2018

Gisteren kreeg ik een mailtje binnen die mij uitdaagde om te bidden over hetgeen 2018 kan brengen. Wat wil God het komende jaar gaan doen?
Die vraag bracht een nadenkende glimlach op mijn gezicht. Op één of andere manier zien we het moment van jaarwisseling als het moment om daarover na te denken.
Even vooropgesteld, het is goed om daarover na te denken, om uit te zien naar wat gaat komen en jezelf daarom voor te bereiden. Maar eigenlijk is ‘oud en nieuw’ daar net zo’n discutabel moment voor als het tijdstip van onze kerstviering, waar we wel discussie over voeren.
Onze oud en nieuw viering is vastgelegd door de gregoriaanse kalender die in 1582 werd ingevoerd. Deze kalender heeft niets meer met God vieringen te maken.  Dus een christelijke oproep om Gods plannen zoeken, naar aanleiding van een heidense kalender die in onze cultuur geworteld zit, is op z’n minst grappig.

Maar als ik vooruit kijk zie ik wel een heleboel dingen aankomen, zowel wat betreft de gemeente als privé. Mooie en bijzondere dingen waar ik me op kan verheugen. Er komen ook zaken die me onzeker maken en waarvan ik nu nog geen idee heb hoe dat gaat aflopen. En er zijn situaties die ik graag verandert zou willen zien waarvan ik niet weet of 2018 die gewenste verandering brengen.
Maar één ding weet ik zeker, deze zaken gaan aanspraak maken op een deel van mijn tijd.
Hoe daarop voor te bereiden?
Als ik niets doe kan ik erop wachten dat mijn agenda zo vol loopt, dat er dingen uit mijn handen glippen. Een scenario wat leidt tot een hoop stress en frustratie. Een neveneffect daarvan is dat ik zeer beperkt bruikbaar ben voor God, doordat ik Hem weinig ruimte kan geven.
Veranderen is niet gemakkelijk. Activiteiten schrappen die ik erg leuk vindt om te doen, dat doet pijn. Het vraagt moed om los te laten, maar dingen half doen of afraffelen maakt mij niet gelukkig. Daarom heb ik besloten dat ik mijn blog los zal moeten laten.
Ik wil iedereen bedanken die de aandacht en de tijd hebben genomen om mijn stukken te lezen. Dank jullie voor bemoedigingen of kritische opmerkingen.
Ik wens iedereen een gezegend 2018 toe.

Advertenties

Genodigden van een koninklijke geboorte

In Nederland wordt een koninklijke geboorte aangekondigd door de Rijksvoorlichtingsdienst. Er wordt een vlaginstructie uitgevaardigd, op alle overheidsgebouwen wordt de vlag met oranje wimpel geheven en er worden 101 saluutschoten afgevuurd.
Belangstellenden en bezoekers kunnen voor de deur gaan staan, maar ze zullen een poosje geduld moeten hebben. Eerst komen de familieleden aan de beurt om de koninklijke telg te bewonderen en later wordt het kind, prachtig aangekleed aan het land getoond.
Hoe anders de geboorte van Jezus. Gods genodigden bestonden uit 3 wijzen en herders.
Niet de allerhoogste leiders van de Joodse gemeenschap, geen koningen, geen burgemeester, geen vlaggen, geen saluutschoten,……maar een engelenkoor.
Pure aanbidding, ontdaan van alle formaliteiten.

Er zit een mooie vergelijking in Gods genodigden.
God nodigde mensen uit die heel hun hart hadden gericht op onderzoeken, uitzien, er klaar voor willen zijn en de wens om te begrijpen, de wijzen. Maar er zijn ook mensen wiens gave dat niet is. Zij zijn eenvoudigweg wakker, opletten, klaar op te reageren op wat er maar komt, de herders.
De farizeeërs, de Schriftgeleerden en de romeinse koning hadden het ook kunnen weten, want zij waren degene die de 3 wijzen naar Bethlehem stuurden, Matt.2:3-8. Zij waren ook gericht op het vergaren van kennis, maar handelden er niet naar. Misschien hadden ze alle te samen zelfs meer kennis als de 3 wijzen die navraag kwamen doen, maar het zette hun niet in beweging. Ze gaven een opdracht mee: ”Ga voor ons onderzoek doen en breng verslag uit”.
Kennis zonder geloof is goed in het geven van opdrachten. En nadat zij uit de 2de hand hebben vernomen wat er zou kunnen zijn, gaan ze beoordelen wat ze ervan vinden: goedkeuren of afkeuren?

De herders bevonden zich niet in een kaal veld zonder een mens in de buurt. Er lagen dorpen om het veld, met een herberg die Jozef en Maria een plek in de stal gaven. Er moeten meer mensen zijn geweest die het licht gezien hebben en misschien ook wel het geluid van de engelen. Ook zij werden daardoor niet tot actie aangezet. Morgen weer vroeg dag, misschien is het wel een bijwerking van zaken die ze tot zich hebben genomen of wordt de aanbidding overstemt door hun eigen muziek. Nog even omdraaien in hun bed en de koninklijke uitnodiging gaat en hen voorbij.
Maar er is geen belemmering voor wie onderzoeken en geloven; voor wie wakker zijn en handelen. Zij zullen zich verheugen met grote vreugde. ‘Zij vallen neer, bewijzen Hem hulde en bieden kostbare geschenken aan’ Matt.2:11. God zal tot hen spreken in dromen, door engelen en door de profeten. En zij zullen horen, zij zullen gaan, Gods genodigden.

Geboren voor genade

Lucas 1:5. Er was in de dagen van Herodes, de konink van Judea, een priester, genaamd Zacharias, behorende tot de afdeling Abia, -en zijn vrouw was uit de dochters van Aaron en haar naam was Elisebeth.
Zij waren beiden rechtvaardig voor God en leefden naar alle geboden en eisen des Heren, onberispelijk.
Zij waren kinderloos, omdat Elisabeth onvruchtbaar was en zij waren beiden op hoge leeftijd gekomen.
Hem verscheen een engel des Heren, staande ter rechterzijde van het reukofferaltaar.
Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elisabeth zal een zoon baren en je zal hem de naam Johannes geven.

De boodschapper die voor Jezus uitgaat heeft ons veel te vertellen, hij baant de weg en wijst naar de geestelijke waarheid die Jezus ten volle openbaren zal. Zelfs zijn geboorte is een heen wijzing naar de volledige ontplooiing van de kracht die in zwakheid wordt geboren.

Neem nu Zacharias en Elisabeth, zij waren onberispelijk en rechtvaardig, maar toch waren ze kinderloos. Tot dat de engel verscheen was hun gebed om de schande weg te nemen onbeantwoord gebleven.
In ons menselijk denken zouden we misschien ervanuit gaan dat ze toch wel beloont zouden moeten worden voor hun vlekkeloze wandel. Er zijn geen obstakels voor de genezing van Elisabeth’s onvruchtbaarheid. God beantwoord toch onze gebeden, zeker als wij gehoorzaam zijn. Laten we die aannames, dat vermeende recht eens onder de loep nemen, vanuit een perspectief van de hemel.
-Kinderen zijn een zegen van God en hoewel wij van de schepping af zijn gezegend om vruchtbaar te zijn, worden niet alle zegeningen altijd in ons leven vrij gezet. Het is Gods wil dat wij gezond zijn zonder gebrek, maar door de zondeval is alles wat geschapen is, aangetast dus ook de kinderen Gods. Waarom zouden wij een uitzonderingspositie hebben, zijn wij geen schepping van God ?
-Die onberispelijke wandel waar we bij Zacharias en Elisabeth tegenop kijken, is eigenlijk een wandel naar onze identiteit, heilig. ‘Weest heilig, want Ik ben heilig’, zo horen wij heilig te zijn. Feitelijk leeft dit echtpaar normaal, vanuit de hemelse gewesten gezien. Wandelen naar je hemelse identiteit is geen verdienste. Eigenlijk is abnormaal om uit je identiteit te vallen. Maar de boze heeft ons allemaal verleid om ons regelmatig te gedragen naar een leugenachtige alter-ego die onze identiteit niet is. Niemand is rechtvaardig, zelfs niet 1, allen zijn onnuttig geworden (Rom.3:11-12)
-Anderzijds kunnen we wel zegeningen van God weg zondigen, doordat we door te zondigen de deur open zetten voor de boze om te roven en te plunderen. We staan rechten af aan de boze.
-Dan is er een liefdevolle, genadige Vader nodig om ons te vergeven; om ons weer terug te brengen in de identiteit van het zoonschap; om de macht Gods te openbaren; om zegen vrij te zetten; om onze rechtmatige grond in handen van de boze terecht is gekomen, terug te geven.

Dat is de openbaring van de voorloper. Ιωαννης -Ioannes in het Grieks betekend ‘Jahweh is genadig’, afgeleid van het Hebreeuwse ‘Yochanan’ – ‘de door God begenadigde’. Hij wijst naar de volle genade van God die openbaar zal worden.
Ieder die zegen en rechtvaardigheid verwacht te bereiken door een “onberispelijke wandel”, grijpt in doorns en distels, de vloek van de zondeval.
Wie in afhankelijkheid durft te leven van Gods genade, het bloed van Jezus Christus om ons schoon te wassen van de zonden en de vloek, die zal leven.
We zijn zo afhankelijk als een kleine baby, die niets voor zichzelf kan bewerkstelligen.
Een baby die er niets aan kan doen dat hij zijn eigen luier vol poept en slechts kan huilen en schreeuwen tot liefdevolle handen hem komen verschonen. Een baby die zichzelf niet kan voorzien van een gezonde maaltijd en niet in staat is om zichzelf aan te kleden. Dat is de genade waarheen de geboorte van Johannes wijst. Hij zal leven voor degene uit, die Leven geeft. Wijzen op de genade die het kind na hem openbaart.
“Een kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven en de heerschappij rust op zijn schouders en men noemt Hem Wonderbare raadsman, sterke God, Eeuwige vader, Vredevorst”, Jes.9:5.

Geloof waarvan geschreven wordt.

Luc.1:30 wees niet bevreesd Maria, want je hebt genade gevonden bij God. Je zal zwanger worden en een zoon baren en je zal Hem de naam Jezus geven.
1:5 Zacharias behoorde tot de afdeling van Abia, zijn vrouw Elisabeth was uit de dochters van Aaron. Ze waren beiden rechtvaardig voor God en leefden naar alle geboden en eisen des Heren, onberispelijk.
2:25 In Jeruzalem was een man, Simeon, rechtvaardig en vroom en hij verwachte de vertroosting van Israël en de heilige Geest was op hem. 36 Ook was daar Anna, een profetes, dochter van Fanuel uit de stam van Aser. Zij diende God onafgebroken in de tempel met bidden en vasten, nacht en dag.

In het geboorte verhaal van Jezus laat slechts van een handje vol mensen zien, die in geloof volledig de realiteit van Jozef en Maria’s zwangerschap omhelzen en verwelkomen. Elisabeth en Zacherias, die onderdeel uitmaken van het wonder. Simeon en Anna, die volledig op God gericht zijn en de Messias verwachten.
Zie je hoeveel mensen er in het verhaal ontbreken? Waar zijn de ouders van Jozef en Maria, waar is de gemeenschap van de synagoge, het dorp en de stam waar Jozef en Maria bij horen, hun broers en zussen, hun vrienden? Lucas spreekt geen kwaad woord over ze, maar ze schitteren van afwezigheid. Maria reist voor 3 maanden af naar haar tante en zelfs Jozef zijn 1ste impuls is weggaan.

Er ontstaat nieuw leven op een plek en op een tijdstip waarop het er nog niet mag zijn!
Dit hoort niet, dit is onbehoorlijk. Zwanger voordat ze is getrouwd! En als Jozef en Maria dan om een verklaring wordt gevraagd, durven zij zich ook nog eens op God te beroepen! God kan dit toch niet goedkeuren, er staat toch duidelijk geschreven dat…..
Achteraf, 2000 jaar later is dit verhaal veel gemakkelijker te accepteren. Wij hebben een volledige Bijbel in handen, kunnen alle beloften en profetieën naast elkaar leggen. We kunnen het wonder lezen, maar hoe zouden wij er tegenaan gekeken hebben met de beperkte kennis van die tijd? Dan zou de bovenstaande beschreven reactie wel eens akelig dicht tegen ‘onze waarheid’ kunnen liggen.

Toch hebben deze 4 oude mensen, die Gods woord zo goed kenden en leefden volgens de wet, ook een groot geloof en respect voor God. Dat geloof en respect maakt voor hun een weg om de wet heen, om te kunnen zien in de Geest wat God doet. Zo kunnen ze ook zien wat er nog meer geschreven staat. Als je de waarheid wil kennen staan je gedachten open voor de openbaringen van de heilige Geest. Dan ben je bereid om je eigen mening los te laten en God groter te achten. Van deze mensen wordt met lof gesproken, zij zijn waardig om over te schrijven in Gods woord.
Heer vul mij alstublieft overvloedig met geloof, dat mijn eigen oordelen erdoor wegsmelten en de openbaringen van Uw heilige Geest mij helder voor ogen staan; dat ik mag zijn ‘tot lof uwer heerlijkheid’.

Zijn Goddelijkheid afgelegd.

Als social worker ben je niet altijd geschikt om met elke doelgroep te werken. Door alle professionaliteit heen blijven er aspecten in je werk die lastig zijn om te verwerken en die je meer raken. Sommigen kunnen heel goed met kinderen werken, terwijl een ander dat liever niet doet, want als er iets met een kind gebeurd doet dat emotioneel iets met je.
Eén van mijn collega´s vertelde hoe NHA cliënten haar aan het hart gaan. NHA staat voor `niet aangeboren hersenletsel`.  Je moet dan denken aan mensen die gezond geboren zijn, maar door een ongeluk of ziekte ernstig beperkt zijn geworden, bijvoorbeeld door een hersenbloeding of een ernstig ongeluk.
“Wat ik daar vooral zo erg aan vindt is het idee dat die persoon weet hoe het voelt om op te staan, de tv aan te zetten, iets te eten uit de keuken te pakken of zichzelf te douchen en aan te kleden”, vertelde ze. “Als iemand van jongs af aan in een rolstoel van verzorging afhankelijk is, dat weet ie niet hoe het is om je gezond te kunnen bewegen”.

Die gedachte hield mij bezig toen ik het begin van het Johannes evangelie onder de loep nam. Johannes begint het verhaal van Jezus niet bij Zijn geboorte, Zijn volwassen leven, of de beloftes en profetieën, maar “in den beginnen”. Toen Jezus nog het Woord bij God was en tijd nog niet bestond. Hij begint waar Jezus God is, met een Goddelijk lichaam, bewegend in de ruimte van eeuwigheid, met Goddelijke vermogens die ons verstand te boven gaan. Wij weten niet hoe dat is, welke onbeperkte mogelijkheden Jezus daar had, want wij hebben dat nog nooit ervaren.
Wat ik wel snap is dat Hij die vermogens aflegde om zichzelf zichtbaar, tastbaar en voelbaar te maken in onze wereld. En nog kleiner, dat Hij zichzelf als kwetsbare baby overgaf aan mensenhanden. De mens waarvan Hij wist hoe vuil, zondig en onvolmaakt ze zijn. Weerloos, niet in staat om te praten of uit de situatie weg te lopen, volkomen afhankelijk.

Dat raakt me, die totale afhankelijkheid van God de Vader, in het vertrouwen dat Hij in staat is om te voorzien in Zijn verzorging en Zijn noden in Zijn kwetsbare staat. Ervarend hoe het is wanneer er soms niet in je behoeften wordt voorzien, doorlevend alle emoties die je als kind hebt: bindingsangsten, buitengesloten worden, afwijzing of fysieke pijn.
Zijn verheerlijkte lichaam, die nog nooit ongemak had gevoelt,  ‘ingeleverd’ om ziekte te ervaren, pijn, honger, dorst en vermoeidheid te ondergaan. En er dan op moeten vertrouwen, dat dit niet boven Zijn menselijke vermogen zal gaan, het zal Hem niet doden (Jes.53:3-7). Erop vertrouwen dat Gods hand Hem geeft wat Hij nodig heeft om het te kunnen, want Zijn eigen majesteit heeft een onvoorstelbare transformatie,…degeneratie?? ondergaan.
In afhankelijkheid erop vertrouwen dat God de Vader in staat is om Zijn leven te beschermen tegen alle legermachten van de vijand en confrontatie met de satan ‘him self’, terwijl Hij zijn Goddelijke vermogens heeft afgelegd en aan de mens gelijk is geworden.
De afhankelijkheid van de Heilige Geest om Hem alles te binnen te brengen, hoewel dat slechts een fractie is van alles wat Hij zelf ooit geweten heeft. Voorheen was Hij nog nooit van de Heilige Geest gescheiden geweest. Alle macht, wijsheid, inzicht en kennis was ooit bij Hem, maar die past niet bij een lichaam van vlees en bloed, want onvolkome is ons kennen, wij zien door een spiegel in raadsels (1 Cor.13:12-13)
Erop vertrouwend dat God de Vader Hem daar zal brengen waar Hij moet zijn. Om Hem tot Zijn doel zal laten komen, dat Hij de mensen zal doen ontmoeten die Hij ‘moet’ spreken en op de juiste tijd, op de juiste plaats zal zijn. Doorlevend onze angst om te falen en ons doel te missen, hindernissen en obstakels in de ogen kijkend, mens als wij.

Jezus zelf gaf het voorbeeld, door Zijn Goddelijke vermogens af te leggen. Om te leven in kwetsbaarheid en afhankelijkheid en God onze hemelse Vader heeft niet gefaald. Mensen kunnen falen en ons bezeren, maar Zijn oog was gericht op Zijn hemelse Vader. Niet op Zijn te korten of op de handen die Zijn pijn veroorzaakten.
Heer help me van dat voorbeeld te leren; vergeef me mijn strijd en mijn worstelingen; help me te vertrouwen en in overgave te leven.

Bidt voor wie vervolgt worden.

Lucas verteld in het begin van zijn brief dat, velen getracht hebben het verhaal van Jezus te vertellen.
Er zijn dus meer verhalen in omloop, maar toch vindt Lucas het nodig om de feiten nog eens nauwkeurig op een rijtje te zetten. Met de motivatie die hij daarvoor geeft, om een nauwkeurig en betrouwbaar verslag te willen schrijven, suggereert hij dat hij er verslagen zijn die hij niet zo zorgvuldig en betrouwbaar acht.
Tja, dat probleem nog steeds actueel. Je hebt van die wijkjes of bedrijven waarbij je spreekwoordelijk, `aan het begin van de straat verkouden bent en aan het einde van de straat overleden´. Men heeft gehoord dat….en dan volgt er een 2de, 3de of 4de handsverhaal, wat steeds verder van de realiteit af komt te liggen maar ook zoveel onnauwkeurigheden gaat bevatten, dat je niet meer weet wat nu echt is. Het gevolg is smaad voor de mensen die het treft en onzekerheid bij anderen die oor aan de verhalen lenen.
Het is dus niet zo verwonderlijk wanneer politici of bepaalde landen deze tactiek als wapen willen inzetten, want het werkt. Of het nu gaat om een kleine gemeente of dat fake nieuws een land treft, de gevolgen van valse of onnauwkeurige verhalen kunnen veel schade aanrichten.

Ook als christenen ontkomen we niet aan dit soort schadelijke praktijken. Ik sta er wel eens versteld van wat er over voorgangers of grote sprekers wordt gezegd en geschreven. En vaak door mensen die niet eens ´ooggetuigen´ zijn geweest of hoor en wederhoor hebben toegepast.
Lucas brand er echter zijn vingers niet aan en dat is best knap als er met modder wordt gegooid. Hij benoemd de uitgangspunten van zijn brief en wat al die anderen vertellen dat is hun eigen verantwoordelijkheid. Wat er uit de mond van een ander komt dat kunnen we niet voorkomen, wel kunnen we verantwoordelijkheid nemen voor hetgeen waar wij ons geloof aan hechten en wat we zelf vertellen.
Maar we kunnen nog meer doen kwam ik laatst achter toen de heilige Geest me in gebed bewogenheid gaf voor de mensen die erdoor getroffen worden. “Heer help deze (voorgangers en sprekers of vul een naam in), dat ze mogen blijven staan in hun geloof, dat ze niet in hun schulp kruipen en stoppen van U te getuigen, zodat de vijand voordeel behaald; dat ze zich niet uitgelokt zullen weten om terug te slaan met woorden of dat boosheid en bitterheid hun hart zal besmetten. Bescherm hun families en hun kinderen tegen de kwalijke gevolgen. Zuiver alstublieft hun naam, wees hun eer, de God die hun hoofd opheft”.
Laten we niet ophouden te bidden voor onze leiders, onze broers en zussen, medemensen, die door roddel en laster getroffen worden. Wij zijn allemaal onvolmaakte mensen, die fouten maken, pijn en verdriet voelen en ongelofelijk getroffen worden wanneer er over ons gelogen en gelasterd wordt.
Het zou geweldig zijn als geruchten, onnauwkeurig of vals nieuws in Christelijke kringen niet voor zou komen, maar helaas is het wel zo en wij kunnen er iets aan doen.

Verlos me van religie.

In het vorige stuk heb ik gekeken hoe Mattheus het verhaal van Jezus start, zodat we dit met die van Marcus kunnen vergelijken. Mattheus start met de genealogie die laat zien hoe God door alle eeuwen heen zijn belofte heeft waargemaakt, ondanks menselijk handelen, omstandigheden of tegenstanders.
Marcus start dat er geprofeteerd is over Jezus’ en zijn handel en wandel. Er zal een bode voor Hem uitgaan, die de weg bereiden zal. De boodschap van de bode is: bekeer je, maak jou wegen recht ten opzichte van God. Laat je dopen als teken van je bekering en ontvang Gods vergeving. In die zelfde lijn pakt Marcus het verhaal van Jezus op. Na de dood van Johannes, in 1:15 evangeliseert Jezus “bekeer je en geloof het evangelie”.
Daarmee slaat Marcus het vertellen van Jezus zijn geboorte en kindertijd over en komt direct tot de kern, de volwassen functie van Jezus: ons witter wassen dan de sneeuw. ‘Bekeer je’, maar geen goedkope bekering, we ontvangen een duurbetaalde genade.

In zijn verhaal benadrukt Marcus de volmaakte wandel van Jezus. Een wandel die is ontdaan van elke religie, die dogma’s onderste boven haalt en ingaat tegen datgene wat mensen denken dat goed en fout is. De wijze waarop Jezus waarop dit doet mist alle kenmerk van religie, namelijk: oordeel, dwang en drang. Hij legt niemand iets op.
Wanneer wij mensen “bekeer je” gaan preken, zie je al bijna het opgeheven vingertje erbij. Wanneer wij ervan overtuigt zijn dat iets goed of fout is, kunnen we dat heel stellig presenteren. De ‘goed en fout’ opvatting zitten diep in ons denken, opvoeden en leven gegrift.
Daarmee lopen we het risico Jezus woorden ook zo lezen in Marcus, zijn opgeschreven taal is namelijk kort en directief. Bijvoorbeeld :”Komt achter Mij en Ik zal maken, dat je vissers van mensen wordt; (onreine geest) zwijg stil en ga van hem uit; of, ziet toe wat je hoort. Met de maat waarmee je meet zal je gemeten worden”. Dat kan heel dringend, zo niet dwingend gelezen worden. Het vergt een 2de keer lezen om te ontdekken wat er niet staat.

Simon en Andreas lieten hun netten wel achter, maar Jezus ging niet terug om tegen anderen vissers, die er ongetwijfeld waren,  te zeggen: “Hé joh, dit is belangrijk luister eens,  weet je wel waar jij heen gaat als je dood gaat?”. Hij ging niet bidden om Zijn zin te krijgen: “geest van ongeloof in stuur je weg en in Jezus naam geloof!”. Als Hij zegt “kom”, dan meent Hij dat, maar het is aan ons om het te doen of niet.
In 2:23 heeft Hij een discussie met de farizeeërs over aren plukken op de sabbat en zegt dan :”De sabbat is gemaakt om de mens en niet de mens om de sabbat”. Jezus confronteert ze met hun opvattingen door Zijn wandel, maar Hij zegt niet “jullie zitten helemaal fout, want…. en Ik wil dat jullie onmiddellijk stoppen op deze wijze sabbat te vieren of dit aan anderen te leren, want het is schadelijk”.
Het zijn de farizeeërs die komen met een oordeel “waarom doen Uw leerlingen wat op de sabbat niet mag?”. Jezus was het zeker niet eens met de opvattingen van de farizeeërs, maar Hij maakte er geen aandachtspunt van om die misstanden recht te gaan zetten. Anderzijds ging Hij ze niet uit de weg om openlijk afstand te nemen van hun “schandelijke leer”.
Religie zegt “je doet het fout; dat mag niet; zo moet je het doen. En op grond van wat geschreven staat laat ik jou zien dat je het verkeerd doet. Maar ik vergeef je en ik zal voor je bidden”.

Het ‘lezen’ wat Jezus niet deed, heeft me aan het denken gezet. Hoe dwingend ben ik eigenlijk? Ik kan ook hele stellige ideeën hebben, hoe het zit en wat iemand wel en niet mag doen. En het is lang niet altijd mijn taak en verantwoordelijkheid om daar iets van te vinden. Ik betrapte me erop dat ik in mijn gebeden soms ook ‘heel dwingend weet wat er in mijn opinie gebeuren moet’. Ik span God nog net niet voor mijn karretje om Hem te zeggen dat ik het een goed plan vindt als Hij dit zo snel mogelijk gaat uitvoeren, maar…die geest van denken zit er soms heus wel in. Heer help!
“Verlos me van elke vorm van religie. Maak mijn denken, lezen en horen er schoon van; en Heilige Geest van God help me te ontdekken wat ik bidden kan”.
Hoe het dan wel ‘moet’ met dat bidden, oh nee kan, wil ik graag van Hem leren.

Het begint met een belofte

Er heeft zich laatst een incident op mijn werk voorgedaan en om te onderzoeken hoe het heeft kunnen gebeuren werd gevraagd aan de mensen die hebben gewerkt, om te vertellen wat ze hebben gezien. Een eenvoudige vraag, maar daar komen heel verschillende verhalen uit, die ook heel verschillend beginnen. Want hoe begin je zo’n verhaal? Start bij de oorzaken die hebben geleid tot…Start je bij de betrokken personen, start je chronologisch, start je bij de hoofdlijnen?
Het begin van een verslag verteld vaak iets over de kijkrichting van de persoon, wat de verteller belangrijk vindt om over te brengen. Daarom boeit het me om te zien waar de schrijvers van de 4 evangeliën hun verhaal mee zijn gestart, want daarmee vertellen ze ons iets. Elk van de schrijvers van het evangelie onthuld een aspect van Jezus.

Als ik een tittel boven de start van Mattheus zou moeten zetten wordt het: Beloftes.
Hij begint met: Geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham. Abraham verwekte Isaak, Isaak verwekte Jakob, Jakob verwekte Juda en zijn broeders, Juda verwekte…
Zijn geslachtslijn begint niet bij Adam en Eva, wat chronologisch misschien begrijpelijk zou zijn, maar als 1ste noemt hij “zoon van David”. Dat is de geslachtslijn waaruit God heeft belooft dat de Verlosser zou worden geboren.
Jezus is de Zoon van de belofte. Die beloftes die starten bij Abraham, die de belofte had van een zoon. Wat Mattheus ons verteld is: God beloftes zijn “ja en amen”, en wij hebben deel aan die beloftes.
Het gaat namelijk niet om Gods zegeningen die Hij in het begin van de gehele schepping aan Adam en Eva geeft, maar het gaat om de beloftes die God geeft aan Zijn kinderen. Mensen die van God zijn, die hun leven aan Hem geven.

Aan Abram, in zijn onbesneden staat, beloofde God in Gen.12:2 Ik zal u tot een groot volk maken en u zegenen, en uw naam groot maken en u zal tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zal zegenen en wie u vervloeken zal Ik vervloeken..” . Gen15:4 uw lijfelijke zoon, die zal uw erfgename zijn. 5 Zie toch op naar de hemel en tel de sterren, als je ze tellen kan,- zo zal jou nageslacht zijn”, en daar horen wij bij, door geloof tot rechtvaardigen gerekend (Rom.4).
Onze (natuurlijke) onvruchtbaarheid, zoals Abram die had, is voor God geen obstakel om Zijn beloftes waar te maken.
In de geslachtslijn van Mattheus staan bijzondere mensen vermeld. Zoals Rachab een hoer(!), die woonde in Jericho, het vijandelijke bolwerk van de Kanaänieten (Joz.2). Maar vijandige bolwerken kunnen Gods beloften niet verijdelen.
In die geslachtslijn staat Ruth, een Moabitische vrouw (Ruth1:4). Het volk van God mocht zich geen vrouwen uit het volk van Moab nemen, want zij bedreven gruwelen in Gods ogen. Maar wie zich bekeert van zijn gruwelen en God liefde en trouw bewijst, vallen God beloftes ten deel.

In die lijn staat Salomo. Hij werd verwekt uit het overspel van David met de vrouw van Uria. Kan het nog wonderlijker? Maar de zonde van David kunnen de belofte van God niet weg-zondigen.  David bekeert zich met heel zijn hart van zijn zonden en wanneer hij voor God een huis wil bouwen geeft God hem een belofte die veel verder gaat als dat David had durven dromen. “wanneer uw dagen vervuld zijn en gij bij uw vaderen te ruste zijt gegaan, dan zal Ik uw nakomeling, uw eigen zoon, na u doen optreden, en Ik zal zijn koningschap bevestigen. -Ik zal zijn koninklijke troon voor immer bevestigen. Ik zal hem tot een vader zijn, en hij zal Mij tot een zoon zijn. Wanneer hij ongerechtigheid bedrijft, zal Ik hem tuchtigen met een roede der mensen en met slagen der mensenkinderen. Maar mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken, zoals Ik haar heb doen wijken van Saul, die Ik voor uw aangezicht heb weggedaan. Uw huis en uw koningschap zullen voor immer bestendig zijn voor uw aangezicht, uw troon zal vast staan voor altijd”. (II Samuël 7:12-16). Gods beloftes gaan onze stoutste dromen te boven, ze hebben een euwigheidsperspectief. Het kan misschien 10 jaar duren, het kan generaties duren, maar het zal gebeuren.

Dan komt Rehabeam, die ervoor zorgt dat het koninkrijk Israël in tweeën scheurt. Maar ook scheuring verscheurd Gods belofte niet.
De koning na hem gingen door met zondigen en het werd Israël zijn ondergang. God leidde hen in ballingschap. De zonde van het volk was zo groot dat ze weg werden gestuurd, uit Gods nabijheid, maar God draait geen van Zijn beloftes terug. Al kan God Zijn beloftes niet realiseren door zonde en afvalligheid, toch blijft God trouw. Mattheus schrijft: “van Abraham tot David, 14 geslachten; van David tot aan de ballingschap 14 geslachten en van de ballingschap tot Christus 14 geslachten”, zou voor de Heer iets te wonderlijk zijn?

Zelf had ik 10 jaar geleden een droom. In de 1ste plaats was ik ( ja, geloof het of niet) heel boos. Ik wilde helemaal niet hebben wat God me in die droom beloofde. Toen ik me realiseerde dat God echt het allerbeste voor mij wil, dat Hij een liefdevolle Pappa is, die mij wil zegenen en mij geen verdriet wil doen, toen ben ik de droom gaan omhelzen. Ik ben met God in gesprek gegaan en heb Hem verteld wat ik graag zou willen. In die 10 jaar heb ik getwijfeld, ervoor gebeden, het ‘op de plank gelegd’, mezelf voor gek verklaard…..alles wat je maar kan verzinnen. Tot precies één jaar geleden gebeurde wat God me had laten zien.
In enkele secondes wist ik wat ik wist en niemand kon dat geloof wegnemen. Al het argumenteren, al het vechten en dromen, stortte als de muren van Jericho in elkaar en volgens mij rolde God bijna van Zijn troon van het lachen. Ik was uitgepraat en God heeft het laatste woord.
We lezen het in Gods woord en we ervaren het in ons eigen leven, als God iets belooft dan zal Hij het doen.

Wat doen we met kerst?

Tja! Die vraag plopte weer eens op en dan bedoel ik niet in de praktische zin van “waar zijn we, wie van de familie doet er mee en wat gaan we eten”. Mijn vraag is meer hoe gaan we dat vieren?
Het punt is namelijk wanneer je een klein beetje onderzoek verricht dan blijft er niet veel over van ons kerstfeest. Het tijdstip van de viering klopt niet, de versieringen kloppen niet, het vervangende verhaal van de kerstman is al helemaal niet acceptabel, de commercie eromheen is hopeloos gedoe….Dat is erg veel “zo willen wij het dus niet”, maar wat willen we dan wel?

Het is Zijn geboortedag, dus vroeg ik mij af of Jezus zelf Zijn verjaardag heeft gevierd?
Een Joods-messiaanse site weet mij te vertellen dat verjaardagen in de Joodse cultuur een blijde gebeurtenis zijn, een vreugdedag een simcha. Een dag om onze Schepper te danken dat Hij weer een jaar aan ons leven heeft toegevoegd.
Op de avond voor de verjaardag trekt men zich terug om het afgelopen jaar te overdenken, wat ging er goed, wat ging er niet zo goed, een stukje zelfonderzoek. De dag zelf wordt gevierd met familie, vrienden en genodigden. Er zijn veel lekkere dingen te eten, gedronken en muziek. “De verjaardagen zijn in Israël derhalve ware smulfeesten evenals ook met Shabat en de Bijbelse feestdagen het geval is”, zegt de schrijver van de site.
Een voorbeeld van een feest is de thuiskomst van de verloren zoon, waarbij alle familie, vrienden en buren bij elkaar werden geroepen, en het gemeste kalf werd geslacht. De vader zei tegen zijn andere zoon: “Wij moeten feestvieren en vrolijk zijn, want uw broeder hier was dood en is levend geworden!”. Dat is nog eens een opdracht. Er wordt wat af-ge-feest en gegeten in de Bijbel. God zelf houdt een groot feestmaal voor alle volken met vette spijze en belegen wijnen wanneer Hij verenigt wordt met Zijn volk, Jes.25:6-8.
Fijn! Wat de kerstdagen betreft, concludeer ik met enig plezier dat het idee van lekker eten, drinken en muziek mag blijven. Een smulfeest klinkt toch een heel stuk beter als de degenererende woorden “vreetfeest” wat ik ook nog wel eens hoor.

Het idee van vooraf overdenken spreekt me ook wel .hetzij aangepast, want ik kan niet voor Jezus denken. Maar ik kan er wel over denken hoeveel ruimte Jezus dit jaar in mijn leven heeft gekregen. Hij kwam voor mij en wat heb ik daar mee gedaan? Ben ik tevreden hoe ik dat het afgelopen jaar heb gedaan of wil ik eigenlijk veel meer van Hem in mijn leven en hoe ga ik dat dan doen?
Verschillende schrijvers kenden de waarde van terug denken :“Leer ons onze dagen tellen, dat we een wijs hart bekomen, zegt Ps. 90:12. In Ps. 143:5 schrijft David: “Ik gedenk aan de dagen van ouds, ik overpeins al Uw daden, ik overdenk de werken Uwer handen.”
Dan zitten we nog met het tijdstip. Natuurlijk kunnen we op elke willekeurige andere dag in het leven een verjaardag vieren. Dat is niet gebonden aan 25&26 december, maar het mag wel! Ook al is het aannemelijk dat Jezus in september geboren is dan kunnen we toch gebruik maken van de vrije dagen die we ervoor krijgen om het op dat moment te vieren.

Ook binnen Joodse stromingen is er discussie hoe iets gevierd moet worden en zijn er stromingen die het vieren van een verjaardag verbieden, want het vieren van een verjaardag staat niet in de Bijbel. Deze discussie wordt ondersteunt met bewijzen dat aspecten van verjaardagvieren van heidense oorsprong zijn.
Natuurlijk kan dat een wake-up-call voor ons zijn, een bewustwording dat we heidense aspecten in onze vieringen hebben verwerkt, maar om het kind nu met het badwater weg te gooien, dat gaat te ver. Jezus Zijn verjaardag vieren is niet verkeerd, maar de manier waarop we dat doen kan heidens zijn. Het Leven wat God geeft is een cadeau wat gevierd mag worden: “L’chayim!”, op het leven! En zoals de Joden elkaar toewensen: “Mazal tov l’yom haHuledet v’ad me’a v’esrim!- Van harte gefeliciteerd met je verjaardag en moge je 120 jaar oud worden!”.
Nou dat is Hem gelukt, eeuwig en misschien wel 2017 jaar volgens onze aardse jaartelling. Dat zijn nog eens een hoop kaarsjes om neer te zetten!

Aanpassingsvermogen: Gestretcht tot de limit?

Sommige mensen kunnen zich ontzettend goed aanpassen in een vreemde omgeving. Vrienden van mij zijn jaren geleden als zendelingen naar Mozambique geëmigreerd. Daar heb ik mateloze bewondering voor, want de 1ste jaren hadden ze geen stromend water, geen koelkast, geen wasmachine, enz. En dan is het niet voor even, dan woon je daar, er is geen nooduitgang.
Met kamperen maak ik ook aanpassingen en dat gaat me goed af, maar toen ik in 2014 naar India ging trok ik het op een bepaald moment niet meer. Na 7 dagen zat ik zo vol van alle indrukken, dat ik in tranen uitbarstte en de aanpassingen die nodig waren even niet meer kon maken. Een vreemde taal, het dragen van andere kleding, andere voedingsgewoonte, gebruiken die ik niet begreep, het werd me allemaal te veel.
Met dat ik mijn achterhoofd vertrok ik dit jaar naar Peru, met de vraag wat dit me mij zou doen. Deze keer rolde ik er goed doorheen. Deze cultuur stond minder ver van mij af en de aanpassingen die ik moest maken was een stuk minder groot. Daarnaast waren we voortdurend aan het reizen en het is een tijdelijke situatie.
De veranderingen die in mijn huidige leven plaats vinden vragen ook om aanpassing en ik betrapte mezelf van de week op gemopper. Als ik er naar kijk denk ik, het gaat helemaal nergens over, jij bent maf! Dingen als een strijkijzer waarvan ik denk wat een onding, dat ik tijdens het soep koken mijn staafmixer mis, dat de soepkommen te hoog voor mij staan, dat ik loop te zoeken naar een stoffer en blik, niet weet of en waar er pedaalemmerzakken zijn, dat het eten klaar moet zijn om 19.30 i.p.v. 18.00, dat ik er rekening mee moet houden dat ik apart jus bij het eten maak, dat ik in de winkel niet kan vinden wat ik wil hebben, of dat ik s’nachts tegen de badkamerkast oploop. …….Het gaat nergens over, wat doe ik toch stom. Maar op de terugweg uit mijn werk heb ik geen flauw idee meer waar ik rij als ik de routeplanner de opdracht geef een andere route te geven om de file te ontwijken. Ik ben toch in Nederland??  “my goodness” wat is het donker en druk hier, het regent en ik weet niet waar ik ben……grom en nog eens grom. Ik ben moe en ik wil naar huis!
Wat maakt nu dat je je in de ene situatie prima kan aanpassen en het je soms op een ander moment te veel wordt?

Misschien gaat het meer over een verschuiving van perspectief.
Wat er gebeurt, is dat het ‘hier en nu’ (korte termijn) een grotere plaats in gaat nemen in ons ‘geestelijk gezichtsveld’, als het perspectief wat we hebben op lange termijn.
Emoties nemen het over van onze kennis en we raken op onszelf gericht in plaats van het grote geheel.
De hoeveelheid prikkels, het soort aanpassingen wat we moeten maken en onze conditie, zijn factoren die deze reactie uitlokken. De ene persoon kan daar meer van hebben als de ander. Daarnaast speelt de manier hoe we de situatie interpreteren een grote rol. Wat de één een probleem vindt, valt de ander misschien niet eens op dat hij zich daarin aanpast.

In een uitvergrote vorm zie je dat in Johannes 11, die schrijft over Marta en Maria. Misschien ken je wel dat liedje “Marta, Marta leg je bezem neer, als dat werken komt een andere keer”, en Maria die aan de voeten van Jezus zat.
Oké, die Marta en Maria hadden en broer, Lazarus en die ging dood Joh.11. De dames hadden groot geloof en vertrouwen in Jezus. Ze sturen Hem een bericht, maar het 1ste wat Marta tegen Jezus zegt als Hij komt is: “Heer als U hier geweest was zou mijn broer niet gestorven zijn”. Ze zegt niet “Godzijdank, U bent er”. Haar uitspraak is een klacht (die Hij haar overigens niet kwalijk neemt). Daarbij neemt ze aan, dat ‘het hier en nu’, wat ze niet verwerken kan, de einduitslag is voor de toekomende tijd.
Jezus verandert dat perspectief op alle fronten. A. Zijn perspectief is eeuwig, die van haar ‘hier en nu’. B. Jezus weet dat dit niet de einduitslag is, Zijn interpretatie is die van het Koninkrijk Gods. Haar perspectief beperkt zich tot deze wereld. C. Haar kennis is beperkt tot de letter, Zijn is de wonderkracht van de Heilige Geest. D. Zijn emoties zijn de einduitslag van Zijn perspectief. Jezus spreekt dankbaarheid uit, in plaats van een klacht; blijdschap boven verdriet.

Dat wil niet zeggen dat we onze emoties moeten veroordelen of negeren, wanneer we worden uitgerekt tot een punt waar het niet fijn meer voelt. We moeten juist zorg dragen voor de dingen die ons dwars zitten. Verandering van perspectief is daarin een sleutel.
Kijk eens goed naar de dingen waar je over ‘struikelt’. Welke kennis heb je, wat weet je en wat weet je niet? Stel je aannames maar eens op de proef: is het echt zo groot of zo klein? Klopt jou tijdplaatje wel of is het maar een momentopname? En wat zou jij praktisch kunnen doen zodat jij je prettiger in de situatie kan voelen?
Die verandering van perspectief vergroot je aanpassingsvermogen en dat heeft zijn effect op je emoties 🙂 .