Gelijkenissen

IMG_4895Gelijkenissen

Matt.13:10 de discipelen kwamen en zeide tot Hem: waarom spreekt Gij tot hen in gelijkenissen? Hij antwoordde hen en zeide: omdat het u gegeven is de geheimenissen van het koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is dat niet gegeven.

Je kan gelijkenissen op verschillende manieren verstaan. Soms geeft de Geest je openbaring, waardoor een oud verhaal opnieuw tot je spreekt, maar er zijn ook uitlegregels die kunnen helpen bij het begrijpen. Vragen als: Worden daar voorwerpen of begrippen in gebruikt die in die tijd begrijpelijk waren, maar nu niet volledig worden verstaan? Wat verstonden de toehoorders? Om welke hemelse goederen gaat het? Welk aspect van God probeert Jezus te verduidelijken en tot waar strekt de vergelijking zich uit?
Er is namelijk een punt waarop de vergelijking zijn houdbaarheid verliest. Laat me dat met een voorbeeld illustreren: Een krokodil huilt krokodillentranen; Jantje huilt krokodillentranen…..Jantje is een krokodil! Het is duidelijk wanneer een vergelijking te ver wordt doorgevoerd, de gelijkenis niet meer klopt.
De gelijkenis die Jezus verteld is van de zaaier en het onderwerp is als volgt:. V19 “Bij een ieder die het woord van het koninkrijk hoort..”. Dit woord van het Koninkrijk wordt vergeleken met plantenzaad. Voor een deel gaat deze vergelijking op en gedraagt het zich als plantenzaad. Er zijn wortels nodig om te groeien en vast te staan. Mensen kunnen oppervlakkig reageren, vergeten  wat God ze heeft gegeven. Als we het te druk hebben kan hetgeen God in ons leven heeft gedaan niet groeien, want we hebben geen aandacht voor Hem. De aandacht gaat bij die interpretatie direct uit naar menselijke fouten, zijn wij goede grond of niet. Hoewel het onderwerp gaat over het woord van het koninkrijk!
Na een spreken over slechte grond verteld Jezus wat er gebeurd als het zaad valt in goede grond. Daar voelen we ons prettig bij, dat zijn wij. Goede grond levert vrucht op, dus wanneer we vrucht dragen zijn we goede grond???
Het is waar dat de gelijkenis ons vraagt om keuzes te maken in het leven van alle dag. Om niet steeds door te hollen, om tijd te nemen en aandacht te hebben voor de relatie met onze hemelse Vader, maar de gelijkenis gaat niet om ons. Jezus verteld de gelijkenis niet om ons een goed of een slecht gevoel over onszelf te geven, maar om iets over het koninkrijk van God uit te leggen. Wij zijn niet het centrum van de gelijkenis, dus terug naar ‘het zaad”.
Het woord van het koninkrijk kan honderdvoudig, zestigvoudig of dertigvoudig vrucht dragen. Dat willen we!  Even een vraag daarbij, aan welk uitgangspunt ga je meten, om vast te stellen wat honderdvoudige vrucht is?
Is “Jezus het Woord” de maatstaf? Is onze omgeving de maatstaf of onze persoonlijke groei?
In de Bijbel kan een geloofswoord bekleed met koninkrijkskracht zieken genezen, doden doen opstaan, bergen verplaatsen, demonen doen sidderen, een menigte voeden of een man over het water doen lopen. Dragen we van die kracht dertigvoudig of zestigvoudig of honderdvoudig vrucht van? In het koninkrijk van God is altijd meer. Meer groei, meer vrucht, meer overvloed, oneindig veel meer.
Joh.14:12 Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; en wat gij ook vraagt in Mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de zoon verheerlijkt worde.

 

Het Koninkrijk der hemelen

Het Koninkrijk der hemelen

In het oude testament kom je deze term “het koninkrijk der hemelen” niet tegen.
Onder het oude verbond was er de inspanning om te gehoorzamen aan wetten en geboden; om zonde te verzoenen door offers. Het werk was in het zichtbare, het tastbare, hetgeen voor ogen was.
De duivel  speelde daarop in toen hij Jezus kwam verzoeken, hij toonde hem alle koninkrijken van de wereld, (matt.4:8). “Zie en kijk maar eens goed hoe groot en schitterend dit is wat God geschapen heeft. Dat wil je vast wel terug hebben”.
De duivel dacht dat het God nog steeds te doen was om vlees en bloed.
Maar Jezus richt een nieuw verbond op : Matt. 4:17 “Van toen aan begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen”.  Deze paradox wordt binnen enkele regels geschreven, tussen v8 en v17DSC_1645. De duivel die wil verleiden met wat voor ogen is, met zichtbare koninkrijken van de wereld; de Zoon van God spreek van hetgeen God voor ogen is, het koninkrijk der hemelen.
Een kanttekening hierbij is, dat de duivel maar drie verzoekingen naar voren bracht. Het is aannemelijk dat hij hierbij inspeelde op de punten waar wij als mens bevattelijk voor zijn, punten waarop hij in het verleden succes heeft weten te behalen.  Zaken zoals: streven naar macht, iets willen bezitten zonder de prijs ervoor te willen betalen, snelle rijkdom. Tenslotte ben je iemand als je alle koninkrijken van de wereld bezit.
In Mattheus spreekt Jezus echter wel 31 keer over het Koninkrijk der hemelen. Hij geeft ons zicht op het onzichtbare. Het gaat niet meer om vlees en bloed, daar hebben we niet voor te strijden.  Joh.18:36 zegt “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier”.
Het koninkrijk is bij onze Vader die in de hemelen is. Het koninkrijk van Jezus Christus, een eeuwig koninkrijk.
Het is veel mooier als de dingen die wij kunnen zien. Matt.13:45 “het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone parelen zocht. Toen hij een kostbare parel gevonden had, ging hij heen en verkocht al wat hij had, en kocht die”.
Het is veel groter als de wereld die wij kennen. Matt.13:31 “Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mosterdzaadje, dat iemand nam en in zijn akker zaaide. Het is wel het kleinste van alle zaden, maar als het volgroeid is, is het groter dan de tuingewassen en het wordt een boom, zodat de vogelen des hemels in zijn takken kunnen nestelen”.
En wij zijn uitgenodigd om er binnen te gaan en de geheimenissen van het koninkrijk der hemelen te leren kennen. (Matt. 22:2, Matt.13:11).

Natanaël 2.0

Natanael 2.0

Joh.1:46-51 Filippus vond Natanaël en zei tegen hem: Wij hebben Hem gevonden, van wie Mozes in de wet geschreven heeft en de profeten, Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.  En Natanaël zei tegen hem: Kan uit Nazaret iets goeds komen? Filippus zei tegen hem: Kom en zie. Jezus zag Natanaël tot Zich komen en zei van hem: Zie, waarlijk een Israëliet, in wie geen bedrog is! Natanaël zei tot Hem: Vanwaar kent Gij mij? Jezus antwoordde en zei tot hem: Eer Filippus u riep, zag Ik u onder de vijgeboom. Natanaël antwoordde Hem: Rabbi, Gij zijt de Zoon van God, Gij zijt de Koning van Israël! Jezus antwoordde en zei tegen hem: Omdat Ik tot u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgeboom, gelooft gij? Gij zult grotere dingen zien dan deze.

De vijgenboom staat in de traditionele uitleg symbool voor kennis van goed en kwaad, en het zegt in dit verhaal iets over Natanaël. Hij wordt gekenmerkt door een sterk gevoel voor waarheid en rechtvaardigheid. Die denkwijze blijkt ook uit zijn woorden als hij zegt : Kan er uit Nazaret iets goeds komen?
En Jezus die hem echt Ziet en dan bedoel ik niet naar zijn uiterlijke verschijning, maar Hij ziet de persoon die God in hem heeft bedoeld te zijn en Hij noemt hem “een Israëliet in wie geen bedrog is”.
Zien wij ook op die manier de mensen om ons heen? Zoals Jezus?
Het is soms gemakkelijk om mooie eigenschappen van de mensen om ons heen te herkennen en die positief te benadrukken. “Het is zo fijn dat Elsje er is, want die heeft altijd wel een praktische oplossing”, maar dat gaat over ervaring.
Jezus ziet hier een man aan, die Hij nog niet heeft ontmoet, waar hij nog geen woord mee heeft gewisseld! Hij ziet in de Geest.
Zo ziet Jezus ook die vrouw die daar op de fiets voorbij komt, die man die daar zijn hond uitlaat en dat meisje wat voor je in de rij van de kassa staat. Wat zegt Hij jou over hen, of zie je ze eigenlijk niet? Zie je de buitenkant, maar heb je Hem nog nooit gevraagd hoe Hij die voorbijgangers ziet.
Jezus ziet mooie mensen die Hij op het oog heeft, met prachtige eigenschappen en Hij daagt jou uit om, net als Hij, mensen te Zien. Misschien geeft de Geest je een gebed voor iemand op het hart, misschien moet je een praatje met ze aanknopen of iets heel anders, maar weest ziende.
Deel je gebed en je zegeningen niet enkel aan de mensen uit die je kent, de schepping wacht reikhalzend op DSC_4320het openbaar worden van de zonen God! Wees een zoutend zout en een lichtend licht, ook voor mensen die jij niet kent. Jezus kent ze, Hij ziet ze.
Jezus zag dat Natanaël  een scherp oog had voor goed en kwaad, voor waarheid en gerechtigheid, maar Jezus wil hem op een hoger level brengen.
Gij zult grotere dingen zien dan deze. Hij zal hem de gerechtigheid Gods doen zien.
Dat is Natanaël in een geperfectioneerde versie 2.0, die niet enkel ziet of er iets goeds uit Nazaret komt. Dat is Natanaël die ziet de echte waarheid en gerechtigheid uit de hemel.
kom en zie door Zijn ogen.

Podium van waarheid

IMG_4892Hesed en emed

Ik Heb een plaatje dat zegt:
“Tot nu toe heb ik alles goed gedaan vandaag, Heer. Ik heb nog niet geroddeld, ik heb mijn zelfbeheersing nog niet verloren, ik ben nog niet hebzuchtig, egoïstisch en mopperig geweest, of juist veel te toegefelijk. Dank U wel daarvoor. Maar over een paar minuten ga ik mijn bed uit, en dan heb ik waarschijnlijk heel wat meer hulp nodig, amen”.
Ja helaas, is dat de praktijk. Er bestaan geen mensen die zondeloos hun dag door fluiten. Hoe graag we het zouden willen en ons best ervoor doen, niemand is zonder smet of rimpel.
En dat is het moment waarop we de “waarheid en genade” die we in de afgelopen twee stukken hebben onderzocht, moeten gaan toepassen. Hoe dan?
Het onderstaande noem ik “het podium van de waarheid”. Daar mag het volgende op komen te staan:
Ik ben in Christus geborgen.

Here, Here, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid (hesed) en trouw( we-emet), die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft.
Jezus vol van genade en waarheid.

Daarom kan ik verantwoord voor God leven ongeacht  de omstandigheden!

Schuif nu in gedachte, de tekst van bovenop het podium, in het podium.
God wankelt niet; door geen enkele omstandigheid. Als ik wankel is het dus zaak om heel hard naar de onwankelbare toe te rennen, bij Hem op schoot te gaan zitten, totdat de “aardbeving” voorbij is.
Dan wordt de uitkomst hetgeen eronder staat, want we hebben ons verbonden met de onwankelbare.
Anderen kunnen ons afwijzen, Hij zal ons nooit afwijzen.
We kunnen heftige pijn hebben, verdriet gaat onze deur niet voorbij, maar onze Vader is bij machte om te Troosten en te helen en te genezen.
Misschien hebben we het vreselijk fout gedaan, Jezus vergeeft ons.
En niets van al deze zaken, doet iets van onze waarde af die wij hebben in Christus Jezus. Hij is meer dan goud en wij zijn met Hem bekleed. In Hem kan niets of niemand ons doen wankelen of ons naar beneden halen.
Het is geen belofte voor een instand-oplossing voor al onze problemen, het is een vrije keuze.
We ieder moment van de dag gebruik van de vrijheid om te gaan staan op/in het podium der waarheid, om onze rust, vrede en stabiliteit terug te vinden; om God met ons te laten handelen zoals Zijn naam is.
Het is een oefening om niet te zien op de dingen die hier op aarde zijn, maar om te zien op God.
Het is een offer om niet achter je eigen emotie aan te rennen, maar jezelf in Zijn dienst te stellen.
Dat klinkt misschien heel “heilig”, maar werkt het?
Eh, ja, ik kan uit ervaring zeggen dat de dingen die me een poos geleden konden schokken, me nu niet meer uit balans halen, omdat ik weet, dat ik weet, wie mijn God is. Ik heb mezelf geoefend in hard naar Hem toe rennen en hij heeft mij nog nooit teleurgesteld.

 

Joh.1:14 vol van genade en waarheid (2)

Joh.1:14 vol van genade en waarheid (2)

Het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, de heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade(Hesed) en waarheid (emet).

In het vorige stuk hebben we gekeken naar het woord hesed, laten we nu eens inzoomen op het woord emet.
Waar hesed in het oude testament sterker tot uitdrukking komt, klinkt emet in het nieuwe testament veel krachtiger. Dat zien we al in de context van het tekstgedeelte als Johannes in v17 verder gaat met de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen.
Johannes spreekt veel over De waarheid. In 4:23-24 waarachtige aanbidders aanbidden de Vader in Geest en in waarheid. Dit staat in verband met de Griekse traditie waarin waarheid uitgelegd wordt als: realiteit, dat wat echt is.
8:32 Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij, en gij zult de waarheid verstaan en de waarheid zal u vrijmaken. Hier kan waarheid beter worden verstaan als het niet wordt gezien als een pakket van kennis en feiten, maar als een diepe morele kennis van het wezen van God. Kennis kan immers niet vrij maken, maar Jezus Christus heeft die macht wel.
Joh.14:16-17 onderstreept nogmaals dat het niet gaat om de enige juiste theorie. Hier wordt gesproken over de Heilige Geest als de Trooster, de Geest der waarheid, die de wereld niet ontvangen kan. De Geest brengt tot een nog dieper verstaan en één wording met het wezen van God. Hieruit ontstaat een relatie van verstaan, wat God blij maakt, omdat de Geest in ons duidelijk maakt hoe te handelen en te spreken. V15:26 wanneer de Trooster komt die ik u zenden zal van de Vader, de Geest der Waarheid die van de Vader uitgaat, zal deze van Mij getuigen.16:13 de Geest der Waarheid, zal u de weg wijzen tot de volle waarheid, want Hij zal niet uit zichzelf spreken, maar al wat hij hoort, zal hij spreken en de toekomst zal hij u verkondigen.
Ik van mening dat de zaken waarvan de Geest spreekt , niet opgevat kan worden als de enige volkomen waarheid, want onvolkomen is ons kennen (1kor.13:12-13). Openbaringskennis is een afgeleide, voortvloeiend uit ons verstaan van onze relatie met De Waarheid. Ter vergelijking, als een artiest een tekening maakt, dan is dat een product waar iedereen iets van kan vinden, maar het is niet de artiest zelf. In deze vergelijking staat de artiest zelf als personificatie van waarheid. Zoals Jezus het uitroept in Joh.14:6 Ik ben de weg de waarheid en het leven.  DSC_0836
In het O.T wordt emet Waarheid, ook vertaald met trouw, is solide en beschermt. Het spreekt van iets onveranderlijks wat altijd is en zal zijn. Al deze opvattingen van de betekenis van het woord “waarheid” in de Bijbel, zijn doortrokken van theo-logie.
Het is immers Gods woord, waarin God zich openbaart.

Joh.1:14 vol van genade en waarheid (1)

Joh.1:14 vol van genade en waarheid (1)
Het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, de heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid.

Johannes gebruikt hier een uitdrukking die Jezus direct verbind met het oude testament en de naam van God. In het Hebreeuws worden daar de woorden “hesed” en “emet” gebruikt, “genade en waarheid”. Onze vertaling geeft deze woorden met verschillende vertalingen weer, daardoor komt de diepte van de betekenis  niet zo tot zijn recht. Maar ieder die was opgegroeid in met basiskennis van de Thorah herkende de woorden van Johannes in een directe verbinding met de naam van God.
In Ex.34:6 roept God Zijn naam uit voor Mozes en hij zegt: Here, Here, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid (hesed) en trouw( we-emet),
Een andere bijzondere verbinding maken deze woorden met palm 85.
Hier wordt hetzelfde woordpaar gebruikt in psalm 85:11 Goedertierenheid(hesed) en trouw ontmoeten elkaar, gerechtigheid en vrede kussen elkaar, trouw (emet) spruit voort uit de aarde en gerechtigheid ziet neer van de hemel.
Deze psalm spreekt over de hoop die Israël heeft, na de terugkeer uit de ballingschap, op herstel van het volk en het land, door God. Ze zingen en bidden de naam van God uit en verbinden die aan de hoop die ze verwachten.
Hij zal met hun handelen naar Zijn naam, want zoals Hij genoemd wordt, zo is Hij en zo zal Hij handelen.
Hesed wordt hier vertaald met genade maar het heeft een zeer brede betekenis, waarvan elk aspect prachtige diepten geven aan Jezus Christus als Zoon van God.
Hesed spreekt specifiek van verbondstrouw. Na de ballingschap (psalm 85)zijn het land, Jeruzalem en de tempel één grote puinhoop en daarom doen de Israëlieten een beroep op de verbondstrouw van God. Hij is nog steeds dezelfde, de God die zich met dit volk verbonden heeft , daarom mogen ze hoop hebben dat Hij opnieuw zal handelen naar Zijn naam.
Nu (Joh.1) verschijnt het nieuwe verbond wat God met zijn volk aangaat, en Hij openbaard zich als degenen die trouw is aan het verbond wat Hij met de mens aangaat, genade en waarheid, de  hesed en emet .
Hij vervult het oude verbond en sluit een nieuw verbond op basis van geloof en genade, zoals de Naam verder gaat in Ex. 34:7 die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft;
Dit zal hij trouw doen, al lijkt alles in ons leven verwoest, dan nog blijft onveranderlijk het verbond van Jezus Christus.
Hesed spreekt ook van neer-buigende-goedheid. Een groot en  machtig persoon die zich neerbuigt om iemanDSC_1300d die kleiner en kwetsbaarder is, te beschutten.  Een sterk voorbeeld  waarin dit woord gebruikt wordt in deze betekenis, zie je in Gen.39:21 waar Jozef in de gevangenis zit: en de Here was met jozef; hij bewees hem genade (hesed)en deed hem de genegenheid van de overste der gevangenis winnen. Jozef bevond zich in een situatie waarin hij niets voor zichzelf kon doen. Hij was volkomen afhankelijk van de hesed van God. Gods goedheid boog zich over Jozef in zijn situatie.
Op deze manier mogen wij ons afhankelijk weten van onze Here Jezus Christus, Hij laat zich al eeuwen zien , zowel onder het oude als onder het nieuwe verbond,  als De Betrouwbare.

Wie ben je?

Joh.1: 43 Jezus zag hem aan
en zeide: Gij zijt Simon, de zoon van Johannes, gij zult heten Kefas, wat vertaald wordt met Petrus.
42 Jesus looked at him, and said, “You are Simon the son of Jonah. You shall be called Cephas”.

Kijk eens goed naar de Engelse NIV vertaling er100_4960onder,  daarin is duidelijker te zien wat deze tekst te vertellen heeft.
Jezus ZAG Simon. We taxeren allemaal op een bepaalde manier mensen met wie we kennis maken. Op een volkomen subjectieve manier maken we een inschatting of dit een prettige persoon is, makkelijk om mee om te gaan, vrolijk, vriendelijk of juist een norse mopperaar.
Maar God is Alwetend, het zijn Zijn kinderen, Zijn geliefden, die Hij heeft geschapen.
Als God je aanziet, je echt ziet, ziet Hij verder als het oog en veel verder als subjectieve gevoelens.
Jezus zag hem en zei, “jij bent Simon, de zoon van Johannes”.
Jezus wist wie Simon was op deze aarde: zoon van Johannes, met hetzelfde beroep als Johannes, Simon was een visser op deze aarde net als zijn vader.
Dat lezen we in Joh.21:3 Simon Petrus zei tot hen: Ik ga vissen. Dit is na het sterven van Jezus, wanneer de discipelen in verslagenheid denken dat het voorbij is. Jezus is dood, dus ze keren terug naar wat ze waren, voordat Hij in hun leven kwam, eenvoudige vissers.
Dit is wie Simon was in deze wereld, geen man van groot aanzien, die zoon van Johannes, visser.
Maar Jezus zag hem en Hij zag wie Simon is in God.
God ziet hem als Kefas, Petrus, Rots.
Dat is wie Hij is in de hemelse gewesten, als Zoon van God. Dat is zijn Goddelijke identiteit.
Daarom wordt hij in 21:3 Simon Petrus genoemd. Naar aardse identiteit is hij nog steeds de zoon van Johannes, maar er is iets bijgekomen, zijn identiteit als zoon van God heeft het laatste woord.
In verslagen toestand denkt hij aan zichzelf als Simon, zoon van Johannes en gaat weer vissen, maar Jezus heeft zoveel meer in hem gezien. Hij kan niet terug naar zijn oude identiteit, Simon is zoon van God, Simon Petrus.
Jezus geeft hem een nieuwe professie naar zijn hemelse identiteit: Weid mijn lammeren; Hoed mijn schapen; Weid mijn schapen . Dat is wie hij zal zijn als zoon van God.
Wij kunnen ons misschien koppig vasthouden aan wat onze ogen zien als we aan onszelf denken, waardoor we steeds terug vallen in het oude, onze aardse identiteit.
We kunnen ook kiezen voor een hemels burgerschap, een eeuwige identiteit, wie wij zijn in God en wandelen in de professie die Hij ons gegeven heeft.
Wie ben je echt? Ben je wie men ziet van vlees en bloed, of heeft hetgeen God in jou ziet het laatste woord?