Ik heb uw gebed gehoord

In 1 Koningen 8:23-53 staat een geweldig gebed van Salomo opgeschreven wat hij bad bij de inwijding van de tempel. Daarbij pleit hij voor het volk en haalt daarbij allerlei situaties aan: Zoals iemand een vloek over zichzelf heeft afgeroepen, wanneer Israël heeft gezondigd, als de regen uitblijft, als er hongersnood is, als een vreemdeling bidt, als Israël ten strijde trekt, als Israël gevankelijk wordt weggevoerd…Indien daarbij sprake is van berouw, inkeer en gebed, hoort dan.
Je leest gemakkelijk over die specifieke vraag heen, maar steeds weer zegt Salomo: v52
Laten dan Uw ogen geopend zijn voor de smeking van Uw knechten voor de smeking van Uw volk Israël en hoor naar hen zo dikwijls als zij U roepen-
Bij het gebed van Hizkia zie je die zelfde manier van bidden terug komen, 2 Kon.19:14-19 wanneer hij een brief heeft gekregen van de vijand om Israël tot overgave te bewegen. Hizkia gaat naar de tempel, spreidt de brief voor God uit en zegt v16 Neig Here uw oor en hoor; open Here uw ogen en zie.
Ook in het N.T, eeuwen later, vindt je een dergelijke wijze van bidden bij Paulus in Hand.4:29 Here let op hun dreiging-
Ik was eerst van mening dat het te maken had met een oude manier van spreken, taal en cultuur gebonden, (hoewel het tijdsverschil tussen Salomo en Paulus dit ontkracht), maar kijk ook naar Gods antwoord.
Het antwoord aan Hizkia is v20 wat gij Mij gebeden hebt betreffende–, heb Ik gehoord.
Zo ook bij salomo. God beantwoord het gebed van de inwijding van de tempel bij Zijn tweede verschijning aan Salomo in 2 Kron.7 en dan zegt God in v12 Ik heb uw gebed gehoord- v15 Thans zullen Mijn ogen geopend zijn en Mijn oren luisteren naar het gebed te dezer plaatse.
God gaat niet alleen in op de inhoud van het gebed, maar hij bevestigt aan de bidders dat Hij het heeft gehoord en dat Hij het heeft gezien, dan Zijn oog erop gericht zal zijn.
Het gaat hier niet om een formule of een manier van uitdrukken, maar om een vraag aan God om specifiek aan deze zaak aandacht te besteden. Het is geen horen van orenDSC_1622, maar een horen met het hart, zoals Jezus bedoelde toen Hij sprak, “wie oren hebben hore”.
Zo te bidden is een bekrachtiging van het gebed en God antwoord.
De mensen die God vragen om met name op deze zaak te letten, vullen op geen enkele wijze in hoe God op deze zaak zou kunnen reageren. Ze dragen geen oplossing aan, ze vellen geen oordeel over hetgeen er gebeurd of over de mensen/vijanden die erbij betrokken zijn. Ze wijden niet uit over hun emoties. Er is geen drama ondanks dreigende rampen, maar slechts nuchterheid en een totale overgave die de zaak verder aan God overlaat.

En God antwoord. Hij hoort, Hij ziet en Hij handelt, op al deze gebeden.
Misschien is dit wel de sleutel tot kort en nuchter gebed, zonder enig oordeel :
“Heer hoort en ziet, sla hier acht op”.

Wie is jou koning?

In 1 Samuel 8 wordt de profeet Samuel geconfronteerd met de vraag van het volk om een koning. Naar de historische context kan dit worden uitgelegd als, de wens om te lijken op de volkeren om hen heen, die zich presenteerden met pracht en praal middels hun koning. Het aanzien van de wereld als voorbeeld model nemen van wat mooi en wenselijk is.
Maar geestelijk legt God iets heel anders bloot , v7 want niet u (Samuel) hebben zij verworpen, maar Mij hebben ze verworpen, dat Ik geen Koning over hen zou zijn.
Feitelijk had het volk zich nog steeds niet aan God overgegeven en Hem de heerschappij, de macht en de majesteit gegeven, over het volk, het land en hun beslissingen. Daarmee is Israël ons tot een levend voorbeeld voor de individuele strijd in ons leven.
Het is zo gemakkelijk om weer de leiding terug te pakken en zelf de zaken even te regelen, in plaats van op God te wachten. Soms denken wij dat we weten hoe zaken geregeld moeten worden, maar God kan daar anders over denken en een betere oplossing hebben.  “Heer vergeef me wanneer ik de regie terug pak. Ik leg opnieuw mijzelf, mijn bezittingen en mijn beslissingen bij U op het altaar en geef U daarover de heerschappij”.
Het is gemakkelijk om te kijken hoe zaken in de wereld eraan toe gaan en te denken dat het zo hoort, dan ben je ook cool als je het zo doet. Soms lijken handelswijze uit de wereld gekleurd te worden door theorie, wijsheid en overleg, wat maakt dat we ze overnemen, want het is verstandig om zo te handelen. “Heer ik wil U vragen mijn handel en wandel verlossen van alles wat de wereld verstandig acht. Leer mij te luisteren naar Uw wijsheid en daarnaar te handelen”.

Israël komt er door schade en schande achter dat de vraag om een koning niet zo’n hele beste weg was. In 10:19 komen ze bij Samuel terug met de vraag: Bidt voor Uw knechten tot de Here Uw God, opdat wij niet sterven, want aan al onze zonden hebben wij nog kwaad toegevoegd door voor ons een koning te vragen.
Als je erachter komt dat een bepaald handelen niet juist was, sterker gezegd, zonde is, ga dan terug naar God. Herstel de relatie met Hem en handel niet meer zo.
Er is altijd een weg terug. Misschien worden niet altijd de gevolgen van de zonde daarmee uitgewist, maar de juiste Koning wordt weer op de troon van je hart gezet. De Almachtige God van liefde, wijsheid, inzicht en kracht.
Hoe zit het dan met die gevolgen, want uiteindelijk blijft Saul wel aan de macht?DSC_4664
Het onrechtvaardig zijn als God tegen Saul zou zeggen :”Oké, ik heb je uitgekozen en gezalfd, maar dat was het gevolg van een zondige vraag en nu heb ik je niet meer nodig”. God kan niet zichzelf tegenspreken door 1st te zeggen 18:17 “dit is de man over wie ik gesproken heb, deze zal over mijn volk heersen”, en dat later terug nemen. Wat God wel doet is de koning verantwoordelijk achten voor zijn zonden. Het is de handelen van Saul en zijn volharden daarin, wat leidt tot het verwerpen van Saul. 1 Sam.15:10-11 Het woord des Heren kwam tot Samuel: Het berouwd Mij dat Ik Saul tot koning heb aangesteld, want hij heeft zich van Mij afgekeerd en Mijn bevelen niet uitgevoerd”.
Zoals Israël God niet als Koning Zijn plaats had gegeven, zo had ook Saul dat niet en de gevolgen van die zonde dient hij te dragen.
Daarmee wordt de vraag “wie is jou koning?”, nog indringender.

Een doe-ding

Het nieuwe testament staat vol met woorden wie wij zijn, zoals :“jullie zijn allemaal kinderen van het licht, zonen Gods, erfgenamen van Christus Jezus, geliefden kinderen Gods”.
Daarnaast staat het N.T vol met werkwoorden zoals :“verheugd u, bidt ten alle tijden, maakt God groot, biedt weerstand tegen de boze, doet de nieuwe mens aan…”.
In die volgorde moet het denk ik ook geplaatst worden: A. Dit ben je. B. Dit doe je.
Nog even voor de helderheid, je behoudenis is niet afhankelijk van je doen, je bent gered door Christus , maar het ‘doen’ volgt uit wie je ‘bent’ en is het ‘onderhoud’ van de relatie die je met Hem bent aangegaan.
Dit weer even als kader voor de boodschap uit het vorige blogstukken, dat er sommige dingen zijn die wij moeten doen. Je kan in sommige zaken niet met je armen over elkaar zitten wachten tot er iets gebeurd, er worden een aantal acties van ons vragen.
En dan zegt Paulus iets wat me lang heeft geïntrigeerd, namelijk 1 Tim. 3:16 groot is het geheimenis van godsvrucht, en dat zegt hij in de context “dan weet je hoe men zich in Gods huis moet gedragen. Het heeft dus betrekking op dat deel van “doe-dingen”.
Paulus heeft aan Timotheüs een hoop over godsvrucht op te merken. 4:7 Oefen u in godsvrucht, v8 godsvrucht is nuttig tot alles, v6:11 jaag naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtzinnigheid.
Timotheüs moet op het pad blijven wandelen naar zijn gaven die hem onder handoplegging zijn bevestigd en naar profetieën die over hem uitgesproken zijn. Hij moet zich naar God uitstrekken en dit ‘doen en blijven doen’. Geheel in lijn met het hiervoor geschetste kader, hij is een kind van God en handelt als een kind van God, maar wat is dan het geheimenis van dat ´doen´?DSC_4633
Godsvrucht, de hemelse opbrengst van ons doen, ligt niet onder de vloek die in over de schepping is gekomen: Gen.3:17 ‘de aardbodem is vervloekt- al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft- doornen en distels zal hij voortbrengen- en met smart zult gij kinderen baren’.
Het hemelse is daar vrij van. De opbrengst van de beoefening van godsvrucht worden niet gekenmerkt door zwoegen en een beperking in de opbrengst. Dit is voor ons die gewend zijn aan werken zonder vrucht al een grote ommekeer. In plaats van je af te vragen wat het allemaal voor zin heeft om die dingen te doen, geven “doe-dingen’ in Gods koninkrijk wel een opbrengst.
Dit is ook meteen een deel van het geheimenis, niet elke opbrengst is direct op de aarde zichtbaar. Het is een geestelijke opbrengst, in het koninkrijk Gods. Niemand kan het van ons roven, het kan niet kwijt raken of vergeten worden, want God vergeet niet.
Anderzijds wordt godsvrucht wel gekenmerkt door het hemelse en zal zich gedragen naar Zijn beeld en Zijn gelijkenis. God is eeuwig, daarom wordt de opbrengst beschreven als een eeuwige, voorbeeld: Joh.4:36 wie oogst ontvangt loon en verzamelt vruchten voor het eeuwige leven,-Gal.6:8 maar wie op de akker van de Geest zaait, zal uit de Geest eeuwig leven oogsten.
Het zal gekenmerkt worden door Gods karakter, trouw, liefdevol, en goed.

Vernieuwing van je denken

Ef.4:22 ( dat je) de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerte, dat je verjongt wordt door de geest van je denken en de nieuwe mens aandoet, die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.

DSC_1559
Pyreneeën 2013 N.M.Wagemans

We zijn niet meer van onszelf!
We zijn door Jezus gekocht en betaald door Zijn bloed, de allerhoogste prijs heeft hij betaald voor jou en mij; met Zijn leven. De bovenstaande opdracht is dus niet geheel vrijblijvend.
We leven in een samenleving waarin ons de zin: “dat bepaal ik zelf wel”,  wordt geleerd, maar als we ons leven aan Hem hebben gegeven gaat deze gedachte niet meer op. Als we hebben bedacht dat God geweldig is is, lief, goed en zeer de moeite waard, dan moeten we Hem ook de kans geven om ons te vernieuwen naar Zijn beeld en Zijn gelijkenis en Zijn liefde in ons ontvangen.
Misschien geen populaire boodschap, maar ‘aandoen’, vraagt om een actieve houding, het najagen van het goede. Het is een werkwoord.
Je kan niet blijven wensen dat het toch eens mocht gebeuren, zonder een stap in die richting te zetten. Maar als de graankorrel op zichzelf blijft en niet sterft, brengt hij ook geen vrucht voort (Joh.12:24-25). Maar als je besluit jou zelfbepaling opzij te zetten en jou gedachten in te ruilen voor Zijn gedachten, brengt het veel vrucht voort.
In het Grieks staat in het cursieve deel van de tekst:  “ἀνανεοῦσθαι τῷ πνεύματι τοῦ νοὸς ὑμῶν”, letterlijk te vertalen met : “wordt vernieuwd en in de geest (pneumati) van de gedachten van jou”. (Het woordje ‘en’ wordt in de Gr. grammatica gebruikt als een verbindingswoord die aangeeft waar de vernieuwing betrekking op heeft).
Het woord pneumatica verbindt ons direct met de Heilige Geest. Dit bepaald door wie, op welke wijze wij vernieuwd mogen worden en welke vrucht ons dat zal opleveren. (Denk even aan de vruchten van de Heilige Geest, Gal.5:22).  Het is van directe invloed op onze emoties en karaktereigenschappen; de manier waarop we met anderen omgaan en de wijze waarop we in situaties reageren.
Het woord νοὸς=gedachten, representeert ons door God gegeven vermogen om te redeneren, ons intellect. Vernieuwing door de Heilige Geest lijkt misschien wat zweverig en ongrijpbaar, maar νοὸς  spreekt van hele concrete intellectuele redeneringen. Bill Johnson heeft in zijn boek “dromen met God’, geschreven de Gods kinderen de uitvinders van de aarde zouden moeten zijn, die door God worden geleid tot spectaculaire nieuwe oplossingen voor wereld problemen. Omdat God in staat is Zijn geweldige openbaringen, oplossingen en intellectuele overwegingen, in onze gedachten te openbaren. Hij wordt niet beperkt door onze problemen! Bedenk eens wat een geweldige mogelijkheden daarmee vrij gezet kunnen worden, door één persoon die de tijd neemt om naar God te luisteren en echt anders over zaken gaat denken.
Niets is onmogelijk, omdat voor God niets onmogelijk is.

De waarheid maakt vrij

DSC_4666
Muiden 2015 N.M.Wagemans

2 Kor.10:5 Om elk bedenksel als krijgsgevangene te brengen onder de gehoorzaamheid van Christus
In het vorige stuk heb ik een voorbeeld beschreven hoe een bolwerk functioneert. Het houdt zichzelf in stand door voortdurend als vicieuze cirkels rond te draaien in de verschillende onderdelen waaruit het bestaat. Daarnaast laten bolwerken zich soms niet makkelijk ontdekken, doordat ze zich verschuilen achter een houding van “normaal” gedrag. De bijgaande foto laat precies zien hoe het werkt.
Het kanon op het bolwerk is vanaf het water voor schepen niet zichtbaar, want het is achter de dijk verscholen. Vanuit die verborgen positie schiet het kanonskogels af op ieder schip wat nadert, zonder zelf direct onder vuur genomen te kunnen worden.
Een geestelijk bolwerk gedraagt zich in grote lijnen op gelijke wijze. Op één of andere manier laten deze mensen gedragsaspecten zien die afstoten, zonder dat de omgeving misschien direct helemaal door hebt wat er allemaal speelt. Zoals mensen afstand nemen van personen die voortdurend in de slachtofferrol zitten; zoals schepen zich terug trekken van de dijk om niet geraakt te worden.
De omgeving moet oppassen om niet verwond te raken. De afgeschoten kogels raken echter net zo hard de persoon die ze afschiet. Behalve dat in het bolwerk het vuur, de luchtdruk en de knal is, komen er veel kogels in eigen nest terecht. Dit klopt even niet met de foto-vergelijking, (hier houdt de houdbaarheid van de vergelijking op)maar dit is wat de praktijk laat zien.
2 Cor.10 geeft een belangrijke sleutel in het gevecht; “Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees, want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, zodat wij de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus”, Namelijk waarheid.
In christus kunnen we bedenksels zoals een verkeerd zelfbeeld, een verkeerd Vader-Godsbeeld, een verkeerd beeld van de situatie of een verkeerde religieuze interpretatie, recht zetten.
De waarheid van Christus Jezus maakt vrij.
Het gaat om bedenksels die niet in overeenstemming zijn met Gods waarheid, in die zin zijn ze ongehoorzaam aan Christus. Dat betreft niet altijd logische redenaties, maar vaak ook ongeloof. Bijvoorbeeld: God zegt dat Hij ons vergeeft en dat Hij onze zonden zo ver van ons weg doet als dat het oosten van het westen verwijdert is. In de praktijk kwam ik echter iemand tegen die van mening was dat zij de 4de generatie was van haar familie in een bepaald opzicht. Daarom diende zij een familievloek diende te dragen, want God bezoekt de zonde van de voorvaderen tot in het 3de en 4de geslacht (Ex.34:7b). Dit gaat in tegen de waarheid van Christus die voor allen een vloek is geworden en met Zijn bloed voor alle zonde heeft betaald. Deze vrouw kon door de waarheid van Jezus christus en geloof in Zijn bloed, snel verlost worden van het lijden wat zij meende te moeten dragen. Daarna was er vernieuwing nodig van een aantal samenhangende denkbeelden die haar in dat lijden hadden bevestigt, zodat het gehele bolwerk, elk bedenksel, met wortel en tak uit haar leven werd verwijdert.

Bidt om wijsheid als je met bolwerken in jezelf of anderen te maken hebt, dat God openbaart wat de waarheid is en onderscheid om alle bedenksels te identificeren. Verander je handel en wandel die er mee samenhangt, niet door het verkeerde te bestrijden, maar door het voor beter gedrag te vervangen. Haal je ‘dijken/schansen’ die je hebt opgeworpen naar beneden, geef anderen een kijkje in jou keuken zodat ze je kunnen helpen, en waarheid in je leven kunnen spreken.
Ps.51:19 De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God.

 

Gebonden in het denken

Ps.51:18 Want Gij hebt geen behagen in slachtoffers, dat ik die brengen zou; 19 De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God.
Hiervoor hebben we gekeken naar de houding bij geestelijke strijd en de wapenuitrusting, vandaag kijken we naar geestelijke strijd bij mensen in onze omgeving.
Hoe werkt gebondenheid in het denken? Ik leg dit uit aan de hand van een voorbeeld, die we allemaal in ons leven wel eens tegen komen. Iedereen kent wel iemand die steeds meent het slachtoffer te zijn van allerlei situaties. Doorgaans houden we daar niet van, personen die door het leven gaan vanuit een slachtofferhouding, die voortdurend uitstralen: kijk eens hoe moeilijk ik het heb.
We willen best een keer iemands verhaal aanhoren en ook nog wel een tweede keer, maar op een bepaald moment moet het afgelopen zijn en vervelend genoeg is het dat niet voor deze mensen want ze zitten vast. Hoe kan dat? (Hier even de wijze waarop een hulpverlener/pastoraalwerker naar de zaak kijkt )

DSC_1389
Pyreneeën, 2013 N.M.Wagemans

Er spelen een aantal mechanisme onder deze houding een rol, die het tot een gebondenheid maken.
-De persoon in kwestie kijkt naar een situatie die hij als moeilijk ervaart en het idee heeft dat hij daar niet tegenop gewassen is.
Hierin zitten verschillende aanknopingspunten: Klopt deze zienswijze? Is de situatie buitengewoon moeilijk en is het redelijkerwijs niet van iemand te verwachten dat hij dit aankan? Klopt de aanname die de persoon maakt, dat hij niet tegen deze situatie opgewassen is? Kan extra kennis, informatie of voorlichting het begripkader van iemand groter maken waardoor hij de situatie beter kan beoordelen? Zijn er vaardigheden die kunnen worden aangeleerd, waardoor iemand beter kan reageren op de situatie?
Vernieuwing van het denken over zichzelf en over de situatie kan grote oplossing brengen.
(Daarnaast zijn er misschien praktische oplossingen in de situatie mogelijk die de omstandigheden lichter maken, waardoor de draagkracht van de persoon wordt vergroot.)
-Een ander aspect wat het maakt tot een gebondenheid is een slecht zelfbeeld. Het ‘slachtoffer’ is vaak voortdurend uit op bevestiging hoe moeilijk de situatie is en hoe zwaar ze het hebben. Daar zit iets vreemds in, want als iemand zou zeggen dat het klinkklare onzin is, zal die persoon beledigt zijn en zich afgewezen voelen. De omstandigheden zijn in de persoon  gemaakt tot een persoonlijke boodschap aan hun eigenwaarde: ‘als een ander vindt dat deze situatie niet moeilijk is en ik het niet zwaar heb, dan vindt die ander mij dus een zwakkeling. En ik wil bewijzen dat ik geen zwakkeling ben’. Maar de verborgen waarheid hieronder is, dat die persoon heeft aangenomen dat hij zwak is en voortdurend hulp van mensen nodig heeft.
-Deze interne spanning zorgen voor kramp, een volharding in de aangenomen houding. Die ‘kracht’ is kenmerkend voor een gebondenheid.
-Soms kan dit ‘redenatie-bolwerk’ een religieus karakter hebben en worden gesterkt door een aantal Bijbelteksten; 1 Cor.10:13 ‘gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan’. Hierbij gaat men ervanuit dat God hun deze immens zware situatie op hun bordje heeft gelegd en dat ze het daarom moeten verdragen. Deze visie gaat voorbij aan eigen verantwoordelijkheid ; zonden die zijzelf of anderen in de situatie doen, en die geconfronteerd dienen te worden; of gevolgen van zonden. In diezelfde lijn wordt soms ook Fil.4:13 naar voren geschoven “ik vermag alle dingen in Hem die mij kracht geeft”. Wie deze tekst in zijn context leest ziet dat er wordt gesproken van omstandigheden als honger en kou en dat dit niet gaat over het lijdzaam verdragen van omstandigheden waarin juist gehandeld moet worden.
-Dit bolwerk van slachtofferschap werkt trouwens graag samen met andere bolwerken van perfectionisme en controle.
Dit alles geanalyseerd hebbende snap je dat er een heleboel werk te doen is, bidt voor mensen die hierin vast zitten. Misschien ben jij geen pastoraalwerker die met dit soort problemen aan de slag kan, maar je kunt wel deel uitmaken van de oplossing door voor de genoemde onderdelen te bidden en de persoon te zegenen in de vernieuwing van zijn denken.

 

Geestelijke strijd

Mijn leeswerk vandaag is Ef.6, over de wapenuitrusting.
Natuurlijk kan ik die tekst al heel lang, maar toch zie ik nieuwe dingen.niet slapen maar bidden
Wat me opvalt is dat de eerste 18 zinnen vol staan met opdrachten die wij het beste kunnen doen.
`wees krachtig- doet de wapenuitrusting aan- houdt stand- neemt de wapenuitrusting- biedt weerstand-stel je op- omgord je met waarheid- bekleed je met het pantser der gerechtigheid- schoei je met bereidvaardigheid- neem het schild des geloofs- neemt de helm des heils en het zwaard des Geestes- bidt aanhoudend- wakend met volharding”.
God vraagt om een heleboel actie.

Er is een strijd gaande en wij worden opgeroepen om daarin niet passief God  op te wachten.
De 1ste zin start met `weest krachtig in de Here`. Met andere woorden vlucht in Hem , zoek Hem, jaag Hem na, maak Hem groot in jou leven, zodat de duisternis in ons geen voet aan de grond krijgt.
De wapen uitrusting spreekt van geloofsbeoefening, zoals: volledig in de waarheid zijn, waarheid denken, spreken en wandelen. Geeft leugen geen ruimte, want een kleine verdraaiing zet de deur open voor meer uitspraken die deze ene verdraaiing weer moeten ondersteunen.
Gerechtigheid is een eigenschap die direct ons handelen kenmerkt als kind van God. Onrechtvaardig is het handelen van de wereld, maar God heeft het recht lief en houdt van mensen die rechtvaardig handelen.
Bereidvaardigheid om vrede te maken, woorden van vrede te spreken. Geloof heeft alles te maken met onze identiteit, weten wie je hemelse Vader is en wat Hij in jou en in deze situatie kan doen.
De helm des heils wordt vaak uitgelegd als het beschermen van je denken en terecht want veel van onze houding wordt door ons denken bepaald. Maar het kan ook worden uitgelegd als : Wie is het hoofd, de baas, de autoriteit in deze situatie? Voordat we het weten, regelen wij zelf hoe wij denken dat iets gedaan moet worden, en gaan we op Gods troon zitten, in plaats Hem Heer te laten zijn over de situatie.
Het zwaard des Geestes, is het aanblazen van de Heilige Geest in ons en in de situatie, want waar de Geest is, is vrijheid.

Geestelijke strijd vraagt om een heleboel activiteit, maar bijzonder genoeg is de richting van die activiteit bijna niet naar buiten gericht op zaken die er gebeuren, maar bijna geheel gericht op God.
In het verleden zag ik strijd als iets wat van buitenaf naar je toe komt en een wapenuitrusting die je aan de buitenkant als kleding over je naakte lijf aan trekt.
Maar de strijd speelt zich af in het geestelijke, onze geest en onze ziel die wordt aangevallen, dat is niet aan onze buitenkant. Het gaat niet om vlees en bloed. De wapenuitrusting beschermt onze zielen en ons geestelijk gebied. Als dit geestelijk gebied en ons innerlijk totaal met God vervuld is, blijft er geen plaats meer over voor de boze om zijn voet neer te zetten: dan zijn we geheel Gode ten eigendom. Daardoor heeft het hanteren van de wapenuitrusting meer te maken met je volledig op God richten.
Jacobus begreep dit principe van God te vergroten om strijd te verdrijven. V4:7 “Onderwerpt u aan God maar biedt weerstand aan de duivel en hij zal van u vlieden.8. Nadert tot God en hij zal tot u naderen”.

Interpretaties van Gen.1

Vanuit een theologisch standpunt zijn er een aantal hoofdstromingen te onderscheiden hoe Gen.1 wordt geïnterpreteerd.
(Die verschillende  manieren van uitleggen binnen het christendom maken het naar het onderwijs niet eenvoudiger. Misschien ligt hier voor theologen een uitdaging om een eensluidende visie aan onderwijsinstelling aan te bieden. Bijna al het onderwijsmateriaal op scholen, gaat van evolutietheorie uit. Zelfs wanneer dit niet wordt benoemd, beïnvloed de evolutietheorie de aardrijkskunde, biologie lessen en de vakgebieden van de ethiek. Een kritische blik op onderwijs is voor iedere christen/ouder dus op zijn plaats.)
Maar laten we ook een kijkje nemen in onze eigen gelederen. Elke hoofdstroming kent namelijk zijn eigen onderbouwingen en zijn eigen tegenargumentatie. Als je je ervan bewust bent dat jou persoonlijke mening binnen een bepaalde stroming valt en wat daar voor of tegen spreekt, kan dit tot een interessante dialoog leiden met mensen die een andere mening hebben.  Mits dat gesprek natuurlijk vanuit respect en naaste liefde wordt gevoerd. Hoewel het scheppingsverhaal zo eenvoudig wordt verteld dat zelf een kind het kan navertellen, is er heel veel meningsverschil over het begrip van wat we lezen.

DSC_1193
Du Verdon 2013 N.M.Wagemans

Hier volgen de hoofdlijnen:
-Jonge-aarde litteralisme of Creationisme gelooft in de letterlijke opvatting, van een zes daagse schepping , dagen van 24 uur en een aarde van 6000 jaar oud. De visie was de standaard opvatting van de kerkvaders tot ver in de 18de eeuw.
-Oude-aarde litteralisme: komt in grote lijnen met de vorige theorie overeen, maar verondersteld dat de datering van Gen.1:1 mogelijk veel  ouder is en sluit een miljoenen oude aarde niet uit.
-De Gap theorie/ restitutie of herscheppingstheorie genoemd, verondersteld een ongekend lange tijd tussen de 1ste zinnen van Gen.1:1, waardoor de aarde woest en ledig werd. De val van de satan is de veroorzaker van verwoesting en na mogelijk miljoenen jaren is er sprake van een 6-daagse schepping.
-Bij de Dag-tijdperktheorie of Progressief creationisme worden scheppingsdagen verondersteld tijdperken aan te duiden, gebaseerd op 2 Petrus 3:8: bij God is 1 dag als 1000 jaar.
-De Kadertheorie ziet de 8 scheppingsdagen als een literair kader waarin het scheppingsverhaal wordt vormgegeven, als een vertelstramien. Een bewuste literaire compositie, die niet letterlijk historisch gelezen moet worden.
-Intelligent Design gaat er vanuit dat de schepping zo complex is dat er wel een Schepper aan ten grondslag moet zijn. Alle onderdelen sluiten naadloos in samenwerking op elkaar aan, in al zijn specifieke  complexiteit. De theorie baseert zich niet noodzakelijkerwijs op de God van de Bijbel, maar wordt wel door veel christenen gehanteerd.

Misschien staat jou zienswijze over details-uitleg van een bepaald vers hier niet bij, toch is het zeer interessant om je te verdiepen in de argumenten die spreken voor of tegen een bepaald standpunt. Mogelijk kan dit overzicht je helpen in je zoektocht.

Bibliografie
ETA. (2010). In H.v.Nes, Pentateuch (pp. 10-18). Zwijndrecht: St.Eta.
Paul, M.-J. (2009 jaargang 2). Hoe lezen we Genesis 1-2? Studiebijbel magazine, 8-9.

De eerst geborenen der ganse schepping

In navolging van het vorige stuk over Gen.1:4 waar God sprak “er zij licht”, wil ik nog twee teksten naar voren brengen die de gedachte ondersteunen dat hier van Jezus gesproken wordt.

Kol.1:15-17 Hij (Jezus) is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is vóór alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem.
Twee woorden wil ik hier vanuit het Grieks belichten.
“Beeld van de onzichtbare god”; het woord ‘beeld’ spreekt van een volmaakte kopie zoals een spiegelbeeld. Het woord ‘eerstgeborenen’ in het Grieks bestaat uit ‘protos’= eerste en ‘tikto’= naar voren brengen. Het licht, is de eerste die in de schepping naar voren wordt gebracht in die 1ste Gods woorden ‘er zij licht’. In Hem hebben alle dingen zijn bestaan, want alles wat geschapen is werd in dat licht geschapen.
Even een opmerking terzijde, nu is het ook niet moeilijk meer om het Goddelijk meervoud te verklaren in de tekst “laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis”, Gen.1:26. Aangezien er twee personen in het scheppingsproces aanwezig zijn: God de Vader en Jezus het licht en het leven.

De tweede tekst komt uit Openbaringen, waarin we zien dat in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, de nieuwe schepping terug keert naar de situatie zoals ik in Gen.1 veronderstel, voordat op de 4de dag de zon en maan wordt geschapen.regenboog
Openb.21:23 En de stad heeft de zon en de maan niet van node, dat die haar beschijnen, want de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar lamp is het Lam.
In deze situatie is er sprake van licht zonder dat daar de tastbare dimensie van zon en maan bij betrokken is. Daarbij wordt het Lam als de bron van dat licht aangewezen.
Hoe dicht de nieuwe situatie de eerste scheppingsdag benadert blijkt uit 21:1 En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer.
Let even op het laatste stukje van de zin: en de zee was niet meer. Gods tweede scheppingsdaad was Gen.1:6 “Daar zij een uitspansel in het midden der wateren en dit maakt scheiding tussen de wateren en de wateren”, en op de derde dag : “Dat de wateren onder de hemel op één plaats samen vloeien”.
Het scheiden van land en zee volgt direct na ‘er zij licht’ en de scheiding van licht en duisternis, en die zee is in openbaringen ook niet meer aanwezig.
Nu wil ik niet te veel ingaan op de eigenschappen en de dimensie waarin we dit gedeelte van Openbaringen kunnen verstaan, ik wil slecht wijzen op de gelijkwaardige situatie, waarin het lam wordt aangewezen als het licht, waarin alle dingen zijn bestaan vinden.
Hij is de eerst geborene van de ganse schepping.

Er zij licht

Gen.1:3 en God zeide er was licht; en er was licht.4 en God zag dat het licht goed was en god maakte scheiding tussen het licht en de duisternis.

In mijn vorige stuk heb ik geschreven dat in Gen.1:4-5 de dimensie van de buitenste duisternis(matt.8:12) is geschapen. Het verdient nadere toelichting waarop ik die gedachte baseer.

Het licht en de duisternis die in v1:4 wordt gescheiden, is niet als de zichtbare licht en duisternis zoals wij die kennen. De tastbare dimensie wordt geschapen op de derde dag in v14, waar God de zon de maan en de sterren aan het uitspansel plaatst.
Dus welk licht en duisternis wordt hier gescheiden in v4?
Laten we kijken op welke wijze de termen licht en duisternis worden gebruikt in de Bijbel. Het zijn veel gebruikte woorden, maar vaak wordt het niet in de letterlijke zin gebruikt. Ik wil twee voorbeelden aanhalen:
Matt.6:23 Indien nu wat licht is in u, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis!
Rom.13:12 De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des lichts.
Licht en duisternis worden gebruikt als begrippen om God en de boze aan te duiden. Nu is God Geest, dus we spreken over een geestelijke dimensie, waarin het scheiden plaats vindt.
Het feit dat er in v.2 reeds duisternis aanwezig is in die geestelijke dimensie, laat veel ruimte over voor de gedachten dat reeds voor v.2 al verschillende zaken zijn gepasseerd die hier niet worden beschreven. Gen.1 concentreert zijn verhaal op de schepping van de mens en de prachtige volmaakte wereld waarin hij wordt geplaatst en beschrijft niets over Gods zaken die in de hemelse gewesten hebben plaats gevonden. Het is God liefdesbrief aan de mens.

Wat wel blijft intrigeren is dat God, die licht is, sprak : Er zij licht.
Mogelijk kan Joh.1 meer begrip geven voor wat hier gebeurd.
Joh.1:1 In den beginne was het woord en het woord was bij God en het woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door het woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. In het woord was leven en het leven was het licht der mensen; en het licht schijne in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen. Dit wordt geschreven van Jezus Christus.
Nu neem ik even de vrijmoedigheid op de teksten iets uit elkaar te halen en passages van Joh.1 naast passagen van Gen.1 te zetten:
“Er zij licht en het licht was goed; het leven was het licht der mensen”. “En de duisternis heeft het niet gegrepen; God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis”.
De passages vullen elkaar aan. Het is aannemelijk dat Jezus het licht is wat in Gen.1 in de wereld wordt gezduifonden en in Zijn niet stoffelijke verschijning ten volle betrokken is, en deel uit maakt van hetgeen geschapen wordt. “Alle dingen zijn door het Woord geworden”.
Daarmee is zowel het licht als de duisternis in Gen.1:4-5 gedefinieerd.