terug gaan naar Genesis.
God schiep de hemel, de aarde, al het leven en de mens,  en Hij zag dat het goed was.
Alles was “meod tov”, zeer goed. Voor de zondeval was er niets was om te vrezen, behalve God.
Het lijkt mij niet logisch dat God ons schiep met een ‘angst-alarmknop’ als er in den beginne niets was om gealarmeerd over te raken. Er was geen enkele reden om te vechten, vluchten of te bevriezen. Je zou nog kunnen beargumenteren dat God voorkennis had en ons voorbereid had op een leven na de zondeval, waarin wij een alarmsignaal nodig hebben ten opzichte van de boze. Maar God heeft ons niet bedoelt om in zonde te leven , maar in heiligheid. Ik ben van mening dat we zijn geschapen met het vermogen God te kunnen vrezen, omdat de vrezen des Heren helpend is om een rein en heilig leven te leiden tot Zijn eer en glorie.
Toen kwam de slang. Ze namen  een hap van de verboden vruchten, ze hoorden het geluid,… van God die door de hof wandelt Gen.3:8. En plotseling lezen we dat Adam en Eva zich verstoppen voor God.
Noch voordat ze ooit een consequentie van hun zonden hadden ervaren. Ze hadden nog nooit straf gehad, ze hadden geen enkel idee wat er nu zou gaan gebeuren. Toch was er een verandering in hun emoties tot stand gekomen door van de verboden vruchten te eten. Die verandering in hun emoties had tot gevolg dat ze zich gingen verstoppen.
Emotie neemt door de zondeval de leiding over het gedrag en zet een `vluchten, vechten of bevriezen`reactie in gang zoals wij dat in ons hedendaagse leven kennen.

dichte deur

78863cf08663fffde8a1551e5bdf1f22Jes.22:22 En Ik zal de sleutel van het huis van David op zijn schouder leggen; en hij zal opendoen, en niemand zal sluiten, en hij zal sluiten, en niemand zal opendoen.

Soms wil je iets heel graag, je bidt ervoor en je gelooft dat God je het goede zal geven, maar hetgeen wat je hoopte gebeurt niet. Je krijgt niet waar je voor hebt gebeden, en hetgeen waar je geloof voor had blijft uit, wordt afgebroken of gaat niet door.
Dat gebeurde mij kort geleden en ik vond het lastig om daarmee om te gaan.
Totdat God me liet zien dat er rode stoplichten op een kruising staan om ongelukken te voorkomen. En Hij herinnerde me aan moment, eerder in mijn leven, waarin ik niet heb gekregen wat ik hoopte en daar achteraf alleen maar blij om kon zijn.
Jezus opent deuren, maar Hij sluit ook deuren. Wees daar niet te zeer teleurgesteld over, maar omhels gesloten deuren als een liefdevolle beschermende handeling van God jou Vader. Hij houdt van ons en weet wat niet goed voor ons is. Daar kunnen we als jengelende verdrietige of boze kleuters op reageren, maar we kunnen het ook omhelzen en Hem vertrouwen.