De waarheid maakt vrij

DSC_4666
Muiden 2015 N.M.Wagemans

2 Kor.10:5 Om elk bedenksel als krijgsgevangene te brengen onder de gehoorzaamheid van Christus
In het vorige stuk heb ik een voorbeeld beschreven hoe een bolwerk functioneert. Het houdt zichzelf in stand door voortdurend als vicieuze cirkels rond te draaien in de verschillende onderdelen waaruit het bestaat. Daarnaast laten bolwerken zich soms niet makkelijk ontdekken, doordat ze zich verschuilen achter een houding van “normaal” gedrag. De bijgaande foto laat precies zien hoe het werkt.
Het kanon op het bolwerk is vanaf het water voor schepen niet zichtbaar, want het is achter de dijk verscholen. Vanuit die verborgen positie schiet het kanonskogels af op ieder schip wat nadert, zonder zelf direct onder vuur genomen te kunnen worden.
Een geestelijk bolwerk gedraagt zich in grote lijnen op gelijke wijze. Op één of andere manier laten deze mensen gedragsaspecten zien die afstoten, zonder dat de omgeving misschien direct helemaal door hebt wat er allemaal speelt. Zoals mensen afstand nemen van personen die voortdurend in de slachtofferrol zitten; zoals schepen zich terug trekken van de dijk om niet geraakt te worden.
De omgeving moet oppassen om niet verwond te raken. De afgeschoten kogels raken echter net zo hard de persoon die ze afschiet. Behalve dat in het bolwerk het vuur, de luchtdruk en de knal is, komen er veel kogels in eigen nest terecht. Dit klopt even niet met de foto-vergelijking, (hier houdt de houdbaarheid van de vergelijking op)maar dit is wat de praktijk laat zien.
2 Cor.10 geeft een belangrijke sleutel in het gevecht; “Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees, want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, zodat wij de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus”, Namelijk waarheid.
In christus kunnen we bedenksels zoals een verkeerd zelfbeeld, een verkeerd Vader-Godsbeeld, een verkeerd beeld van de situatie of een verkeerde religieuze interpretatie, recht zetten.
De waarheid van Christus Jezus maakt vrij.
Het gaat om bedenksels die niet in overeenstemming zijn met Gods waarheid, in die zin zijn ze ongehoorzaam aan Christus. Dat betreft niet altijd logische redenaties, maar vaak ook ongeloof. Bijvoorbeeld: God zegt dat Hij ons vergeeft en dat Hij onze zonden zo ver van ons weg doet als dat het oosten van het westen verwijdert is. In de praktijk kwam ik echter iemand tegen die van mening was dat zij de 4de generatie was van haar familie in een bepaald opzicht. Daarom diende zij een familievloek diende te dragen, want God bezoekt de zonde van de voorvaderen tot in het 3de en 4de geslacht (Ex.34:7b). Dit gaat in tegen de waarheid van Christus die voor allen een vloek is geworden en met Zijn bloed voor alle zonde heeft betaald. Deze vrouw kon door de waarheid van Jezus christus en geloof in Zijn bloed, snel verlost worden van het lijden wat zij meende te moeten dragen. Daarna was er vernieuwing nodig van een aantal samenhangende denkbeelden die haar in dat lijden hadden bevestigt, zodat het gehele bolwerk, elk bedenksel, met wortel en tak uit haar leven werd verwijdert.

Bidt om wijsheid als je met bolwerken in jezelf of anderen te maken hebt, dat God openbaart wat de waarheid is en onderscheid om alle bedenksels te identificeren. Verander je handel en wandel die er mee samenhangt, niet door het verkeerde te bestrijden, maar door het voor beter gedrag te vervangen. Haal je ‘dijken/schansen’ die je hebt opgeworpen naar beneden, geef anderen een kijkje in jou keuken zodat ze je kunnen helpen, en waarheid in je leven kunnen spreken.
Ps.51:19 De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God.

 

Advertenties

Gebonden in het denken

Ps.51:18 Want Gij hebt geen behagen in slachtoffers, dat ik die brengen zou; 19 De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God.
Hiervoor hebben we gekeken naar de houding bij geestelijke strijd en de wapenuitrusting, vandaag kijken we naar geestelijke strijd bij mensen in onze omgeving.
Hoe werkt gebondenheid in het denken? Ik leg dit uit aan de hand van een voorbeeld, die we allemaal in ons leven wel eens tegen komen. Iedereen kent wel iemand die steeds meent het slachtoffer te zijn van allerlei situaties. Doorgaans houden we daar niet van, personen die door het leven gaan vanuit een slachtofferhouding, die voortdurend uitstralen: kijk eens hoe moeilijk ik het heb.
We willen best een keer iemands verhaal aanhoren en ook nog wel een tweede keer, maar op een bepaald moment moet het afgelopen zijn en vervelend genoeg is het dat niet voor deze mensen want ze zitten vast. Hoe kan dat? (Hier even de wijze waarop een hulpverlener/pastoraalwerker naar de zaak kijkt )

DSC_1389
Pyreneeën, 2013 N.M.Wagemans

Er spelen een aantal mechanisme onder deze houding een rol, die het tot een gebondenheid maken.
-De persoon in kwestie kijkt naar een situatie die hij als moeilijk ervaart en het idee heeft dat hij daar niet tegenop gewassen is.
Hierin zitten verschillende aanknopingspunten: Klopt deze zienswijze? Is de situatie buitengewoon moeilijk en is het redelijkerwijs niet van iemand te verwachten dat hij dit aankan? Klopt de aanname die de persoon maakt, dat hij niet tegen deze situatie opgewassen is? Kan extra kennis, informatie of voorlichting het begripkader van iemand groter maken waardoor hij de situatie beter kan beoordelen? Zijn er vaardigheden die kunnen worden aangeleerd, waardoor iemand beter kan reageren op de situatie?
Vernieuwing van het denken over zichzelf en over de situatie kan grote oplossing brengen.
(Daarnaast zijn er misschien praktische oplossingen in de situatie mogelijk die de omstandigheden lichter maken, waardoor de draagkracht van de persoon wordt vergroot.)
-Een ander aspect wat het maakt tot een gebondenheid is een slecht zelfbeeld. Het ‘slachtoffer’ is vaak voortdurend uit op bevestiging hoe moeilijk de situatie is en hoe zwaar ze het hebben. Daar zit iets vreemds in, want als iemand zou zeggen dat het klinkklare onzin is, zal die persoon beledigt zijn en zich afgewezen voelen. De omstandigheden zijn in de persoon  gemaakt tot een persoonlijke boodschap aan hun eigenwaarde: ‘als een ander vindt dat deze situatie niet moeilijk is en ik het niet zwaar heb, dan vindt die ander mij dus een zwakkeling. En ik wil bewijzen dat ik geen zwakkeling ben’. Maar de verborgen waarheid hieronder is, dat die persoon heeft aangenomen dat hij zwak is en voortdurend hulp van mensen nodig heeft.
-Deze interne spanning zorgen voor kramp, een volharding in de aangenomen houding. Die ‘kracht’ is kenmerkend voor een gebondenheid.
-Soms kan dit ‘redenatie-bolwerk’ een religieus karakter hebben en worden gesterkt door een aantal Bijbelteksten; 1 Cor.10:13 ‘gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan’. Hierbij gaat men ervanuit dat God hun deze immens zware situatie op hun bordje heeft gelegd en dat ze het daarom moeten verdragen. Deze visie gaat voorbij aan eigen verantwoordelijkheid ; zonden die zijzelf of anderen in de situatie doen, en die geconfronteerd dienen te worden; of gevolgen van zonden. In diezelfde lijn wordt soms ook Fil.4:13 naar voren geschoven “ik vermag alle dingen in Hem die mij kracht geeft”. Wie deze tekst in zijn context leest ziet dat er wordt gesproken van omstandigheden als honger en kou en dat dit niet gaat over het lijdzaam verdragen van omstandigheden waarin juist gehandeld moet worden.
-Dit bolwerk van slachtofferschap werkt trouwens graag samen met andere bolwerken van perfectionisme en controle.
Dit alles geanalyseerd hebbende snap je dat er een heleboel werk te doen is, bidt voor mensen die hierin vast zitten. Misschien ben jij geen pastoraalwerker die met dit soort problemen aan de slag kan, maar je kunt wel deel uitmaken van de oplossing door voor de genoemde onderdelen te bidden en de persoon te zegenen in de vernieuwing van zijn denken.

 

Geestelijke strijd

Mijn leeswerk vandaag is Ef.6, over de wapenuitrusting.
Natuurlijk kan ik die tekst al heel lang, maar toch zie ik nieuwe dingen.niet slapen maar bidden
Wat me opvalt is dat de eerste 18 zinnen vol staan met opdrachten die wij het beste kunnen doen.
`wees krachtig- doet de wapenuitrusting aan- houdt stand- neemt de wapenuitrusting- biedt weerstand-stel je op- omgord je met waarheid- bekleed je met het pantser der gerechtigheid- schoei je met bereidvaardigheid- neem het schild des geloofs- neemt de helm des heils en het zwaard des Geestes- bidt aanhoudend- wakend met volharding”.
God vraagt om een heleboel actie.

Er is een strijd gaande en wij worden opgeroepen om daarin niet passief God  op te wachten.
De 1ste zin start met `weest krachtig in de Here`. Met andere woorden vlucht in Hem , zoek Hem, jaag Hem na, maak Hem groot in jou leven, zodat de duisternis in ons geen voet aan de grond krijgt.
De wapen uitrusting spreekt van geloofsbeoefening, zoals: volledig in de waarheid zijn, waarheid denken, spreken en wandelen. Geeft leugen geen ruimte, want een kleine verdraaiing zet de deur open voor meer uitspraken die deze ene verdraaiing weer moeten ondersteunen.
Gerechtigheid is een eigenschap die direct ons handelen kenmerkt als kind van God. Onrechtvaardig is het handelen van de wereld, maar God heeft het recht lief en houdt van mensen die rechtvaardig handelen.
Bereidvaardigheid om vrede te maken, woorden van vrede te spreken. Geloof heeft alles te maken met onze identiteit, weten wie je hemelse Vader is en wat Hij in jou en in deze situatie kan doen.
De helm des heils wordt vaak uitgelegd als het beschermen van je denken en terecht want veel van onze houding wordt door ons denken bepaald. Maar het kan ook worden uitgelegd als : Wie is het hoofd, de baas, de autoriteit in deze situatie? Voordat we het weten, regelen wij zelf hoe wij denken dat iets gedaan moet worden, en gaan we op Gods troon zitten, in plaats Hem Heer te laten zijn over de situatie.
Het zwaard des Geestes, is het aanblazen van de Heilige Geest in ons en in de situatie, want waar de Geest is, is vrijheid.

Geestelijke strijd vraagt om een heleboel activiteit, maar bijzonder genoeg is de richting van die activiteit bijna niet naar buiten gericht op zaken die er gebeuren, maar bijna geheel gericht op God.
In het verleden zag ik strijd als iets wat van buitenaf naar je toe komt en een wapenuitrusting die je aan de buitenkant als kleding over je naakte lijf aan trekt.
Maar de strijd speelt zich af in het geestelijke, onze geest en onze ziel die wordt aangevallen, dat is niet aan onze buitenkant. Het gaat niet om vlees en bloed. De wapenuitrusting beschermt onze zielen en ons geestelijk gebied. Als dit geestelijk gebied en ons innerlijk totaal met God vervuld is, blijft er geen plaats meer over voor de boze om zijn voet neer te zetten: dan zijn we geheel Gode ten eigendom. Daardoor heeft het hanteren van de wapenuitrusting meer te maken met je volledig op God richten.
Jacobus begreep dit principe van God te vergroten om strijd te verdrijven. V4:7 “Onderwerpt u aan God maar biedt weerstand aan de duivel en hij zal van u vlieden.8. Nadert tot God en hij zal tot u naderen”.

Interpretaties van Gen.1

Vanuit een theologisch standpunt zijn er een aantal hoofdstromingen te onderscheiden hoe Gen.1 wordt geïnterpreteerd.
(Die verschillende  manieren van uitleggen binnen het christendom maken het naar het onderwijs niet eenvoudiger. Misschien ligt hier voor theologen een uitdaging om een eensluidende visie aan onderwijsinstelling aan te bieden. Bijna al het onderwijsmateriaal op scholen, gaat van evolutietheorie uit. Zelfs wanneer dit niet wordt benoemd, beïnvloed de evolutietheorie de aardrijkskunde, biologie lessen en de vakgebieden van de ethiek. Een kritische blik op onderwijs is voor iedere christen/ouder dus op zijn plaats.)
Maar laten we ook een kijkje nemen in onze eigen gelederen. Elke hoofdstroming kent namelijk zijn eigen onderbouwingen en zijn eigen tegenargumentatie. Als je je ervan bewust bent dat jou persoonlijke mening binnen een bepaalde stroming valt en wat daar voor of tegen spreekt, kan dit tot een interessante dialoog leiden met mensen die een andere mening hebben.  Mits dat gesprek natuurlijk vanuit respect en naaste liefde wordt gevoerd. Hoewel het scheppingsverhaal zo eenvoudig wordt verteld dat zelf een kind het kan navertellen, is er heel veel meningsverschil over het begrip van wat we lezen.

DSC_1193
Du Verdon 2013 N.M.Wagemans

Hier volgen de hoofdlijnen:
-Jonge-aarde litteralisme of Creationisme gelooft in de letterlijke opvatting, van een zes daagse schepping , dagen van 24 uur en een aarde van 6000 jaar oud. De visie was de standaard opvatting van de kerkvaders tot ver in de 18de eeuw.
-Oude-aarde litteralisme: komt in grote lijnen met de vorige theorie overeen, maar verondersteld dat de datering van Gen.1:1 mogelijk veel  ouder is en sluit een miljoenen oude aarde niet uit.
-De Gap theorie/ restitutie of herscheppingstheorie genoemd, verondersteld een ongekend lange tijd tussen de 1ste zinnen van Gen.1:1, waardoor de aarde woest en ledig werd. De val van de satan is de veroorzaker van verwoesting en na mogelijk miljoenen jaren is er sprake van een 6-daagse schepping.
-Bij de Dag-tijdperktheorie of Progressief creationisme worden scheppingsdagen verondersteld tijdperken aan te duiden, gebaseerd op 2 Petrus 3:8: bij God is 1 dag als 1000 jaar.
-De Kadertheorie ziet de 8 scheppingsdagen als een literair kader waarin het scheppingsverhaal wordt vormgegeven, als een vertelstramien. Een bewuste literaire compositie, die niet letterlijk historisch gelezen moet worden.
-Intelligent Design gaat er vanuit dat de schepping zo complex is dat er wel een Schepper aan ten grondslag moet zijn. Alle onderdelen sluiten naadloos in samenwerking op elkaar aan, in al zijn specifieke  complexiteit. De theorie baseert zich niet noodzakelijkerwijs op de God van de Bijbel, maar wordt wel door veel christenen gehanteerd.

Misschien staat jou zienswijze over details-uitleg van een bepaald vers hier niet bij, toch is het zeer interessant om je te verdiepen in de argumenten die spreken voor of tegen een bepaald standpunt. Mogelijk kan dit overzicht je helpen in je zoektocht.

Bibliografie
ETA. (2010). In H.v.Nes, Pentateuch (pp. 10-18). Zwijndrecht: St.Eta.
Paul, M.-J. (2009 jaargang 2). Hoe lezen we Genesis 1-2? Studiebijbel magazine, 8-9.

De eerst geborenen der ganse schepping

In navolging van het vorige stuk over Gen.1:4 waar God sprak “er zij licht”, wil ik nog twee teksten naar voren brengen die de gedachte ondersteunen dat hier van Jezus gesproken wordt.

Kol.1:15-17 Hij (Jezus) is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is vóór alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem.
Twee woorden wil ik hier vanuit het Grieks belichten.
“Beeld van de onzichtbare god”; het woord ‘beeld’ spreekt van een volmaakte kopie zoals een spiegelbeeld. Het woord ‘eerstgeborenen’ in het Grieks bestaat uit ‘protos’= eerste en ‘tikto’= naar voren brengen. Het licht, is de eerste die in de schepping naar voren wordt gebracht in die 1ste Gods woorden ‘er zij licht’. In Hem hebben alle dingen zijn bestaan, want alles wat geschapen is werd in dat licht geschapen.
Even een opmerking terzijde, nu is het ook niet moeilijk meer om het Goddelijk meervoud te verklaren in de tekst “laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis”, Gen.1:26. Aangezien er twee personen in het scheppingsproces aanwezig zijn: God de Vader en Jezus het licht en het leven.

De tweede tekst komt uit Openbaringen, waarin we zien dat in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, de nieuwe schepping terug keert naar de situatie zoals ik in Gen.1 veronderstel, voordat op de 4de dag de zon en maan wordt geschapen.regenboog
Openb.21:23 En de stad heeft de zon en de maan niet van node, dat die haar beschijnen, want de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar lamp is het Lam.
In deze situatie is er sprake van licht zonder dat daar de tastbare dimensie van zon en maan bij betrokken is. Daarbij wordt het Lam als de bron van dat licht aangewezen.
Hoe dicht de nieuwe situatie de eerste scheppingsdag benadert blijkt uit 21:1 En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer.
Let even op het laatste stukje van de zin: en de zee was niet meer. Gods tweede scheppingsdaad was Gen.1:6 “Daar zij een uitspansel in het midden der wateren en dit maakt scheiding tussen de wateren en de wateren”, en op de derde dag : “Dat de wateren onder de hemel op één plaats samen vloeien”.
Het scheiden van land en zee volgt direct na ‘er zij licht’ en de scheiding van licht en duisternis, en die zee is in openbaringen ook niet meer aanwezig.
Nu wil ik niet te veel ingaan op de eigenschappen en de dimensie waarin we dit gedeelte van Openbaringen kunnen verstaan, ik wil slecht wijzen op de gelijkwaardige situatie, waarin het lam wordt aangewezen als het licht, waarin alle dingen zijn bestaan vinden.
Hij is de eerst geborene van de ganse schepping.

Er zij licht

Gen.1:3 en God zeide er was licht; en er was licht.4 en God zag dat het licht goed was en god maakte scheiding tussen het licht en de duisternis.

In mijn vorige stuk heb ik geschreven dat in Gen.1:4-5 de dimensie van de buitenste duisternis(matt.8:12) is geschapen. Het verdient nadere toelichting waarop ik die gedachte baseer.

Het licht en de duisternis die in v1:4 wordt gescheiden, is niet als de zichtbare licht en duisternis zoals wij die kennen. De tastbare dimensie wordt geschapen op de derde dag in v14, waar God de zon de maan en de sterren aan het uitspansel plaatst.
Dus welk licht en duisternis wordt hier gescheiden in v4?
Laten we kijken op welke wijze de termen licht en duisternis worden gebruikt in de Bijbel. Het zijn veel gebruikte woorden, maar vaak wordt het niet in de letterlijke zin gebruikt. Ik wil twee voorbeelden aanhalen:
Matt.6:23 Indien nu wat licht is in u, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis!
Rom.13:12 De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des lichts.
Licht en duisternis worden gebruikt als begrippen om God en de boze aan te duiden. Nu is God Geest, dus we spreken over een geestelijke dimensie, waarin het scheiden plaats vindt.
Het feit dat er in v.2 reeds duisternis aanwezig is in die geestelijke dimensie, laat veel ruimte over voor de gedachten dat reeds voor v.2 al verschillende zaken zijn gepasseerd die hier niet worden beschreven. Gen.1 concentreert zijn verhaal op de schepping van de mens en de prachtige volmaakte wereld waarin hij wordt geplaatst en beschrijft niets over Gods zaken die in de hemelse gewesten hebben plaats gevonden. Het is God liefdesbrief aan de mens.

Wat wel blijft intrigeren is dat God, die licht is, sprak : Er zij licht.
Mogelijk kan Joh.1 meer begrip geven voor wat hier gebeurd.
Joh.1:1 In den beginne was het woord en het woord was bij God en het woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door het woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. In het woord was leven en het leven was het licht der mensen; en het licht schijne in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen. Dit wordt geschreven van Jezus Christus.
Nu neem ik even de vrijmoedigheid op de teksten iets uit elkaar te halen en passages van Joh.1 naast passagen van Gen.1 te zetten:
“Er zij licht en het licht was goed; het leven was het licht der mensen”. “En de duisternis heeft het niet gegrepen; God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis”.
De passages vullen elkaar aan. Het is aannemelijk dat Jezus het licht is wat in Gen.1 in de wereld wordt gezduifonden en in Zijn niet stoffelijke verschijning ten volle betrokken is, en deel uit maakt van hetgeen geschapen wordt. “Alle dingen zijn door het Woord geworden”.
Daarmee is zowel het licht als de duisternis in Gen.1:4-5 gedefinieerd.

Kennis van Goed en Kwaad.

Gen.2:16 van alle bomen in de hof mogen jullie vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.

100_5235
Beaufort Luxemburg N.Wagemans

Er zijn theorieën die veronderstellen dat kennis de wortel van alle kwaad is. Gebaseerd op deze tekst dat ze niet mogen eten van ‘kennis’…. van goed en kwaad. De nadruk ligt in deze stelling op het 1ste woord. Ik kan me daar niet zo goed in vinden, dus hier komen mijn gedachten over deze zaak.

Ik vertrek vanuit van de volgende zienswijze: In Genesis 1 worden dimensies geschapen.
Het geestelijke wordt gematerialiseerd in het stoffelijke en tijd wordt geschapen. De 1ste dimensie die ontstaat is die van ‘Gods aanwezigheid’ en ‘Gods afwezigheid’.
“Duisternis lag op de vloed” v2 en “En God zeide er zij licht”. Er zij licht is de 1ste scheppende daad, en de 2de daad is scheiding maken.
Waar licht is kan duisternis niet zijn, duisternis is de afwezigheid van licht, dus de duisternis krijgt een andere plek, buiten God, de buitenste duisternis (matt.8:12). Gen.1:4 ‘God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis’ en een nieuwe dimensie is geboren. ( toelichting in het volgende stuk)
Er is nu een plek waar God is en daarin gaat Hij in scheppen, nieuwe dingen uit het niets maken. De mens die wordt geschapen is naar het beeld en gelijkenis van God. God is vol van kennis, waarheid en heiligheid. Er wordt nergens melding gemaakt dat Adam en Eva in alles naar Gods beeld zijn, behalve in kennis, dit even los van welke maat van kennis het betreft.
Op basis van onze gelijkenis lijkt het me al niet mogelijk dat Adam en Eva geen kennis bezitten, maar daarnaast kan het bezit van kennis aan de volgende zaken worden afgeleid.
-Als je in staat bent alle dieren een naam te geven, hun aard en hun wezen kan benoemen, kan je hetgeen je ziet interpreteren, dus is er kennis.
-Een 2de punt is, je kan een baby die zonder kennis is geen gebod opleggen en daar nog een consequentie aan verbinden ook, maar Adam en Eva kregen een gebod. God vraagt niet het onmogelijke van de mens.
-Daarnaast kan je iemand zonder kennis niet vragen om ‘te heersen over…’1:26, je kan niets besturen als je geen kennis hebt. Mijn conclusie is daarom, dat Adam en Eva zeer intelligente wezens waren met kennis.

‘Kennis ansicht kan dus niet de wortel van alle kwaad zijn, zeker als God bij de profeten stelt, dat Zijn volk ten onder gaat door gebrek aan kennis (Hos.4:6)
Wat Adam en Eva echter niet hadden was kennis van afwezigheid, iets wat niet is. Ze waren beiden naakt en hadden geen kennis van het ontbreken van bedekking. Dit was eenvoudig weg wat ze waren, vissen hadden schubben, dieren een pels en de mens had een huid.
Wat ze niet hadden, stel ik mij zo voor, was ‘niet-kennis’, kennis van zaken die niet zijn, niet bestaan. Zoiets als 1+1=3, dat bestaat eenvoudig weg niet, dat is een leugen/ afwezigheid van waarheid. Ze leefden in de aanwezigheid van God en hadden geen kennis hoe het is om te leven ‘afwezig van God’. Deze ‘niet-zaken’, ‘afwezigheidskennis’, zat weggesloten in de eerste scheppingsdimensie, de afscheiding van duisternis, waar de mens geen toegang toe had gekregen.
Zij konden deze ‘afwezigheids’-dimensie niet zien.
Dit is waar de boom van kennis van goed en kwaad toegang toe gaf. (geen ware vrijheid, als je niet kunt kiezen!)
Toen hun ‘ogen werden geopend’ zagen ze dingen die er ‘niet-waren’ zoals geen bedekking. Ze zagen, en daaruit vloeide gevoelens voort: schaamte. Dit was er nog niet, het werd zichtbaar, doordat ze in de dimensie van afwezigheid konden zien; waar licht ontbreekt, waar waarheid ontbreekt, waar leven ontbreekt en waar God Niet is.
De mens hoort daar niet, hij is bedoelt om in de aanwezigheid van God te leven, waar volheid van licht en leven is, zonder zaken die daar iets aan afdoen.
Als je dus al zou kunnen spreken over de wortel van alle kwaad, zou ik willen zeggen: het is de afwezigheid van God.

Jes.11:2 (De Messias) op hem zal de Geest des Heren rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van Kennis en vreze des Heren.

Prioriteiten

In de tijd dat mijn gezin vol drukte en gedoe was, leken er niet genoeg uren in één dag te zitten. Er leek altijd meer werk te zijn als tijd. Kinderen die overal naar toe gehaald en gebracht moesten worden, vriendjes die bleven spelen, huishouden, relatie en ook nog taken in de gemeente, natuurlijk. Dat doe je gewoon. In de gemeenten zijn er altijd meer taken als handen, dus blijft er altijd wat te wensen over.
Veel gegeven onderwijs aan gezinnen in gemeenten is daarom ook:  Stel de juiste prioriteiten. Op de eerste plaats staat je relatie met God, daarna komt je gezin en dan pas de gemeente. Niemand mag zijn gezin verwaarlozen omdat hij zoveel taken in de gemeente doet.
God stelt tussen 1 Cor.12&14 ook een prioriteit, een geestelijke prioriteit.
Liefde komt op de eerste plaats voor de gaven.
De gaven zijn mooi, geweldig, goed en belangrijk, maar er ontstaat al snel verwarring, door de gaven een grotere plaats toe te kennen als dat ze behoren in te nemen. Ze worden immers door God gegeven, ze vormen bijna een soort bewijs dat God aanwezig is. God werkt in de gemeente, dus Hij is er, maar de Bijbel geeft er een subtiele ordening in.
1 Cor.13:2  Al ware het dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles, wat er te weten is, wist, en al het geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik had de liefde niet, ik ware niets.
Dat zijn toch grote zaken: Volledige kennis, openbaring over geheimenissen, perfecte profetieën, mega-geloof, dat verdient toch de hoofdprijs, de eerste plaats op het erepodium?
Als ik de liefde niet had, ware het niets!
Je kan iemand doodslaan met de waarheid. Je kan alle gelijk van de wereld hebben en alle mensen om je heen verliezen, als die waarheid niet in liefde wordt gehanteerd.
Gaven als profetie, kennis en geloof zijn gegeven om op te bouwen. Ze werken in relatie tot andere mensen, daarom is het noodzakelijk dat de liefde prioriteit krijgt. De gaven zijn niet door God geven om Zijn aanwezigheid te bewijzen, maar om ons te helpen, ons op te bouwen in geloof, om de relatie met Hem te versterken.DSC_4814
Geestelijke prioriteit ziet er dus als volgt uit: God op de eerste plaats, liefde komt daar uit voort, en die geeft sturing aan de gaven van de Geest.
Het lijkt een subtiel verschil in de praktijk van de gemeente, maar misschien zet Paulus het daarom wel in de extreme vorm neer. Niemand, behalve Jezus kent alle geheimenissen, Niemand behalve Hij alleen spreekt perfecte profetieën en heeft volmaakt geloof. Jezus liet de uitingen van de gaven van de Geest niet voorop staan in Zijn bediening, dus dienen wij onze veel onvolmaaktere uitingen de juiste plaats in de gemeente toe te kennen.
Laten we ons in de eerste plaats op God richten en genieten van al het moois wat Hij uit die relatie doet voortvloeien.

Ruil perfectie in voor liefde.

love-957023_640
https://pixabay.com/nl/liefde

Ik denk dat iedereen die actief is in het koninkrijk Gods, of op welke wijze dan ook verantwoordelijkheid draagt in de breedste zin van het woord, op een bepaald moment wel eens gegrepen wordt door de angst om het fout te hebben. Ik heb zelf ook een periode geworsteld met vragen als: ‘Heb ik Gods stem wel goed verstaan; wat nu als ik het verkeerd zie en mensen een verkeerde uitleg geef of ze hele verkeerde dingen leer’… Ja, wat dan?
Dan kan je mensen op het verkeerde been zetten, ze de verkeerde kant op wijzen, dus er kleven gevolgen voor anderen aan mijn verkeerde zienswijze! Er zijn voorgangers die geloven dat God het hun dubbel zal aanrekenen, want Hij heeft de verantwoordelijkheid op hun schouders gelegd om het goed te vertellen en de juiste theorie te onderwijzen. De tekst die hierbij wordt aangehaald is Hebr.13:17 “Gehoorzaamt uw voorgangers-daar zij rekenschap zullen moeten afleggen”.
Deze angst om het fout te hebben kan bij periodes in je leven behoorlijke greep op je handel en wandel hebben. Wie deze “stok” van perfectionisme door angst stevig in handen heeft, zal die als ‘maatstaf’ leggen over de mensen waar zij zich verantwoordelijk over voelen. Onzuiverheden en fouten moeten korte metten mee worden gemaakt, voordat het uitgroeit tot iets groters!
Dit alles schoot door mijn hoofd toen ik de eerste zin van 1 Cor.13 tot mij door liet dringen. “al sprak ik met de tongen van engelen”, volmaakt dus, zonder zonden :”Maar ik had de liefde niet, ik ware schallend koper”.
Mensen hebben het nooit 100% goed of 100% fout. Elke leider heeft wel uitspraken, interpretaties of leringen, waar je kanttekeningen bij kan plaatsen.
En ik geloof dat God dat vergeeft! zoals Hij mij vergeeft en wij deze leiders dienen te vergeven. Wij zijn allen kinderen van God, wie of wat onderscheid leiders of ieder die enige verantwoordelijkheid draagt? Wat hebben zij dat zij niet hebben ontvangen? (1Cor.4:7). Allen hebben gezondigd en ontvangen van de genade.
Maar wie in de kramp is geraakt, doet er goed aan de stok die hij voor zichzelf en anderen tot maatstaf heeft gemaakt , bij God op het altaar te leggen. En hem om te ruilen voor liefde.
Want geen van deze maatstaven kan het volmaakte brengen, maar God stelt dat liefde de hoogste en de beste maatstaf is van allemaal.
“Streef dan naar de hoogste gave” (12:30). Maak er je goal van om gekenmerkt te worden door goedertierenheid, lankmoedigheid, geduld en trouw zonder verbittering. En de liefde Gods, die alles te boven gaat, zal al onze fouten zo ver van ons weg doen, als het oosten van het westen verwijdert is.

Spr 10:22 De zegen des HEREN, die maakt rijk, zwoegen voegt er niets aan toe. (2)

Onze Bijbelvertaling maakt het niet eenvoudig voor ons om te onderscheiden wat het verschil is tussen, ‘gezegend functioneren naar ons scheppingsdoel’ en ‘zwoegen’. (zie deel 1)
In beide situaties wordt namelijk het woord “werken” gebruikt in onze vertalingen.  Werken dat roept bij ons de associatie op aan inspanning, die niet altijd leuk en wenselijk is, waarin je kunt slagen of falen en waar een beloning tegenover staat. In een Bijbelse context heeft ‘werken’ een andere betekenis.
Denk bijvoorbeeld even aan de tekst in Ef.2:10 Zijn maaksel zijn wij, in christus Jezus geschapen om goede werken te doen. Of wat dacht je van Ps 104:24 vertaald met: Hoe talrijk zijn uw werken, o HERE, Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt; de aarde is vol van uw schepselen.
Gods scheppen wordt hier aangeduid met het woord ‘werken’. God heeft niet met grote moeitevolle inspanning, of met enige tegenzin, in het zweet des aanschijns, voor een beloning,  geschapen!
‘Goede werken’ verwijst niet naar een extra inspanning voor Christenen, die ze ook nog eens moeten doen naast hun dagelijkse beslommeringen. Het woordje ‘werken’ zet ons op het verkeerde been.
Wat dacht je van het voorbeeld uit Ex 36:1 waar twee kundige mannen worden aangesteld om de tabernakel in te richten. Het is duidelijk dat deze mannen een enorme gaven hebben en die voor God mogen gebruiken, maar gebruikt wordt het woordje is.….’werken’:  “Zo moeten Besaleël en Oholiab werken, en iedere man die kunstvaardig is, aan wie de HERE wijsheid en inzicht in die dingen geschonken heeft, zodat hij verstand heeft van het vervaardigen van al het werk voor de dienst van het heiligdom, overeenkomstig alles wat de HERE geboden heeft”.

In het Hebreeuws zijn er 64 verschillende woorden voor een inspanningsverrichting, waarvan er maar 2 of 3 gaan over “arbeid” tegen betaling of “zwoegen”, maar in het Nederlands zijn al deze woorden voor inspanningsverrichting vertaald met ‘werken’.
Bij de strongs in het Hebreeuws vindt je onder andere de volgende woorden,  vertaald naar ons woord voor WERK:
khaw-kaw’, tekenen, schetsen, op kunstige wijze uitdrukking geven; khar-o’-sheth=uitsnijden, snijden; daw-bar = zeggen, spreken, verklaren; mif-law-aw’ = wonderwerk….
Daarmee is de verkeerde opvatting over de betekenis van de inspanning geboren.

milky-way-916523_640
https://pixabay.com

Er is dus een duidelijk verschil tussen ‘gezegend zijn en naar Zijn zegen wandelen’ en ‘zwoegen’, een  toegevoegd gevolg van de zondeval.
Het is een grote zegen, een grote blijdschap, te mogen doen waarvoor je bent gemaakt.
– Iedereen is geroepen om vrucht te dragen.
– Iedereen is geroepen om de aarde te vervullen en onderwerpen.
– Iedereen is geroepen om te heersen over de schepping;
Daarom staat er in Rom 8,19 Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods.
De schepping heeft het nodig dat de kinderen Gods gaan functioneren zoals God ze bedoelt heeft om te functioneren, waartoe Hij ze heeft gezegend, met kracht heeft bekroont om dat te doen.
Er wordt op je gewacht, er wordt naar je uit gezien!