De arbeiders in de oogst

cornfield-922468_960_720Matt.9:37 Toen zei Hij tot zijn discipelen: De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Bidt daarom de Heer van de oogst, dat Hij arbeiders uitzend in zijn oogst.

Ik vind deze oproep altijd erg overweldigend. Mijn hoofd verbindt deze tekst met de uitspraak “de velden zijn wit om te oogsten”.
Er komt dan zo een plaatje in mijn gedachten van eindeloze glooiende graanvelden, zo ver als dat het oog reikt, stil in de zon. Zoiets als de foto hiernaast, stilte, geen mens te zien!
Ga er maar aanstaan, hoe dan?
Totdat God mij een andere vergelijking liet zien.
Als ik met mijn vriendin naar het strand zou gaan om ter ontspanning schelpen te jutten, dan doen we dat heel verschillend.
Ik ben geneigd om de schelpenbanken nauwkeurig te bekijken en doelgericht die ene schelp er tussen uit te halen, en nog één en nog één. Mijn vriendin zou de grootste plastictas meenemen die ze had en die volscheppen. Thuis gekomen zou ik de schelpen wassen, drogen en bekijken wat ik ermee kan maken. Ik zoek de juiste formaten en kleuren bij elkaar om ermee te gaan knutselen. Mijn vriendin zou niet de behoefte voelen om er op die manier mee aan de slag te gaan. Als ze er een schelpenpaadje mee in haar tuin kon maken, zou ze het heel leuk vinden en blij zijn met het resultaat.
Maar een paar dingen hebben we wel gemeen. We moeten allebei het strand op, we moeten allebei oog hebben voor schelpen en de bereidheid om ze te verzamelen. De verschillende benaderingen doen daar niets aan af. Ook is de ene manier niet beter of minder goed als de andere manier. Het is een andere manier van functioneren en in het koninkrijk van God zijn beide manieren gewenst, geliefd en kostbaar in Gods ogen.
De twee voorbeelden maken het verschil zichtbaar, maar ik denk dat er nog vele andere manieren zijn, elk passend bij de persoon zoals God die heeft gemaakt. En misschien moet ik mijn beeld van eindeloze wuivende graanvelden bijstellen, want er zijn vele verschillende producten te oogsten, elk met hun eigen manier om geoogst te worden.  Sommige met een grote maaimachine en andere vruchten moeten met de hand, stuk voor stuk worden geplukt, zoals bijvoorbeeld druiven.
Waarschijnlijk voel ik me daar meer thuis 🙂 .

Met ontferming bewogen

Matt.9:36 Toen Hij de scharen zag, werd Hij met ontferming over hen bewogen, daar zij voortgejaagd en afgemat waren, als schapen die geen herder hebben.

baby-22194_960_720Even een zijsprongetje, met betrekking tot deze tekst.
Het is mijn verlangen om mijn gedachten te vullen met dingen van het God, zodat ik minder bezig ben met mijn eigen emoties en rondschietende gedachtestromen. Het kan zo onrustig zijn, daarboven in mijn hoofd. Daarom heb ik aan God gevraagd hoe ik kan mediteren.
Ik las Psalm 139 en besloot uit te schrijven wat Hij daarmee over mij zegt en voor mij betekend. Een korte impressie daarvan.

V1-6 U doorgrond en kent mij:
Heer U weet precies hoe ik in elkaar zit, U kent mij beter als dat ik mijzelf ken. U weet hoe ik denk, hoe ik voel en hoe ik reageer. Waarschijnlijk komt geen enkel reactie, uitspraak of handelen van mij, voor U als een volslagen verrassing. V. 5 “U omgeeft mij van achteren en van voren en U legt Uw hand op mij”. Dank U wel dat ik zo ten diepste gekend ben; dat U mij beter kent als wie dan ook.
v.7-12 “Waarheen zou ik gaan voor Uw Geest”.
Heer als U mij zo ten diepste kent, weet U ook waar ik het beste tot mijn recht kom. Breng mij op plaatsen waar ik kan bloeien en schijnen voor U; en breng me op plaatsen waar ik kan leren en groeien. U weet wat ik nodig heb.
v13-16 “Uw ogen zagen mijn vormloze begin”.
Heer U heeft niets van alles wat U geschapen heeft, lelijk of onvolmaakt gemaakt. En U bent er bij mij niet plotseling mee begonnen! U bent niet in staat om slechte of kapotte dingen te maken, maar U doet iets wat daar bovenuit stijgt: U maakt heel wat de boze stuk heeft gemaakt. Heer herstel en genees alles in mij wat de boze stuk heeft gemaakt. Breng genezing in mijn verwondingen en maak ruimte om te ontplooien wat de boze verdrukt heeft. Neem uit mij weg waar imperfectie en zonde is binnengekomen. V.24 “zie of er bij mij een heilloze weg is en leidt mij op de eeuwige weg”.
v.17 “Hoe kostelijk zijn Uw gedachten, o God, hoe overweldigend is haar getal”.

Overal bent U bij mij en Uw woord zegt dat U eindeloos veel gedachten heeft. Dan denkt U ongetwijfeld van alles over de dingen die ik doe en de mensen die ik ontmoet. Ik verwacht dat u plannen maakt, zoals ik ook plannen heb gemaakt voor de opvoeding van mijn kinderen. Heer ik wil Uw gedachten horen over de dingen die ik doe en de mensen die ik ontmoet. Ik wil Uw plannen kennen, zodat ik niet een hele andere kant op dwaal als dat U voor mij heeft bedacht. Maak mij één met U.

In het licht van dit kleine stukje meditatie kan ik beter verstaan dat Jezus met ontferming werd bewogen over de mensen die Hij zag en ziet. Wat een wonder dat U zo naar ons kijkt en ernaar verlangt om voor ons te zorgen, bij ons te zijn; bij ons te wonen.
Wat onbegrijpelijk groot en gaaf.

Spreek leven

Matt.9:18-26 Het dochtertje van Jairus
Jezus zei: Gaat heen, want het meisje is niet gestorven, maar het slaapt. En zij lachten Hem uit. Toen de schare uitgedreven was, ging Hij binnen en vatte haar hand en het meisje ontwaakte.

1e9dc1d7a8ee13ab824047de7ab448c8
bron: http://www.redbubble.com/people/marthamitchell/works/7238835-flow?c=81458-hands-and-water

Op 7-9-15 heb ik geschreven over de rol van de vrouw die Jezus’ kleed aanraakt in dit verhaal, in dit stuk gaan mijn gedachten uit naar het meisje wat is overleden.
Mijn gedachten daarover gaan niet zozeer uit van de letterlijke fysieke dood van het kind, maar naar een geestelijk beeld. Misschien een beetje vreemde sprong om te maken, maar ik zie veel mensen waarbij hetgeen God in hen heeft gelegd is “overleden”.
Daarmee bedoel ik het volgende: God had mooie gedachten over ons toen hij ons schiep, hij legde er gaven en talenten in, een karakter, een uniek zijn, woorden en denkwijzen zoals jij die alleen kunt formuleren.
Hij heeft niemand gemaakt met een sacherijnige, mopperige, klagende aard, zo zijn wij niet bedoelt. Soms wordt dit verdedigt met woorden als :”Ik ben nu eenmaal zo”. Maar dat is een leugen, je bent niet je negatieve eigenschappen en God heeft je niet zo gemaakt. Toch zijn er mensen, en misschien ken jij er ook wel een paar, die volledig zo functioneren.
In het begin probeer je dan nog tegengas te geven en ze te laten zien dat het leven niet zo donker is als dat zij die beleven, maar na verloop van tijd geef je het op. Er lijkt geen kruid tegen gewassen, tegen zoveel gemopper. Dat komt omdat het geboden tegenwicht van menselijke antwoorden het verkeerde medicijn is. Het probleem heeft een geestelijke oorsprong en kan daar alleen worden aangepakt.
Er zijn momenten dat we mensen in ons leven niet “dood” moeten verklaren in de vorm van “een onmogelijk project” of “niet te veranderen”. Met als gevolg dat we over die mensen mopperen omdat ze ons irriteren en frustreren,  maar juist voor deze mensen mogen we in geloof gaan staan.
Ze “slapen” en wij zijn in hun leven gezonden om ze wakker te roepen, om profetische woorden in hun leven te spreken, om ze niet zo te laten zoals ze zijn, omdat Jezus ze niet wil laten waar ze zijn en zoals ze zijn.
God neemt de gaven, talenten en beloften die hij ons heeft gegeven niet terug. Ze zijn voor ons, voor eens en voor altijd, ook als we ze tijdelijk niet gebruiken. Niets van hetgeen voor ons heeft bedoelt, is weg, het hoeft slechts wakker te worden gemaakt, tot leven gewekt.

Dit kan bijvoorbeeld door de volgende teksten over iemand te proclameren:
Wordt geschapen naar Gods beeld en Zijn gelijkenis (Gen.1:27)en wees vruchtbaar; het oude is voorbij gegaan het nieuwe is gekomen( 2Cor.5:17)in Christus ben je een nieuwe schepping; wordt levend naar de beloften van de Vader (ps.119:50)maak …levend naar Uw woord, v107.Geef …niet over aan zijn/haar verdrukkers, v122 en laat geen onrecht over…heersen, v133 maar red…naar Uw beloften en leer…Uw inzettingen, v170, 171maar maak hem/haar een boom geplant aan waterstromen die zijn vrucht geeft op zijn tijd (ps.1)
Laat je leiden door de Geest en spreek leven.

Barmhartigheid wil Ik.

Matt.9:3 Gaat heen en leert, wat het betekent: Barmhartigheid wil Ik en geen offerande; want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.
(nieuw kopje..)Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem en vroegen: Waarom vasten wij en de Farizeeën wèl, maar uw discipelen niet? Jezus zei tot hen: Kunnen soms bruiloftsgasten treuren, zolang de bruidegom bij hen is? Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is, en dan zullen zij vasten.

In de oorspronkelijke brief staan de kopjes die wij ertussen hebben geplaatst niet. Daarom heeft de zin over barmhartigheid alles te maken met het onderwerp, waar Mattheus over verder gaat, namelijk vasten. Geen populair onderwerp. We houden er niet zo van, om allerlei dingen te laten staan, dat voelt als een offer en daar zou het precies niet om moeten gaan.
Ik wil hier niet ingaan op welke wijze we allemaal kunnen vasten, maar uit de tekst blijkt duidelijk dat het hoort bij ons geloofsleven en dat het niet gaat om “afzien”.
Jezus geeft ons een sleutel waar het wel om gaat, namelijk barmhartigheid.

dea2e3d27db353b919ffb1b925206722
bron:Mark Lawrence Art

Dat is geen woord uit ons dagelijks taalgebruik, dus laten we even naar de betekenis kijken.
Met Barmhartig wordt de Naam van God beschreven in Ex.34:6-7 waar God Zijn naam uitroept voor Mozes. “Here, Here, God, barmhartig en genadig..”. Het woord “rachum” wat compassie/ barmhartigheid betekend, stamt af van het Hebreeuwse woord “rechem”= baarmoeder. Die stam geeft mede betekenis aan het woord en barmhartigheid kan opgevat worden als : omringen met liefdevolle, voedende en beschermende daden.
In de baarmoeder kan iets tot groeien en ontwikkeling, door het af te zonderen van de wereld daarbuiten. Het is apart gezet met een doel en voor een bepaalde tijd.
Met betrekking tot Gods naam heeft dit direct betrekking op concreet handelen, Hij is zo en Hij zal zo handelen met ons. Daarin mogen wij op onze hemelse Vader gaan lijken en handelen zoals Hij. Samengevat, vasten is een actieve daad met een liefdevol, voedend en ontwikkelingsgericht doel.

Het O.T laat zien hoe praktisch dit kan zijn. In Ex. 19, de 3de maand na het verlaten van Egypte, staat het volk bij de berg waar God zich machtig openbaard. Ze krijgen de opdracht om zich te heiligen v10, met de specifieke toevoeging om hun klederen te wassen. Zo praktisch kan het zijn, reinigen, schoonmaken van binnen en van buiten!
Na drie dagen zijn ze klaar en het antwoord wat ze van God ontvangen legt een solide fundament voor de rest van hun reis, de generaties die na hun komen tot aan de komst van Jezus Christus.
Als je vast, doe het uit liefde en verwacht grote dingen, want we hebben een barmhartig God, een liefdevolle Vader.

Een sterke identiteit.

Matt.9:9-13 De roeping van Mattheüs
9 En vandaar verder gaande zag Jezus iemand bij het tolhuis zitten, Mattheüs genaamd, en Hij zeide tot hem: Volg Mij. En hij stond op en volgde Hem.

en tegen de farizeeërs die Hem erom bekritiseerden zei Hij: Zij, die gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig, maar zij, die ziek zijn. 13 Gaat heen en leert, wat het betekent: Barmhartigheid wil Ik en geen offerande; want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.

Mattheus noemt hij zichzelf, naar de omstandigheden waarin hij verkeerd.  Maar door de andere evangelisten wordt hij bij zijn profetische naam genoemd: Levi (Marc.2:14; Luc.5:27). Dat betekend “de zich hechtende”, profetisch gezien spreken de andere evangelie schrijvers over Mattheus uit dat hij zich aan Jezus zal hechten.
Zelf weet hij wie hij was, een man met een verachtelijk beroep, zonder aanzien. Die identiteit zal hij achter zich laten. Op het moment dat hij Jezus gaat volgen is het oude voorbij.
Jezus komt in zijn huis. Jezus eet met hem, zit aan zijn tafel.
Gelijk Hij woning wil maken in ons huis en met ons wil eten aan tafel : “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij”, (Openb.3:20).
De buitenwereld , farizeeërs (!), noemen Mattheus nog in één naam met zondaars :”Waarom eet gij en drinkt gij met de tollenaars en zondaars?”, roepen ze Jezus toe. Maar op het moment dat Mattheus is opgestaan om Jezus te volgen en Hem in zijn huis te verwelkomen, is het nieuwe gekomen.  Het maakt niet uit wat de wereld meent te zien, aan de buitenzijde. Jezus kent de binnenzijde e029e1e4fcf1bd41a3f5113cfd3640d91n weet wat er echt is.

Zij die gezond zijn”, zegt onze vertaling, maar letterlijk staat er “ischuó”- die sterk zijn”. Het gaat om lichamelijke en geestelijke eigen kracht. Onze vertaling zet ons op het verkeerde been, kijk maar naar teksten waarin ditzelfde woord staat, Marc.5:4 “niemand was sterk genoeg (deze bezetenen) te bedwingen”. Een ander voorbeeld waarin dit woord staat is Joh.21:6, waar de discipelen niet sterk genoeg waren om het visnet binnen te halen; Luc.14:29-30 niet sterk genoeg om (een geestelijk huis) af te bouwen; Luc.16:3 Niet sterk genoeg om te kunnen spitten (Lichamelijke arbeid).
Het gaat ook niet om mensen die als kneusjes worden beschouwd of mensen die naar wereldse maatstaven niet tot de populaire club behoren. Dat gevoel wil ons nog wel eens bekruipen, vooral als je deze tekst ook verbind met 1 Cor.1:27 “wat voor de wereld dwaas is heeft God uitverkoren”. Die zienswijze is een leugen uit het rijk der duisternis.
Jezus roept mensen die niet op hun eigen kracht willen vertrouwen. Ze beschouwen hun eigen vermogen als ontoereikend, ze zijn niet ziek in de letterlijke of figuurlijke zin. Ze zoeken Jezus de geneesheer ,de God van wonderen, de God die het onmogelijke mogelijk maakt.
De genezing vindt plaats in het licht van het koninkrijk der hemelen. Aardse mensen worden genezen van hun eigen beperkte kracht, hersteld naar hun hemelse identiteit, naar hemelse kracht.
In het hemelse zijn wij één, gehecht, aan de God van wonderen door Jezus Christus; onze geneesheer die ons heel maakt naar onze hemelse identiteit.

 

Een geopende deur.

Matt. 8:28-34 De genezing van twee bezetenen.
28 Nadat Hij
(Jezus) aan de overkant in het land der Gadarenen was gekomen, kwamen Hem twee bezetenen uit de grafsteden tegemoet, zeer gevaarlijke, zodat niemand langs die weg kon voorbijgaan.
32 En Hij zeide tot hen
(de demonen): Gaat heen! Zij voeren uit en gingen in de zwijnen;

Met betrekking tot de bovenstaande tekst, houdt me het volgende bezig. Ik zal je drie snapshots beschrijven, die mij de afgelopen periode voorbij zijn gekomen.addtext_com_MTczODE1MjAzMTY1
Een broer in het geloof, was in Nederland op visite. Hij was afkomstig uit een Moslimland waar Christenen worden vervolgt en deelde de angst die er leeft onder Christenen om openlijk van hun geloof te vertellen. In zijn situatie zeer begrijpelijk. Je nodigt niet zomaar iemand voor je kerkdienst uit, als dat alle mensen uit die kerk en hun families het leven kan kosten.
Heer kom onze broers en zussen die in deze situatie zitten tegemoet met kracht, moed en vooral heel veel wijsheid om te weten tegen wie U ze geeft te spreken en te weten wanneer ze moeten zwijgen.

Een stapje dichterbij huis vraagt een Christen zich af hoe we Jezus die geweldig is, kostbaar en mooi,  kunnen laten zien aan de vluchtelingen die ons land overspoelen. Hun noden zijn duidelijk en wij hebben hen iets moois te vertellen, maar cultuur is zo anders als die van ons. Zijn ze wel in staat om ons verhaal te begrijpen, staan ze er wel open voor? Het gedrag waar ze mee in het nieuws komen, vechtpartijen, alcohol misbruik, aanrandingen en verkrachting, laten zien dat het niet zonder risico is om in contact te treden, zeker als vrouw.
Heer zegen de kerken in Nederland die bereid zijn te helpen met wijsheid, liefde en inzicht, om te zien hoe ze echt kunnen helpen en wie ze kunnen helpen.

Ik heb een poosje op een dubbeldiagnose-groep gewerkt, dat wil zeggen dat de bewoners last hadden van zowel een ernstige verslaving, een psychiatrische problematiek, sociaal-maatschappelijk geheel ontspoort, schulden hebben en meestal ook in het bezit van een strafblad zijn.
“Een heftige doelgroep”, reageerde een vakgenoot toen ze een paar verhalen hoorde die waren voorgevallen. “De meesten mensen zouden niet zo snel in gesprek gaan met een verslaafde”.
Heer stuur arbeiders want de velden zijn wit om te oogsten. Geef ons schoenen van bereidvaardigheid.

Geen van de genoemde doelgroepen, mensen die Jezus nodig hebben, zijn “zo gek” , zo enorm van hun padje, dat ze wonen op het kerkhof! Zo gevaarlijk en berucht dat iedereen in de stad ze kent en niemand er voorbij durft te lopen.
De overwinning die Jezus heeft gehaald overstijgt ruimschoots de mensen waar wij oprecht Gods liefde willen laten zien en bang voor zijn tegelijkertijd. Hij heeft de overwinning behaald.
Dat wil niet zeggen dat we ons roekeloos in het gevaar moeten storten, maar dat de weg open is. Het is mogelijk God te laten zien aan mensen waar we van terug schrikken.
Heer maar ons moedig en geef ons de woorden van U voor ieder die ze nodig heeft.

Waar ben je bang voor?

Matt. 8:23-27 De storm op het meer.  V.26 Waarom zijt gij bevreesd, kleingelovigen?

Over alle situaties in ons leven heeft God al iets gezegd in de Bijbel. Er gebeurt in ons leven niets iets nieuws waarover God figuurlijk gezien, met Zijn handen in het haar zit en denkt :”Oh oh, hier heb ik niet aan gedacht”. Geen storm is zo groot of zo klein, dat Hij er niet over heeft gesproken en soms heeft Hij daarover ook nog tegen ons persoonlijk erover gesproken. Hoe komt het dan dat we er soms echt niet uitkomen en rond tobben in onze moeite en angst?
Jezus stelt de discipelen een vraag :”Waarom zijn jullie bang?”.
Ik weet niet of ze daar echt een antwoord op konden geven, want het staat niet beschreven, maar het stellen van vragen kan zeker tot geweldig inzicht leiden. Laat me daarom er nog een andere vraag naast leggen.
Waarom zou je Gods woord niet geloven?
Welke “realiteit” die jij voor ogen ziet, zou werkelijk groter, machtiger of sterker kunnen zijn als God die hemel en aarde schiep?
Je bent het misschien vergeten wat God over deze situatie heeft gezegd, het is uit je denken weggeschoven, maar als je zou geloven zou je angst niet meer bestaan. Dus zoek uit wat God gezegd heeft en stel jezelf de vraag :” waarom zou je het niet geloven?”.
Natuurlijk is het een risico om te hopen op iets beters, maar laten we eerlijk zijn, wat heeft jou eigen manieren waarop je het hebt aangepakt gebracht? Geeft je eigen vrees en zorg je een resultaat waarvan je denkt :”Ja, doe me daar maar meer van?”.

Ik weet niet hoe het bij jou zit, maar laat me even heel eerlijk zijn. Zelf ben ik soms nog het meest bang dat God toch niet zo betrokken bij mij persoonlijk is als dat ik hoop. Dat Hij grotere problemen heeft om mee bezig te zijn en dat mijn kleine worstelingetjes totaal niet belangrijk zijn. Of erger nog, dat er helemaal geen antwoord komt. Dat ik van generlei belang ben voor Hem.
Het kan helemaal niet, maar toch ben ik daar soms bang voor.
Maar als 12 mannen in een bootje Jezus wakker mogen maken omdat het stormt, als een Romeinse hoofdman antwoord vinaddtext_com_MTQ1NDMxMTkyODgxd voor zijn zieke knecht, als een bloedvloeiende vrouw genezing vindt door zijn kleed aan te raken, als kinderen de grootste zijn in Zijn koninkrijk…..als Hij al deze individuen ziet, werkelijk ziet zoals ze zijn, zou Hij dan plotseling blind zijn voor mij?
Zou God die het oog heeft geschapen en het oor, voor mij plotseling doof en blind zijn?
Zou God die mieren heeft geschapen, mussen niet doet neervallen zonder dat hij het weet, die de haren op mijn hoofd heeft geteld, mij kleiner en onbeduidender kunnen achten als iets triviaals als de haren op mijn hoofd?
Heer vergeef me dat ik bang ben voor de onlogische gedachten in mijzelf. Kom me alstublieft te hulp en verlos me van mijn irrationele angsten, zodat ik volledig op U te ga vertrouwen.