“Zij werd hem tot vrouw gegeven”.

Ik wil met jullie iets delen wat mij de afgelopen tijd heeft bezig gehouden. Namelijk hetgeen de Bijbel zegt over het huwelijk en ik kwam tot een paar prikkelende gedachten die mij best wel een beetje geschud hebben.
Ik ben in het O.T begonnen.
In de Hebreeuwse grondtaal geen woord voor “huwelijk”, er is sprake van een uitdrukking. Op elke plaats waar onze vertalingen spreken over “huwen, huwelijk”, wat in onze cultuur de titel is van een exclusieve relatie tussen man en vrouw, staat in de grondtaal het woord נָתַן- Nathan, wat betekend “geven”.  “Zij werd hem tot vrouw gegeven”, is de standaard uitdrukking in het O.T wanneer we het hebben over huwelijk. Dat woord “nathan-geven” is een heel veel voorkomend woord, wat niet alleen wordt gebruikt met betrekking tot een huwelijk, slechts de frase “Zij werd hem tot vrouw gegeven”, duidt aan dat het om een exclusieve man-vrouw relatie gaat.

Pas in het N.T in het Grieks, waar wordt gesproken van “trouwen”- γαμέω gameo. Dit spreekt van elkaar beloven trouw te zullen zijn aan de exclusieve relatie die men met elkaar is aangegaan.
Het is niet ondenkbaar dat er gedurende de oud testamentische periode heel erg lang, nooit sprake is geweest van zoiets als een bruiloft of huwelijk, zoals wij dat kennen. Er werden geen formulieren ondertekend, geen speciale beloftes gedaan.
Dit maakt verklaarbaar hoe het mogelijk is dat Jakob de verkeerde vrouw kon trouwen. In Gen.29 staat dat Laban de mannen bij elkaar riep, ze hielden een maaltijd en aan het einde van de avond werd Lea naar Jakobs tent gebracht. Gedurende de gehele “huwelijks sluiting” of beter gezegd, de afspraak van de mannen onder elkaar, kreeg hij de vrouw die hij trouwde niet eens te zien. Ze zat gewoon in zijn tent te wachten en in een donkere tent had hij gemeenschap met haar. Het oude testament gooit het idee dat God het huwelijk heeft ingesteld behoorlijk door elkaar.
Adam kreeg Eva van God, maar hij moest daarvoor niet 1st van alles beloven, een papier onderteken of “een exclusief verbond” met Eva aangaan, voordat ze gemeenschap met elkaar hadden.
In het O.T werd (soms met en soms zonder) wederzijdse goedkeuring, de vrouw aan de man gegeven en vanaf dat moment was er sprake van een exclusieve relatie die gerespecteerd werd door de omgeving.

In het O.T bestaat er ook geen woord voor “echtbreken”, zoals dat b.v in Hosea 4:2 wordt vertaald in het Nederlands. “Hoort het woord des Heren, gij Israëlieten, want de Here heeft een rechtsgeding met de bewoners van het land. Vloeken, liegen, moorden, stelen en echtbreken!”, voor het woord “echtbreken” staat in de grondvertaling “overspel plegen”.
Dit “echtbreken/ overspel plegen”, wordt aangehaald in de relatie tussen God, in de zin van: ‘niet trouw zijn aan het verbond wat God met Zijn volk gesloten heeft’’, -doorgaans door vreemde goden na te lopen. De opsommingen waarin dit woord “נָאַף-naaph” onder andere voorkomt is: ”het overtreden van de wet, vloeken, liegen, stelen, het niet onderhouden van feesten en inzettingen, God niet op de 1ste plaats zetten, overspel plegen en andere goden aanhangen”. Al deze zaken noemt God zonde en ‘een niet trouw zijn aan het verbond’.
Dit legt de standaard voor de exclusieve relatie tussen God en Zijn volk hoog. “Het nalopen van andere goden” of in een huwelijkse context “andere mannen of vrouwen”,  is daarmee niet de enigste reden voor een rechtsgeding, maar 1 van de vele redenen, voor God tot een rechtsgeding.

Nu wordt in het O.T de exclusieve relatie tussen man en vrouw, vaak gebruikt als voorbeeld voor de exclusieve relatie tussen God en Zijn volk. Maar er zijn er paar verschillen.
God heeft zich middels een verbond met Zijn volk verbonden, maar Hij heeft nergens gezegd dat de mens de exclusieve relaties die ze met elkaar aangaan moeten sluiten als ‘een verbond‘.  (In de vorige stukken hebben we gekeken naar betekenissen wat een verbond zo al kan inhouden). Maar wanneer de mens beloftes doet, zal God hem aan zijn beloftes houden. “Laat ons JA een JA zijn, en ons NEE een NEE zijn”. Het O.T zegt ons daarom dat we voorzichtig moeten zijn met de dingen die we beloven. De mens is immers niet zo hesed- verbondstrouw.
Dit leidt mij tot uitdagende vragen, waar ik het antwoord niet op ga geven:
Is het huwelijk, zoals wij dat kennen, gekleurd door culturele aspecten? In aanmerking genomen dat het niet van de beginnen op deze wijze is vorm gegeven?
Zou het kunnen dat de mens zichzelf onmogelijk zware lasten oplegt door het huwelijk een verbond te noemen?
En, is het wel terecht dat wij overspel als enige legitieme reden voor echtscheiding aanvoeren?

Ik ben me ervan bewust dat dit geen eenvoudige vragen zijn, maar in het licht van de vele relationele problemen waar ook christenen mee worstelen, wel hele belangrijke vragen. Want op basis van deze vertaalde woorden hebben wij onze huidige theologie over het huwelijk gebouwd. Wat nu, als we op basis van vertaling en traditie scheve interpretaties hebben gemaakt?

Gods trouw aan ons.

Gen.17:1-2 Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht en wees onberispelijk: Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen.

Abram heeft de belofte en het verbond niet weg gezondigd door Ismaël te verwekken.
V6 Uitermate vruchtbaar zal God hem maken, volkeren zullen uit Abram voortkomen en hij krijgt zelfs de eer dat koningen in zijn nageslacht zullen zijn.
Als teken krijgt Abraham de opdracht, hem zelf, zijn nageslacht en al die in zijn huishouden geboren zijn, te besnijden. Het verbond zal staan en als de mens het vergeet, zal hij het voor zijn ogen zien dat Gods woord aan hem en zijn kinderen en zijn kinds kinderen “ja en amen” is.
Vanaf dat moment begint God Abram, Abraham te noemen en Sara zal Saraï heten. Wanneer ze het teken niet zien, zullen ze het met hun oor horen. Hun afstamming is verandert. Ze zullen de naam van hun Vader dragen. En hun toekomst is verandert, uitgestegen boven aardse beperkingen en menselijke mogelijkheden.
En Abraham……Abraham lacht! “Ach Heer, beschouw Ismaël toch als mijn zoon voor Uw aangezicht”, v18. Is dat wonder nog niet groot genoeg, dat hij op 86 jarige leeftijd een zoon heeft verwekt?
Maar Gods verbond, is Gods verbond; niet door mensen gemaakt en niet door mensen uitgevoerd.
(Denk ook even aan Gods genade verbond met ons door Jezus Christus. Wij kunnen slechts Zijn genade aannemen, we kunnen er zelf niets voor doen. Onmogelijk om het te verdienen of om door eigen perfectionisme het waardig te zijn)
Hoewel Abram de opdracht kreeg om onberispelijk te wandelen voor Gods aangezicht, wist God precies wat Hij kreeg. Zijn reactie verbaasde Hem niet, Hij kende Abram. Hij kende het te kort schieten van zijn geloof. Maar het ervaren van Gods trouw aan Abraham, maakte hem tot een man van geloof, waar Abraham door de eeuwen heen om geroemd zal worden.

Gods macht om het tot een goed einde te brengen.

Het volgende verbond wat God aangaat is met Abram Gen.15:1-21. Gods verbonden hebben altijd betrekking op mensen van wie Hij houdt en over hun toekomst.
Het verbond wordt gesloten in Gen.15, uitgewerkt in Gen.17 en daar tussen in gebeurt iets wat ons veel verteld over het leerproces dat wij mensen doorlopen.
Maar het start in H15 bij Abram die wordt bezig gehouden door het feit dat hij geen kinderen heeft. God heeft hem uit zijn land geroepen, nieuw land en rijkdom gegeven, maar zoals het er op dat moment voorstaat, zal zijn belangrijkste medewerker dit alles erven. Heer is dat Uw bedoeling?
v15:1 “Vrees niet Abram”,  zegt God, want Hij heeft plannen van heil over Abram’s leven gemaakt en wat daarna komt. God koestert immers vele liefdevolle plannen over ons, onmogelijk dat er een vruchteloos einde daaraan komt.
Hij belooft Abram een eigen lijflijke zoon en op die belofte werkt God zijn verbond uit. Het verbond behelst het nageslacht dat zal zijn als sterren aan de hemel en het land wat God hem heeft belooft.
Van Abram wordt niets anders gevraagd als Geloof. Zo staat het er :”En hij geloofde in de Here en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid, v6”.
Nu staat Abram bekend als een man van geloof, maar dat is niet in 1 nachtje gebeurt. Deze zin zegt ook niets over Abram’s geloof op het moment van de verbondssluiting. Die verbondssluiting is groots. Abram slacht op Gods woord 5 dieren, deelt ze in tweeën en God trekt daar als een vurige fakkel tussen door. Je zou verwachten dat je voor altijd onder de indruk bent wanneer je zoiets mee maakt, dat vergeet je nooit meer.
Maar tussen H15 & H17 zit het verhaal van Hagar, door wie Sarai Abram aan nageslacht probeert te helpen. Abram is 86 jaar als Ismaël geboren wordt. In H17 komt God opnieuw bij Abram terug op het verbond, dan is hij 99 jaar. Dertien jaar lang heeft Abram geleefd met ‘de vernederde eigen oplossing’ en nu wordt het tijd om zijn geloof in Gods belofte te activeren.
Ismael is niet de belofte en niet het verbond van God. Als mensen kunnen we, zelfs na een zeer indrukwekkende ervaring, de plank misslaan met onze eigen oplossingen. Maar God is trouw, hesed-verbondstrouw, zelfs als wij dat niet zijn.
Het is niet duidelijk hoe oud Abraham is wanneer hij op de berg staat waar zijn volgroeide geloof wordt getest met de vraag of hij zijn eigen lijflijke zoon, wil offeren. Maar we kunnen er vanuit gaan dat er meer dan 20 jaar verstreken is, tussen het moment dat: God Abram’s geloof tot gerechtigheid rekent en het moment dat Abrahams geloof vast staat. Maar Gods werk in ons is ‘ja en amen’. Hij zal het doen, nu, gisteren en morgen, en Hij is bij machte om het tot een goed einde te brengen.

Gods verbondstrouw

Bij Noach zie je na de zondvloed iets bijzonders gebeuren. God spreekt met Noach en zijn nageslacht, en als 1ste herhaald Hij de beloften die Hij aan de mensen heeft gegeven toen God de mens schiep.
Gen.9:1-3 “Wees vruchtbaar en wordt talrijk”; met dat verschil dat er vrees voor de mensen bij dieren zal zijn. De duivel had zich immers van een slang bedient om de zondeval te bewerkstelligen en hiermee sloot God dieren als mogelijkheid af voor de boze om zich nog eens op die manier te manifesteren.
v3.”Alles wat zich roert zal tot spijze zijn, behalve vlees waar bloed in zit, en alle groene spijze mag je eten”.  Tot zo ver geen nieuwe beloftes van God aan de mens, hooguit consequenties die voortvloeien uit bloedvergiet.
Dit zijn Gods beloftes aan de mens. Die beloftes zijn “ja en amen”,  maar de mens heeft invloed op de uitkomst van die beloftes. Hij heeft een vrije keuze om te kiezen voor het goede, dat zet de zegen van de belofte vrij, en de mens kan vrijelijk kiezen voor het verkeerde, wat de consequenties daarvan vrij zet. Tot zo ver niets nieuws.

Maar dan zegt God v8 “Zie, Ik richt mijn verbond op met u en met uw nageslacht- v11. Dat voortaan niets dat leeft, meer door de wateren van de zondvloed zal worden uitgeroeid, en dat er geen zondvloed meer wezen zal, om de aarde te verderven”. Als teken van dit verbond geeft God de regenboog.
Aan deze eenzijdige belofte, die enkel van Gods kant wordt gegeven en niets van de mens wordt gevraagd, kleven geen consequenties. Er is niet zoiets als ‘wanneer de mens dit of dat doet, dan geldt deze belofte niet meer’. Deze specifieke belofte noemt God een verbond. Een belofte die niet wordt gebroken door verkeerd handelen van de mens.
God is niet alleen trouw aan Zijn beloftes, maar in Zijn naam openbaard Hij ook nog eens specifiek dat Hij trouw is aan Zijn verbond. In Ex.34 roept God zijn naam voor Mozes uit en 1 van de namen die God uitroept is “חָ֫סֶד hesed”,  wat betekend ‘verbondstrouw’. Dit is wie Hij is en wie Hij is geweest en wie Hij zal zijn.
Dat is indrukwekkend, want van de mens wordt gezegd dat geen van hen trouw is Rom.3:11-12. Ze hebben allemaal gezondigd, ze zijn allemaal afgeweken en alle mensen zijn strafwaardig. Als het van de mens af moet hangen zal geen enkel verbond stand kunnen houden. Er is niemand die zijn woord niet heeft gebroken of die in staat is onvoorwaardelijk zijn beloftes na te komen.
We doen ons best, ja, maar God weet wat voor vlees Hij in de kuip heeft. Vlees dat slechts door genade gered kan worden.
Gebed: Heer dank U wel voor Uw trouw.
-Vergeef ons alstublieft onze gebroken woorden en beloftes.
-Ik kies ervoor om iedereen te vergeven die zijn beloftes aan mij gebroken heeft.
-En geef ons alstublieft Uw ‘hesed’ in ons, door Uw heilige Geest, zodat we meer op U mogen gaan lijken.

In het midden van Gods plan

Ps.31:15, 16b Ik vertrouw op U Heer; ik zeg tegen U: U bent mijn God. Mijn tijden zijn in Uw hand.

Net als vorige jaar heb ik tomatenplanten op mijn balkon gezaaid en die beginnen nu flink groot te worden. De 1ste gele bloemetjes die zichtbaar worden beloven een goede tomaten oogst. Zo lang ik de planten maar voldoende water, zon of beschutting geef is het redelijk zeker dat die tomaten er gaan komen, maar versnellen kan ik het proces niet. In dit stadium blijft het onzeker WAT er precies gaat komen. Ik zal moeten wachten tot de tomaten zich hebben ontwikkelt, volgens de belofte die de gele bloemetjes mij geven.
Met Gods beloftes gaat dit net zo. Hoewel er geen tastbare gele bloemetjes zijn, zie je de gebeurtenissen ontwikkelen in een bepaalde richting; het wordt bevestigt door woorden, voorvallen, profetieën, dromen en beelden, maar versnellen kan je het niet. Tot de tijd dat de belofte ten volle tot resultaat is ontwikkelt, kan je erin mee groeien, het voeden, aandacht geven en beschermen wat God aan het doen is. Maar het is ook een tijd van onzekerheid. Hoe zal het eruit gaan zien? Hoe lang gaat het duren? Wat wordt het resultaat? Wordt het zo mooi als dat je denkt dat het zou kunnen worden? Of ligt er pijn en teleur gestelde hoop te wachten???
Want zo werkt het vaak in ons, met de onzekerheid komt ook de angst naar boven. Die angst heeft wortels in mij en gaan zich roeren. Als ik vanuit die angst ga handelen wil ik de controle pakken en zelf bijvoorbeeld wel even een paar knopen doorhakken en dat is precies wat ik niet kan doen. Mijn gele bloemetjes, de belofte van tomaten, zullen niet tot tomaten ontwikkelen wanneer ik me daar met de nodige kunstgrepen mee ga bemoeien. Iets wat leeft heeft zijn eigen groeitijd.
David schrijft over zijn eigen worsteling hiermee. Hij zit in het proces van de belofte Gods dat God zijn vijanden zal uitschakelen. Maar onderweg kijkt hij zijn vijanden en zijn mogelijke dood in de ogen. Hij kijkt naar zijn eigen angst en onzekerheid als hij schrijft v.10 Wees mij genadig, Heer, want ik ben benauwd,- 11- mij kracht struikelt door mijn ongerechtigheid.
De oplossing ligt in overgave en vertrouwen. God heeft zich tot op dat moment altijd betrouwbaar getoond; Hij heeft wonderbaarlijke dingen gedaan en Hij zal dat ook nu doen. God is te vertrouwen. Punt. “En mijn tijden zijn in Uw hand”.
Gebed: Dank U wel dat U betrouwbaar bent. Dank U wel dat U proceseigenaar en bestuurder bent. Dank u wel voor de wonderen die U heeft gedaan en zal doen. Dank U wel dat ik U mag prijzen in het midden van mijn onzekerheid.

Het hart van een exorbitant rijk man.

Nehemia had een top-baan als wijnschenker bij de koning van Perzië. De koning die hij diende regeerde een imperium, bezat onvoorstelbare rijkdom en dat bracht Nehemia geen windeieren. (Lees bijvoorbeeld maar eens in Neh.5:14-19).
Behalve dat het hem veel geld opleverde, had hij contacten in de allerhoogste regionen van het heersende imperium die hem overal konden binnenloodsen.
Dan ben je toch binnen, om het maar eens uit te drukken in de termen waarin deze wereld denkt. Die plek moet je warm houden, want het schip met geld loopt binnen en het gaat samen met macht.
Maar Nehemia dacht niet in de geest van armoede, de geest van de wereld, die spreekt over vasthouden, vergaren en bezitten.
Zijn rijkdom en zijn positie was niet afhankelijk van de gunst van mensen, maar van God.
Hij had zijn hart niet gezet op het behoud of het uitbreiden van zijn positie. Hij was niet aan het tobben hoe hij die plek kon behouden of zijn geld kon vermeerderen, zijn hart lag ergens anders.
In Nehemia 1 lezen we hoe zijn broer terug komt uit Juda, het land van waar Nehemia niet eens geboren is, maar waar zijn voorvaderen vandaan komen. En hij hoort hoe de stad aan puin ligt, het land in nood verkeerd en het volk in armoede leeft en dat raakt zijn hart. Het raakt hem zo diep, dat hij begint te bidden, niet een beetje, maar zo intens dat een flintertje van zijn gebeden zelfs in de Bijbel is opgenomen. In dat bidden en smeken ontstaat een plan.
Niemand geeft Nehemia de opdracht om iets aan de puinhopen te gaan doen. Er komt geen droom, geen visioen, geen koninklijke opdracht om Jeruzalem te herbouwen. Al wat er is, is een zacht hart dat bidt en bevangen wordt door emoties.
Uit zijn hartstochten komt de wens tot verandering en terwijl hij bidt ontstaat zijn plan om er iets aan te doen. Al biddende ziet Nehemia de mogelijkheden. Hij zelf is niet alleen met rijkdommen bevoorrecht, hij bevind zich ook in een bevoorrechte positie om bronnen aan te kunnen boren en een verschil uit te kunnen maken.
“Hij is namelijk schenker van de koning”, v11.
Wat zet jou hart in brandt? Ben je aan het vergaren of gaat je hart uit naar de dingen die God ziet? En welke bronnen heb jij gekregen om het verschil uit te mogen maken in situaties en levens van mensen?

Denken vanuit de rijkdommen van Christus

1 Cor.1:5 In elk opzicht ben je rijk geworden in Hem. En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in de hemel in Christus Jezus, Ef. 2:6.
In navolging van het vorige stuk wil ik nogmaals nadenken wat het betekend om te denken in een geest van hemelse rijkdom.

Van de vele programma’s die we op onze tv kunnen zien, vind ik “undercover boss” een sympathiek programma. Het concept is simpel. Een CEO (directeur) wil een bepaalde verandering of groei met zijn bedrijf bewerkstelliggen. Om te ontdekken wat de obstakels zijn voor die groei, vermomd de CEO zich, bijvoorbeeld als sollicitant of stagiair, om in die hoedanigheid binnen verschillende afdelingen van het bedrijf mee te werken. Daarbij doet hij/zij alle voorkomende werkzaamheden van toiletten schrobben, dozen sjouwen of pizza’s bezorgen. Ondertussen praat hij met de werknemers om te horen welke verbeteringen nodig en wenselijk zijn.
Op dit punt laat dit programma soms goed zien wat het verschil is tussen denken vanuit de geest van armoede of van rijkdom.

Vaak hebben medewerkers het gevoel dat de gewenste verandering onmogelijk is en dat zij niet gehoord of gezien worden. Maar de CEO denkt anders. Hij weet welke financiële mogelijkheden er zijn. Al heeft hij geen oneindige pot geld tot zijn beschikking, hij heeft vaak wel geleerd hoe hij goed beheer pleegt over de bronnen die hij heeft. Dat betekend dat het een goede investering kan zijn om een bepaalde afdeling op te doeken om met die financiën een andere afdeling te optimaliseren.
De CEO overziet de afdelingen en weet welke mensen hij met elkaar in contact moet brengen om communicatie en werkprocessen te verbeteren. Hij heeft ook externe contacten en weet wie hij kan benaderen als bepaalde zaken binnen zijn bedrijf niet voorhanden zijn.

Nu de concrete verschillen. Wat betekend het om met Christus te regeren vanuit een hemelse, rijke positie, hier even met het denken van een CEO vergeleken en de geest van armoede, met het denken van arbeiders vergeleken.
-Waar de werknemer denkt dat het onmogelijk is; weet de CEO de weet dat het mogelijk gemaakt kan worden. Niets is onmogelijk voor God.
-Waar de werknemer denkt “ik heb geen stem, ik word niet gehoord”; weet de CEO dat er naar hem geluisterd zal worden. God hoort onze gebeden, Hij houdt ervan om naar onze stem te luisteren en onze gebeden te verhoren.
-De werknemer denkt dat hij geen invloed heeft op de dingen die gebeuren; de CEO weet dat zijn handelen verschil uit maakt op elke plek waar hij komt. Alles en allen die uit God geboren zijn overwinnen de wereld, ze zijn het levens veranderende zout en licht van God de Vader.

Dat is de geest van denken die de kinderen Gods mogen bezitten, omdat ze weten welke positie ze in Christus hebben en weten over welke bronnen ze beschikking hebben gekregen.
Wij maken het verschil, overal waar we komen als we vanuit deze geest van rijkdom naar situaties gaan kijken.

Exorbitant rijk

1 Cor.1:5 In elk opzicht ben je rijk geworden in Hem.

Wat betekend dat, om rijk te zijn?
Tot voor kort heb ik daar nooit bij stilgestaan.
Net als de meeste Nederlanders heb ik geen schip met geld en ben ik ook niet opgegroeid in een milieu waar overvloed was.
Mijn moeder was een ster in ‘iets maken van niets’. Boterhammen mee naar de speeltuin en zegeltjes plakken. Zelf ben ik de koningin van de aanbiedingen en de uitverkoopjes. En, je gooit niet iets weg wat nog heel en bruikbaar is, want je kan het later nog eens nodig hebben. In de familie en de sociale omgeving waarin ik leef heerst een cultuur van “doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg”, herkenbaar?
Mensen die echt rijk zijn, een groot huis, dure auto, merkkleding enz. worden in die cultuur beschreven in termen als: “patsers; ze weten van gekkigheid niet wat ze met hun geld moeten doen, en een exorbitante levensstijl”.
Je afzetten tegen exorbitante rijkdom en het oppoetsen van onze ‘keukentafel-geranium cultuur’, zit diep in ons binnenste verankert. Zo zijn we opgevoed, zo is onze familie en de vriendenkring waarin we ons bewegen. Maar dit bepaald ook de geest van mijn denken, en van vele andere Nederlandse Christenen.
Het verruimen of verbreden van onze grenzen betekend vaak dat we onszelf toestaan ‘een duur ijsje te halen, en iets te drinken op het duurste terrasje van de uitgaansstrip, en daar iets te snacken, en daarna uit eten gaan,  en er met de auto naartoe te gaan terwijl je het had kunnen fietsen’. Ik trek het even in het extreme, maar voor vele van ons zou dat al flink het oprekken van de grenzen zijn, met de gedachte “dat doe je maar 1x in je leven”.
Deze materiele, financiële vergelijking representeert de manier waarop wij denken.
Het punt is, dat we in Christus RIJK zijn, maar denken naar het milieu waar we uit komen. In Christus hebben we de allerhoogste positie gekregen, gezeten aan de rechterhand van de Vader. Met het vermogen om te regeren op wereldniveau. We hebben de beschikking gekregen over een onuitputtelijke bron van zegeningen, mogelijkheden, krachten en autoriteit, maar in onze geestelijke gesteldheid zijn we nog steeds bezig met ‘de grote teen van tante Beb’.
En ik kan niet zeggen dat ik de denkomslag van ‘te korten, en eindjes aan elkaar knopen’ naar ‘exorbitant rijk’ al heb gemaakt, maar ik wil jou en mezelf uitdagen: Heer vernieuw mijn denken en leer me wat het betekend om dochter van U te zijn.

Door Gods Geest weet je wie je bent.

1 Cor.2:12 Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest uit God, zodat we weten wat ons in genade geschonken is.

Toen ik werkeloos werd heb ik een poosje in de catering van een grote bank gewerkt. Ik hou ervan om met voedsel te werken en het er mooi uit te laten zien. Ik vind rust in de kadans van groente snijden, broodjes smeren en eindeloos koffiekopje klaar zetten. Al snel bracht ik koffie en lunches door het hele gebouw, van de directeur, de jongens van sales en de bewaking. En dan gaan bepaalde cultuurverschillen tussen die afdelingen opvallen. Er zijn altijd mensen die hun werk zo belangrijk vinden, dat ze vergeten “goede morgen of dank je wel” te zeggen tegen de persoon die hun een kop koffie komt brengen.
Hun identiteit en hun waarde wordt bepaald door hun positie en de hoeveelheid geld die er door hun handen gaat. Dat is de geest van de wereld, “niet wie je bent” is leidend maar “wat je doet en hoe belangrijk je bent”.
De Geest van God verteld je dat “je zeer geliefd bent; welkom, gewenst en zeer de moeite waard;  vol van Gods kracht, voortdurend beschikkend over Zijn genade, gaven en talenten; een afspiegeling van de Vader; kortom, kind van God”.
Dan maakt het niet meer uit “WAT” je doet, want het verandert niets aan “wie” je bent.
Voor iemand die weet wie hij is, is geen taak te minderwaardig of te veel eer.
Het is niet moeilijk om die 2 stemmen uit elkaar te houden, de geest van de wereld en de Geest van God.
Zodra de stem in jou negatief over jou spreekt, ‘over wie je bent en wat je doet’, weet je dat het God niet is.
De stem van de wereld zegt misschien: ”Je bent het niet eens waard om goede morgen tegen te zeggen”.
Maar de stem van God zegt: “Wat heerlijk dat je er bent, mag Ik met je mee vandaag, waar je ook naar toe gaat, want Ik wil graag bij jou zijn”.
En dan leidt de heilige Geest je om te bidden voor die mensen die jou zo behandelen, die zo ten prooi zijn gevallen aan de geest van de wereld, want wat zijn deze mensen kwetsbaar!

De uitingen van de Geest

1 Cor.14:1 -streeft naar de gaven van de Geest,-  12. Zo moeten jullie, omdat je naar geestelijke gaven streeft, trachten uit te munten tot stichting van de gemeente. 32. De geesten van de profeten zijn aan de profeten onderworpen.

Naar mijn mening ben ik best netjes en zijn de leefruimten van mijn huis redelijk opgeruimd. Maar op mijn werk kom ik regelmatig mensen tegen met een veel grotere gave voor orde en netheid. Ik leg nog wel eens ergens iets neer, met de intentie er straks mee verder te gaan. Het stoort me niet als mijn plantenpotten verschillende kleuren hebben en ik krijg geen jeukende handen van dingen die los in mijn keukenkastje liggen. Sommige van mijn collega’s zouden dat onacceptabel vinden dus op de werkvloer zoek je daarin samen naar een consensus, waarin alle partijen het misschien niet precies hebben zoals ze het persoonlijk zouden doen, maar waarin rust en werkbaarheid wordt bereikt.

Als het gaat over de uitingen van de Geest en wat daarin gepast gedrag is in het huis van God, levert dat gelijksoortige knelpunten op als de netheid van een gezamenlijke werkvloer. Vrijmoedige, creatieve mensen kunnen een uitdaging zijn voor mensen met een ander idee over orde en netheid.
De valkuil is te vervallen in een discussie of sommige uitingen wel van de heilige Geest zijn. Met de Bijbel in de hand kunnen voor en tegenstanders zowel hun gelijk als het ongelijk onderbouwen om iets goed te keuren of af te wijzen. Maar daar is Gods woord nooit voor bedoelt. Je kan jezelf aan het woord van God toetsen, maar niet de ander ermee veroordelen. Ieder zal zelf verantwoording aan God moeten afleggen over wat hij wel of niet in de Geest heeft geuit.

Waar je het wel samen over kunt hebben is de plaats en de tijd waarop de gaven van de Geest worden geuit. Niet alle uitingen bouwen de gemeente op. Dat wil niet zeggen dat ze niet geuit zouden mogen worden, maar dat de leden van het huis daarin samen op zoek mogen gaan naar een consensus die leidt tot een gezamenlijke vrede.
God heeft geen huis vol regels, Hij wil een huis van vrede. Dat is een keuze die met het hart wordt gemaakt. Een gezamenlijk streven waarin bewust wordt gekozen de ziel te onderwerpen tot wederzijds respect, verdraagzaamheid en waardering; net als alle uitingen van de heilige Geest.