1Tess.5:17 Bidt zonder ophouden.

DSC_2963Het Griekse woord wat hier wordt gebruikt voor “bidden zonder ophouden” is: proseuchomai. Pros betekend :” je ergens naartoe bewegen” en euchomai  wordt in het hele NT enkel en alleen vertaald met bidden. Er is dus geen twijfel over wat hier de opdracht is: Onophoudelijk bidden.
Maar hoe kan ik dat nou uitvoeren? Hoe ik ook mijn best doe, er komt een moment dat ik ben uitgepraat.
Zou God iets onmogelijks van ons vragen?
Deze tekst is ook een poos uitgelegd op de manier dat het spreken in tongentaal het antwoord zou zijn. Ook die praktijk is niet haalbaar, ze verslijten Christenen voor gek als we de hele dag lopen te prevelen. Daarnaast hebben we ook nog een baan, kinderen op te voeden en we slapen een deel van de dag. Het zou een overweging kunnen zijn om een nog bredere opvatting te hanteren van wat bidden precies is, maar wat is dan de grens?
Wat zegt de Bijbel zelf over bidden. Laten we rom.8:26 er eens naast leggen “Evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren”…! Dat is alvast een opluchting, het woord zelf zegt dat we het niet kunnen. Naast het feit dat we fysiek niet in staat zijn voortdurend te bidden, zijn we ook niet in staat om volmaakt te bidden.
“maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen”.
De heilige Geest kan de opdracht vervullen. Als Hij in ons woont zal Hij daar voortdurend bidden.
“De Geest pleit voor ons”, dit woord “intersessie”, wordt alleen hier in het NT gebruikt en enkel in relatie tot de heilige Geest.
In het Grieks staat er bij “onuitsprekelijke verzuchtingen stenagmois alalétos, te vertalen als “onuitsprekelijk onuitgesproken”. Het zijn geen woorden, maar het is de voortdurende hartsgesteldheid van de heilige Geest. V27: “en Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling des Geestes, dat Hij namelijk naar de wil van God voor de heiligen pleit”. De Geest van God is één met de Vader. Deze verstaan elkaar.
In genade heeft Jezus de Trooster, de heilige Geest naar ons toe gestuurd, (Rom.8:9; 1 Cor3:16) om in ons, te voldoen aan de eis waar we in ons lichaam onmogelijk aan kunnen voldoen.
Wanneer wij werken, opvoeden, gesprekken voeren en bezig zijn met de taken die God ons gegeven heeft, is de Geest daar. Zelfs in onze slaap, of misschien juist wel in onze slaap kan de Geest voortdurend door ons heen bij de Vader voor ons pleiten, spreken in onze hart en nieren.
Door genade zijn wij behouden, en door genade alleen. Uit ons vlees is er niets wat wij goed kunnen doen. Uit eigen kracht kunnen we het niet.
Alles wat we met ons mond, verstand of hart bidden, is geen toevoeging op wat de Geest in ons doet, maar een aanhaken en instemmen met wat Hij in ons onuitsprekelijk onuitgesproken is. Het is één-wording.
Heer help ons in liefde naar U toe te groeien en nog meer één te worden met wie U in ons bent.

Advertenties

Smeking, voorbede en dankzegging.

1 Tim.2:1 Ik vermaan u dan allereerst smeking, voorbede en dankzegging te doen voor alle mensen, voor koningen en voor alle hooggeplaatsten.

Als ik deze tekst lees is mijn 1ste reactie “Ja, amen….”, en dan moet ik tot mijn schaamte bekennen dat ik dat vaak niet doe.
Ik ben gewent aan de nieuwsberichten, de beelden van rampen, oorlog en honger. Dat zet mij niet dagelijks aan tot bidden. Ik wil niemand iets opleggen of een met  schaamte opzadelen, ik schrijf dit vooral als boodschap aan mijzelf: Ik moest me schamen. Als ik in de positie van deze mensen had gezeten, had ik de schijven uit mijn knieën gebeden, maar als toeschouwer gaat het nieuws aan me voorbij als de dagelijks mededelingen!
Heer maak mijn hart zacht en geef me open ogen om te zien hoe U kijkt naar deze nieuwsberichten en de bede van Uw hart te horen voor deze mensen. Verander mij, zodat het me wel iets kan schelen.
Nog niet zo lang geleden overdacht ik deze opdracht en dacht “hoe pak ik dit nu aan?”. Hoe maak ik hier een goal van? “Structuurkip” als ik ben, heb ik een kapstok nodig, een routine om iets nieuws te integreren en ernst te maken met dat wat ik echt belangrijk vindt.
Ik dacht, laat ik dicht bij huis beginnen en gaan bidden voor mijn eigen stad, de noden in mijn wijk en mijn eigen gemeenteraad. Mijn onderzoek schokte me, want ik wist niet eens welke partij het voor een groot deel voor het zeggen heeft in mijn eigen gemeente, laat staan welke raadsbesluiten er op dit moment worden genomen. Heer vergeef me dat het me tot nu toe niets kon schelen.
In mijn stad is er een wijkplan, zijn er wijkagenten, is er cameratoezicht…..en ik weet er niets van, laat staan dat ik er ooit één woord gebed aan heb gewijd. Ik kwam gisteren bij een kapsalon en de kapster draaide voor mij de deur van het slot zodat ik erin kon. Bij navraag vertelde ze een poosje geleden te zijn overvallen. Ze durfde haar werk niet meer te doen zonder de deur op slot te houden. Ze is niet de enigste winkel die met één of meerdere overvallen te maken heeft gehad, maar zonder haar persoonlijke verhaal, was het voor mij het niets meer als “1 van de velen”.
Vergeef me Heer dat ik er niet bij stil heb gestaan en zo hard van hart ben dat ik niet wordt geschud door onrecht wat een paar straten verderop plaats vindt.
Genoeg, je snapt het plaatje, het is tijd voor daden. Het is tijd om een zoutend zout en een lichtend licht te zijn. Tijd om me niet in schuldgevoelens te wentelen, maar concreet tot actie over te gaan.
Iedereen kan bidden, daar hoef je de deur niet voor uit, daar hoef je niet enorm voor af te zien. Een woord van leven, liefde en troost kost mij niets. Al wat ik hoef te doen is mijn tv of computer uit te zetten. Al wat ik hoef te doen is opmerkzaam te zijn en met God te praten over de dingen die ik hoor en lees. En als ik daar een structuur bij nodig heb, eenDSC_2588 vast tijdstip van mijn dag of week om me te focussen zodat ik dit ga aanleren, prima. Maar Heer laat mij niet zoals ik ben.
Ik weet misschien niet wat ik mag bidden, dus laat Uw Heilige Geest mij te hulp komen (Joh.14:26; 15:12-14) en leg Uw woorden in mijn hart en in mijn mond, in Jezus naam.

Laten we praten.

Num.14:17 Nu dan, laat toch de kracht des heren zich groot betonen, zoals Gij gesproken hebt: De Here is lankmoedig en groot van goedertierenheid, vergevend ongerechtigheid en overtreding, hoewel Hij zeker niet ongestraft laat, maar de ongerechtigheid der vaderen , bezoekt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht. Vergeef toch de ongerechtigheid van dit volk, naar de grootheid uwer goedertierenheid, gelijk gij dit volk vergiffenis geschonken hebt van Egypte af tot hiertoe.

Wat een prachtig gebed!
De NBG vertaling noemt het in v20 een bede, maar in het Hebreeuws wordt het werkwoord “zeggen”  en “praten” ervoor gebruikt. Het woord bidden is hier niet terug te vinden. Het is een gesprek. God spreekt en Mozes geeft God antwoord.
Voor dit gesprek gebruikt Mozes  Gods eigen woorden! Op basis van Gods eigen openbaring, wie Hij is en op basis van Gods eigen handelen. Dit is hoe Mozes God kent, zijn persoonlijke relatie is het uitgangspunt voor zijn gebed, zijn gesprek met God.
Hoeveel rijker zijn wij, Mozes had niet eens een hele Bijbel tot zijn beschikking, slechts de openbaring die er was tot dat moment.
Hij had geen geschreven woord, alles ging uit het hoofd.
De Thora geschriften (de wet, de profeten, de feestrollen en de geschriften) hadden bepaalde schrijfstijlen die het makkelijker maakte om de teksten te onthouden. Bijvoorbeeld Psalm 37, 111, 112, 119 en 145 zijn geschreven op de letters van het Hebreeuwse alfabet. Ieder kopje start chronologisch met opeenvolgende letters. Hele tekstgedeelten werden gezongen, geproclameerd, uitgebeden en via de mondelinge traditie doorverteld en uitgelegd.
Later zijn deze liederen en gebeden opgeschreven in boeken, Siddur, gebeden. Hier stammen onze gebedenboeken van af en de psalmen op berijming. Er is zoveel rijkdom in zijn woord om uit te zingen of te bidden, maar geschreven woorden zijn slechts een hulpmiddel.
Als Gods tempel heeft Gods Heilige Geest de leiding en daarbij kan Hij geschreven woorden, Bijbelteksten en openbaringen in mee weven.
Het Bedehuis is een “dwellingplace”, zoals het Engels dat zo mooi uitdrukt. Het ene huis zal misschien ordelijker en gestructureerder zijn als het andere huis, omdat dit past bij de persoon. Laat het echter niet verworden tot een mechanisch oplezen of proclameren van teksten, maar geniet van de rijkdom van Zijn woord in een levende relatie met God.
Persoonlijk ben ik dol op om Gods woord op die manier “naar me toe te halen”.  De eerste keer dat God heel persoonlijk tot mij sprak was door Jes.43:1-3, dit wil ik ter voorbeeld erbij voegen, hoe teksten aangehaald kunnen worden, voor jezelf persoonlijk:
“Ik zal niet vrezen, want U heeft mij verlost. U heeft mij bij mijn naam geroepen, ik ben van U. Wanneer ik DSC_4595door het water trek bent U bij mij; ga ik door rivieren, dan zullen ze mij niet wegspoelen; als ik door het vuur ga zal ik niet verteren en de vlam zal mij niet verbranden. Want U, de Here is mijn God, de heilige Israëls is mijn verlosser”.
Heel veel teksten krijgt in de “ik-vorm” plotseling zoveel meer zeggingskracht.
Hij is een God van nabij, niet van veraf.
Hij is een God van relatie en Zijn liefdesbrief (Bijbel) maakt daar deel van uit.

Het bedehuis.

Jes.56:7 Mijn huis zal een bedehuis genoemd worden voor alle volken.DSC_1077

In de grondtaal staat bij het woord `bedehuis`: “een huis tot bewoning om te bidden” (Hebreeuwse woord voor woord vertaling).
Het woord “bewoning” zegt daarbij iets over de permanente verblijfsstatus. Het is geen huis waar je op visite komt, maar een plek waar je permanent verblijft en in rust.
In de tijd van Jesaja werd dit geschreven in het licht van de tempel van Salomo, maar er is nog een ander aspect wat we binnen de context van het boek Jesaja in het oog mogen houden.
Het boek Jesaja, heeft een bepaalde opbouw waarbij de eerste helft, H1-39 spreekt over de redding die de mens nodig heeft. De tweede helft H40-66 spreekt over de wijze waarop God in die redding gaat voorzien. Het gedeelte waaruit de boven aangehaalde tekst komt, heeft een sterk profetisch karakter. Jesaja wees op de functie van de tastbare tempel met betrekking tot gebed, maar ook op een toekomstige zaak. In de tempel, zoals hij was in de tijd van Jesaja kon het gewone volk er namelijk niet wonen, laat staan vreemde volkeren! (56:7 voor alle volken)
De attitude die de tekst beschrijft is niet haalbaar, er moet nog iets gebeuren.
Het mag niet verwonderen dat Jezus terug komt op deze tekst van Jesaja.
(De tempelreiniging). Marc.11:17 Staat er niet geschreven, dat Mijn huis een bedehuis zal heten voor alle volken?
Jezus is de vervulling van deze tekst. Hij maakt het mogelijk dat alle volkeren erin opgenomen kunnen worden. (Jes.55:4 Ik heb hem tot een getuige voor de natiën gesteld, tot een vorst en een gebieder der natiën). Hij heeft de scheidsmuur weggenomen.
Na Jezus zijn dood zendt Hij ons de Heilige Geest en krijgt het begrip tempel een “exteme make-over”, van het natuurlijke naar het geestelijke.
Paulus beschrijft ons lichaam als een tempel voor de Heilige Geest (1 kor.3:16; 6:19).
“weet gij niet dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont?”. Het bedehuis gaat niet meer om een tastbaar gebouw, waar je niet in wonen kan. Het gaat om ons!
De inwoning van de Heilige Geest maakt het lichaam tot een tempel . Maakt het tot een plek waar we permanent in kunnen verblijven, rustend in een constante relatie met God.
In dat licht was de tempelreiniging waarbij Jezus de handelaren en geldwisselaars de tempel uit dreef, eveneens een profetisch teken. Aangezien de tastbare tempel 70 na.Chr werd afgebroken , was er weinig waarde in een schoonmaakbeurt die voor het oog rechtvaardig was. Jezus streed niet voor een aards koninkrijk, Hij streed voor een hemels Koninkrijk.
Twee aspecten van die tempelreiniging die we in ons dagelijks leven kunnen toepassen zijn: De tempel van God mag niet gecompromitteerd worden met allerlei zaken die niet van God zijn, door afgoderij of werken van het vlees (Gal.5:19-21). De tempel Gods is heilig en onheilige zaken horen daar niet in thuis.
Een ander aspect ervan is: Met God kunnen wij geen handeltjes drijven, geen zaken ter ruiling aanbieden voor bepaalde gunsten van God. We kunnen bijvoorbeeld niet een bepaald gedrag najagen om van hem een gunst af te dwingen.
Het is een bedehuis.
Joh.14:13  wat gij ook vraagt in mijn naam, Ik zal het doen- Indien gij Mij iets vraagt in mijn naam, ik zal het doen.