Waarachtige aanbidders.

Joh.4:23 de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid.

In de Engelse vertaling staat bij het woord “aanbidden”- “worshipers/worship”.
De diepe relatie met “bidden”, die in de Nederlandse vertaling naar voren komt, gaat in die vertaling verloren, maar ´bidden´en ´aanbidden´hebben een relatie met elkaar.
Het Griekse woord “proskuneo”  betekend :”aanbidden, op je knieën vallen; kussen”.
Op veel plaatsen waar de NBG vertaald met “voor hem neervallen”, wat de relatie is tot bidden. In Matt.8:2 waar een melaatse voor Jezus knielt, staat  proskuneo- aanbidden.
Maar hetzelfde woord staat ook op plaatsen waar de NBG vertaald met “aanbidden”, Joh.12:20 waar Grieken opgaan naar het feest om te aanbidden.
“Neer knielen” en “aanbidden”, worden met hetzelfde woord beschreven.
Om een nog duidelijker beeld te schetsen, de stam van het woord proskuneo, bestaat uit de woorden “pros &kuon ”. Pros betekend “Je naar een bepaald doel bewegen”, naar God; en Kuon betekend: “als een hond de hand van zijn baasje aflikken”. Ieder hondenliefhebber weet hoe dit eruit ziet, als een hond zich voor je op zijn rug werpt en van gekkigheid niet weet hoe hij zich moet draaien om je te laten weten dat jij zijn vriendje bent. Het spijt me als ik nu een heel aards beeld in je hoofd geplant hebt om de hartsgesteldheid te beschrijven waar proskuneo om gaat.
Aanbidden gaat verder als bidden, met elkaar praten of een gesprek met God voeren. Het gaat om een intieme liefdesuiting, zowel met woorden als met lichaamstaal. Daarbij draait het geheel om God, al wie Hij is, wat Hij heeft gedaan en waar Hij in heeft voorzien staat centraal. Aanbidding is vrij van eigenbelang, zoekt zichzelf niet.
Het staat ook los van onze eigen omstandigheden, want God is gisteren, vandaag en morgen dezelfde. Niets kan ons scheiden van Zijn liefde.
De Vader zoekt zulke aanbidders.
Hij heeft mensen lief die zich voor Hem uiten; zoals Mozes en de Israëlieten een lied zongen na de doortocht van de Schelfzee en Mirjam met de tamboerijn in haar hand in reidans zong; zoals David danste voor de ark (2 Sam.6:15). Zoals de psalmen 146-150 steeds weer zingen “looft Hem”, maak Hem groot met alles wat je doet, met alles wat je zegt, met geheel je hart en met al je kracht.
Niet voor niets zijn deze verhalen in de Bijbel opgenomen, omdat God ervan houdt.DSC_4781
Het is goed om stilt e staan bij de diepere betekenis, maar boven alles is aanbidding een “doe-ding”. Een keuze om even de boel te laten en jezelf even te verliezen in die grote God.
Ps.150:2 Looft Hem om Zijn machtige daden,
Looft Hem naar Zijn geweldige grootheid.
Looft Hem met muziekinstrumenten, met dans, met je stem
Maak aanbidding van de gesprekken die je hebt, door waarheid te spreken en vrede, woorden van zegen en troost. Maak van je huishouden een daad van aanbidding voor God en al wat je doet.
De ure is nu: Eer Hem.

1 Tess.5:18 Dankt onder alles

Thessaloniki was in die tijd dat Paulus de brief aan deze gemeente schreef een grote welvarende havenstad, met uitzicht op de berg Olympus, de woonplaats van de Griekse goden.
De reis van Paulus is niet gemakkelijk te reconstrueren, maar genoemd wordt dat hij daar in elk geval drie sabbatten in die stad aanwezig was.  In die korte tijd hebben zich mensen bekeert uit de heidenen en de Joden. Deze gemeente is ontstaan, onder zware verdrukking, met de kracht van de heilige Geest, tot een voorbeeld voor de gelovigen van Macedonië en Achaje, zegt (1 Tess.1:6-7). En Paulus wil dat ze nog meer gaan uitblinken in hun geloof!
Ze hadden het niet gemakkelijk, midden in een wereld vol afgoderij, verdrukking en verzet van orthodoxe joden . Handelingen 17:1-10 beschrijft hoe Paulus moest er vluchten voor de Joden.
Die kennis maakt het al gemakkelijker om ons te kunnen vereenzelvigen met de mensen aan wie deze opdracht geschreven werd. Ze hadden redenen om te mopperen. En als al de druk nog niet genoeg was, veroorzaakte het feit dat ze het evangelie hadden ontvangen hadden van “de grote apostel” Paulus, met zijn verwachtingspatroon van deze gemeente, ook nog een ander soort druk.
Alle moeite die wij ook kennen was daar aanwezig; geen acceptatie voor hun geloof, afwijzing door andere geloofsgroeperingen, afgoderij, juridische druk en de strijd om het dagelijkse leven.
Maar de opdracht hoe daarin staande te blijven, is betrekkelijk eenvoudig. De Griekse ‘woord-voor-woord’ vertaling zegt :”In alles dank geven”.  De context van dit vers heeft ons al laten zien dat we veel  grond hebben om ons over te verheugen (zie voorgaande blogartikelen).
De omstandigheden zijn geen excuus om dit niet te kunnen doen, maar een reden om het juist wel te doen. Wij moeten de omstandigheden beïnvloeden, niet de omstandigheden ons. Je verheugen, bidden en danken, zijn daar de perfecte gereedschappen voor om dat te doen.
Behalve dat het de omstandigheden verandert, heeft het grote invloed op de manier waarop wij naar de omstandigheden kijken. We zijn rijk in de omstandigheden ten opzichte van anderen die er zonder Gods liefde en hulp doorheen gaan.
We bezitten vele zegeningen en laten we daarin nu even niet vergelijken met anderen die het minder hebben als wij. Maar als alles waar we nu van genieten weg zou vallen, wat raken we dan kwijt? Onze gezondheid, het bed waarin we slapen, warm en koud stromend water, een dak boven ons hoofd, het eten op onze tafel, de mensen met wie we contact hebben???? We zijn veel rijker als dat we denken, maar zien we het ook?
Dankzegging is een geweldig instrument om weer wakker te worden, onze ogen open te doen en te zien. Psalm 50 geeft hierin een mooie tekst die dit bevestigt:
23. Wie lof offert, eert Mij
en baant de weg,
dat Ik hem Gods heil doe zien
.DSC_4649
Door de tekst in drieën op te delen worden de stappen zichtbaar. Danken is misschien een offer voor God in het licht van de omstandigheden, maar daardoor komt er een weg door de situatie heen en gaan we zien welke redding God al gegeven heeft.
Vreugde is een levensstijl, waarvan Jezus ons de sleutel heeft gegeven en we vandaag kunnen kiezen om binnen te gaan.

Tips? Kijk eens naar dit filmpje http://www.duizendmaaldank.nl/media/
( Het duurt maar 10 min. 🙂 )

1 Tess.5:16 verblijd u te allen tijde.

1 Tess.5:16 verblijd u te allen tijde.

“Rejoice”, zegt de Engelse bijbel.
In Filippenzen zegt Paulus het wel 3 keer in zijn brief 3:1“Verblijd u in de Here. 3;4 Verblijdt u in de Here te allen tijde!. Wederom zal ik zeggen: verblijd u!”. De herhaling benadrukt dat het om een belangrijke boodschap gaat, het is geen losse opmerking tussendoor maar een sleutel voor ons leven.
Paulus zegt dat je verblijden is een opdracht die altijd geldt. Waarin zal je je dan verheugen? “In de Here!” Dat is wel heel breed.
Om een nauwkeuriger idee te krijgen waarin we ons zullen verheugen, kunnen we naar de Griekse grondvertaling kijken.  Het woord chairó-verheugen, vindt zijn stam in het woord: charis-genade en in xara-vreugde.
Charis, kan vertaald worden met: “vriendelijkheid, neerbuigende goedheid”, en dit kennen we uit het oude testament . In de naam die God voor Mozes uitroept in Exodus 34:7 staan de woorden; ”Appayin Erek- langzaam in boosheid,  Chanan- genadig, Rachum- meevoelend/bewogen, El Yahweh Yahweh”. Andere woorden die worden uitgeroepen als de naam van God zijn: “wemet- waarheid, chesed- trouw aan het verbond, werab- overvloed, die Awon- ongerechtigheden en Chattaáh- zonden vergeeft”.
Je verheugen heeft dus direct te maken met wie God is en hoe Hij met ons handelt.
Een wereld van begrip wordt in deze paar woorden van Paulus samengevat, die voor hem als wetsgeleerde Jood, voor de hand liggend zijn. Hij begrijpt de taal waarin Gods naam wordt uitgeroepen, wij moeten ons daar wat meer voor inspannen.
Dit is wie God is. Hij wordt niet snel boos! Hij voelt met ons mee! Hij vergeeft onze zonden en overtredingen! Hij blijft trouw aan het verbond wat Hij met ons heeft gesloten door Jezus Christus! En dit alles doet Hij overvloedig!
Dit gaat zo tegen onze natuur in en tegen de mentaliteit waarin wij leven, dat we het ons niet vaak genoeg kunnen realiseren. Hierin mogen we worden als kinderen.
Kinderen die iets leuks hebben mee gemaakt vinden het heerlijk om nog een keer te vertellen hoe leuk het was. Hoe hoog de schommel ging, hoe groot het ijsje was, hoe enorm zeDSC_1493 hebben gelachen om die ene grap. Dat vermogen hebben wij ‘grote mensen” weer nodig met betrekking ons te verheugen in God.
Wat een wonder dat Hij ons uit die situatie heeft gered; het moment dat je precies het juiste antwoord wist te geven; die ene zonde die je zo vreselijk vast zette elke keer, vergeven en weggenomen; een mens die geen enkel vooruitzicht had, zal eeuwig leven; wandelen op gouden straten, in Gods nabijheid…”. Zo heeft Hij gehandeld in het verleden en zo zal Hij handelen met ons in deze situatie en in onze toekomst, want Hij verandert niet.
Het gaat verder als het ophangen van een vakantie kiekje op de koelkast, maar het te binnen brengen van een totale beleving, van blijdschap, liefde en genade. En die kennis toepassen in het heden, want je verheugen is een werkwoord!

De eerste gemeenten

Hand.2:41 ongeveer 3000 zielen werden op die dag toegevoegd; 43 wonderen en tekenen geschiedden door de handen van de apostelen; 46 elke dag waren ze eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijd met blijdschap en eenvoud des hartes.

Veel gemeenten willen graag een gemeente zijn zoals uit handelingen. Als er een ideaalbeeld van gemeenten bestaat, dan is het toch vaak dit plaatje. Nog dicht bij de bron, dus zo zuiver als maar mogelijk kan zijn, denkt men.
Maar ik vraag mij af wat er zou gebeuren, als we die gemeenteleden, met hun ideaalbeeld in een tijdmachine zetten. Stel we teleporteren het hele clubje terug (ga ook maar even mee), plaatsen ze in Thessaloniki, Antiochië of Colossenzen en Paulus komt langs.
Hand.17:2 –er was een synagoge der Joden. En Paulus ging, zoals hij gewoon was, daar naar binnen en behandelde 3 sabbatten achtereen met hen gedeelten uit de schrift…..Oh, help, we moeten ons even aanpassen. Ze komen niet op zondag bij elkaar, maar op zaterdag, want dat is gewoon voor Paulus.
Wat weten we nog meer van Paulus?
Fil.3:5 besneden op de 8ste dag, uit het volk Israël, van de stam Benjamin, een Hebreeërs uit de Hebreeën, naar de wet van de farizeeërs,….Hand.22:3 een Jood opgevoed aan de voeten van Gamaliel. Dit is wel heftig, kunnen we wel naar deze man luisteren? Hij heeft alle uiterlijke kenmerken van een orthodoxe Jood, anders hadden ze hem de synagoge uitgezet. Hij heeft dus lange haarkrullen, tsietsiet aan de hoeken van zijn hemd, viert de Joodse feestdagen, leeft naar joodse gebruiken, en komt uit de strengste onderwijsrichting, de Farizeeën!
In Korinthe heeft Paulus zijn haar geschoren, want hij staat onder een gelofte, Hand.18:18, maar dat betekend dat hij volledig heeft gehandeld naar de wetten van een gelofte (Num.6:13). Dat betekend dat Paulus aan het einde van zijn gelofte naar de tempel gaat en een brandoffer, een zondeoffer(?) een vredeoffer, een spijsoffer en een plengoffer brengt….In hand.21 neemt hij die kosten van 4 andere mannen op zich, om aan de Joden te laten zien v24 dat hij mee gaat in het onderhouden van de wet.
Kunnen wij wel luisteren naar zo’n man, kunnen wij zijn lering wel aannemen? Hij offert, hij gaat naar de tempel?!?!
En die gemeente waar we ons stelletje gemeente leden naar toe hebben geteleporteerd, die bestaat overwegend uit Joden…..ze hebben de Messias aangenomen, maar er is een enorme worsteling. Wat van hun Joodse oude gebruiken komt er te vervallen en wat blijft? Aan welke van die gebruiken moeten de heidenen (dat zijn wij dus) zich nu precies aan houden? Aan Paulus zijn persoonlijke voorbeeld kunnen we het niet afleiden, want hij leeft (gedeelte?) naar Joodse gebruiken.DSC_2363
Er zijn Joden die wel met ons willen eten, maar er zijn er ook die zich van ons afzijdig houden, die vinden dat wij onrein zijn. Er zijn er die vinden dat we ons 1st moeten laten besnijden….en hoe zit het toch met die ingewikkelde spijswetten?
Hoe kunnen we met dit stelletje wetsaugurken in één gemeente zitten? Zoveel afwijzing, zoveel oordeel, zoveel verwarring.
Paulus is moedig, hij durft door de materie heen te snijden en heldere uitspraken te doen over deze discussie punten. In kol.2:10-11 durft hij te stellen dat we niet besneden hoeven te worden naar het vlees. Dat zijn grote discussie, misschien wel vergelijkbaar met de kinderdoop in onze tijd.
Paulus de Jood schrijft ons v16 dat we ons door niemand moeten laten oordelen inzake eten, drinken, feestdagen, nieuwe maan of shabbat. Al die zaken waarom wij voor een Jood onaanvaardbaar zijn en het verkeerde geloof aanhangen. Dus we zijn vrij,….maar die 1ste gemeenten staan wel in een roerige tijd en groeien in een cultuur die ons geheel vreemd is. (Om over de man-vrouw verhouding nog maar niet eens te spreken, of het hebben van slaven, of er één te zijn)
Ik vraag me werkelijk af, of we Paulus’ zijn lering zouden hebben aangenomen; of we werkelijk in zo’n gemeente zouden zitten???
Zou het soms mogelijk zijn dat we het in onze tijden in onze gemeentes niet veel gemakkelijker hebben?

Belooft is belooft.

Num.14:6 “En Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, die behoorden tot degenen die het land verspied hadden, scheurden hun klederen en zeiden tot de gehele vergadering der Israëlieten: Het land dat wij doorgetrokken zijn om het te verspieden, dat land is buitengewoon goed. 10 Toen zeide de gehele vergadering, dat men hen stenigen zou. Maar de heerlijkheid des HEREN verscheen in de tent der samenkomst aan al de Israëlieten”.
God hoort! Hij is zo dicht bij dit volk dat Hij in heerlijkheid kan verschijnen in hun midden.
Hoe overweldigend en indrukwekkend is dat.
Op aards niveau lijkt het een uit de hand gelopen ruzie, die Kaleb en Jozua bijna met de dood moeten bekopen.
In het zichtbare lijkt het te gaan om een volk en twee mannen die “fout zijn” en de meerderheid die meent het goed te hebben.
In het hemelse gaat het om God die aanstoot neemt aan bijna de gehele vergadering en de minderheid blijkt het bij het rechte eind te hebben.
Ze hadden beter moeten weten.
Al vanaf Abraham was hun dit land belooft :
De 1ste keer in Gen.12:7 Zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide: Aan uw zaad zal Ik dit land geven; (2de keer )Gen.13:15-17;( 3de keer) Gen:15:17-18. ( 4de keer) In Gen.26:3 gaat de belofte over op Izak. (5de keer)In Gen.28:13 gaat de belofte over op Jakob.; ( 6de keer)gen.35:12. (7de keer) Gen.48:21 Jakob/ Israël geeft de belofte aan Jozef: “ Daarna zeide Israël tot Jozef: Zie, ik sterf; maar God zal met ulieden wezen, en Hij zal u wederbrengen in het land uwer vaderen”.(8ste keer) Jozef bevestigt de belofte in Gen.50:24.(9de keer) Ex.3:8-17 De belofte komt naar Mozes.(10de keer) In Ex.6:3-7 Is de belofte de reden waarom Mozes met farao moet gaan praten.
Hadden zij niet gehoord?
God had het tien keer belooft, met tien plagen had verlost en toch waren er tien verspieders in ongeloof.
Num.14:11 de HERE zeide tot Mozes: Hoelang zal dit volk Mij versmaden, en hoelang zullen zij niet op Mij vertrouwen bij al de tekenen die Ik in zijn midden gedaan heb?
Dit is geen ruzie tegen twee mannen dit is een zaak tegen God, persoonlijk. De maat is vol! God doet niets van de belofte af, maar Hij schort de belofte op. Nu nog niet! Dit volk wordt geregeerd door angst, er zit geen moed in om de belofte in te nemen. Eerst dan maar een hele grote pas op zijn plaats!
22 Geen van de mannen die mijn heerlijkheid gezien hebben, en de tekenen die Ik in Egypte en in de woestijn gedaan heb, en die Mij nu reeds tienmaal verzocht en naar mijn stem niet geluisterd hebben
zal het land zien, dat Ik onder ede aan hun vaderen beloofd heb!
God doet de belofte niet weg, maar dit volk gaat de vervulling ervan niet meemaken!
Het is mogelijk om God belofte te missen, maar niet Zijn genade. Hij onderhoudt het volk in de woestijn, voedt ze, kleedt ze, leidt ze, maar de belofte gaan ze niet in.

bron: http://www.natgeofoto.nl/
bron: http://www.natgeofoto.nl/

Een tweede hands verhaal.

Numeri 13 Twaalf verspieders trokken met een opdracht het land in, wat God hun had beloofd.
Ze gingen alleen maar kijken en ze leken dat goed te hebben gedaan.
Het eerste verslag wat ze uitbrachten was objectief en nog niet gekleurd.
“27. Zij verhaalden hem dan en zeiden: Wij kwamen in het land, waarheen gij ons gezonden hadt, en ja, het vloeit van melk en honig, en dit is zijn vrucht.  Het volk echter, dat in het land woont, is sterk en de steden zijn ommuurd en zeer groot, en ook de kinderen van Enak zagen wij daar; Amalek woont in het Zuiderland, de Hethieten, Jebusieten en Amorieten wonen in het bergland, de Kanaänieten aan de zee en aan de oever van de Jordaan”.
Was het iets in de intonatie van de boodschappers?
Was het de 2de helft van de boodschap die het goede nieuws overschaduwde, zodat ze in één klap waren vergeten wat God gedurende hun reis voor hen had gedaan?
Was hun geloof niet gegroeid tijdens hun reis, of was iedere uitredding gekomen als een opluchting, een mazzeltje in plaats van een machtig handelen van de God van Israël .
Een simpele boodschap, die geen drama had hoeven te zijn, legt iets op pijnlijke wijze bloot.
De verspieders waren uitgetrokken met de opdracht: v20 Weest moedig en neemt van de vrucht des lands mede. Maar tien van de verspieders en het overgrote deel van de hoorders, waren niet moedig.
“Daarop trachtte Kaleb het volk tot bedaren te brengen. Maar de mannen die met hem opgetrokken waren zeiden: Wij zullen tegen dat volk niet kunnen optrekken, want het is sterker dan wij”.
Dit is de volgende stap in een oplopend proces, wat ook wij zelf in ons leven of om ons heen regelmatig zien gebeuren. Men hoort iets, men vindt er iets van en trekt daaruit een conclusie ten aanzien van zichzelf : “Dit ga ik niet doen”. Als men na het horen, een pas op de plaats had gemaakt, God had geraadpleegd, na had gedacht, de woorden in hun hart hadden overwogen, dan hadden hun emoties niet direct ermee aan de haal gegaan.
Angst ging op de loop met de boodschap en zoals altijd, is angst een slechte raadgever. Zodra angst het overneemt wordt de volgende stap in werking gezet, er wordt iets aan de boodschap toegevoegd: “33 Ook zagen wij daar de reuzen, Enakieten, die tot de reuzen behoren, en wij waren als sprinkhanen in onze eigen ogen en ook in hun ogen”.
Wij zagen
…en wij waren als sprinkhanen, in onze ogen, en in hun ogen. Iets wordt waargenomen, geïnterpreteerd en vervolgens wordt de interpretatie geprojecteerd op de ander. “zij” vonden het ook! Het is niet zo dat ze die reuzen hebben gesproken, het verslag vermeld zelfs niet dat die reuzen de verspieders hebben gezien. Maar de conclusie wordt doorgetrokken, geprojecteerd en begint een discutabel waarheidsgehalte te krijgen. Wie zegt dat de reuzen zo tegen de Israëlieten aankeken, mogelijk was de roem van de God der Israëlieten hen vooruit gesneld.
Zodra de waarheid in het geding komt, wordt er een verdediging aan toegevoegd, waarom men meent dit te moeten zeggen. Er wordt hulp gezocht, want als anderen ook deze mening hebben, dan is het gerechtvaardigd dat men zo in deze zaak staat.
“Ook verspreidden zij onder de Israëlieten een kwaad gerucht omtrent het land dat zij verspied hadden”. DSC_4657
De volgorde van deze stappen kan verschillen, maar het mechanisme van het ontstaan van een tweede hands verhaal is in onze tijd nog precies hetzelfde. Niet zelden is angst en ongeloof de bron, maar als we het kunnen herkennen, kunnen we misschien voorkomen dat we door zo’n stroom worden mee gesleurd.
Een pas op de plaats en een zoeken van God, is het begin van de oplossing.

Judassen

Joh 21:22 “Indien Ik wil dat hij blijft, totdat Ik kom, wat gaat het u aan? Volg mij”.

Iedereen komt in zijn leven mensen tegen die hem beschadigen. Mensen die aanwijsbaar en bewijsbaar dingen verkeerd hebben gedaan, ten nadelen van jou. Als je jouw verhaal aan anderen verteld zal je gemakkelijk bijval vinden en zullen anderen je bevestigen in het beeld dat dit echt niet oké is. Je staat in je recht en je bent de benadeelde partij.
Het is logisch om je tegen de persoon te keren die jou heeft benadeelt en hem of haar eens flink te confronteren met de gevolgen van zijn handelen. We zijn boos, er spelen heftige emoties, we hebben pijn en verdriet, terecht.
Jezus had veel mensen in Zijn leven die Hem oneerlijk hebben behandelt, maar Judas spant wel de kroon.
De discipelen waren er ook boos over en vroegen aan Jezus :”Wat gaat er met hem gebeuren?”.
Het zal toch niet zo zijn dat hij er gewoon mee weg komt?
Zo zullen anderen om je heen roepen : Je gaat toch wel naar de klachtencommissie, officieel bezwaar aantekenen of een schadeclaim indienen?
Jezus confronteerde de farizeeërs en de sadduceeën, Hij stuurde een legioen in een troep varkens en veegde het tempelplein schoon met een zweep. Hij was niet enkel een zachtaardig man, maar Hij was ook niet bang voor confrontaties.
Die confrontaties waren echter gericht tot groepen in de samenleving, gericht op bepaalde opvattingen die in strijd zijn met die van het koninkrijk van God. Of tegen de boze, niet tegen vlees en bloed, maar tegen machten en overheden. Ten opzichte van individuen zien we Jezus anders handelen.
Hij zei niets tegen Pilatus die twijfelde of hij Jezus moest doden. Hij had slechts op die twijfel in hoeven gaan om Zijn lot te keren.  Jezus weerhield de hand van de romeinse soldaten niet toen ze Hem mishandelden. Hij riep geen legioen engelen om Hem te verlossen en Hij keerde zich niet tegen Judas om wraak te nemen toen hij terug kwam.
Niet ondenkbaar dat deze mensen handelden naar het plan van de Vader.
Jezus liet zich niet meeslepen door heftige emoties van geleden pijn en de wens om terug te slaan. Sterker nog, Hij stond ook niet toe dat anderen het voor hem deden, de gemakkelijkste manier om wraak te nemen zonder je handen eraan vuil te maken.
Zelfs Judas, die in onze ogen het ultieme verraad had gepleegd, keerde Hij zich niet tegen.
“Indien Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat u dat aan?”. Komma,… “Volg mij”.
Het belangrijkste is “dat je Mij volgt”.DSC_4689
Vestig je aandacht op Hem en alleen op Hem.
Hij rekent wel af met Judas, later, wanneer het er tijd voor is.
Jes.8:13 “De Here der heerschare, Hem zult gij heilig achten en hij moet het voorwerp van uw vrees en Hij moet het voorwerp van uw schrik zijn. Dan zal Hij tot een heiligdom zijn”.
Rom.12:19 Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven : Mij komt de wrake toe, Ik zal vergelden spreekt de Here.

Werk in uitvoering

1 Cor.4:3 nu raakt mij zeer weinig of ik door u of door enig menselijk gericht beoordeeld wordt. Ja, ook mijzelf beoordeel ik niet. -4. Hij die mij beoordeeld is de Here. Daarom velt geen oordeel voor de tijd dat de Here komt,

Dit heb ik er uit gehaald als de essentie , maar ik moedig je dit korte stukje te lezen van v1 t/m 5 te lezen en te overdenken.
Eigenlijk zou er op ieder persoon een bordje moeten staan: “werk in uitvoering”.
Hoe je er op dit moment voorstaat, hoe je ook naar jezelf kijkt, positief of negatief, dit is niet de einduitslag. God is pas klaar met ons in deze wereld, als we ons sterfelijke lichaam verwisselen voor een verheerlijkt lichaam. Tot die tijd wil Hij ons in alle opzichten herstellen, heiligen en gebruiken als Zijn geliefd kind.
De wereld maakt echter voortdurend ons tussenrapport op en eist van ons dat we dat ook over onszelf doen. Op het werkm wordt er bijvoorbeeld als volgt gesproken: “Vindt je zelf ook niet dat je dit niet handig hebt aangepakt?”, bijvoorbeeld, volgens de “hang-your-self-methode. Of “Ze is altijd zo…., ik heb gezien dat ze…doet, ik heb haar zelf horen zeggen dat….”, als zogenaamde onpartijdige observatie. Alsof wij niet interpreteren en daarmee iemand in een negatief daglicht plaatsen.
Het zou geweldig zijn als we ten diepste weten wie we zijn in God, zodat we met Paulus kunnen zeggen: “het raakt mij zeer weinig”. Er is er maar één die oordeelt (Joh.8:50) en elk oordeel dat wordt geveld voordat Jezus komt, is in feite waardeloos, onvolledig en onwaar. Maar als we door werelds oordelen geraakt worden, mogen we dat opvatten als een signaal, dat we nog meer aandacht mogen geven aan onze identiteit in jezus Christus, de Onveranderlijke. Het mag nog dieper doordringen wie we zijn, geborgen in hem, als Zijn zoon, Zijn dochter.
Naar de wereld toe is dit het terrein waar wij ons als Christenen/gemeente kunnen onderscheiden, door de opdracht van Jezus in Mattheüs 7 serieus te nemen: “Oordeelt niet!”.
Waar de wereld steeds weer de maat van iedereen neemt, laat de gemeente Gods zijn als een oase waar je simpelweg mag ZIJN. Een plek waar mensen er toe doen en mee mogen doen, in plaats van gewogen te worden. Laat de gemeente een toevluchtsoord zijn waar ons zelfbeeld kan herstellen naar het beeld van jezus Christus.
Niets is zo aantrekkelijk als een plek waar je jezelf mag zijn en niet geoordeeld wordt.
Maar dat vraagt van ons Christenen een serieus andere mindset. Wat misschien van maandag tot en met vrijdag voor je werkgever een vereiste is, wordt achter gelaten op het werk. Om wat via de tv en social media als van zeDSC_4654lfsprekend wordt ervaren, dat je van alles vindt, los te laten en daar niet aan mee te doen. Gij geheel anders.
Maar als ik een wens mag hebben dan is het wel deze, dat we ons als gemeente Gods hierin gedragen als een lichtend licht en een zoutend zout.
Jac.1: 12 Spreekt zó en handelt zó als mensen past, die door de wet der vrijheid zullen geoordeeld worden.

Vader van troost

2 Kor.1:3b ….de Vader der Barmhartigheden en de God allervertroosting, die ons troost in al onze druk,..

Er is geen voorwaarde aan deze belofte verbonden.
Hij is de Vader der vertroosting en zoals hij is, zo zal Hij met ons handelen (zal zijn, gisteren, heden en in de toekomende tijd).
Daarvoor heeft Hij ons de Trooster gestuurd (Joh.14:15-31)
De vraag is dus niet: “Wat doet God wanneer ik het moeilijk heb?”.
De vraag is: “Wat doe ik als er moeilijkheden in mijn leven zijn?”.
Het hangt niet van God af, die is er al! Het hangt ervan af hoe wij gaan reageren in onze moeilijkheden en dat doen we niet altijd in wijsheid, weloverwogen en in alle vrede.
Als emotionele kinderen rennen we soms kanten op en zetten menselijke strategieën in, om met moeilijkheden om te gaan. Die menselijke reacties zijn wel helpend en steunend, maar leiden maar beperkt tot oplossingen, omdat ze niet verder kunnen reiken als ons eigen vermogen.  Een aantal veel voorkomende strategieën die we vaak inzetten zijn:
We ontwijken de pijn die moet worden behandelt, omdat we on de veronderstelling zijn dat het te moeilijk en te overweldigend zal zijn. We proberen alles te leren over het probleem, vluchten in theoretisering. We gaan er met iedereen over praten om onze emotionele pijn te stillen. We schieten nog wel eens in de verdediging en gaan het gevecht aan, een vechten of vluchten reactie. Of eisen antwoord op de vraag : “Waarom?”. Waarom gebeurd mij dit, waarom wordt ik zo behandelt, waarom staat God dit toe?
Ook deze vraag valt onder het rijtje “menselijke reacties”, want nergens in de Bijbel geeft God antwoord op de “Waarom-vraag”.  De “waarom-vraag”, kan ons enorm in beslag nemen en elke keer waar een andere waarom vragen. Hiermee draaien we in kringetjes rond zonder een stap verder te komen.
De Bijbel spreekt wel veel over  “Hoe”, gaan we ermee om.  Die vraag is vruchtbaar: Heer hoe ga ik ermee om, hoe kan ik erop reageren, Hoe wilt U dat ik ga handelen en spreken?
Deze vraag plaatst ons van een reactieve positie naar een pro-actieve positie, met als gevolg dat we “het stuur gaan vastpakken, op de rem kunnen gaan staat en de auto even aan de kant kunnen parkeren”,  want de stem van de Heilige Geest de Trooster, die ons met alle troost zal vertroosten…..klinkt het luidste in de stilte.
We kunnen niet luisteren als we reactief met het probleem bezig zijn.
We kunnen pas luisteren als we onze vragen, verdriet en nood aan God voorleggen en Hem vragen hoe we hiermee om kunnen gaan.
Op die manier vinden we stap voor stap een weg door het probleem heen. Hoewel we soms totaal niet kunnen zien waarheen die weg ons brengt, geeft het genoeg voor elke dag. Vertroosting die we als manna voor elke dag mDSC_1622ogen oprapen (Ex.16:4-5) en een vuurkolom die voor ons uittrekt (ex.13:22) en ons brengt van pleisterplaats naar pleisterplaats.
Als Mozes een plattegrond had gehad, had hij het volk via de kortste route geleid, maar nu leidde God waardoor een wonder voor hun ogen werd geschilderd. Een heel volk werd veertig jaar in de woestijn van water voorzien, gevoed en geen schoenriem versleet.
Het wonder van elke dag, stap voor stap er doorheen, was veel groter als dat een instant-oplossing ooit had kunnen brengen.

Het hart is in Zijn hand

65b961ada1-DSC01891
bron:http://handinbeeld.nl/

In exodus 5 tot 13 vindt je het verhaal van de uittocht van de Israëlieten uit Egypte en dat ging niet zonder slag of stoot.
Maar dit is Gods volk. Het God die zegt “trek uit naar het land wat Ik jullie belooft heb”. De tegenstanders van de Israëlieten zijn groter dan zijzelf, maar als je door het verhaal heen leest zie je steeds Gods machtige hand aan het werk in de harten van het volk en zijn machtshebbers. Dit lees je nog duidelijker in relatie tot de farao.
Tenminste tien keer lezen we :”God verhardde het hart van de farao en zijn dienaren, Hij maakte het onvermurwbaar”. (4:21; 7:3; 7:22; 8:15; 8:19; 8:32; 9:12; 9:34; 10:1; 10:20; 10:27; 11:10; 13:8) Afschrikwekkende plagen doen farao niet van mening veranderen.
Ook lezen we dat God het hart van het volk gunstig stemt. God geeft de Israëlieten opdracht om al hun buren zilveren en gouden voorwerpen te vragen. Het lijkt ondenkbaar dat ze dit zullen krijgen, maar in 11:3 en 12:36 staat “De Here bewerkte dat de Egyptenaren het volk gunstig gezind waren”, en ze krijgen zoveel zilver en goud dat later de tabernakel ermee ingericht kan worden en een gouden kalf gegoten wordt. Ze krijgen niet een beetje zilver en goud, ze krijgen overvloed.
God kent en bewerkt niet alleen het hart van de farao en de Egyptenaren, Hij kent ook zijn volk. Als het volk eenmaal op weg is staat er in 13:17-18 dat Hij ze niet leidde naar het dichtst bij zijnde volk, want God zei: Het volk mocht eens berouw krijgen,….en naar Egypte terugkeren.
God zal niet verbaast zijn geweest toen het volk in de woestijn terug verlangde naar de vleespotten van Egypte. Hij wist al dat het zou gebeuren en sloot bij voorbaat de terugweg af.
Eigenlijk zou het ons niet moeten verbazen dat God ons hart kent, het hart van de mens die Hij geschapen heeft.
Niet alleen kent Hij het hart, Hij geeft er ook sturing aan en voert Zijn plan uit, tegenstand is daarbij van geen enkele betekenis.
Ik heb me vaak afgevraagd hoe Hij dat deed, het hart van de farao verharden. Het heeft iets schrikwekkends, zo een grote God met zoveel macht.  In hoofdstuk 13: 5-8 staan een paar richtingaanwijzers.
Toen het volk uittrok en het bericht bij farao aankwam vroegen de Egyptenaren zich af “Wat hebben we gedaan?”.  Waarom hebben we onze slaven laten gaan? Er komen vragen in hun hart op. Dit lijkt wel heel sterk op de techniek die de slang op Eva toepast, de boze werpt een vraag op. De vraag lokt een bepaalde gedachte-richting uit en vervolgens handelen de farao daar naar.
Het lijkt op de verzoeking van Jezus in de woestijn: “Indien gij gods zoon zijt”, (vragen en suggesties)…en dat dacht de farao te zijn, als een god. “Daarop spande hij zijn wagen aan en nam het volk met zich mee. Zo verhardde de Here het hart van de farao”. Al wat God hoefde te doen was Zijn hand terug trekken en de boze zijn werk te laten doen. Alle elementen waren al in het hart van de farao aanwezig, al wat het nodig had was een beetje ruimte en bevestiging.
God kent niet alleen het hart der mensen, maar ook dat van de boze. Hij weet wat er gaat gebeuren als Hij hem de ruimte geeft.
In die afschrikwekkende ruimte verheerlijkt God zich aan Zijn volk. “Vrees niet, houd stand, dan zult gij de verlossing des Heren zien”. “En de Egyptenaren zullen weten dat Ik de Here ben, doordat Ik Mij verheerlijken zal aan farao, aan zijn wagens en zijn ruiters” v18.
Elk hart is in Zijn hand, laten we er wijs door worden en Hem vrezen.