Pappa groot maken

Matt.18:3 wanneer je je niet bekeert en wordt als de kinderen zal je het koninkrijk der hemelen niet binnengaan.

Jezus openbaart God als Vader en God openbaard zichzelf aan Hem als Vader Matt.3:17 deze is Mijn Zoon, de geliefde in wie ik een welbehagen heb. Daarmee staan de relationele verhoudingen vast.
Dit is onze identiteit, voortvloeiend uit de openbaring van God als Vader en Jezus als Zoon.
Het heeft geen zin om bij het koninkrijk aan te kloppen als verantwoordelijke volwassenen die zijn diensten aan komt bieden. Je bent een kind. Een kind doet taakjes in het huis van zijn Vader, maar het is geen dienstverband. De wereld biedt een arbeidscontract, met loon als vergoeding, maar daar kom je bij God niet mee binnen (Rom.4: 4-6).
Je bent een kind, je verdient helemaal niets, je krijgt Zijn liefde, bescherming, hulp, genade en cadeautjes, omdat Hij van je houdt. -Omdat Hij een goede Pappa is. -Omdat Zijn naam is “barmhartig, genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw” Ex.34:7 en anders handelen kan Hij niet.
Het Hebreeuwse woord barmhartig “rachum” komt van de stam “Rechem”, dat spreekt van : “verbonden met hen die hulp behoeft, zoals een Moeder verbonden met haar ongeboren kind; een verbintenis die nooit ophoud;  innerlijke bewogenheid”.  Zelfs Zijn naam spreekt over de relatie God de Vader met de mens-kind.baby-84639_960_720

In tegenstelling tot ons aardse bestaan is deze hemelse identiteit als kind blijvend.
Zelfs als we in geloof de mannelijke wasdom bereiken die Hij voor ons heeft bedoelt (Ef.4:13) dan nog zijn wij kind, ook al zijn we volwassen in geloof.
Als we verandert worden naar Zijn beeld en Zijn gelijkenis, dan nog zijn wij in Jezus Christus aangenomen als zonen (Gal.3:26). Kinderen lijkend op God de Vader Rom.8:29 gelijkvormig aan het beeld Zijns Zoons, bijna als God, en nog steeds zijn wij kind.
De heilige Geest die we hebben ontvangen is een Geest van het Zoonschap (Rom.8:15) .
De heilige Geest zelf helpt ons om kind te zijn; die Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen Gods zijn.
Zoals God zijn Vaderschap nooit verandert, zo verandert onze identiteit als kind nooit.
Dus kunnen we er maar beter heel erg goed in worden: “kind zijn”.
Gering en klein als een kind Matt.18:4 wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk der hemelen.
Want in onze identiteit als kind, maken we Hem grootst als Pappa.

Advertenties

Kind Zijn

Matt.18:3 Luister goed! Ik zeg jullie: als jullie niet veranderen en gaan geloven als een kind, zullen jullie het Koninkrijk van God niet kunnen binnengaan. Mensen die net zo willen zijn als een child-1283178_960_720kind, zijn de belangrijkste mensen in het Koninkrijk van God.

Vanaf het moment dat ik mijn eerste dochter in mijn armen hield, begon de betekenis “worden als een kind” langzaam op zijn plaats te vallen.
Dit kleine meisje was in alles volkomen afhankelijk van mij; voor voeding, warme, rust en verschoning. Als volwassenen is het verre van zelfsprekend om je zo afhankelijk van God op te stellen en alles, wat we maar nodig hebben van Hem te verwachten; eten, drinken, veiligheid, schone kleren, een warm onderdak…….vul je nood maar in. Daar gaat een keus aan vooraf, een wens en een bereidheid om God zo te verwachten. Om niet op mensen te zien, maar eerst je hemelse Vader te vragen, in alles.
Er vielen nog meer puzzelstukken op zijn plek. Ik schaamde me soms voor de fouten die ik maakte, maar mijn dochter poepte zonder enige gene haar luier vol. Sterker nog, als ze dat niet zou hebben gedaan, dan had ik me daar ernstig zorgen over gemaakt. Vieze luiers horen ook bij geestelijke kindjes, anders zou er geen sprake zijn van groei. Bij groeien en leren horen fouten, God verwacht dat we fouten zullen maken. Hij heeft dat al ingecalculeerd en in Jezus Christus al voorzien in de oplossing ervan. Het heeft dus geen zin om daarover in de stress te schieten of het te willen verstoppen, Hij weet het al en verwacht het ook.
Ten gevolge van mijn houding tegenover mijzelf en mijn fouten, was ik geneigd om bij God te bivakkeren in een tentje in de achtertuin. Ik was een kind wat bij zijn vader op visite kwam, in plaats van te wonen in het huis van de Vader,  te eten aan Zijn tafel en te slapen in een eigen slaapkamer. Begrijp je een beetje wat ik bedoel? God wil echt bij ons wonen, Hij is niet uit op een LAT (Living Apart Together) relatie. Niemand legt (normaliter) zijn baby in een tentje in de tuin, geen enkele liefhebbende ouder kan dat over zijn hart verkrijgen. Gods liefde voor ons gaat elk vermogen van een liefhebbende mensenouder te boven. Het is veilig voor ons om Zijn kind te zijn. Hoe meer we kind durven te zijn, hoe meer we mogen ervaren hoe enorm gewenst en gelieft we zijn.
Het laatste wat ik wil meegeven is, bij een kind hoort ontdekken en spelen. Als volwassenen zijn we geneigd geloof en het koninkrijk Gods heel serieus te nemen, maar spelen mag. Wij kunnen er enorm van genieten als een kind lekker aan het kliederen is met water, zand, kleurtje of fantasiespel. Zo kan God ook van ons genieten als we dingen uitproberen, soms een beetje knoeien en plezier hebben van dingen die Hij gegeven heeft. Spelen mag.

 

Mosterdzaad

Matt.17:20 Indien gij een geloof hebt als een mosterdzaadje, zult gij tot deze berg zeggen: Verplaats u van hier daarheen en hij zal zich verplaatsen en niets zal u onmogelijk zijn.

40a6e8c2f13a24c44692c2d66b95840f
bron: marilynsimandle.com

Eén van mijn favoriete schrijvers, Adriaan van der Plass beschrijft in één van zijn boeken hoe hij in een depressieve bui een paperclip op zijn bureau legt en niet in staat is om die door geloof te verplaatsen. Hoe hij ook spreekt tegen de paperclip, hij verplaatst zich niet. Gevolg: Mopper de mopper, wat ben ik voor een christen, dat ik niet eens in staat ben om een paperclip te verplaatsen.
Dat is natuurlijk erg grappig, maar helaas gebeurd het wel dat mensen op die manier met geloof omgaan. Ze menen deze opdracht eerst te willen  testen op iets kleins, voordat ze het risico durven te nemen om zichzelf publiekelijk voor schudt te zetten.  Want stel je voor dat je het risico neemt om openlijk voor iemand te bidden, de handen op te leggen en er gebeurt gewoon niets. Of, om hetgeen waar we bang voor zijn nog iets duidelijker te beschrijven: De persoon voor wie je bidt blijft je onaangeroerd aankijken met een blik van :oké, is dat alles wat je in huis hebt? Moet ik nu iets voelen, gaat er nog wat gebeuren?

Die onzekerheid komt uit het volgende voort. Wij zijn verantwoordelijk voor ons hart, hoe we tegen de situatie aankijken en de afstemming op de heilige Geest om te horen hoe God er tegen aan kijkt. We zijn verantwoordelijk voor ons spreken, of we die ‘berg’ de opdracht geven om zich te verplaatsen, maar we zijn niet verantwoordelijk voor het resultaat!
Hetgeen er gebeurt na ons afstemmen en na ons spreken is God zijn verantwoordelijkheid.
We zullen erop moeten vertrouwen dat God precies datgenen zal doen wat nodig is, wat lieflijk en goed is. En wij moeten het risico nemen voor Hem, voor gek te durven staan.
Daarnaast is er nog een ontvanger van het gebed betrokken in deze zaak, waar we ook geen enkel invloed op uit kunnen oefenen. Deze persoon heeft zijn eigen unieke relatie met de Vader, waartussen het antwoord op het gebed plaats vindt.
Onszelf binnen die driehoek als de belangrijkste factor aan te wijzen voor een falen, dat is duidelijk flink overtrokken. Dan handelen we niet meer in een liefdesrelatie met God, maar zijn we bezig met onze eigen navel te bestuderen. Laten we die weg verlaten.
Het is tijd om de juiste richting op te kijken, naar de God van wonderen die de berg verplaatst. Tijd om Hem zoveel van Hem te houden, dat we het risico durven te nemen onze eigen angst te passeren. Tijd om onze positie in te nemen, tegen bergen te spreken en Hem te vertrouwen voor de uitkomst.
Gebed: Heer maak ons moedig om ons aandeel van U beloftes te doen, in Jezus naam.

Hemelse glans

Matt.17:2 Zijn gedaante veranderde voor hun ogen en Zijn gelaat straalde gelijk de zon en Zijn klederen werden wit als het licht.91e894e93671f854b85056d90be69c23

We krijgen niet zo heel vaak een beeld van het hemelse, maar waar er een beschrijving plaats vindt, wordt er gesproken over het licht en de stralende glans. Die valt op, omdat die anders is als wat wij kennen.
Mattheus verhaal doet denken Mozes die een soort gelijke ervaring had. Mozes daalde van de berg af met de twee stenen tafelen Ex.34:29 hij wist niet dat de huid van zijn gelaat straalde, doordat hij met Hem gesproken had. Toen Aaron en de Israëlieten Mozes zagen, zie de huid van zijn gelaat straalde en zij durfden hem niet te naderen. Mozes deed doeken over zijn gezicht om de glans die van hem uit ging te bedekken.
Elia bedekte ook zijn gezicht, nog tijdens zijn ontmoeting met God. 1 Kon. 19:11 toen de Here juist zou voorbij gaan, was er een geweldige en sterke wind, die de bergen verscheurde en de rotsen verbrijzelde, die voor de Here uitging. In de wind was de Here niet. En na de wind een aardbeving. In de aardbeving was de Here niet. En na de aardbeving een vuur. In het vuur was de Here niet. En na het vuur het suizen van zacht koelte. Zodra Elia dit hoorde, omwond hij zijn gelaat met zijn mantel,
Het hemelse wordt niet verlicht door de zon, maar door God zelf en dat licht lijkt niet op onze aardse lichtbron. We lezen dit terug in Openb.21:23 de stad heeft de zon en de maan niet van node, dat die haar beschijnen, want de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar lamp is het Lam.
Onze zon staat boven ons, schijnt van buiten af en maakt schaduw. De beschrijving van het hemelse lijkt meer op licht wat de mens overvloeit, een heerlijkheid die iemand omgeeft en inwoont, waardoor de persoon gaat gloeien en licht wordt. Het Lam wat woning in mensen heeft gemaakt (Joh.14:23).
Er is geen schaduw door extern licht. Lees ter aanvulling ook Openb.22:5 En er zal geen nacht meer zijn en zij hebben geen licht van een lamp of licht der zon van node, want de Here zal hen verlichten en zij zullen als koningen heersen tot in alle eeuwigheden.
Een externe lichtbron kan door verandering van stand, rotatie van de aarde nacht tot gevolg hebben. In het nieuwe Jeruzalem is er geen sprake meer van het wegvallen van licht of nacht. Mensen zijn verlicht door God. Het lijkt erop dat ze Zijn licht weerspiegelen (2 Cor.3:18)
Mozes, Elia, Petrus, Jacobus en Johannes kregen er alvast een voorproefje van, maar uiteindelijk zullen we het allemaal gaan zien. Spannend hé? Ik ben zo benieuwd.

Verwacht het onmogelijke

Matt.16:21 van toen aan begon Jezus Christus Zijn discipelen te tonen dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden van de zijde der oudsten en de overpriesters en de Schriftgeleerde en gedood worden en ten derde dagen opgewekt worden.

En zo gebeurde het ook!
De discipelen hadden het kunnen weten toen het gebeurde. Jezus heeft Zijn plannen niet verborgen gehouden voor Zijn vrienden, maar het paste niet in hun aannames. Petrus ging er al direct op in toen Jezus het hun vertelde, met de woorden: “God verhoedde dat dit gaat gebeuren”.
Op het moment dat Jezus gearresteerd werd, vluchten de discipelen alle kanten op. Petrus ontkent drie keer dat hij ook bij Jezus hoort en Thomas geloofd de opstanding pas als hij zijn vinger in Jezus hand heeft gestoken.
Waarom konden ze het plan wat Jezus hun had verteld niet verwerken, aannemen en het een plek geven? Waarom zou ik er zo’n moeite mee hebben?
Ik denk omdat we eigenlijk niet kunnen geloven dat zaken die naar aardse maatstaven onherstelbaar stuk zijn, ook maar iets goeds kunnen voortbrengen. Hoe kan er iets goeds voortkomen uit dood; of uit verbroken relaties of uit ziekte, of ontslag? Naar aardse maatstaven kan het niet, dingen zijn stuk.addtext_com_MTA0MTUyMzUxMDY
Maar God is niet gebonden aan aardse regels. Daarom zegt Jezus tegen Petrus die Hem erop aan spreekt :”Je bent niet bedacht op de dingen Gods”.
Het koninkrijk der hemelen stijgt verre uit boven het aardse, ‘de dingen der mensen’. Het gedraagt zich niet naar die wetten en regels, maar naar hemelse mogelijkheden, naar geloof, trouw, liefde en goedheid.
Bedenk je eens wat er naar koninkrijk regels mogelijk is in jou ‘onmogelijke’ situatie. Wat zou God er allemaal mee kunnen doen? Niet om het voor Hem in te vullen, maar om het onmogelijke te gaan verwachten. Om te gaan verwachten dat God er groot in zal zijn en te verwachten dat het voor Hem geen onmogelijke situatie is.
In het natuurlijke zien we al voorbeelden van onvernietigbaar leven. Op wegen die zijn afgeschraapt, bedekt met groeiend heet asfalt, piept na verloop van tijd het onkruid door de scheuren. Op loodrechte rotswanden heb ik boompjes zien groeien. Hoeveel krachtiger is het Leven wat God geeft boven het natuurlijke uit.
Joh.11:26 Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij geloofd zal leven.

Onvoorstelbare macht

Matt.16:19 Ik zal u de sleutels geven van het koninkrijk der hemelen, en wat gij op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen. En wat gij op aarde ontbinden zult, zal ontbonden zijn in de hemelen.

Deze sleutels profeteerde Jesaja, op de schouders van Jezus Christus. 22:22 en Ik zal de sleutel van het huis van David op zijn schouder leggen; opent hij niemand sluit; sluit hij niemand opent.
Op zijn schouders, dat is geen gebruikelijke plaats op sleutels te bewaren. Wij zouden ze ergens veilig in ons zak steken, waar niemand bij kan, want wie de sleutels heeft kan ergens naar binnen. Die persoon heeft vrije toegang om te handelen of weg te nemen in dat huis, dus zijn we voorzichtig met sleutels.
Sleutels op de schouders dragen spreekt van niet ontneembare autoriteit. De macht die de sleutels draagt is onoverwinnelijk, niemand kan die sleutels afnemen.
Diezelfde autoriteit verbind Jesaja aan het hanteren van die sleutels, niemand zal de deur dicht kunnen doen als Hij die deur open gemaakt heeft, niemand. En zo ook andersom, als hij de deur heeft gesloten, dan is die deur onherroepelijk dicht.

Nu komt het wonderlijke, Jezus legt die autoriteit in onze handen.
Ik zal u geven de sleutels van het koninkrijk der hemelen”. Jezus heeft die niet af te nemen, onomkeerbare macht om te open en te sluiten, en Hij zegt tegen jou “alsjeblieft, wandel daarin”.
Nog een paar aanvullende teksten, mocht het niet helemaal tot ons doordringen Luc.10:19 zie, Ik heb u de macht gegeven om op slangen en schorpioenen en te treden en tegen de gehele legermacht van de vijand; en niets zal u enig kwaad doen.
Ik weet niet hoe dat voor jullie is, maar ik moet daar toch wel een poosje op “herkauwen”. Weten is één ding, maar erin gaan staan, het opnemen en uitoefenen, is een stap verder. Maar daar is het wel voor bedoelt, niet om in de voorraadkast te leggen als een noodpakket.
Nog een keer dan? Matt.10:1 Hij riep Zijn twaalf discipelen tot zich en gaf hen macht over onreine geesten om die uit te drijven en om alle ziekte en alle kwaal te genezen. En toen stuurde Hij ze op pad om dit te gaan doen en iedereen van het koninkrijk te vertellen. book-614016_960_720
Dit geldt niet slechts voor de twaalf die Hij op dat moment uitzend, sterker nog, het is in overeenstemming met hetgeen Jezus tegen ons allemaal zei vlak voordat Hij plaats nam aan de rechterhand van de Vader: Marc.16:15 verkondigt het evangelie aan de ganse schepping, v17 Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden.

Overdenk deze dingen en berg ze op in je hart, want het is zo contra aan wat wij op aarde kennen. Het is nodig dat we de dingen van het koninkrijk waar wij deel van uitmaken overdenken totdat het ons eigen is.

openbaring

Matt.16:15 Maar wie zegt gij dat Ik ben? Simon Petrus antwoordde :”Gij zijt de Christus de Zoon van de levende God”. – Vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemelen is.addtext_com_MjEyOTA5MTI2OTA2

Jezus zelf in Zijn menselijke verschijning had het hun niet verteld. De Heilige Geest was nog niet op alle vlees uitgestort en toch had er openbaring plaats gevonden van de Vader zelf. Van hart tot hart in de persoonlijke relatie tussen de Vader en Simon Petrus.

Als je met iemand een relatie aangaat, wil je dat die persoon je echt leert kennen.
Niet in de zin dat iemand van je levensgeschiedenis van A tot Z op de hoogte is, maar vooral van je karakter. Waar hou je van, wat vindt je leuk en waar wordt je niet blij van. Zodra die ander handelt op een manier waaruit blijkt dat hij ons nog niet zo goed kent als dat we hopen, dan zijn we teleurgesteld.
Het is misschien een zeer beperkte vergelijking, maar voor God is dat niet anders. Hij houdt van ons, Hij gaat een relatie aan met ons en Hij wil zichzelf openbaren aan ons. Hij wil bij ons zijn en geen verstoppertje met ons spelen.
Het hangt niet van Hem af, Hij wil zichzelf laten kennen, Zichzelf openbaren.
Maar net als elke goede relatie, zullen we er tijd en aandacht aan moeten geven.

Er zit nog een theologisch probleem in dit tekst gedeelte waar ik mijn mening over wil geven, omdat één van mijn allerliefste vrienden hiermee zo heeft geworsteld ten aanzien van de kerk waarin hij was opgevoed.
De letterlijke vertaling van de grondtekst zegt: “Jij bent Petros, en op dit, de rots/petra zal Ik mijn kerk bouwen”.
Persoonlijk ben ik van mening dat het woordje “dit” verwijst naar de openbaring dat Jezus de Christus is.
Die interpretatie is in overeenstemming met andere Schriftgedeelten waar Jezus ook de rots wordt genoemd. bv. Rom.9:33 Zie ik leg in Sion de steen des aanstoots en de rots der ergernis en wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamt uitkomen.(Jes.8:14); 1 Cor.10:4 zij alle dronken uit de geestelijke rots, welke met hen meeging en die rots was de Christus.
Daarnaast wordt Christus in het N.T het hoofd van de gemeente genoemd. Ef.1:22 En hij heeft alles onder Zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente die zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt.
Paulus; -die Jezus Christus door persoonlijke openbaring heeft leren kennen, -respect had voor de apostelen, met de apostelen bekend was en verantwoordelijkheid aan hen aflegde in Jeruzalem, -noemde Jezus het hoofd van de gemeente en niet Simon Petrus, de man van vlees en bloed. Paulus schrijft in verschillende brieven “aan de gemeente van Jezus Christus” en daarmee adresseert hij Jezus als de eigenaar en autoriteit over de gemeente.