Als geloof God raakt.

In Lucas 8 lezen we het verhaal van de bloedvloeiende vrouw. Jezus was op weg naar het dochtertje van Jairus, maar onderweg gebeurd er nog iets. “43 En een vrouw, die sinds twaalf jaren aan bloedvloeiing leed en door niemand kon genezen worden, 44 kwam van achteren tot Hem en raakte de kwast van zijn kleed aan, en terstond hield haar vloeiing op. 45 En Jezus zeide: Wie is het, die Mij heeft aangeraakt?”.
Als geloof God raakt, gaat er kracht van Hem uit. Zelfs als de persoon die Hem met geloof aanraakt, Hem daar geen toestemming voor heeft gevraagd, zonder speciaal of lang gebed…
Zodra geloof God raakt ontstaat er een connectie, als een stekker in een stopcontact en het goede van God, Zijn kracht, Zijn heerlijkheid, Zijn genezing, Zijn liefde, maakt connectie met de persoon die met Hem door het geloof verbinding heeft gemaakt.
De vrouw is hierin een geloofsvoorbeeld voor een wanhopige verdrietige vader. Ze leidde hem tot geloof in Jezus helende kracht. Dat had deze vader nodig want hij kwam Jezus om genezing vragen, maar onderweg werd hij op de hoogte gebracht van het overlijden van zijn dochter. Het had zeer begrijpelijk geweest als deze vader in zijn wanhoop niet in staat was geweest in geloof te staan. Zijn dochter…..Natuurlijkerwijs keek hij de dood van zijn eigen kind in de ogen.
Wat is afschrikwekkender?  Maar als hij in die connectie met doodsangst blijft, kan de connectie van geloof met de Vader niet worden gemaakt. Het lijkt een onmogelijke opgave, maar Jezus zegt tegen hem  “vrees niet, geloof slechts”.
Vrees maakt namelijk de connectie met de duisternis. Het is de stekker in het verkeerde stopcontact. Het geeft de duisternis een open kanaal om alle verschrikkingen en vervloekingen van de boze daar doorheen te laten lopen. Dus in genade geeft God de vader een voorbeeld van geloof, zodat de angst in hem niet zal winnen, maar dat hij, tegen spotternij in, blijft geloven dat Jezus bij machte is om zijn dochter te doen leven.
Hoewel liefde het grootste gebod is, is het gebod  “vrees niet” het meest gegeven gebod. De opdracht om niet te vrezen staat 365 keer in de Bijbel. Voor elke dag van het jaar een keer, wordt er wel gezegd.
Een opdracht en niet zonder reden. In Job 3:25 staat :” Want waarvoor ik vrees, dat overvalt mij, en wat ik ducht, dat treft mij”. Job laat zien dat vrees werkt als een bijna “zelf-vervullende profetie”. Wat je geloofd dat gebeurd, want de deur is open gezet. Job offerde voor zijn kinderen, elke keer als ze bij elkaar waren gekomen, want ze mochten eens zondigen en God verlaten. Hij was bang dat het mis zou gaan. Het lot wat zijn kinderen is overkomen, is in overeenstemming met de angst die hij koesterde, zoals hij bevestigt in 3:25.DSC_4780
Op elke plaats in de Bijbel waar God zegt “vrees niet”, doet Hij dat gebiedende wijs. Het is een opdracht  en die moeten we niet bagatelliseren. Het is niet juist om te denken “ach, dat is toch menselijk”. Als we er op die manier mee om mogen gaan in het koninkrijk Gods, had Jezus de vader van Jairus getroost, of hem op zijn schouder laten uithuilen. Maar zelfs tegenover één van de grootste tragedies die een mens kan, het overlijden van zijn kind, zegt Jezus “Wees niet bevreesd, geloof alleen”, v50.
Nu vraagt God niet het onmogelijke van ons, dus hoe ernstig de situatie lijkt, we kunnen geloof grijpen en Hij komt ons te hulp. Zoals Hij de vader van Jairus de bloedvloeiende vrouw als bemoediging gaf en als voorbeeld om in geloof te gaan staan.  Zo wil Hij ons ook tegemoet komen in onze situatie, zodat we angst kunnen loslaten en geloof kunnen grijpen. Dus vraag vrijmoedig om Zijn hulp, dat Hij onze ogen mag openen en ons hart met geloof mag vullen.

Advertenties

Ps2. De messiaanse koning

“Waarom woelen de volken en zinnen de natiën op ijdelheid? De koningen der aarde scharen zich in slagorde en de machtshebbers spannen samen tegen de Here en zijn gezalfde”.

old-globe-898635
http://www.dreamstime.com/royalty-free-stock-photo-old-globe-image898635

Dit geeft aan waar het gevecht om gaat, de natiën willen zich niet onderwerpen aan het gezag en de heerschappij van God. Ze maken de aarde tot een strijdtoneel, in opstand tegen de Here en zijn gezalfde.
Petrus en Johannes halen deze tekst aan , nadat ze voor de priesterraad zijn verschenen en zijn bedreigt om niet meer over Jezus te spreken. Tegen de discipelen keren zich Herodus, Pontius Pilatus, heidenen en volkeren van Israël. Geen kleine machtshebbers, tegenstanders met mogelijk zelfs dodelijke gevolgen. Dus bidden ze: “Let op hun dreigingen Heer, maar geef Uw dienstknechten vrijmoedigheid om Uw word te spreken”.
Hand.4:31 ‘en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en spraken het woord Gods met vrijmoedigheid”.
Wanneer we God vragen om volkeren en natiën, treden we in de voetstappen van onze Heer, de Messiaanse Koning. De leerling staat niet boven zijn meester, dus tegenstand zal er zijn. Petrus en Johannes erkenden dat ook, ze gingen niet als een stelletje struisvogels, in ontkenning op pad. Ze benoemde de dreiging en legden het in de handen van de Vader. Hij is bij machte daarop te letten en zijn kinderen bescherming te geven.
De uitdaging is om ons er niet door die dreiging, de opstand, de slagorde en het zinnen op ijdelheid, te laten beïnvloeden.  Het is zo gemakkelijk om onder de indruk te raken. Maar in het getuigenis van de discipelen lezen we ook de oplossing, ze werden vervuld met de heilige Geest. We hebben het nodig om vol te worden van de Geest van kracht, liefde en bezonnenheid. We hebben de gaven van de Geest nodig, geloof en wijsheid om te weten wat we moeten spreken.  Als god het aan de discipelen geeft als ze Hem erom bidden, zal Hij het ook aan ons geven.
Met de vraag om van Hem volkeren tot erfdeel te ontvangen, wil Hij ons ook bekwaam maken voor onze taak. Hij heeft ons gezegend met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus Jezus,(Ef.1:3) die de overwinning al behaald heeft! De taak is niet onmogelijk, want Hij gaat ons voor en maakt het voor ons mogelijk om erin te staan.
In Handelingen lezen we dat de discipelen niet heel erg onder de indruk waren. Menselijkerwijs hadden ze dat zeker kunnen zijn. De geschiedenis, wat de romeinen onder de Joden hebben aangericht, is zeer bloederig. Toch dachten de discipelen groot. Tot Hand. 10 zijn er alleen apostelen van de Joden, gewoon alle Joden in het algemeen. Daarna komen er ook apostelen voor de heidenen. Het is niet zo dat ze slechts visie hebben voor een clubje Grieken, Turken of Romeinen. Welnee, laten we groot denken, gewoon alle volken op de grote hoop onder de noemer ‘heidenen’, ‘niet Joden’.  Ze hebben al een start bij het volk van God, dus waarom doen we de rest van de wereld er ook niet bij?
Ik heb immers mijn Koning gesteld over Sion, mijn heilige berg”. (Ps.2)
In de toekomende tijd zullen alle volkeren daarnaar toe optrekken , profeteerd Jesaja 2:3 ’velen natiën zullen optrekken en zeggen: komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de god Jacobs”.
In de toekomst komt het volmaakte, maar tot die tijd mogen we grote visie hebben en grote vragen stellen.

Is het voor nu of voor de toekomst?

Ps.2:8  ‘vraag Mij en Ik zal volkeren geven tot uw erfdeel, de einde der aarde tot uw bezit’.

aircraft-513641_640
https://pixabay.com/nl/vliegtuigen-landing-bereiken-513641/

De Bijbel staat vol met profetieën, beloften voor de toekomst en dat is ook precies hoe we ze lezen: voor de toekomst, dus nog niet voor nu! Die dingen gebeuren als Jezus terug komt, maar wat doen we in de tussentijd dan?
Klopt onze interpretatie wel, dat dit zaken zijn voor de toekomende tijd, waardoor we ze niet Nu, heden ten dage verwachten?
Even een paar gedachten als uitgangspunt: De erflater Jezus Christus, is al overleden. De gehele erfenis staat al tot onze beschikking. Dat zaken van Zijn erfenis in de toekomst tot volmaaktheid zullen komen, wil niet zeggen dat we reeds in het heden van deze goederen kunnen genieten. Maar dat gaat niet gebeuren als er geen verwachting is, als we God niet naar deze dingen vragen.
Een vergelijking om dit nog wat duidelijker te maken.
Stel dat we onbeperkte middelen hebben om onze kinderen alle te geven, maar je kind heeft nog nooit gevraagd om een vliegtuig, heeft nog nooit vlieglessen genomen en heeft in het geheel geen belangstelling om te gaan vliegen, dan is het niet voor de hand liggend om dit kind een vliegtuig cadeau te doen. Maar je zou het gemakkelijk kunnen doen!
Dit alles schoot door mijn hoofd, in overdenking van Ps.2:8
vraag Mij en Ik zal volkeren geven tot uw erfdeel, de einde der aarde tot uw bezit’.
Vragen we God wel naar volkeren? Verwachten we eigenlijk wel dat God ons niet enkel mensen in onze omgeving geeft om bij Hem te brengen, maar hele volkeren, steden en landen? Het is een groot concept, maar mogelijk denken we veel te klein. De belofte voor de toekomst is immers nog veel groter.
Even een paar teksten die spreken over de vervulling zoals die in de toekomende tijd plaats vindt:
Openb.1:6 En Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters Gode en Zijn Vader; Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.(Statenvertaling).5:9 –Gij (Jezus) hebt hen voor God gekocht met Uw bloed uit elke stam en taal en volk en natie;-en zij zullen als koningen heersen op aarde.  22:5 –er zal geen dag en geen nacht meer zijn- en zij zullen als koningen heersen tot in alle eeuwigheden’ (NBG).
“Regeren, heersen als koningen”, dat vraagt om een gebied, om een volk of een land, wat ons is toegewezen. Wacht je tot God het je aanwijst, ergens in de verre toekomst, wanneer Jezus terug is? Tot Hij jou een klein stukje van de grote puzzel in je handen drukt, als een klein goudklompje en tegen je zegt :”Dit heb ik voor jou bewaard?”. Of is deze belofte reeds heden, nu in onze tijd van belang?
Als je zou mogen kiezen, welke mensen, volkeren landen, gaan jou aan het hart? Waar voel je je ten diepste bij betrokken, wil je voor bidden en zorg voor dragen? En als je daar nog helemaal geen visie voor hebt, vraag God er eens naar, of er iets is, waar Hij jou in wil betrekken. Iets waar Hij jou in vuur en vlam wil zetten.
Want laten we eerlijk zijn, het is zoveel leuker om een kind een cadeau te geven, die precies weet welk type vliegtuig hij het allermooiste vindt en voor geoefend heeft om in te kunnen vliegen.  En misschien gebeurd het dan wel dat die Vader zegt :”Oké, je hebt geoefend voor een klein passagiersvliegtuig, daarom kan ik je in de toekomst een Boeing 747 toevertrouwen”.