Chronologisch lezen week 7

In één jaar op chronologische volgorde door de Bijbel.

a8ceb5c5695f0e91852b90e57d5b29ee
bron:youtube.com

Week 7
43. Exodus 39- 40           Ex.40:34 De heerlijkheid des Heren vervulde de tabernakel 
44. Leviticus 1-4
45. Leviticus 5-7
46. Leviticus 8-10
47. Leviticus 11-13
48. Leviticus 14-15
49. Leviticus 16-18

Advertenties

Barmhartigheid wil Ik.

Matt.9:3 Gaat heen en leert, wat het betekent: Barmhartigheid wil Ik en geen offerande; want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.
(nieuw kopje..)Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem en vroegen: Waarom vasten wij en de Farizeeën wèl, maar uw discipelen niet? Jezus zei tot hen: Kunnen soms bruiloftsgasten treuren, zolang de bruidegom bij hen is? Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is, en dan zullen zij vasten.

In de oorspronkelijke brief staan de kopjes die wij ertussen hebben geplaatst niet. Daarom heeft de zin over barmhartigheid alles te maken met het onderwerp, waar Mattheus over verder gaat, namelijk vasten. Geen populair onderwerp. We houden er niet zo van, om allerlei dingen te laten staan, dat voelt als een offer en daar zou het precies niet om moeten gaan.
Ik wil hier niet ingaan op welke wijze we allemaal kunnen vasten, maar uit de tekst blijkt duidelijk dat het hoort bij ons geloofsleven en dat het niet gaat om “afzien”.
Jezus geeft ons een sleutel waar het wel om gaat, namelijk barmhartigheid.

dea2e3d27db353b919ffb1b925206722
bron:Mark Lawrence Art

Dat is geen woord uit ons dagelijks taalgebruik, dus laten we even naar de betekenis kijken.
Met Barmhartig wordt de Naam van God beschreven in Ex.34:6-7 waar God Zijn naam uitroept voor Mozes. “Here, Here, God, barmhartig en genadig..”. Het woord “rachum” wat compassie/ barmhartigheid betekend, stamt af van het Hebreeuwse woord “rechem”= baarmoeder. Die stam geeft mede betekenis aan het woord en barmhartigheid kan opgevat worden als : omringen met liefdevolle, voedende en beschermende daden.
In de baarmoeder kan iets tot groeien en ontwikkeling, door het af te zonderen van de wereld daarbuiten. Het is apart gezet met een doel en voor een bepaalde tijd.
Met betrekking tot Gods naam heeft dit direct betrekking op concreet handelen, Hij is zo en Hij zal zo handelen met ons. Daarin mogen wij op onze hemelse Vader gaan lijken en handelen zoals Hij. Samengevat, vasten is een actieve daad met een liefdevol, voedend en ontwikkelingsgericht doel.

Het O.T laat zien hoe praktisch dit kan zijn. In Ex. 19, de 3de maand na het verlaten van Egypte, staat het volk bij de berg waar God zich machtig openbaard. Ze krijgen de opdracht om zich te heiligen v10, met de specifieke toevoeging om hun klederen te wassen. Zo praktisch kan het zijn, reinigen, schoonmaken van binnen en van buiten!
Na drie dagen zijn ze klaar en het antwoord wat ze van God ontvangen legt een solide fundament voor de rest van hun reis, de generaties die na hun komen tot aan de komst van Jezus Christus.
Als je vast, doe het uit liefde en verwacht grote dingen, want we hebben een barmhartig God, een liefdevolle Vader.

Een sterke identiteit.

Matt.9:9-13 De roeping van Mattheüs
9 En vandaar verder gaande zag Jezus iemand bij het tolhuis zitten, Mattheüs genaamd, en Hij zeide tot hem: Volg Mij. En hij stond op en volgde Hem.

en tegen de farizeeërs die Hem erom bekritiseerden zei Hij: Zij, die gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig, maar zij, die ziek zijn. 13 Gaat heen en leert, wat het betekent: Barmhartigheid wil Ik en geen offerande; want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.

Mattheus noemt hij zichzelf, naar de omstandigheden waarin hij verkeerd.  Maar door de andere evangelisten wordt hij bij zijn profetische naam genoemd: Levi (Marc.2:14; Luc.5:27). Dat betekend “de zich hechtende”, profetisch gezien spreken de andere evangelie schrijvers over Mattheus uit dat hij zich aan Jezus zal hechten.
Zelf weet hij wie hij was, een man met een verachtelijk beroep, zonder aanzien. Die identiteit zal hij achter zich laten. Op het moment dat hij Jezus gaat volgen is het oude voorbij.
Jezus komt in zijn huis. Jezus eet met hem, zit aan zijn tafel.
Gelijk Hij woning wil maken in ons huis en met ons wil eten aan tafel : “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij”, (Openb.3:20).
De buitenwereld , farizeeërs (!), noemen Mattheus nog in één naam met zondaars :”Waarom eet gij en drinkt gij met de tollenaars en zondaars?”, roepen ze Jezus toe. Maar op het moment dat Mattheus is opgestaan om Jezus te volgen en Hem in zijn huis te verwelkomen, is het nieuwe gekomen.  Het maakt niet uit wat de wereld meent te zien, aan de buitenzijde. Jezus kent de binnenzijde e029e1e4fcf1bd41a3f5113cfd3640d91n weet wat er echt is.

Zij die gezond zijn”, zegt onze vertaling, maar letterlijk staat er “ischuó”- die sterk zijn”. Het gaat om lichamelijke en geestelijke eigen kracht. Onze vertaling zet ons op het verkeerde been, kijk maar naar teksten waarin ditzelfde woord staat, Marc.5:4 “niemand was sterk genoeg (deze bezetenen) te bedwingen”. Een ander voorbeeld waarin dit woord staat is Joh.21:6, waar de discipelen niet sterk genoeg waren om het visnet binnen te halen; Luc.14:29-30 niet sterk genoeg om (een geestelijk huis) af te bouwen; Luc.16:3 Niet sterk genoeg om te kunnen spitten (Lichamelijke arbeid).
Het gaat ook niet om mensen die als kneusjes worden beschouwd of mensen die naar wereldse maatstaven niet tot de populaire club behoren. Dat gevoel wil ons nog wel eens bekruipen, vooral als je deze tekst ook verbind met 1 Cor.1:27 “wat voor de wereld dwaas is heeft God uitverkoren”. Die zienswijze is een leugen uit het rijk der duisternis.
Jezus roept mensen die niet op hun eigen kracht willen vertrouwen. Ze beschouwen hun eigen vermogen als ontoereikend, ze zijn niet ziek in de letterlijke of figuurlijke zin. Ze zoeken Jezus de geneesheer ,de God van wonderen, de God die het onmogelijke mogelijk maakt.
De genezing vindt plaats in het licht van het koninkrijk der hemelen. Aardse mensen worden genezen van hun eigen beperkte kracht, hersteld naar hun hemelse identiteit, naar hemelse kracht.
In het hemelse zijn wij één, gehecht, aan de God van wonderen door Jezus Christus; onze geneesheer die ons heel maakt naar onze hemelse identiteit.

 

Een geopende deur.

Matt. 8:28-34 De genezing van twee bezetenen.
28 Nadat Hij
(Jezus) aan de overkant in het land der Gadarenen was gekomen, kwamen Hem twee bezetenen uit de grafsteden tegemoet, zeer gevaarlijke, zodat niemand langs die weg kon voorbijgaan.
32 En Hij zeide tot hen
(de demonen): Gaat heen! Zij voeren uit en gingen in de zwijnen;

Met betrekking tot de bovenstaande tekst, houdt me het volgende bezig. Ik zal je drie snapshots beschrijven, die mij de afgelopen periode voorbij zijn gekomen.addtext_com_MTczODE1MjAzMTY1
Een broer in het geloof, was in Nederland op visite. Hij was afkomstig uit een Moslimland waar Christenen worden vervolgt en deelde de angst die er leeft onder Christenen om openlijk van hun geloof te vertellen. In zijn situatie zeer begrijpelijk. Je nodigt niet zomaar iemand voor je kerkdienst uit, als dat alle mensen uit die kerk en hun families het leven kan kosten.
Heer kom onze broers en zussen die in deze situatie zitten tegemoet met kracht, moed en vooral heel veel wijsheid om te weten tegen wie U ze geeft te spreken en te weten wanneer ze moeten zwijgen.

Een stapje dichterbij huis vraagt een Christen zich af hoe we Jezus die geweldig is, kostbaar en mooi,  kunnen laten zien aan de vluchtelingen die ons land overspoelen. Hun noden zijn duidelijk en wij hebben hen iets moois te vertellen, maar cultuur is zo anders als die van ons. Zijn ze wel in staat om ons verhaal te begrijpen, staan ze er wel open voor? Het gedrag waar ze mee in het nieuws komen, vechtpartijen, alcohol misbruik, aanrandingen en verkrachting, laten zien dat het niet zonder risico is om in contact te treden, zeker als vrouw.
Heer zegen de kerken in Nederland die bereid zijn te helpen met wijsheid, liefde en inzicht, om te zien hoe ze echt kunnen helpen en wie ze kunnen helpen.

Ik heb een poosje op een dubbeldiagnose-groep gewerkt, dat wil zeggen dat de bewoners last hadden van zowel een ernstige verslaving, een psychiatrische problematiek, sociaal-maatschappelijk geheel ontspoort, schulden hebben en meestal ook in het bezit van een strafblad zijn.
“Een heftige doelgroep”, reageerde een vakgenoot toen ze een paar verhalen hoorde die waren voorgevallen. “De meesten mensen zouden niet zo snel in gesprek gaan met een verslaafde”.
Heer stuur arbeiders want de velden zijn wit om te oogsten. Geef ons schoenen van bereidvaardigheid.

Geen van de genoemde doelgroepen, mensen die Jezus nodig hebben, zijn “zo gek” , zo enorm van hun padje, dat ze wonen op het kerkhof! Zo gevaarlijk en berucht dat iedereen in de stad ze kent en niemand er voorbij durft te lopen.
De overwinning die Jezus heeft gehaald overstijgt ruimschoots de mensen waar wij oprecht Gods liefde willen laten zien en bang voor zijn tegelijkertijd. Hij heeft de overwinning behaald.
Dat wil niet zeggen dat we ons roekeloos in het gevaar moeten storten, maar dat de weg open is. Het is mogelijk God te laten zien aan mensen waar we van terug schrikken.
Heer maar ons moedig en geef ons de woorden van U voor ieder die ze nodig heeft.

Waar ben je bang voor?

Matt. 8:23-27 De storm op het meer.  V.26 Waarom zijt gij bevreesd, kleingelovigen?

Over alle situaties in ons leven heeft God al iets gezegd in de Bijbel. Er gebeurt in ons leven niets iets nieuws waarover God figuurlijk gezien, met Zijn handen in het haar zit en denkt :”Oh oh, hier heb ik niet aan gedacht”. Geen storm is zo groot of zo klein, dat Hij er niet over heeft gesproken en soms heeft Hij daarover ook nog tegen ons persoonlijk erover gesproken. Hoe komt het dan dat we er soms echt niet uitkomen en rond tobben in onze moeite en angst?
Jezus stelt de discipelen een vraag :”Waarom zijn jullie bang?”.
Ik weet niet of ze daar echt een antwoord op konden geven, want het staat niet beschreven, maar het stellen van vragen kan zeker tot geweldig inzicht leiden. Laat me daarom er nog een andere vraag naast leggen.
Waarom zou je Gods woord niet geloven?
Welke “realiteit” die jij voor ogen ziet, zou werkelijk groter, machtiger of sterker kunnen zijn als God die hemel en aarde schiep?
Je bent het misschien vergeten wat God over deze situatie heeft gezegd, het is uit je denken weggeschoven, maar als je zou geloven zou je angst niet meer bestaan. Dus zoek uit wat God gezegd heeft en stel jezelf de vraag :” waarom zou je het niet geloven?”.
Natuurlijk is het een risico om te hopen op iets beters, maar laten we eerlijk zijn, wat heeft jou eigen manieren waarop je het hebt aangepakt gebracht? Geeft je eigen vrees en zorg je een resultaat waarvan je denkt :”Ja, doe me daar maar meer van?”.

Ik weet niet hoe het bij jou zit, maar laat me even heel eerlijk zijn. Zelf ben ik soms nog het meest bang dat God toch niet zo betrokken bij mij persoonlijk is als dat ik hoop. Dat Hij grotere problemen heeft om mee bezig te zijn en dat mijn kleine worstelingetjes totaal niet belangrijk zijn. Of erger nog, dat er helemaal geen antwoord komt. Dat ik van generlei belang ben voor Hem.
Het kan helemaal niet, maar toch ben ik daar soms bang voor.
Maar als 12 mannen in een bootje Jezus wakker mogen maken omdat het stormt, als een Romeinse hoofdman antwoord vinaddtext_com_MTQ1NDMxMTkyODgxd voor zijn zieke knecht, als een bloedvloeiende vrouw genezing vindt door zijn kleed aan te raken, als kinderen de grootste zijn in Zijn koninkrijk…..als Hij al deze individuen ziet, werkelijk ziet zoals ze zijn, zou Hij dan plotseling blind zijn voor mij?
Zou God die het oog heeft geschapen en het oor, voor mij plotseling doof en blind zijn?
Zou God die mieren heeft geschapen, mussen niet doet neervallen zonder dat hij het weet, die de haren op mijn hoofd heeft geteld, mij kleiner en onbeduidender kunnen achten als iets triviaals als de haren op mijn hoofd?
Heer vergeef me dat ik bang ben voor de onlogische gedachten in mijzelf. Kom me alstublieft te hulp en verlos me van mijn irrationele angsten, zodat ik volledig op U te ga vertrouwen.

Oosters en Grieks denken?

Matt.8:14-17 Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten heeft Hij gedragen”. (Jes.53:4)

Het optreden van Jezus bevestigt hetgeen Jesaja ongeveer 400 jaar daarvoor had geprofeteerd.
De context van de tekst zijn genezingen in het huis van Petrus, zijn schoonmoeder was ziek en Jezus geneest haar en: “Toen het nu avond werd bracht men vele bezetenen tot Hem, en Hij dreef de geesten uit met zijn woord en die ernstig ongesteld waren genas hij allen…”. En dan volgt de bovenstaande tekst.
Jesaja schrijft 53:4 Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen en onze smarten gedragen.

Ik denk dat het belangrijk is om een duidelijker beeld te krijgen wat Jezus nu precies voor ons heeft gedragen, want dit is de verlossing die we voor onszelf kunnen claimen. Hetgeen onze Verlosser voor ons heeft volbracht. Er worden verschillende woorden gebruikt in Mattheus en Jesaja: Matt. “zwakheden en ziekten” en Jes. “ziekten en smarten”. Een korte woordstudie naar de oorspronkelijke gebruikte woorden brengt iets bijzonders aan het licht. We beginnen bij het O.T.

Het hier gebruikte Hebreeuwse woord “Makob” is te vertalen met: “pijn, verdriet en lijden”. De ware betekenis gaat pas echt spreken wanneer je kijkt in welke teksten hetzelfde woord wordt gebruikt. Bijvoorbeeld in Ps.32:10 Talrijk zijn de smarten van de goddelozen, maar wie op de Here vertrouwt, die omringt Hij met goedertierenheid. 
“Choli” wordt in veel teksten vertaald met “ziekten”, maar daarbij gaat het niet enkel om lichamelijke ziekten. Hetzelfde woord wordt ook gebruikt in Jes.1:6 in de overdrachtelijke zin. Daar wordt beschreven wat de staat is waarin het volk Israël zich bevind, doordat het van God is afgedwaald en zich aan afgoderij heeft overgegeven “Het hele hoofd is ziek, het hart vol krankheid, van de voetzool af tot de schedel is er niets gaaf”.
In het oude testament, binnen het Oosterse denken, waarbij alles met elkaar in verbinding staat, beslaat hetgeen Jezus voor ons heeft opgenomen, het gehele gebied van: lichamelijk ziek zijn, lijden en pijn ten gevolge van een gescheiden leven van God, gevolgen van afgoderij en vervormde denkpatronen die niet in overeenstemming zijn met Gods gedachten.

0f0624a02877fe77bf2ed412c4175e35
schilderij van yongsung kim

Het gebruikte Griekse woord “astheneia” gaat over: ”gebrek aan kracht, ziekten, lijden of calamiteiten”.  De teksten waarin dit woord gebruikt wordt spreken over een letterlijke fysieke conditie bv.  Luc.5:15 of 8:2. Ten tweede wordt het gebruikt bij zwakheid van het menselijke vlees bv. Rom.6:19 Ik zeg dit van menselijk standpunt om de zwakheden van uw vlees. Rom.8:26 of 1 Corinthiërs 15:43.
“Nosos”, wordt vertaald met :”chronische aanhoudende ziekten, ongeneselijke kwalen”. Dit woord komt 11 keer voor in het N.T en altijd in verband tot een letterlijke lichamelijke conditie.

Deze vergelijking van het O.T en het N.T brengt een verschil van twee denkwerelden aan het licht; een denkwereld die zichzelf ziet ten opzichte van God en een denkwereld die zichzelf ziet ten aanzien van zijn menselijkheid. Respectievelijk: “ziekten en smarten” in de letterlijk en geestelijke zin in verhouding tot God; En “zwakheden en ziekten” van lichamelijke en vleselijke aard.
In veel preken/theorieën van de afgelopen jaren wordt het Griekse denken als “minder-waardig” afgeschilderd, maar de realiteit is dat de Bijbel beide denkwijzen omvat! We kunnen het N.T er niet uitschrappen en het O.T niet tot verleden tijd verklaren.
In het N.T komt die God van het O.T, waar alles mee begint en eindigt, in een menselijk gestalte en heeft alles waar we als tastbare mensen mee te maken hebben, op zich genomen.
Jezus christus overstijgt beide denkwerelden. Hij heeft het fysieke en de vleselijke zwakten waar we mee te maken hebben niet veracht, maar er zonder veroordeling genezing aan geschonken. Hij heeft de kloof die het O.T ziet, het lijden door van God gescheiden te zijn, overbrugt.
Hoe je dus ook tegen ziekte, demonen, bezetenheid of vlees aankijkt, Jezus heeft de overwinning behaald.

Krachtige woorden

Matt.8:5-13 De hoofdman te Kafarnaüm. Hij zeide tot hem: Zal Ik komen en hem genezen? Doch de hoofdman antwoordde en zeide: Here, ik ben niet waard, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn knecht zal herstellen.

100_5446
Matterhorn 2005 N.M.Wagemans

De laatste jaren zijn we ons er allemaal van bewust dat woorden kracht hebben, zowel in het positieve als in het negatieve. God schiep met Zijn woord, door te spreken ontstond het. “Er zij licht”, en er was licht. Diezelfde scheppingskracht hebben Gods woorden ook in ons leven. Spreek er zegeningen over uit en ons leven zal naar die zegeningen worden geschapen, want het is Gods woord, Gods wil voor ons leven om ons goed te doen.  We weten ook dat negatieve woorden een slechte uitwerking kunnen hebben en dingen creëren die we niet wensen. Het werkt echter niet als een weegschaal in die zin van: Als ik nu maar veel positieve dingen over mijn situatie uitspreek, dan worden de verkeerde uitspraken daarmee onschadelijk gemaakt.
Ik zal dit met een voorbeeld proberen uit te leggen. In mijn werk heb ik te maken met kinderen met ernstige  beperkingen, daardoor dient communicatie heel bewust te worden gegeven. Door hun autisme nemen ze woorden heel letterlijk, er is niets in hen dat zegt :”oh, je bedoelt dit of dat”. Hun interpretatie vermogen is zeer beperkt. Goede bedoelingen zijn mooi, maar het is niet van invloed op de letterlijke opvatting van de woorden.
Nu doet zich het volgende voor, één van de kinderen heeft in zijn hoofd zitten dat hij niet gaat eten. Gesprekken tussen anderen onderling in de vorm van : “Hoe was het eten?”, “Nee hij heeft weer niet gegeten”, bevestigen de overtuiging die het kind in het hoofd heeft dat hij niet gaat eten. Deze voor de hand liggende communicatie bouwt niets op. Het lijkt een logisch gesprek, maar het helpt niet. Wat wel helpt is bijvoorbeeld door te benadrukken dat het heel normaal is om te eten, iedereen doet dat en er wordt van dit kind verwacht dat hij dat ook gaat doen.
“Lekker we gaan een broodje eten, jullie zullen wel trek hebben”, en ziende op het lege bord van het kind :”Je bent vast nog even aan het nadenken wat je wil hebben, er is ook zoveel lekkers om uit te kiezen. Hou je meer van kaas of meer van hagelslag? ”.
Opbouwende communicatie spreekt de verwachting uit dat het gaat gebeuren en vult bijna in wat dan gaat gebeuren.  Dit spreken gaat voorbij aan de zichtbare realiteit, in het bijzijn van het kind wordt geen woord gegeven aan de schijnbare negatieve situatie.
Tussen collega’s wordt buiten het gehoor van het kind wel de objectieve situatie besproken, maar dan is het doel om te komen tot een eenduidige aanpak en te bespreken wat tot een goed resultaat heeft geleid en wat niet.
Ik kan me voorstellen dat in het geestelijke een gelijksoortige zaak speelt. In de binnenkamer, in gebed tussen God en ons, mogen we ons hart luchten en onze tranen laten lopen. Maar vanuit die veilige haven spreken we woorden van kracht en zegen over onze problemen uit. Woorden die het resultaat bevestigen van wat God gaat zoen, zal doen en wil doen voor ons.
De hoofdman van Kafernaum begreep ook vanuit zijn werk wat de macht van opdrachten en instructies zijn. Jezus hoeft daarvoor niet lijfelijk aanwezig te zijn, de kracht zit hem in het gesproken woord. En het eindresultaat zal als volgt zijn:  “Ga heen en het geschiedde naar uw geloof”.

God bestaat er geen onoplosbaar probleem

Matt.8:1-3 Nadat Hij nu van de berg was afgedaald, volgden Hem vele scharen. En zie, een melaatse kwam tot Hem en viel voor Hem neder, zeggende: Here, indien Gij wilt, kunt Gij mij reinigen. En Hij strekte de hand uit en raakte hem aan en zeide: Ik wil het, word rein. En terstond werd hij rein van zijn melaatsheid.

In een maatschappij waar de nadruk ligt op prestatie en bezit, wordt terecht de nadruk van het geloof gelegd op relatie. “Zoek de Gever niet de gift”, want daarin ligt de zwakte van een prestatie-maatschappij. Kom tot rust in die relatie waar geen targets behaalt hoeven te worden.
Maar eerlijk geloof ontkent niet dat we ook noden hebben. Er is niets mis om Gods hand te zoeken omdat we een nood hebben, want als we opkijken zien we Zijn gezicht boven de hand die ons voorziet.
Sterker nog, in een relatie Ouder-kind zou het heel vreemd zijn om niet met je noden te komen. Als ouder zou je het heel naar vinden wanneer je kind een nood heeft die voor jou op een eenvoudige manier op te lossen is, maar je kind zegt niets. Dan is er iets mis in de relatie. Echt geloof ontkend noden niet, maar geeft er een eerlijke plaats aan binnen de relatie met een Almachtige Vader.

sun-622740_960_720
bron: pixybay

De situatie van de man die naar Jezus toekomt is aanstootgevend. Zijn zonden zijn zichtbaar voor de gehele wereld. Iedereen dient op een afstand van hem te blijven, hij is letterlijk en figuurlijk een maatschappelijke outcast, veracht en vermeden. Hij loopt absoluut risico op afwijzing en scheldpartijen, door de menigte te trotseren en naar Jezus toe te komen. Als er een mogelijkheid was geweest om dit te ontwijken had hij het waarschijnlijk graag gedaan, maar er is geen menselijke oplossing mogelijk voor zijn probleem.
In het oude testament wordt melaatsheid in verband gebracht met zonde. Dit wordt onder andere zichtbaar aan het feit dat er een schuldoffer voor moet worden gebracht (Lev. 14:12,21). In die zin is het een profetische daad van Jezus, als het vlekkeloze offerlam, om deze melaatse man te reinigen. Voor Jezus is de situatie niet aanstootgevend of onoplosbaar, maar een kans om de grote majesteit van God aan hem te laten zien.

Laten onze noden op gelijke wijze een plaats krijgen in relatie tot God, zonder ons te schamen, zonder iets te verbergen en zonder er een grote nadruk op te leggen. Maar eenvoudig weg in de wetenschap dat er voor God geen onoplosbaar probleem bestaat en dat Hij een liefdevolle Vader is.