In één jaar op chronologische volgorde door de Bijbel:
232 Jer.49; 50
233 Jer. 51; 52
234 Klaagl. 1:1-3:36
235 Klaagl. 3:37-5:22
236 Obadja ; Ps. 82; 83
237 Ez. 1; 2; 3; 4
238 Ezechiel 5; 6; 7; 8
Klaagl.3:22 Zijn barmhartigheden houden niet op,
Elke morgen zijn zij nieuw, groot is Uw trouw.
Ere wie de ere toekomt
Hand.3 De 2de toespraak van Petrus. 4: 3 en zij sloegen de handen aan hen en stelden hen in bewaring tot de volgende dag, want het was reeds avond. Maar velen van hen, die het woord gehoord hadden, werden gelovig, en het getal der mannen werd ongeveer vijfduizend.
Op de eerste toespraak van Petrus met Pinksteren kwamen er 3000 mensen tot bekering. Slechts door het horen van het Woord.
Dan vindt er een spraakmakende genezing plaats en Petrus spreek opnieuw tot het volk.
Ze worden gearresteerd maar er komen 5000 man tot bekering, omdat ze gehoord en gezien hebben.
Door het Woord wat deze bekeerlingen hoorden, konden ze verder zien dan vlees en bloed. Ze zien Jezus met heerlijkheid gekroond (Hebr.2:9). Want het wonder is niet gekomen door de hand die heeft uitgedeeld, noch door het geloof van de man die opstond, maar door Jezus Christus de Leidsman ten leven.
Laten we nooit een gewoon mens de eer geven voor wat Jezus heeft gedaan. Die persoon mag misschien een geweldige getuige zijn, een fijne spreker, met groot geloof, maar Jezus is de bron waaruit alles wat hij doet ontsproten is.
Gebed: Heer vergeef ons wanneer we opzien tegen mensen. Heilige Geest help ons voorbij vlees en bloed te zien en God de eer te geven die Hem toekomt, in Jezus naam.
Geven wat je hebt.
Hand.3:1-10 v.6 Petrus zei: “Zilver en goud bezit ik niet, maar wat ik heb geef ik u; in de naam van Jezus Christus de Nazoreeër: Wandel!
Het was natuurlijk een risico. Misschien zou de man niet opstaan, sta je daar met je goeie gedrag! Gelukkig hadden Petrus en Johannes de heilige Geest goed verstaan. Als geloof God raakt, zal God daarop handelen met genezing als gevolg. Maar de zin die Petrus uitspreekt prikkelt wel.
Stel je voor dat we allemaal zouden gaan geven wat we wel hebben, wat zou er dan gaan gebeuren?
Hoe zou de wereld er dan uit komen te zien? Wat zou er gaan veranderen als jij zou gaan geven wat je van God gekregen hebt?
Ze zitten echt op jou te wachten hoor, geloof me. Niet voor niets zegt Paulus in Rom.8:19 dat de schepping met reikhalzend verlangen zit te wachten op het openbaar worden van de kinderen Gods.
Er is maar één persoon zoals jij, geplaatst op de plek waar jij staat. Niemand anders kan die unieke “jij” in jou plaats zijn. Je hebt geen stand-in, God staat te popelen om jou in je bestemming te zien wandelen. Daarvoor heeft Hij jou voorzien van allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten (Ef.1:3). Je gaat niet met lege handen op pad, je hebt een heleboel om uit te delen.
Wat is van de Heilige Geest?
Hand. 2: 16 dit is het, waarvan gesproken is door de profeet Joël: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen: ja, zelfs op mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren.
De voorgaande discussie vragen zijn relatief oud, maar de laatste tijden duiken er weer nieuwe verschijnselen op die men toeschrijft aan de Heilige Geest. Dat maakt opnieuw een discussie los over de Heilige Geest: Wat is van de Geest en wat is besmet gebied, uit de wereld, spul waar je je vingers niet aan moet branden?
De kernvraag daarin is: Kan God nieuwe dingen doen of zijn de uitingen van de Heilige Geest gelimiteerd tot al wat er in de Bijbel staat? En wanneer je zegt dat er nieuwe dingen kunnen gebeuren die niet in de bijbel zijn beschreven, hoe toets je die dan?
Ik geloof dat God nieuwe dingen zal doen. Hij is een levende God. Na Mozes en de wetgeving stond Gods werken niet in steen uitgehouwen vast, daarna kwamen alle wonderen van Elia en Elise nog. Saul die onder de profeten door de Geest werd overgenomen. En wat dacht je van Daniel in de leeuwenkuil, of met zijn vrienden in het vuur? Die dingen waren nog nooit eerder gebeurt.
Dan komt de openbaring van Gods Zoon met als Zijn wonderen en tekenen, het was nog nooit eerder gebeurt dat de doden opstonden. Joh.21:25 Er zijn echter nog vele andere dingen, die Jezus gedaan heeft; indien deze één voor één beschreven werden, dan zou, naar ik meen, de wereld zelf de boeken, die geschreven werden, niet kunnen bevatten. Daarnaast geeft deze tekst aan dat er nog veel meer gebeurt is, wat wij niet weten.
En dan komt de Heilige Geest, met nog meer. Ik denk dat we God beperken en te klein van Hem denken als we niet verwachten dat Hij nu geen nieuwe dingen meer gaat doen. Gods geschiedenis is geen ”Punt-uit-klaar”, maar een doorgaande lijn. Er komen steeds weer nieuw dingen.
De sleutel ligt dus in tools om te kunnen nadenken/toetsen over de dingen die naar ons toekomen, als ´van de heilige Geest´. Daar zijn verschillende Schriftgedeelten voor te gebruiken. Als je een beetje gaat rond zoeken op google vindt je verschillende richtlijnen die je op weg kunnen helpen.
Maar volgens mij werkt dat alleen als je zelf betrokken bent bij de gebeurtenissen en de feiten kunt nagaan, met mensen kunt spreken.
Het probleem van berichten via internet of social media over handelen van de Heilige Geest is de enorme verwarring: meningen, lof of kritiek, 2de 3de over 4de -handsinformatie, gefragmenteerde informatie of informatie die eenzijdig belicht wordt. Dat is informatie die je niet toetsen kan, omdat je de zuiverheid van de informatie niet kunt garanderen.
Maar dat is mijn mening, wat vindt jij?
Voor wie en wanneer is de Heilige Geest?
Hand. 2: 16 dit is het, waarvan gesproken is door de profeet Joël: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen: ja, zelfs op mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en rookwalm. De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en doorluchtige dag des Heren komt.
Het was nieuw, het was controversieel, iets zoals het in de dagen van Jezus niet was geweest. Is dat God? Die mensen lijken wel dronken.
Er zijn een aantal discussies rondom de uitstorting van de heilige Geest. Ik wil ruimte maken voor een eerlijke uitwisseling van gedachten.
Sommige mensen zijn van mening dat de uitstorting van de Heilige Geest zoals we dat hier lezen nodig was voor die tijd, om het evangelie te verspreiden en daarom niet noodzakelijkerwijs voor deze tijd.
Zoals ik deze tekst lees, als 1 onlosmakelijk geheel, verbind de profetie het moment van de uitstorting in 1 lijn met de profetie van Matt.24 Het einde der tijden; de tijd dat de zon verduisterd zal worden en de maan haar glans niet zal geven. Dus de tijdsperiode beslaat van de uitstorting met Pinksteren tot het einde der tijden.
Dan is er nog de vraag voor wie de Heilige Geest is, want in het oude testament was het voorbehouden aan profeten en koningen. Mijn antwoord zou zijn Hand.2:39 voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal. Paulus noemt geen uitsluitingscriterium, mensen voor wie de Heilige Geest niet bedoelt is. Je zou nog kunnen beargumenteren dat hij zegt “wie God ertoe roepen zal”, maar uitsluiting is in strijd met andere Schriftgedeelten, zoals Joh.3:5, waar Jezus zegt dat het nodig is dat we geboren worden uit water en Geest. Hij zend de Geest, de Trooster niet enkel naar “a vieuw happy people”. God is een Vader die niemand als wees wil achterlaten (Joh,14:15-18; 14:25-27).
Ik ben eraan gewent de Bijbel uit deze visie te lezen, maar misschien vindt jij wel dat ik dat helemaal verkeerd zien. Ik je uitnodigen uit als je goede argumenten hebt, waarom het niet nu en voor iedereen is, om hierop te reageren.
‘Asah khayil’,ding van macht en kracht.
Ruth 4:11 De Here make de vrouw die in uw huis komt, als Rachel en Lea, die beiden het huis van Israël gebouwd hebben.
Handel dan kloek in Efrata en maak u een naam in Bethlehem….
De zegen die Joodse ouders bij de shabbatviering over hun kinderen uitspreken is hierop gebaseerd. Over de dochters wordt uitgebeden: Moge God je maken als Sara, Rebecca, Rachel en Lea. En over de zonen wordt uitgebeden: Moge God je make als Efraim en Manasse.
Die zegening reikt veel verder als voorspoed, geluk en vrede, verder dan onze persoonlijke ontwikkeling en onze wensen. Deze zegen zegt, wees een schakel in een hoger plan, wees een bouwsteen van de levende God in wat Hij aan het bouwen is.
Misschien heb je al eerder gehoord dat we bouwstenen zijn, met betrekking tot de gemeente waar God je heeft geplaatst maar deze zegen gaat boven het heden uit. Je bent niet slechts een bouwsteen op de plek waar je nu geplaatst bent. Het plaatst je als schakel in het eeuwigheidsplan van God, zoals Ruth voor eeuwig verweven is in de stamboom van Jezus, zo weeft Hij ons mee.
Er zit nog een pareltje in de zegen die over Ruth wordt uitgesproken. In de NBG vertaling wordt gesproken over ‘kloeke daden’. In het Hebreeuws staat er ‘hayil’, wat refereert aan de uitdrukking ‘asah khayil’, wat betekend een ding van macht en kracht. Zo is de ‘khayil’ van een soldaat zijn dapperheid. De ‘khayil’ van de vrouw in spreuken is haar waardigheid en de kracht waarmee ze dag en nacht voorziet in al wat haar gezin nodig heeft. Het spreekt van een elite capaciteit, een uitmuntendheid.
Samengevat naar ons huidige bestaan, zegen ik je met de zegen van Ruth: Wees een uitmuntende schakel in God eeuwigheidsplan.
Een dappere vrouw
Het boek Ruth vindt plaats midden in de tijd van de richters, zegt v1:1. Gebaseerd op Richt. 21:25 die eindigt met de zin dat ‘er geen koning was in Israël, ieder deed wat goed was in zijn ogen(17:6), is Ruth te plaatsen voor het einde van het boek Richteren. Op basis van genealogie kan ze ongeveer 120 jaar voor David worden geplaatst, globaal is dat 1130 v.Chr. Mogelijk leefde zij tijdens het leven van Gideon.
Lekker belangrijk denk je misschien, maar daarmee krijgen we wel een indruk. Het was de tijd van een dappere held en grote veroveringen.
Noömi en Elimelek trekken door honger gedreven naar het land van Moab. Ondanks het verbod om niet te huwen met de zonen en dochter van de volkeren rondom hen, trouwen Noömi’s zoons met Moabietische vrouwen. Als ze zoons overlijden en Noömi terug wil keren naar Bethlehem, is het begrijpelijk dat ze haar schoondochters terug stuurt naar Moab.
Er is geen toekomst voor hun in Israël. Ze zullen daar kinderloos sterven en altijd zwaar en ondergeschikt werk moeten doen. Orpa vertrekt, maar Ruth is anders. Zij is een bekeerling en zegt v1:16 uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. Voor haar betekend de reis naar Israël een reis dichter naar God. Een sprong in de armen van de God van Israël en God vangt haar.
Gods richting geeft haar leven richting, zij heeft toekomst door Hem. Door de richtlijnen van het zwagerhuwelijk (Leviraatshuwelijk) trouwt ze Boaz; werd de moeder van Obed, de vader van Isaï, de vader van David.
Zonder dat ze het wist werd ze door haar bekering en haar toewijding, opgenomen in de stamboom van onze Here Jezus Christus; familie van de Allerhoogste God.
Niet door bloed, niet door afstamming, maar door bekering en trouw.
Een nazireeër.
Richteren 13-16 Het verhaal van Simson.
Simson is een andere richter als Gideon en Jefta. Deze twee mannen boden de vijand het hoofd vanuit een verdedigingspositie, Simson zoekt de vijand op. Hij zoekt naar gegronde aanleiding om zich te kunnen wreken. Van zijn geboorte af aan is hij een man met een missie, een nazireeër Gods.
Het nazireeërschap was een bijzondere belofte om een aan God toegewijd leven te leiden.(Num.6:17) Onthouding van alles wat van de druivenstruik afkomstig is en haar wat niet werd geschoren, waren uiterlijke bevestigingen van dit verbond.
Nu was Simson buitengewoon sterk en de Filistijnen verzonnen van alles om hem te overmeesteren. Zijn liefde voor Delila werd hem fataal. Ze ontfutselde hem de informatie dat zijn kracht hem zou verlaten als zijn hoofd werd geschoren. Door dit “geheim” prijs te geven stelde hij zijn relatie met Delila boven het verbond met God. De kracht van Simson zat niet in zijn haar, maar in het verbond met God. In zijn hart had hij het verbond verzaakt door haar liefde belangrijker te achten. Hetgeen in zijn hart had plaatsgevonden werd zichtbaar in de realiteit, de kracht hem verliet hem toen hij werd geschoren. De verzegeling van het verbond werd verwijdert. Een verzegeling staat garant dat de inhoud ongeschonden is, denk aan een lakzegel op een envelop, de pin op een brandblusser of een zegel op een zeecontainer. De waarde zit niet in de verzegeling, maar de verzegeling staat garant voor een ongeschonden inhoud.
In gevangenschap groeide Simson zijn haar weer aan, en hij schoor het niet af. Zijn hart zocht opnieuw God, gedacht het verbond en de taak waartoe hij geroepen was, namelijk een begin maken met de verlossing van Israël uit de macht van de Filistijnen v5.
Terug kerend in zijn kracht keerde hij terug in zijn taak v16:28 en Simson riep tot de Here, gedenk toch mijner en maak mij nog slechts ditmaal sterk. Zo duwde hij tijdens het offerfeest van de Filistijnen de middelste zuilen van het gebouw omver. En bij zijn sterven doodde hij meer Filistijnen dan die hij in zijn leven gedood had.
Wat een prachtige beelddrager van de komende Messias.
Ondanks alles

Richt.11:1 De Gileadiet Jefta nu was een dapper held, maar hij was de zoon van een hoer; Gilead had Jefta verwekt.
Na Gideon wordt Jefta een dappere held genoemd en dat is opmerkelijk, want we lezen iets van het verhaal van Jefta. Hij was de zoon van een hoer, gebrandmerkt vanaf zijn geboorte, outcast.
Toch groeit hij op in het huis van zijn vader. V2 Ook de vrouw van Gilead baarde hem zonen. Toen de zonen van deze vrouw volwassen waren, stootten zij Jefta uit en zeiden tot hem: Gij krijgt geen erfdeel in onze familie, want gij zijt de zoon van een andere vrouw.
We kunnen ons bedenken wat zo een jeugd met je doet. Als Jefta zich in boze opstandigheid of juist timide, depressief en afgewezen de deur achter zich dicht zou hebben getrokken, dan hadden we dat maar al te goed begrepen.
Maar de Bijbel noemt hem een dappere held.
En één van de kenmerken van een dappere held die we bij Gideon lazen was dat hij op God gericht was. Dat lezen we ook van Jefta v11 Jefta sprak al zijn woorden voor het aangezicht des HEREN te Mispa.
Ondanks de omstandigheden als uitgestotenen, ondanks zijn verleden vol afwijzing, was Jefta op God gericht en wilde doen wat God hem te doen gaf. Ook als dat betekende dat hij ten strijde moest trekken voor de familie die hem uitgestoten had. V.7-8 Maar Jefta zeide tot de oudsten van Gilead: Hebt gij mij niet gehaat en uit mijn familie verstoten? Waarom komt gij dan thans bij mij, nu gij in benauwdheid zit? Daarop zeiden de oudsten van Gilead tot Jefta: Inderdaad, wij zijn bij u teruggekomen, ga met ons mee en strijd tegen de Ammonieten; dan zult gij hoofd zijn over ons, over alle bewoners van Gilead.v28 Toen kwam de Geest des HEREN over Jefta; hij trok Gilead en Manasse door, daarna door Mispa in Gilead en van Mispa in Gilead trok hij verder naar de Ammonieten.v33 Hij versloeg ze van Aroër af tot in de nabijheid van Minnit twintig steden – en tot Abel-Keramim: een geweldige nederlaag, waardoor de Ammonieten voor de Israëlieten moesten bukken
Ons verleden is geen excuus om niet door God te kunnen worden gebruikt.
Hij gebruikt ons ondanks onze omstandigheden en ondanks ons verleden, om een dappere held voor Hem te zijn.
Wanneer is de strijd gestreden?

8:1-21 Gideon heeft Midjan en Amelek verslagen. 1 Toen zeiden de mannen van Efraïm tot hem: Wat is dit voor een handelwijze jegens ons, dat gij ons niet hebt opgeroepen, toen gij ten strijde trokt tegen Midjan? En zij maakten hem hevige verwijten. Maar hij antwoordde hun: Wat heb ik nu gedaan in vergelijking met u? Is de nalezing van Efraïm niet beter dan de wijnoogst van Abiëzer? In uw macht heeft God gegeven Oreb en Zeëb, de vorsten van Midjan; wat heb ik kunnen doen in vergelijking met u? Toen hij zo sprak, bedaarde hun toorn tegen hem.
Je zou toch verwachten dat Israël Gideon dankbaar is, dat hij hun vijanden heeft verslagen, maar ze komen met verwijten.
Dit lijkt wel vaker ook bij geestelijke strijd voor te komen. Op het moment dat je ervan overtuigt bent dat het voorbij is alle stress wegebt en het stof nog niet eens helemaal is neergedaald, dan komt er een nabrander die de vrede rooft.
Gideon is niet onder de indruk en laat de heilige Geest een antwoord geven op de beschuldigingen, zodat de vrede terug keert. Efraim deelt immers mee in de buit, maar als ze de vijand achtervolgen stuiten ze op dorpen die hen geen voedsel willen verschaffen. “En hij zei tot de inwoners van Sukkot: Geeft toch enige broden voor de manschappen, die mij volgen, want zij zijn vermoeid, en ik achtervolg Zebach en Salmunna, de koningen van Midjan. Maar de vorsten van Sukkot zeiden: Hebt gij de handpalm van Zebach en Salmunna reeds in uw hand, dat wij brood aan uw leger zouden geven”.
Nog meer tegenstand, houdt het dan nooit op?
Herken je deze gedachte, wanneer je het zelf moeilijk hebt met mensen die jou werk niet erkennen, je onterecht verwijten maken en je niet willen helpen met dingen die je nodig hebt?
Het antwoord is tweeledig.
Ja, we hebben te maken met een reële tegenstander, die ons probeert te treffen in onze zwaktes. Hoe lastig het voor ons is, je kunt hem daar niet ongelijk in geven. Achtervolgde Gideon niet eveneens zijn verslagen en uitgeputte tegenstander om hem volledig onder zijn voeten te vertreden? Het zou ons niet moeten verbazen dat Gods imitator hetzelfde probeert.
Maar het is onze interpretatie dat de strijd klaar is en dat we kunnen ontspannen, maar misschien trekken we die conclusie veel te snel. Leven met God is geen parttime job, “klus geklaard en nu is het tijd voor een pilsje”. We zijn full timers en de strijd is pas gestreden als onze Heer ons zegt om uit te rusten.
De discipelen die bij Jezus waren gingen ook niet na een paar wonderen naar huis om van hun avonturen te vertellen. Ze wilden Jezus helemaal niet verlaten en Hij leidde ze op plaatsen van rust.
Het is God die Gideon in de rust brengt. V28 toen had het land ten tijde van Gideon veertig jaar rust. Jerubbaäl nu, de zoon van Joas, ging wonen in zijn huis.
Gebed: Heer vergeef ons wanneer we wandelen met een instelling van een parttimer. Vernieuw ons denken en breng ons in de rust van Uw heilige Geest.