Kennis van Goed en Kwaad.

Gen.2:16 van alle bomen in de hof mogen jullie vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.

100_5235
Beaufort Luxemburg N.Wagemans

Er zijn theorieën die veronderstellen dat kennis de wortel van alle kwaad is. Gebaseerd op deze tekst dat ze niet mogen eten van ‘kennis’…. van goed en kwaad. De nadruk ligt in deze stelling op het 1ste woord. Ik kan me daar niet zo goed in vinden, dus hier komen mijn gedachten over deze zaak.

Ik vertrek vanuit van de volgende zienswijze: In Genesis 1 worden dimensies geschapen.
Het geestelijke wordt gematerialiseerd in het stoffelijke en tijd wordt geschapen. De 1ste dimensie die ontstaat is die van ‘Gods aanwezigheid’ en ‘Gods afwezigheid’.
“Duisternis lag op de vloed” v2 en “En God zeide er zij licht”. Er zij licht is de 1ste scheppende daad, en de 2de daad is scheiding maken.
Waar licht is kan duisternis niet zijn, duisternis is de afwezigheid van licht, dus de duisternis krijgt een andere plek, buiten God, de buitenste duisternis (matt.8:12). Gen.1:4 ‘God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis’ en een nieuwe dimensie is geboren. ( toelichting in het volgende stuk)
Er is nu een plek waar God is en daarin gaat Hij in scheppen, nieuwe dingen uit het niets maken. De mens die wordt geschapen is naar het beeld en gelijkenis van God. God is vol van kennis, waarheid en heiligheid. Er wordt nergens melding gemaakt dat Adam en Eva in alles naar Gods beeld zijn, behalve in kennis, dit even los van welke maat van kennis het betreft.
Op basis van onze gelijkenis lijkt het me al niet mogelijk dat Adam en Eva geen kennis bezitten, maar daarnaast kan het bezit van kennis aan de volgende zaken worden afgeleid.
-Als je in staat bent alle dieren een naam te geven, hun aard en hun wezen kan benoemen, kan je hetgeen je ziet interpreteren, dus is er kennis.
-Een 2de punt is, je kan een baby die zonder kennis is geen gebod opleggen en daar nog een consequentie aan verbinden ook, maar Adam en Eva kregen een gebod. God vraagt niet het onmogelijke van de mens.
-Daarnaast kan je iemand zonder kennis niet vragen om ‘te heersen over…’1:26, je kan niets besturen als je geen kennis hebt. Mijn conclusie is daarom, dat Adam en Eva zeer intelligente wezens waren met kennis.

‘Kennis ansicht kan dus niet de wortel van alle kwaad zijn, zeker als God bij de profeten stelt, dat Zijn volk ten onder gaat door gebrek aan kennis (Hos.4:6)
Wat Adam en Eva echter niet hadden was kennis van afwezigheid, iets wat niet is. Ze waren beiden naakt en hadden geen kennis van het ontbreken van bedekking. Dit was eenvoudig weg wat ze waren, vissen hadden schubben, dieren een pels en de mens had een huid.
Wat ze niet hadden, stel ik mij zo voor, was ‘niet-kennis’, kennis van zaken die niet zijn, niet bestaan. Zoiets als 1+1=3, dat bestaat eenvoudig weg niet, dat is een leugen/ afwezigheid van waarheid. Ze leefden in de aanwezigheid van God en hadden geen kennis hoe het is om te leven ‘afwezig van God’. Deze ‘niet-zaken’, ‘afwezigheidskennis’, zat weggesloten in de eerste scheppingsdimensie, de afscheiding van duisternis, waar de mens geen toegang toe had gekregen.
Zij konden deze ‘afwezigheids’-dimensie niet zien.
Dit is waar de boom van kennis van goed en kwaad toegang toe gaf. (geen ware vrijheid, als je niet kunt kiezen!)
Toen hun ‘ogen werden geopend’ zagen ze dingen die er ‘niet-waren’ zoals geen bedekking. Ze zagen, en daaruit vloeide gevoelens voort: schaamte. Dit was er nog niet, het werd zichtbaar, doordat ze in de dimensie van afwezigheid konden zien; waar licht ontbreekt, waar waarheid ontbreekt, waar leven ontbreekt en waar God Niet is.
De mens hoort daar niet, hij is bedoelt om in de aanwezigheid van God te leven, waar volheid van licht en leven is, zonder zaken die daar iets aan afdoen.
Als je dus al zou kunnen spreken over de wortel van alle kwaad, zou ik willen zeggen: het is de afwezigheid van God.

Jes.11:2 (De Messias) op hem zal de Geest des Heren rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van Kennis en vreze des Heren.

Prioriteiten

In de tijd dat mijn gezin vol drukte en gedoe was, leken er niet genoeg uren in één dag te zitten. Er leek altijd meer werk te zijn als tijd. Kinderen die overal naar toe gehaald en gebracht moesten worden, vriendjes die bleven spelen, huishouden, relatie en ook nog taken in de gemeente, natuurlijk. Dat doe je gewoon. In de gemeenten zijn er altijd meer taken als handen, dus blijft er altijd wat te wensen over.
Veel gegeven onderwijs aan gezinnen in gemeenten is daarom ook:  Stel de juiste prioriteiten. Op de eerste plaats staat je relatie met God, daarna komt je gezin en dan pas de gemeente. Niemand mag zijn gezin verwaarlozen omdat hij zoveel taken in de gemeente doet.
God stelt tussen 1 Cor.12&14 ook een prioriteit, een geestelijke prioriteit.
Liefde komt op de eerste plaats voor de gaven.
De gaven zijn mooi, geweldig, goed en belangrijk, maar er ontstaat al snel verwarring, door de gaven een grotere plaats toe te kennen als dat ze behoren in te nemen. Ze worden immers door God gegeven, ze vormen bijna een soort bewijs dat God aanwezig is. God werkt in de gemeente, dus Hij is er, maar de Bijbel geeft er een subtiele ordening in.
1 Cor.13:2  Al ware het dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles, wat er te weten is, wist, en al het geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik had de liefde niet, ik ware niets.
Dat zijn toch grote zaken: Volledige kennis, openbaring over geheimenissen, perfecte profetieën, mega-geloof, dat verdient toch de hoofdprijs, de eerste plaats op het erepodium?
Als ik de liefde niet had, ware het niets!
Je kan iemand doodslaan met de waarheid. Je kan alle gelijk van de wereld hebben en alle mensen om je heen verliezen, als die waarheid niet in liefde wordt gehanteerd.
Gaven als profetie, kennis en geloof zijn gegeven om op te bouwen. Ze werken in relatie tot andere mensen, daarom is het noodzakelijk dat de liefde prioriteit krijgt. De gaven zijn niet door God geven om Zijn aanwezigheid te bewijzen, maar om ons te helpen, ons op te bouwen in geloof, om de relatie met Hem te versterken.DSC_4814
Geestelijke prioriteit ziet er dus als volgt uit: God op de eerste plaats, liefde komt daar uit voort, en die geeft sturing aan de gaven van de Geest.
Het lijkt een subtiel verschil in de praktijk van de gemeente, maar misschien zet Paulus het daarom wel in de extreme vorm neer. Niemand, behalve Jezus kent alle geheimenissen, Niemand behalve Hij alleen spreekt perfecte profetieën en heeft volmaakt geloof. Jezus liet de uitingen van de gaven van de Geest niet voorop staan in Zijn bediening, dus dienen wij onze veel onvolmaaktere uitingen de juiste plaats in de gemeente toe te kennen.
Laten we ons in de eerste plaats op God richten en genieten van al het moois wat Hij uit die relatie doet voortvloeien.

Ruil perfectie in voor liefde.

love-957023_640
https://pixabay.com/nl/liefde

Ik denk dat iedereen die actief is in het koninkrijk Gods, of op welke wijze dan ook verantwoordelijkheid draagt in de breedste zin van het woord, op een bepaald moment wel eens gegrepen wordt door de angst om het fout te hebben. Ik heb zelf ook een periode geworsteld met vragen als: ‘Heb ik Gods stem wel goed verstaan; wat nu als ik het verkeerd zie en mensen een verkeerde uitleg geef of ze hele verkeerde dingen leer’… Ja, wat dan?
Dan kan je mensen op het verkeerde been zetten, ze de verkeerde kant op wijzen, dus er kleven gevolgen voor anderen aan mijn verkeerde zienswijze! Er zijn voorgangers die geloven dat God het hun dubbel zal aanrekenen, want Hij heeft de verantwoordelijkheid op hun schouders gelegd om het goed te vertellen en de juiste theorie te onderwijzen. De tekst die hierbij wordt aangehaald is Hebr.13:17 “Gehoorzaamt uw voorgangers-daar zij rekenschap zullen moeten afleggen”.
Deze angst om het fout te hebben kan bij periodes in je leven behoorlijke greep op je handel en wandel hebben. Wie deze “stok” van perfectionisme door angst stevig in handen heeft, zal die als ‘maatstaf’ leggen over de mensen waar zij zich verantwoordelijk over voelen. Onzuiverheden en fouten moeten korte metten mee worden gemaakt, voordat het uitgroeit tot iets groters!
Dit alles schoot door mijn hoofd toen ik de eerste zin van 1 Cor.13 tot mij door liet dringen. “al sprak ik met de tongen van engelen”, volmaakt dus, zonder zonden :”Maar ik had de liefde niet, ik ware schallend koper”.
Mensen hebben het nooit 100% goed of 100% fout. Elke leider heeft wel uitspraken, interpretaties of leringen, waar je kanttekeningen bij kan plaatsen.
En ik geloof dat God dat vergeeft! zoals Hij mij vergeeft en wij deze leiders dienen te vergeven. Wij zijn allen kinderen van God, wie of wat onderscheid leiders of ieder die enige verantwoordelijkheid draagt? Wat hebben zij dat zij niet hebben ontvangen? (1Cor.4:7). Allen hebben gezondigd en ontvangen van de genade.
Maar wie in de kramp is geraakt, doet er goed aan de stok die hij voor zichzelf en anderen tot maatstaf heeft gemaakt , bij God op het altaar te leggen. En hem om te ruilen voor liefde.
Want geen van deze maatstaven kan het volmaakte brengen, maar God stelt dat liefde de hoogste en de beste maatstaf is van allemaal.
“Streef dan naar de hoogste gave” (12:30). Maak er je goal van om gekenmerkt te worden door goedertierenheid, lankmoedigheid, geduld en trouw zonder verbittering. En de liefde Gods, die alles te boven gaat, zal al onze fouten zo ver van ons weg doen, als het oosten van het westen verwijdert is.

Spr 10:22 De zegen des HEREN, die maakt rijk, zwoegen voegt er niets aan toe. (2)

Onze Bijbelvertaling maakt het niet eenvoudig voor ons om te onderscheiden wat het verschil is tussen, ‘gezegend functioneren naar ons scheppingsdoel’ en ‘zwoegen’. (zie deel 1)
In beide situaties wordt namelijk het woord “werken” gebruikt in onze vertalingen.  Werken dat roept bij ons de associatie op aan inspanning, die niet altijd leuk en wenselijk is, waarin je kunt slagen of falen en waar een beloning tegenover staat. In een Bijbelse context heeft ‘werken’ een andere betekenis.
Denk bijvoorbeeld even aan de tekst in Ef.2:10 Zijn maaksel zijn wij, in christus Jezus geschapen om goede werken te doen. Of wat dacht je van Ps 104:24 vertaald met: Hoe talrijk zijn uw werken, o HERE, Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt; de aarde is vol van uw schepselen.
Gods scheppen wordt hier aangeduid met het woord ‘werken’. God heeft niet met grote moeitevolle inspanning, of met enige tegenzin, in het zweet des aanschijns, voor een beloning,  geschapen!
‘Goede werken’ verwijst niet naar een extra inspanning voor Christenen, die ze ook nog eens moeten doen naast hun dagelijkse beslommeringen. Het woordje ‘werken’ zet ons op het verkeerde been.
Wat dacht je van het voorbeeld uit Ex 36:1 waar twee kundige mannen worden aangesteld om de tabernakel in te richten. Het is duidelijk dat deze mannen een enorme gaven hebben en die voor God mogen gebruiken, maar gebruikt wordt het woordje is.….’werken’:  “Zo moeten Besaleël en Oholiab werken, en iedere man die kunstvaardig is, aan wie de HERE wijsheid en inzicht in die dingen geschonken heeft, zodat hij verstand heeft van het vervaardigen van al het werk voor de dienst van het heiligdom, overeenkomstig alles wat de HERE geboden heeft”.

In het Hebreeuws zijn er 64 verschillende woorden voor een inspanningsverrichting, waarvan er maar 2 of 3 gaan over “arbeid” tegen betaling of “zwoegen”, maar in het Nederlands zijn al deze woorden voor inspanningsverrichting vertaald met ‘werken’.
Bij de strongs in het Hebreeuws vindt je onder andere de volgende woorden,  vertaald naar ons woord voor WERK:
khaw-kaw’, tekenen, schetsen, op kunstige wijze uitdrukking geven; khar-o’-sheth=uitsnijden, snijden; daw-bar = zeggen, spreken, verklaren; mif-law-aw’ = wonderwerk….
Daarmee is de verkeerde opvatting over de betekenis van de inspanning geboren.

milky-way-916523_640
https://pixabay.com

Er is dus een duidelijk verschil tussen ‘gezegend zijn en naar Zijn zegen wandelen’ en ‘zwoegen’, een  toegevoegd gevolg van de zondeval.
Het is een grote zegen, een grote blijdschap, te mogen doen waarvoor je bent gemaakt.
– Iedereen is geroepen om vrucht te dragen.
– Iedereen is geroepen om de aarde te vervullen en onderwerpen.
– Iedereen is geroepen om te heersen over de schepping;
Daarom staat er in Rom 8,19 Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods.
De schepping heeft het nodig dat de kinderen Gods gaan functioneren zoals God ze bedoelt heeft om te functioneren, waartoe Hij ze heeft gezegend, met kracht heeft bekroont om dat te doen.
Er wordt op je gewacht, er wordt naar je uit gezien!

Spr 10:22 De zegen des HEREN, die maakt rijk, zwoegen voegt er niets aan toe. (1)

guitar-946701_640
https://pixabay.com

De zegen van God die ons rijk maakt begon al heel vroeg, in Genesis, nog voor de zondeval toen er nog niets fout was gegaan, zegende God wat Hij had gemaakt. Er was helemaal niets fout, het enige wat gereproduceerd kon worden was God, dus wat Hij schiep was volmaakt! God in al zijn  heerlijkheid, grootheid, majesteit en alle dingen die uit Hem en door Hem geworden zijn.

Waarom zegenden Hij dan wat Hij had gemaakt en waar bestaat die zegen uit?
Gen.1:27 En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. 28 En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt.
Het eerste wat God doet als Hij de mens geschapen heeft, is hem zegenen en dat bestaat uit 3 zegeningen:
A. Weest vruchtbaar en wordt talrijk.
B. Vervult de aarde en onderwerpt haar.
C. Heerst over de schepping en zijn schepselen.

Alle 3 deze zegeningen gaan over het functioneren van de mens die Hij geschapen heeft; hoe die geschapen mens behoord te zijn, vruchtbaar; Hoe die geschapenen mens behoort te handelen, de aarde vervullend en onderwerpend; en welke positie die geschapenen mens dient te hebben, heersend over de schepping en haar schepsels.
De zegen blaast levensadem in het functioneren van de mens naar hoe hij is bedoelt te zijn, te doen en te handelen. Dat riekt naar inspanning………als je het mij vraagt.
Toch ben ik begonnen met de spreuk “de zegen des Heren maakt rijk, zwoegen voegt daar niets aan toe”. Dat leidt tot een bijzondere conclusie:
Functioneren zoals je behoord te zijn, is dus geen zwoegen!

De inspanning kwam pas na de zondeval, als vloek op de overtreding kwam het binnen. Alles wat erdoor geschapen was en de manier waarop het dient te functioneren, werd erdoor aangetast.
Vruchtbare zwangerschap werd een moeite en het baren ervan een smart.  Er komt verleiding, begeerte en een overheersen. Er komt een zwoegen om de aardbodem te bewerken, want die brengt dorens en distels voort en er is zweet.
Het onderscheidt is echter duidelijk. De zegen is kracht, om te functioneren zoals je behoort te zijn en het zwoegen is het gevolg van de zondeval. God heeft zwoegen er niet aan toe gevoegd, Hij heeft het niet geschapen, het is een gevolg. Dus moeten wij ook geen ‘zwoegen’ toevoegen aan ons functioneren!
Het zegenende werk en de zegeningen van God zijn niet gegeven om die gevolgen te nivelleren, maar omdat het nog steeds zijn bedoeling is dat de mens zo zal functioneren, zoals hij is bedoeld.
De hoogpriesterlijke zegen in Num.6:24 begint niet voor niets met de woorden “De Here zegene u en behoedde u; De here doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig; de Here verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede”.
Hij wil het nog steeds!
De zegen eindigt met ‘Shalom’. Shalom betekend  vrede op vier verschillende fronten. Vrede tussen God en de mens, vrede binnen in de mens zelf, vrede in de relaties van mens tot mens en vrede van de mens met zijn leefomgeving.
Dit heeft een diepe link naar het offer van Jezus Christus, die zei : vrede geef Ik u en vrede laat Ik u. Hij is het lam die de zonde van de wereld weg neemt, de Shalom die de zegen van het zwoegen ontdoet.

Alles is ijdelheid?

DSC_1331
Pyreneeën, 3-9-13 NIcolette Wagemans

Hier spreekt de emotie (prediker 1:2-11). Prediker geeft als poëet een stem aan gevoelens die we allemaal wel eens hebben.
Het ene geslacht gaat en het andere komt- de zon komt op en gaat onder- de wind gaat naar het zuiden en draait naar het noorden- beken stromen naar de zee en de zee wordt er niet vol van.10 er is niets nieuws onder de zon.
Oppervlakkig gezien lijkt dat zo. Alsof al deze zaken geen enkele zin hebben, geen enkel doel dienen en maar doorgaan in een eindeloos lange cyclus.
Maar als bijvoorbeeld de cyclus van het water, verdampen, opstijgen, regenen, water aan gewassen geven, afvloeien in rivieren, terug naar de zee; wordt doorbroken hebben we een groot probleem. Dan sterven we. God heeft de kringloop onvoorstelbaar knap gemaakt, dat is geen ijdelheid.
Het is vol van waarde. Het is eenvoudig om een bekertje water uit een volle emmer te scheppen en dan iets te zeggen aan de ene bekertje, daarmee af doen aan de waarde van het geheel.
Het is gemakkelijk om zaken die vol van waarde zijn te degraderen, en het van zijn waarde te beroven. Dit is de kennis die de slang in de wereld heeft gebracht, leugens en roof.
Ingewikkelder lijkt het om andersom te denken. Om zaken die geen waarde lijken te hebben, daar waarde in te zien en het de waarde toe te kennen die God eraan gaf toen Hij het maakte. Dat is zwemmen tegen de stroom in, je niet door je emoties of negatieve bril laten meeslepen. Hierin ligt de oplossing van deze emotie.
Afwaarderen werkt verlammend.
Heel wat creatieve personen doen stukken in de prullenbak belanden, omdat hun gedachten het afwaarderen. Gedachten als: ach, er is niets nieuws onder de zon; anderen hebben dit ook al gemaakt….en zij konden het beter!
Toch is er maar één persoon zoals jij, op deze wereld die in deze situatie staat, op deze plaats in de tijd, die de dingen bekijkt zoals jij alleen ze kan bekijken! Misschien heeft jou visie nog wat werk nodig om het te perfectioneren, er zijn mogelijk aanpassingen nodig om het voor meerdere mensen bruikbaar te maken, maar dat maakt het nog niet zinloos! Dat betekend alleen maar dat hetgeen waar je mee bezig bent nog niet af is.
Prediker onderzoekt vele zaken en bij vele zaken bekruipt hem het gevoel van zinloosheid; genot, rijkdom, tijd, zwoegen in arbeid, het fysiek lichaam…..op alles is betrekkelijkheid aan te merken. Soms lijden we daaronder, maar Prediker kwam ook met een paar sterke conclusies:
6:29 Ik heb ontdekt dat God de mens recht gemaakt heeft, maar zij zoeken vele bedenkselen.
Ik denk dat het van belang is om die bedenkselen; die afwaarderen, zaken beroven van de waarde die God het gegeven heeft, om die te herkennen.
Zie waar jij bent gestopt, je laat verlammen en niet verder gaat, omdat jou bedenksel tegen jou verteld, dat niemand op jou zit te wachten.
Bolwerken, noemt 2 kor.10:4-5 dit: redeneringen opgeworpen tegen de kennis Gods.
de bijgaande foto laat zien wat een bolwerk is. Dit fort met kanonnen staat veilig achter een dijk, waardoor het voor de vijand niet zichtbaar is, maar wel voortdurend kanonskogels afvuurt. In militaire oorlogsvoering is bombarderen van bovenaf de snelste oplossing voor zo’n bolwerk.
Terecht wijst Prediker daarin op God, die boven alles en allen is. Zijn wijsheid, kan deze bolwerken in ons leven vernietigen.
3:14 Ik heb ingezien, dat al wat God doet, voor eeuwig is; daaraan kan men niet toedoen en daarvan kan men niet afdoen.
De waarde die Hij aan jou en zaken heeft gegeven is voor eeuwig.

Onvoorstelbare waarde

kroon
https://www.funkyfish.nl/beeld/news/kroon.jpg

Ken je dat tv programma ‘tussen kunst en kitsch”waarin mensen, vermeende kunst, wat in hun bezit is mogen laten beoordelen door vakmensen?
De aflevering die ik bekeek, was opgenomen in een prachtige entourage van een kasteel. Iedereen sleepte van alles en nog wat met zich mee, in de hoop iets leuks te bezitten. Grote schilderijen, oude boeken, beeldhouwwerken, waar toch zeker hoge waarde van werd verwacht, omdat het eruit zag als een kostbaar stuk.
Een mevrouw kwam met een sieraad, dat op het oog best mooi was, maar niet zo heel bijzonder leek.
De kenner legde het sieraad op een fluwelen tableau. Hij verblikte en verbloosde niet, maar begon met een pennetje aan te wijzen uit welke onderdelen het sieraad bestond, en van welk materiaal dat was gemaakt.
Alleen al de materialen waren kostbaar: parels, wit goud, diamanten enz. In het publiek zag je de spanning stijgen. De kenner wist ook te vertellen wie de ontwerper van het stuk was. Een zeer gekwalificeerde vakman van een beroemd kunsthuis was verantwoordelijk voor de maak van dit sieraad en ten slotte bleek het sieraad ook nog eens uniek. De kenner wist daardoor een waarde aan het stuk toe te kennen die boven ieder zijn verwachting uitsteeg, en de “OOOH ‘s”, en “AAAAH’s” kwamen uit het publiek.
De dame in kwestie verschoot van keur en begon te stotteren, want ze had al die tijd geen idee gehad wat een enorme kostbaarheid ze in haar bezit had. In 1 klap wist ze dat ze een rijke dame was.
Dat was ze al die tijd al geweest, alleen had ze daar geen kennis van gehad.

Wij kunnen God in ons hart ontvangen en geen enkel idee hebben van de onmetelijke waarde van hetgeen wij in bezit hebben. Sterker nog, we kunnen het ook niet bevatten, want het gaat boven ons aardse vermogen uit. Wat we wel kunnen is onderdelen daaruit aanwijzen en iets uitleggen waar het uit bestaat. In die uitleg kunnen we nooit compleet zijn. Er valt altijd meer te vertellen, maar zelfs de uitleg van enkele elementen kan al van onschatbare waarde zijn en ons vertellen over de grootsheid en de rijkdom van de Maker.
Zoals sieraad verteld over de Maker, zo vertellen Zijn cadeautjes aan ons, over het karakter van God. Hij is vrijgevig, onbeperkt en Hij houdt van ons.Wij zijn rijke stinkers! Alleen we beseffen het nog veel te weinig. Alleen al om die reden is het van grote waarde om er bij stil te staan Wie het is, die woning in ons heeft gemaakt.

2 petrus !:3-4 Zijn goddelijke kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, die ons geroepen heeft door zijn heerlijkheid en macht; door deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur,….

Door Zijn goddelijke kracht zijn wij al eigenaar van iets wat zijn weerga niet kent, namelijk deel hebben aan de Goddelijke natuur.
Het feit dat je geen flauw idee hebt van de omvang en de kracht van hetgeen in je woont, wil zeggen dat Hij het je aanreikt met grote bescheidenheid, nederigheid en dienstbaarheid.
Hetgeen in je is komen wonen is zo overweldigend groot.
Je wist het misschien nog niet, maar wij zijn een stelletje rijke stinkerds!

Loofhuttenfeest en de profetische toekomst

“Wanneer aan het eind van het oogstseizoen het koren is gedorst en de wijndruiven zijn geperst, moet u gedurende zeven dagen het Loofhuttenfeest vieren.” (Deut. 16: 13)

regenboog
https://pixabay.com/nl/regenboog-hemel-kleurrijke-868713/

De grote feesten uit het oude testament vinden hun vervulling in Jezus Christus.
Het oudere Pesach feest, waarbij het lammetje werd geslacht en het bloed aan de deurpost gesmeerd, vindt zijn vervulling in de dood van het Lam Gods die ons vrijkocht met Zijn bloed.
Het wekenfeest, Sjawoeot wat na Pesach wordt gevierd, viert dat Mozes de wet ontving op de Sinai. Dit vindt zijn vervulling in Pinksteren, de uitstorting van de heilige Geest Rom.8:2 2 Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.

Maar het loofhutten feest lijkt in onze huidige tijd geen vervulling te hebben gekregen in de eerste komst van Christus. Het sluit meer aan bij de toekomstbeelden van het koninkrijk van God.
Alle woorden uit de bovenstaande tekst uit Deuteronomium linken naar profetieën en visioenen over de toekomende openbaring van Jezus Christus.
( bovenstaande tekst uit profetisch oogpunt) De velden die wit waren om te oogsten(joh.4:35), zijn binnengehaald. Het koren is gedorst, graankorrels die niet op zichzelf wilden blijven, (Joh.12:24)maar zijn gestorven aan zichzelf in Christus jezus, het koren is gedorst.
Loofhuttenfeest is een beeld van het oogstfeest en in openbaringen wordt de oogst van het koninkrijk der hemelen binnen gehaald.7:9 ik zag een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volken en stammen en natiën en talen stonden voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen. Lees daarnaast ook het profetische woord van Zacharia 14:16 Alle volken-zullen van jaar tot jaar heen trekken-en het Loofhuttenfeest vieren.
Openbaringen spreekt over de wijndruiven die zijn geperst 14:20 Oogst de trossen van de wijngaard der aarde,- en de engel wierp de druiven in de grote persbak van de gramschap Gods-.
Met het huidige Loofhuttenfeest wordt er gebeden om regen, want vanaf ongeveer april tot aan het Loofhuttenfeest is het praktisch droog geweest. De landbouw heeft regen nodig voor een nieuw groeiseizoen, dus klinkt de bede om regen “Let it rain”! Dit wordt vervuld in Openb.22:17 en de Geest en de bruid zeggen , Kom! En wie hoort zegge kom! En wie dorst heeft kome, en wie wil, neme het water des levens om niet.

Wanneer al de angstaanjagende dingen die in openbaringen staan beschreven, zijn volbracht, staat er in openbaringen 19:7 Halleluja! Want de Here, onze God, de Almachtige, heeft het koningschap aanvaard. Laten we blij zijn en vreugde bedrijven..
Er wordt een feest gevierd, waarbij wordt opgeroepen tot blijdschap klinkt, zoals bij Loofhuttenfeest de opdracht is “gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht van de Here, Uw God”, Lev.23:39-44.
We mogen er naar uitzien om dit feest te vieren met onze Heer, want dan is de overwinning behaald.

https://www.youtube.com/watch?v=BDpF43cSnM0
“Let it rain”;  Jesus Culture

Een heel Hallel: psalm 113-118

DSC_2509
‘Halleluja’. Nicolette Wagemans, Massada, okt.’14.

Zeven dagen feest betekend tijd voor God, Hij staat immers centraal op het feest. Hij is de hoofdgast waar alles om draait, dus is er overvloedig tijd voor gebed, in Hebreeuws genoemd ‘hallel’.
‘Hallel”, betekend  “loof” of “prijs”. Daarvan afgeleid is het woord ‘Halleluja’.
Dit bidden, hallel, gebeurd door Gods woord hardop te lezen/ zingen, als een Halleluja voor de Here der Heren en de koning der Koningen.  De lezing van elk psalm wordt afgesloten met ‘Halleluja’.
Mocht je je afvragen wat al die Joden bij de muur staan te reciteren, dan zijn het psalm 113 tot en met 118 (aangevuld met de voorgeschreven gebeden voor die dag of passend bij die gebeurtenis/ feestdag).
Een, in het Engels voorgelezen versie van psalm 113-118 vindt je op:  https://www.youtube.com/watch?v=RYrpiAZ6gR8
Wil je echt uit je confortzone willen stappen, luister dan ook eens naar de uitvoering in de grote synagoge in Jeruzalem, waar de hallel door een mannenkoor wordt gezongen met een chazan, een geschoolde voorzanger. https://www.youtube.com/watch?v=j5yy7RixuOA

Waarom breng ik deze, voor ons vreemde manieren van Schriftlezing naar voren?
De vraag is meer wat jij in je persoonlijke geloofsleven nodig hebt om Gods woorden tot leven te wekken, ze in je hart te doen zinken? Om alles nieuw te maken en vol van leven te worden? Om er in te wonen en er permanent in te verblijven?
Is dat door ze 7 dagen lang elke dag hardop te lezen, moet je ze zingen of overschrijven, er een schilderij van maken, of erop dansen, totdat het gaat bruisen tot één groot Halleluja van vreugde en een diep ontzag voor God?
Loofhutten is namelijk de praktijk oefening, het doen van de woorden van David in psalm 27:4 Eén ding heb ik van de Here gevraagd, dit zoek ik: te verblijven in het huis (soeka) des Heren al de dagen van mijn leven.
Hier gaat Davids’ verlangen naar uit, dat het verblijf in de soeka, mag zijn als een verblijf in Gods soeka. Hier gaat zijn zoeken naar uit en elk handelen is daarop gericht. Dit beantwoord aan God verlangen, die zegt in Ex 29:45 zegt God ´Ik zal in het midden van de Israëlieten wonen en ik zal hen tot een God zijn´.
God verlangt ernaar om midden tussen Zijn volk te wonen, te ‘Tabernakelen’.
Maar zijn wij daar ook?
Een soeka mag naar het aardse uiterlijk een wankel bouwsel zijn, omdat het niet gaat om de uiterlijke verschijning, maar om een geestelijke plek waar we verblijven. ‘ik wil in het huis des Heren verblijven tot in lengte van dagen’. Woning maken is de plek waar je eet, slaapt, ontspant en goede gesprekken voert.  Of we ergens wonen of slechts op visite komen,  heeft te maken met de keuzes die we maken.
En dat is iets wat we zelf moeten doen. Een gast die steeds weer gebruik maakt van de woning van een ander, heeft meer weg van een kraker, een free-loader zouden de Amerikanen zeggen.
Laten we voor onszelf de lat wat hoger leggen en Davids voorbeeld volgen. Laat ons zoeken uitgaan naar de Here die bij ons wil wonen en onze eigen soeka oprichten.  Laat die soeka zo rijk zijn van binnen, dat we gasten iets kunnen voorzetten van hemelse kwaliteit.

 

Loofhuttenfeest (2) de symboliek van de soeka.

Lev.23:39-44 In loofhutten zult gij wonen 7 dagen; allen die in Israël geboren zijn zullen in loofhutten wonen, opdat uw geslachten weten, dat Ik de Israëlieten in hutten heb doen wonen toen Ik hen uit het land Egypte leidde: Ik ben de Here uw God.

DSC_2796
soeka’s op het balkon. Nicolet Wagemans, Emmanuel 10-10-14.
DSC_2869
binnenkant van de presidentiële soeka. Nicolet Wagemans Jeruzalem 12-10-14

Ik heb het voorrecht gehad om vorige jaar Loofhuttenfeest in Jeruzalem te mogen vieren.
Overal ploppen kleurige hutjes op, met aan drie kanten zeil of doek, afgedekt met  matten van palmbladeren.
-Het moet een “wankel” hutje zijn, die niet heel veel kan hebben, waar de wind voelbaar is en de regen door het dak komt.  Het is een tijdelijk hutje. De soeka geeft je het gevoel van kwetsbaarheid, zoals ook de Israëlieten kwetsbaar waren in de woestijn en afhankelijk van Gods bescherming en die bescherming faalde niet! Zo zijn wij ook nu kwetsbaar en afhankelijk van Zijn onfeilbare zorg.
-Volgens de traditionele viering wordt tenminste 1 maaltijd per dag in dit hutje gegeten en de gasten worden er ontvangen, slapen doet men er dus niet. Ze worden versiert met afbeeldingen die genoemd worden in Deut.8,8: ‘…een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappels; een land van olierijke olijfbomen en honing’. De overvloed van het beloofde land, waar men nu is, wordt daarmee uitgedrukt. Het feest wordt gevierd als de oogst binnen is en er weer voedsel is voor het komende jaar. God heeft voor-zien.
-De soeka moet er vrolijk uitzien van binnen, mooi ingericht. Al ziet het er van buiten af uit als een gammel hutje, de binnenzijde is rijk, want er is blijdschap te midden van wat er van buitenaf als verdrukking uitziet. Het is een paradoxale blijdschap, die onder alle omstandigheden geldt. Al is het leven om ons heen niet perfect, Gods voorzienigheid geeft overvloedige redenen om blij te kunnen zijn, elke dag.
-Het tijdelijke hutje in de woestijn, geeft ook aan dat het geen permanente verblijfplaats is. Uiteindelijk duurde de uittocht 40 jaar, maar het was een tocht en geen permanent verblijf. Ze waren onderweg naar een beter land, zoals ook wij in onze tijd onderweg zijn naar een beter vaderland.
-In die woestijn waar God het volk in tijdelijke hutjes deed wonen, kwam Hij zelf onder hen wonen in de tabernakel. Eveneens een tijdelijk bouwsel wat kan worden verplaatst, want God wil bij Zijn volk wonen. Hij zelf zal met ons mee gaan, waar wij gaan en onze voorhoede en onze achterhoede zijn.
-Het wonen in soeka staat direct vermeld na het wonen in Egypte. De plek waar de Israëlieten moesten zwoegen voor grote stenen bouwsels, de schijnveiligheid van de Egyptenaren van tempel en Pyramides. Nu woonden ze in bouwsels die geen veiligheid leken te bieden, maar waren op de meest veilige plek waar je maar kan zijn, in Gods hand, op de plek waar God woning maakt en eigen zwoegen voegt daar niets aan toe.

Dit is een korte samenvatting van de verschillende uitleggingen die ik heb gehoord over de symboliek van de soeka. Er zit dus een enorme rijkdom in dit feest, die ons ook ik deze tijd veel te vertellen heeft.
Praktisch gezien doet de vraag zich voor of de vraag of wij een soeka moeten bouwen? Twee meningen: De opdracht wordt gegeven aan allen die in Israël geboren zijn, de uittocht door de woestijn was niet onze verdrukking. Anderzijds heeft Jezus dit feest gevierd en noch Jezus, de discipelen of de profeten ooit één van deze feesten afgeschaft.
Wat we in elk geval kunnen, is stil staan bij de periodes in ons leven dat we het moeilijk hadden, hoe God ons staande heeft gehouden en ons uit die benauwde positie heeft geleid. Hij is onze Verlosser, Hij is de Betrouwbare, de Onwankelbare in een wankele wereld. Zodat we zullen weten dat hij de Here onze God is.