Rosh hashana, de verjaardag van de wereld: 13-15 September.

Rosh-Hashanah
http://www.bethshalomcolumbia.org/

In de geschiedenis en ook nog heden ten dage , zijn er verschillende kalenders in gebruik(t).
In de tijd van Koningen toe Israël uiteen viel in een Noordelijk rijk en een zuiderlijkrijk (1 kon.12) heeft het noorden een andere kalender ingevoerd en een eigen heilige plaats uitgeroepen. Daarmee maakten ze zich los van het religieuze leven, wat zijn kern vond in Jeruzalem.  Binnen het christendom heeft een soort gelijke geschiedenis zich afgespeeld. Al vroeg in de geschiedenis hebben niet Joodse christenen Jezus aangenomen en het geloof van zijn Joodse achtergrond ontdaan, door de invoering van de zonnekalender  en werd Rome uitgekozen als het religieuze centrum.
(Je begrijpt al dat die verschillende tellingen binnen de archeogie, tijdsbepalingen behoorlijk kunnen vertroebelen.  Het maakt het er niet gemakkelijker op om vast te stellen wanneer bepaalde gebeurtenissen in de Bijbel hebben plaatsgevonden, maar dat even als zijspoor).
In het huidige Israël worden twee kalenders gehanteerd. De religieuze kalender die gebaseerd is op Gods opdracht aan Mozes, Ex.12:1-2  ‘Voortaan moet deze maand bij jullie de eerste maand van het jaar zijn.’ En de kalender die meent vanaf de scheppingsdag te tellen, gebaseerd op de Misjna, de mondelinge leer. Volgens die kalender gaat op 13 september bij zonsondergang  t/m 15 september het nieuwe jaar 5776 in en wordt Rosh hashana gevierd.  De verjaardag van de wereld.
Stil wordt gestaan bij de bijzondere relatie tussen de mens en zijn Schepper.  Zonder Zijn scheppingsdaad waren wij er niet geweest . Als schepsels zijn wij volledig afhankelijk van onze Schepper, slechts stof zijn wij, geformeerd uit stof van de aardbodem (Gen.2:7), waar Hij levensadem inblies. ‘Wat is toch de mens, dat Gij zijner gedenkt en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet?’( ps.8:5).
In onze westerse traditie maken we goede voornemens voor het nieuwe jaar, maar in deze manier van vieren gaat daar iets aan vooraf, het belijden en je bekeren van je zonden. Eerst moet het oude zuurdesem weg, voordat je met frisse moed aan het nieuwe kan beginnen. Niet zomaar in een paar losse woorden, maar een inzet van overdenken, tien dagen lang en ernaar handelen. Tien dagen om recht te zetten wat je fout hebt gedaan en je te verzoenen met hen waarmee de relatie is verbroken. Om te breken met slechte gewoontes en gedachten. Alles wat scheiding heeft gebracht tussen God en de mens, moet worden opgeruimd. Als dat heeft plaats gevonden eindigen deze dagen in Jom Kippoer, de grote verzoendag. Het wordt weer goed tussen God en de mens.
Met Jom Kippoer betrad de hogepriester het heilige der heilige, met offers om verzoening te doen voor het gehele volk Israël. Dit was een voorafschaduwing van het verzoeningswerk van Jezus Christus die, zichzelf heeft geofferd, binnen gegaan is als hogepriester en plaats heeft genomen aan de rechterhand van de Vader. Door Zijn bloed is de verzoening volbracht.
Daarmee rijst automatisch de vraag: Wat moeten wij doen met deze feestdagen?
Deze manier van het vieren van een nieuwe jaar, is van veel grotere schoonheid en betekenis als onze oud en nieuw viering. Maar tegelijkertijd kan het niet worden gevierd zoals de Joden dit doen, want wij geloven in het volbrachte werk van Jezus Christus. De verzoening hoeft niet te worden afgesmeekt, het is al een feit. En dan is er nog dat lastige gegeven van al die verschillende kalenders, wie zal zeggen wat de juiste dag is?
Deze vragen waren er al vanaf de eerste gemeenten, daarom schrijft Paulus hierover Rom.14:6 wie aan een bepaalde dag hecht, doet het om de Here, Kol.2:16 Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of shabbat, dingen die slechts een schaduw zijn, van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is.
Er is dus ruimte. Ruimte om te vieren en te gedenken, als het maar om God gaat. Laat Hij het middelpunt, de aanleiding en het onderwerp van het feest zijn.  En laat je niet beoordelen door wie dan ook, hoe en wanneer je viert.

Poëzie van de psalmen

Ik wil je vragen psalm 111 en 112 te lezen en die even op je in te laten werken.
In onze Bijbelvertalingen laten ze zich lezen als twee afzonderlijke psalmen, toch zijn ze verbonden met elkaar. Eigenlijk zijn de verzen een knap staaltje van Hebreeuwse poëzie, maar helaas gaat dit aan ons voorbij, als we geen kennis hebben van Hebreeuwse poëzie. .
Beide psalmen hebben als titel ´Halleluja´. Daarmee maken ze deel uit van tien psalmen in het vijfde boek van de psalmen, die met ´Halleluja´ begint.
Psalm 113 start hier ook mee, maar sluit niet aan op 111 en 112 om de volgende reden: De New Jeruzalem bible benoemd de regels van 111-112 psalmen met de letters van het Hebreeuwse alfabet, elk bevat precies 21 regels, gelijk het aantal letters van het Hebreeuwse alfabet. (113 kent 17 regels, en heeft een andere strofen opbouw)
De strofen van 111-112 zijn als volgt ingedeeld: ze starten met 3 regels van vier zinnen en daarna in 111 eindigt het met een couplet van 6 regels. In 112 eindigt het met 2 strofen van 3 regels.
Nu is er nog een bijzonderheid in de Hebreeuwse poëzie, er is geen rijm op klanken maar op onderwerpen. Zet de eerst strofen van 111-112 maar eens naast elkaar, dan ga je zien hoe onderwerpen op elkaar aansluiten:

111. Halleluja, ik zal de Here van ganse harten loven, in de kring der oprechten en in de vergadering. Groot zijn de werken des Heren, na te speuren voor allen die er behagen in hebben.
112. Halleluja, welzalig de man die de Here vreest, die van harte lust heeft in Zijn geboden. Zijn nakroost zal machtig zijn op de aarde, het geslacht der oprechten zal gezegend worden.

Beide strofen spreken over de kring der oprechten; de vreze des heren is het antwoord op de grote werken van God; en het na speuren van Zijn geboden, sluit aan op ‘lust hebben in Zijn geboden’.

Door de psalmen op deze wijze te schikken op onderwerpen, werd mijn aandacht door één onderwerp in het bijzonder gevangen, die als een verborgen wijsheid in de tekst zit: de vreze des Heren.
111:10 De vreze des Heren is het begin der wijsheid, en goed inzicht hebben allen die ze betrachten.112:1 welzalig de man die de Here vreest,
En dan in v7. Begint de psalmist de gevolgen daarvan te beschrijven: voor een kwaad gerucht zal hij niet vrezen, zijn hart is gerust, vol vertrouwen op de Here; zijn hart is standvastig, hij vreest niet, terwijl hij vol vreugde op zijn vijanden ziet.
Is dat niet een prachtig staaltje van rijm op onderwerp en wat een zeggingskracht!
Als we goed inzicht hebben in Gods grote Almacht, Zijn trouw aan het verbond, Zijn liefdevolle bescherming over ons, dan hebben praatjes of echte vijanden geen invloed op ons. Dan zullen zaken die op ons afkomen er niet uitzien als reuzen ( Num.13:28).
Praktisch toegepast op een onderwerp waar sommige van ons nu mee te maken hebben: Berichten  van ontslagen en bezuinigingen, raken ons minder diep als we ons kunnen realiseren dat God voor ons zorgt. Hij voorziet ons van eten, drinken, kleding en een dak boven ons hoofd. Misschien wordt onze levensstijl gereorganiseerd, maar God blijft dezelfde, niets kan oDSC_4606ns scheiden van Zijn liefde (Rom.8:31-39).
‘Goed inzicht’ leidt tot een wijsheid die onwankelbaar maakt.  Of zoals de NJB het vertaald in v112:8
‘His heart held steady, he has no fears’. Vrees God en je zal de wereld niet vrezen.

Ps2. De messiaanse koning

“Waarom woelen de volken en zinnen de natiën op ijdelheid? De koningen der aarde scharen zich in slagorde en de machtshebbers spannen samen tegen de Here en zijn gezalfde”.

old-globe-898635
http://www.dreamstime.com/royalty-free-stock-photo-old-globe-image898635

Dit geeft aan waar het gevecht om gaat, de natiën willen zich niet onderwerpen aan het gezag en de heerschappij van God. Ze maken de aarde tot een strijdtoneel, in opstand tegen de Here en zijn gezalfde.
Petrus en Johannes halen deze tekst aan , nadat ze voor de priesterraad zijn verschenen en zijn bedreigt om niet meer over Jezus te spreken. Tegen de discipelen keren zich Herodus, Pontius Pilatus, heidenen en volkeren van Israël. Geen kleine machtshebbers, tegenstanders met mogelijk zelfs dodelijke gevolgen. Dus bidden ze: “Let op hun dreigingen Heer, maar geef Uw dienstknechten vrijmoedigheid om Uw word te spreken”.
Hand.4:31 ‘en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en spraken het woord Gods met vrijmoedigheid”.
Wanneer we God vragen om volkeren en natiën, treden we in de voetstappen van onze Heer, de Messiaanse Koning. De leerling staat niet boven zijn meester, dus tegenstand zal er zijn. Petrus en Johannes erkenden dat ook, ze gingen niet als een stelletje struisvogels, in ontkenning op pad. Ze benoemde de dreiging en legden het in de handen van de Vader. Hij is bij machte daarop te letten en zijn kinderen bescherming te geven.
De uitdaging is om ons er niet door die dreiging, de opstand, de slagorde en het zinnen op ijdelheid, te laten beïnvloeden.  Het is zo gemakkelijk om onder de indruk te raken. Maar in het getuigenis van de discipelen lezen we ook de oplossing, ze werden vervuld met de heilige Geest. We hebben het nodig om vol te worden van de Geest van kracht, liefde en bezonnenheid. We hebben de gaven van de Geest nodig, geloof en wijsheid om te weten wat we moeten spreken.  Als god het aan de discipelen geeft als ze Hem erom bidden, zal Hij het ook aan ons geven.
Met de vraag om van Hem volkeren tot erfdeel te ontvangen, wil Hij ons ook bekwaam maken voor onze taak. Hij heeft ons gezegend met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus Jezus,(Ef.1:3) die de overwinning al behaald heeft! De taak is niet onmogelijk, want Hij gaat ons voor en maakt het voor ons mogelijk om erin te staan.
In Handelingen lezen we dat de discipelen niet heel erg onder de indruk waren. Menselijkerwijs hadden ze dat zeker kunnen zijn. De geschiedenis, wat de romeinen onder de Joden hebben aangericht, is zeer bloederig. Toch dachten de discipelen groot. Tot Hand. 10 zijn er alleen apostelen van de Joden, gewoon alle Joden in het algemeen. Daarna komen er ook apostelen voor de heidenen. Het is niet zo dat ze slechts visie hebben voor een clubje Grieken, Turken of Romeinen. Welnee, laten we groot denken, gewoon alle volken op de grote hoop onder de noemer ‘heidenen’, ‘niet Joden’.  Ze hebben al een start bij het volk van God, dus waarom doen we de rest van de wereld er ook niet bij?
Ik heb immers mijn Koning gesteld over Sion, mijn heilige berg”. (Ps.2)
In de toekomende tijd zullen alle volkeren daarnaar toe optrekken , profeteerd Jesaja 2:3 ’velen natiën zullen optrekken en zeggen: komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de god Jacobs”.
In de toekomst komt het volmaakte, maar tot die tijd mogen we grote visie hebben en grote vragen stellen.

Is het voor nu of voor de toekomst?

Ps.2:8  ‘vraag Mij en Ik zal volkeren geven tot uw erfdeel, de einde der aarde tot uw bezit’.

aircraft-513641_640
https://pixabay.com/nl/vliegtuigen-landing-bereiken-513641/

De Bijbel staat vol met profetieën, beloften voor de toekomst en dat is ook precies hoe we ze lezen: voor de toekomst, dus nog niet voor nu! Die dingen gebeuren als Jezus terug komt, maar wat doen we in de tussentijd dan?
Klopt onze interpretatie wel, dat dit zaken zijn voor de toekomende tijd, waardoor we ze niet Nu, heden ten dage verwachten?
Even een paar gedachten als uitgangspunt: De erflater Jezus Christus, is al overleden. De gehele erfenis staat al tot onze beschikking. Dat zaken van Zijn erfenis in de toekomst tot volmaaktheid zullen komen, wil niet zeggen dat we reeds in het heden van deze goederen kunnen genieten. Maar dat gaat niet gebeuren als er geen verwachting is, als we God niet naar deze dingen vragen.
Een vergelijking om dit nog wat duidelijker te maken.
Stel dat we onbeperkte middelen hebben om onze kinderen alle te geven, maar je kind heeft nog nooit gevraagd om een vliegtuig, heeft nog nooit vlieglessen genomen en heeft in het geheel geen belangstelling om te gaan vliegen, dan is het niet voor de hand liggend om dit kind een vliegtuig cadeau te doen. Maar je zou het gemakkelijk kunnen doen!
Dit alles schoot door mijn hoofd, in overdenking van Ps.2:8
vraag Mij en Ik zal volkeren geven tot uw erfdeel, de einde der aarde tot uw bezit’.
Vragen we God wel naar volkeren? Verwachten we eigenlijk wel dat God ons niet enkel mensen in onze omgeving geeft om bij Hem te brengen, maar hele volkeren, steden en landen? Het is een groot concept, maar mogelijk denken we veel te klein. De belofte voor de toekomst is immers nog veel groter.
Even een paar teksten die spreken over de vervulling zoals die in de toekomende tijd plaats vindt:
Openb.1:6 En Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters Gode en Zijn Vader; Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.(Statenvertaling).5:9 –Gij (Jezus) hebt hen voor God gekocht met Uw bloed uit elke stam en taal en volk en natie;-en zij zullen als koningen heersen op aarde.  22:5 –er zal geen dag en geen nacht meer zijn- en zij zullen als koningen heersen tot in alle eeuwigheden’ (NBG).
“Regeren, heersen als koningen”, dat vraagt om een gebied, om een volk of een land, wat ons is toegewezen. Wacht je tot God het je aanwijst, ergens in de verre toekomst, wanneer Jezus terug is? Tot Hij jou een klein stukje van de grote puzzel in je handen drukt, als een klein goudklompje en tegen je zegt :”Dit heb ik voor jou bewaard?”. Of is deze belofte reeds heden, nu in onze tijd van belang?
Als je zou mogen kiezen, welke mensen, volkeren landen, gaan jou aan het hart? Waar voel je je ten diepste bij betrokken, wil je voor bidden en zorg voor dragen? En als je daar nog helemaal geen visie voor hebt, vraag God er eens naar, of er iets is, waar Hij jou in wil betrekken. Iets waar Hij jou in vuur en vlam wil zetten.
Want laten we eerlijk zijn, het is zoveel leuker om een kind een cadeau te geven, die precies weet welk type vliegtuig hij het allermooiste vindt en voor geoefend heeft om in te kunnen vliegen.  En misschien gebeurd het dan wel dat die Vader zegt :”Oké, je hebt geoefend voor een klein passagiersvliegtuig, daarom kan ik je in de toekomst een Boeing 747 toevertrouwen”.

Studenten

Ps.147:5 Groot is onze Here en geweldig in kracht, Zijn verstand is onbeperkt.

levenswater
https://pixabay.com/nl/water-drop-blauw-vloeistof-regen-880462/

In sommige kringen waarschuwt men voor een studie theologie.
Gehoorde argumenten zijn dat studenten ernstig in de war kunnen raken en hun geloof verliezen, of de heilige Geest uitschakelen en de kracht van openbaring kwijtraken. Terwijl Salomo juist zei dat het een eer is voor koningen om een zaak uit te vorsen (Spr.25:2). De Bijbel spreekt positief over kennis en gebrek daaraan leidt tot ondergang (Hos.4:6).
Dit geeft aan dat studie tot prachtige zaken zou moeten leiden, als dat niet zo is, gaat er iets mis. Als studie alleen maar leidt tot eindeloze theorieën, gaat de studie activiteit voorbij aan de relatie met God. Dat is niet de schuld van de theologie, maar een verkeerde focus van de persoon die bestudeert.
De theologie is prachtig, maar de relatie met God dient voorop te staan. Iemand die getrouwd is heeft die relatie niet omdat hij de trouwakte goed heeft bestudeert en alle wettelijke rechten van het huwelijk kent. Je hebt die relatie doordat je dagelijks met elkaar praat, rekening met elkaar houdt en elkaar laat merken dat je van elkaar houdt.
Als N.T christenen zijn wij geënt op Israël, die een lange traditie van Torahstudie kent.
Elk kind werd tenminste tot zijn 13de of 14de jaar in de Torah onderwezen en wie goed kon leren, kon zich daarna bij een leraar aanmelden om verder te leren. Complete Torahscholen gingen met elkaar in discussie over onderwerpen, om elkaar te verrijken en tot nog meer inzicht te komen. Die traditie van studeren gebeurde in een persoonlijke relatie met een leraar, te midden van familieverbanden, in een cultuur van synagoge diensten. Op die manier is studie ingebed in een sociale en praktische context.
Mogelijk zit daar het probleem als we kijken naar onze huidige theologie opleidingen. Onze studenten lijden niet onder de studie, maar onder de individualisering van onze samenleving.
Laat het voor kerken en gemeentes een verantwoordelijkheid zijn om onze studenten een gezonde context te bieden, van praktische Gods-dienst, werkend geloof, echte relaties, geloof door liefde werkend. Het is te eenvoudig om te wijzen naar de studie en voorbij te gaan aan de rol van de gemeente.
Sterker nog, als ik me even heel expliciet mag uitdrukken, het is een belediging voor Gods onbeperkte verstand, om studie als “gevaarlijk” af te schilderen. Er is zoveel meer van God te ontdekken, dat een mensenleven te kort schiet om alles te leren van wat Hij heeft gemaakt en van wie God is.
Dus laten we studenten, die van God verstand hebben gekregen, een talent om te leren, steunen en helpen hun talent te ontwikkelen. Niet alleen theologiestudenten, maar alle studenten in onze gemeenten en laat deze taak niet over aan de studentenvereniging. Biedt als gemeenten een gezonde en veilige omgeving, die steunt en corrigeert, die fijn is om vanuit te vertrekken en een warm nest om in terug te keren.


De taal van shabat

ShabbatShalomYHWH
https://swissthomas.wordpress.com

Een van mijn favoriete linguïsten Chaim Bentorah legt in zijn boek `I love you`, uit wat de betekenis is van de Hebreeuwse letters voor het woord shabat en wat ons dat verteld over de inhoud van de betekenis van shabat. Dit stuk is gebaseerd op zijn studie.
In Ex16:30 wordt de shabat als inzetting voor het volk geïntroduceerd: “Toen rustte het volk op de 7de dag”. Shabat, wat betekend in zijn letterlijke uitleg: rust, wees stil, interruptie.
‘Vayishevethu’ is de stam van het woord shabat en betekend “rust, ophouden”.
In Gen.2:2 rust God, maar dat is een ander soort rusten als dat wij opvatten, een rusten om nieuwe kracht op te doen. Gods kracht is onbeperkt, zoals Hij spreekt dat de mens die Hem verwacht nieuwe kracht zal putten en zal lopen zonder moe of mat te worden Jes.40:28-29. Dat is een voorbeeld van deze onbeperkte  kracht,  een afspiegeling van Zijn wezen.
Zijn kracht is onbeperkt en Hij rust niet omdat het scheppen Hem enorm heeft uitgeput. Het is een rust in de zin van “ergens mee ophouden, interruptie”.
Wat zal je dan volbrengen op de shabat?
-Het woord ‘rust’ in ex.16:30 is ‘yashev’, wat iets betekend in de strekking van “verblijven in- to dwell”
-Shabat heeft dezelfde nummerwaarde als het woord Macoreth 702; macoreth betekend “een band hebben met”. Je kan alleen een band hebben met God door Hem te ontmoeten en te rusten in Hem, niet door je problemen, stress, zorgen of verlanglijstjes naar voren te brengen.
-Het woord Shabat bestaat uit de letters : Shin, Beth, Taw.
Het woord zelf correspondeert met andere woorden die starten met dezelfde 2 letters Shin en Beth. De betekenis van die woorden hebben iets te zeggen over het begrip shabat.
Dit zijn 11 woorden en de schrijver zegt dat deze woorden uitdrukken wat wij op de shabat het beste kunnen volbrengen.
Het 1ste woord wat daarmee correspondeert is Shava. Shin, beth, Aleph. Aleph de 1ste letter van het alfabet die God representeert, wordt aan de shin en de beth toegevoegd. Het woord Shava, betekend “Gods passie volle liefde”.
*Onze 1ste opdracht op de shabat is ons laten liefhebben door God.
Het 2de woord bestaat uit shin, beth, beth, dat is Shavav, wat betekend “ontstekend, verlichtend vuur”.
*De 2de opdracht die de schrijver daaraan afleidt is: Laat je in vuur en vlam zetten door Zijn passie volle liefde, zodat je Zijn liefde vurig kan beantwoorden.
3.Het volgende woord is Shin, beth, chet, Shavach. “waarlijk, kalmeren, ontspannen”. Dit is een gevolg van je volledig laten beminnen als een bruid. Al het andere valt weg en een diepe ontspanning neemt alle stress weg.
4. Shin, beth, teth= shavat.  Betekend “de maat nemen”. Eenmaal in de bruidskamer zal God je beoordelen en de schoonheid van bruid bewonderen.
5.Shin, beth, kap= shavak, Dit betekend “mengen, doorweven, gemeenschap hebben”. Na een tijd Zijn bruid te hebben bewonderd, deelt God intimiteit met Zijn bruid.
6. Shin, beth, lameth= shaval, wat betekend “groeien”. In die tijd van intimiteit groei je dichter naar God toe, in meer liefde en passie naar elkaar toe.
7. Shin, beth, nun= shavan; betekend “teder en kwetsbaar zijn. Gedurende die intieme tijd spreekt God teder met Zijn bruid. Hij spreekt Zijn liefde uit, noemt je Zijn geliefde.
8, Shin, beth, mem= shavam, betekend “het delen van verborgen geheimen, verborgen kennis”.
Wanneer 2 geliefden zo dicht bij elkaars hart komen, zullen ze hun diepste geheimen met elkaar delen, die ze met niemand anders delen. Dus gedurende de shabat wil God Zijn hart en Zijn geheimen delen met Zijn bruid.
De Bijbel spreekt hier op verschillende plaatsen van; Matt.13:11 legt Jezus uit waarom Hij spreekt in gelijkenissen, en dan zegt Hij tegen de discipelen “omdat het u gegeven is de geheimenissen van het koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is dat niet gegeven.  1Cor.4:1 Zo moet men ons beschouwen: als dienaren van Christus aan wie het beheer van de geheimenissen Gods is toevertrouwd.
9. Shin, beth, ayin= shava’ betekend “tevreden worden, vervuld”. Na een tijd van delen van liefde, intimiteit en geheimen, van elkaars hart ; ontstaat er een geweldige vervulling en tevredenheid.
10. Shin, beth, sade= shavath; betekend het creëren van iets moois door vermenging. Er ontstaat een prachtige relatie.
11.Shin, beth, resh= shavar; Beoordelen om puur te maken. Een soort controleren of het schoon is. Aan het eide van de shabat doet God een eindcontrole en verklaard dat Zijn bruid echt heilig en puur voor Hem is.

Waardevol


  1. PS.147:10-11 Hij heeft geen welgevallen aan de kracht van het paard, noch behagen van de benen van een man; de Here heeft welbehagen in wie Hem vrezen, die op Zijn goedertierenheid hopen.
diamant
https://pixabay.com/nl/diamond-gem-cubic-zirconia-jewel-123338/

In de wereld van ons dagelijks bestaan verdienen we complimenten en aanzien door dingen te kunnen, door prestatie.
Maar in Gods koninkrijk wordt onze waarde aan hele andere dingen afgemeten. Het gaat er niet om wat je allemaal kan en wat je allemaal hebt gedaan, en nog zal gaan doen.
God heeft onze waarde voor eens en voor altijd vastgesteld door ons vrij te kopen met het bloed van Jezus Christus. Ons allemaal, van president tot hen die voor elke arbeid zijn afgekeurd, is allemaal dezelfde prijs betaald! Man en vrouw, Jood en Griek, jong en oud, allen door één en dezelfde prijs die niet in aardse bedragen is te berekenen. Waardevol voor God, van Hem aan deze wereld gegeven.
We kunnen voor God dus ook niet `liever, beter of waardevoller` worden, door iets te presteren of door prestaties die we nog kunnen gaan leveren.
Hij heeft er wel plezier in als we tot ons doel komen, want Hij heeft niet voor niets werk voor ons voorbereid, zodat we als Zijn meesterstuk daarin zullen schitteren (Ef.2:10). Maar het voegt niets aan onze waarde toe.
Sterker nog, wanneer we falen in de taken die Hij ons gegeven heeft, doet  het ook niets van onze waarde af. Hij houdt nog steeds even veel van ons, vindt ons nog net zo geweldig en lief als daarvoor. (Modder op de diamant zoals op het plaatje, maakt hem niet minder waardevol!)
God is geen mens en menselijke waardesystemen zijn hem vreemd.
Zelfs als het om dieren gaat ‘de kracht van een paard’, dan is dat niet wat God blij maakt. Hij wil onze Vader zijn en een Vader houdt onvoorwaardelijk van Zijn kinderen; Wanneer ze hulpeloos in de wieg liggen en voor alle verzorging afhankelijk zijn; en ook wanneer ze volwassen zijn en niet meer de zorg van een kind nodig hebben, houdt God onvoorwaardelijk van ons.
De psalmist zegt dat Hij blij wordt van mensen die Hem vrezen. Mensen die zich realiseren dat God groot is, Almachtig, dat Hij de bestuurder is van ons leven. Mensen die zich realiseren dat het Gods werk is, dat we een baan hebben om in ons onderhoud te voorzien, een dak boven ons hoofd, kleding en voedsel. God wordt blij van mensen die op Zijn hulp hopen, omdat ze weten dat Hij groter en machtiger is als wat en wie dan ook. Hij wordt blij van mensen die Hem om hulp komen vragen, omdat Hij bij machte is te doen wat menselijkerwijs niet kan.
De eigenschappen ‘waarde en prestatie’, gaan om economie; de eigenschappen “ontzag hebben voor Hem en blij maken”, draaien om relatie. Dat is van een geheel andere orde.
Presteren of falen heeft daarin afgedaan.
Niets of niemand kan iets afnemen of toevoegen van onze waarde die we hebben. In het bloed van Christus Jezus.

De verzoeking (2)

duif
http://www.dierenafbeeldingen.com/afbeeldingen-witte-duif-1154.htm

Een andere manier om over hetzelfde tekst gedeelte , Mattheus 4:1-11 na te denken, is een Christocentrische interpretatie.
Mattheus schijnt licht op de relatie tussen de Vader en de Zoon.
Prominent aanwezig is het woordje “indien”, want de boze trekt de identiteit van Jezus als Zoon van God in twijfel.
Bewijs het maar dat je Gods Zoon bent, laat maar zien dat je dezelfde macht hebt in de hemel en op de aarde.
1. De boze vraagt Jezus brood van stenen te maken en zo Zijn Goddelijke afkomst te bewijzen. God kon in de woestijn een heel volk 40 jaar met manna en kwakkels voeden, dan moet een broodje na 40 dagen een kleinigheidje voor de Zoon van God zijn. Maar Jezus gebruikt zijn Goddelijke macht alleen in opdracht van zijn Vader, niet naar eigen inzicht of in gewin voor zichzelf.
2. Werp jezelf van het dak van de tempel “er staat immers geschreven: Aan Zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande U, en op de handen zullen zij U dragen dat gij uw voet niet aan een steen stoot”(Ps.91:11-12). Er staat heel veel geschreven, maar alleen de Vader weet het dag en het uur waarop het vervuld zal worden. Hij heeft de regie, Hij heeft de tijden in Zijn hand. De Zoon handelt op de tijd van de Vader,  niet wanneer het de boze goed uitkomt.
3. Dan toont de boze hem alle koninkrijken van de wereld, alsof het werkelijk zijn eigendom is (1), maar dit is wel de dief, de leugenaar, de meester van verdeeldheid en suggestie die spreekt. Niets ervan heeft hij geschapen en al heeft hij er stukken van gestolen, dat maakt hem nog niet tot de rechtmatige eigenaar! Jezus hoeft geen macht of heerschappij terug te winnen door de duivel te aanbidden op welke wijze ook. Hij weet dat zijn Vader de eigenaar is, de Here Here, Jezus behoeft geen koninkrijk voor zichzelf, alles wat van de Vader is, is ook van Hem. Deze belichting laat ons nadenken over onze eigen rol, als kinderen Gods. Wij zijn Zijn kinderen, naar het voorbeeld van Zijn Zoon. Als we onze eigen identiteit kennen als zonen en dochters, kan de boze ons niet tot dealtjes verleiden.

Lucas 4:1 verteld ook de verzoeking in de woestijn, daarbij benadrukt hij nog een ander aspect “Jezus nu, vol van de heilige Geest,….werd door de Geest geleid”. Dit gebeurde direct na de doop van Jezus waar de heilige Geest op Hem neerdaalde in de gedaante van een duif. Mattheus verteld niet dat Jezus vol van de Heilige Geest was, dit is een nadruk die Lucas toevoegt en in zijn brief grijpt hij er steeds weer op terug: Zeg het maar Farizeeërs en Schriftgeleerden (luc.20:4 was de doop van Johannes uit de hemel of van mensen?)
De Heilige Geest heeft de leiding, die brengt Jezus in de woestijn, bepaald waar Jezus naar toe gaat, op welke tijd en wanneer welke strijd wordt uitgevochten. Hij is de onzichtbare wolkenkolom die Jezus volgt de woestijn in.
De Heilige Geest geeft Jezus kracht om de verzoeking van honger te weerstaan.
De Heilige Geest geeft Jezus de woorden in, die Hij moet zeggen of spreken (Luc.21:14-15) wijsheid die uw tegenstanders niet kunnen weerstaan of weerleggen. “Niet alleen van brood zal de mens leven 4:4. Er staat geschreven: gij zult de here uw God aanbidden en Hem alleen dienen 4:8. Er is gezegd: Gij zult de Here uw God niet verzoeken 4:12”.
Hier had de boze niets tegenin te brengen.
Hier zijn de gaven van de Geest aan het werk; kennis, wijsheid, kracht en onderscheid.
De heilige Geest, heiligt Jezus geheel en al van binnenuit, zodat geen van de verzoekingen enig vat op Jezus kunnen hebben, want er is niets onheiligs in Hem waar de boze vat op kan hebben.
Door de overwinning van Jezus Christus heeft Hij ons gezegend met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten. Dezelfde Heilige Geest die Jezus leidde, Hem de antwoorden gaf en Hem onaantastbaar maakte, heeft Hij aan ons gezonden. Van die Geest mogen wij de tempel zijn.

(1) vertaling uit de NJB van Ps.95:5 “The sea belongs to Him, for He made it”.
Ps.100:3 “He made us, we belong to Him”.

De verzoeking. (1)

Hoe lees je een tekst en hoe leg je die dan op een verantwoorde wijze uit?
Binnen de theologie is daar zo veel over te zeggen, dat het zelfs een vak-richting is, genaamd hermeneutiek. Gecompliceerde materie, maar er vallen mooie dingen uit te halen. Wat met name daaruit van belang is, is dat je tekst vanuit verschillende invalshoeken kan belichten.
Je kan zeggen: bekijk de tekst vanuit een menselijk perspectief, want daar schrijft God aan, a. in de historie en b. in de tegenwoordige tijd; of vanuit Jezus Christus de verlosser en de Voleindiger; vanuit de Heilige Geest die in ons woont; vanuit het verlossingsplan waar God mee aan het werk is. Je kan de tekst letterlijk, figuurlijk of taalkundig belichten, of juist vanuit bepaalde interpretatieregels. Elke invalshoek maakt het mooier, breder en opent een nieuwe aspecten waar je voor die tijd nog niet bij stil had gestaan.

Over Mattheus 4:1-11 valt veel te vertellen. De verschillende interpretaties die je met een korte studie kan vinden, zijn zeer uiteenlopend en op verschillende manieren interessant.
De invalshoek die ik hier wil laten zien is, de gebieden waarop de verzoekingen een claim doen op de mens.
1. Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze stenen broden worden.
2.Indien Gij Gods Zoon zijt, werp uzelf dan naar beneden, er staat immers geschreven: Aan Zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande U, en op de handen zullen zij U dragen dat gij uw voet niet aan een steen stoot.
3.Dit (alle koninkrijken der wereld) alles zal ik u geven, indien Gij U nederwerpt en mij aanbidt.

 Het eerste wat we vooraf kunnen vaststellen is dat Jezus voor geen van deze verzoekingen is gevallen.
*De eerste verzoeking betreft een fysieke nood. Jezus had 40 dagen niet gegeten dus het was een hele directe nood. Noden in onze directe levensonderhoud of ziekte legt een hele dringende claim op onze gemoedsrust. Jezus liet zich niet uitlokken tot dealtjes of verkeerd handelen omwille van de nood. Er is overwinning over onze fysieke conditie en fysieke noden.
*De tweede gaat over onze ziel, emotionele nood. Het verlangen om uitzonderlijk, gewenst, geliefd, beschermd en bijzonder gevonden te worden…..en dat bewezen te willen zien. Hij kende de voortdurende nabijheid van de Vader, bewijs was niet nodig. In Hem staat onze identiteit vast en er is overwinning voor onze emotionele ziekten en pijn.
*De derde verzoeking gaat over de geest, waar zaken spelen als macht. Het aannemen van valse macht, in plaats van machteloos te moeten toezien. Er is geen grotere macht als alle landen van de wereld te kunnen besturen. Vaak zouden wij al tevreden zijn als het ons zou lukken met onze partner, kinderen of collega’s. Het heeft ook betrekking op bezit, eigenaarschap ”van mij!”, de geest van hebzucht of mammon. Op dit terrein bewegen zich de machten die niet van vlees en bloed zijn, maar Jezus viel niet voor macht of bezit. De boze is overwonnen.

De verzoekingen beslaan alle drie de terreinen waar wij als mens uit bestaan namelijk; geest, ziel en lichaam. Dit zijn de terreinen waarin wij verleidingen in onze weg tegen komeDSC_4599n.
Jezus bleef ongeslagen en wist Hij precies het juiste antwoord te geven. Wij kunnen op ieder terrein met onze noden bij Hem terecht. Hij is de hogepriester die in al onze noden met ons mee kan voelen.
1 Tess. 5:23 Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in alle delen onberispelijk bewaard te zijn.

Aanbidden

Aanbidden is een “doe-ding”. In dit stuk heb ik tekstgedeelten bij elkaar gebracht waar ik zo blij van wordt. Teksten waarvan ik denk :”Wat een geweldige God, ik ben zo blij met U”, pure aanbidding.IMG_4649

Zijn herstel
PS.146:7 De Here maakt de gevangenen los, de Here maakt de blinden ziende. De Here richt de gebogenen op. 147:3 Hij geneest de verbrokenen van hart en verbind hun wonden. 138:3 Ten dage dat ik riep, hebt Gij mij geantwoord, Gij hebt mij bemoedigd met kracht in mijn ziel. 119:149b Here maak mij levend naar Uw recht; 154 maak mij levend naar Uw beloften 159 Here maak mij levend naar uw goedertierenheid.37. maak mij levend door Uw wegen.107:13b Hij verlost ons uit al onze angsten 35. Hij maakt de woestijn tot een waterpoel en dorstige grond tot waterbronnen. 103 Hij die al mijn ongerechtigheden vergeeft, die al mijn krankheden geneest, die mijn leven van de groeve verlost, die mij kroont met goedertierenheid en barmhartigheid, die mijn ziel verzadigt met het goede, zodat mijn jeugd zich vernieuwt als een arend. 94:19 Bij de veelheid van mijn gedachten in mijn binnenste verkwikken Uw vertroostingen mijn ziel.

Zijn eigenschappen
147:5 Groot is onze Here en geweldig in kracht, Zijn verstand is onbeperkt.
145:17 De Here is rechtvaardig in al Zijn wegen. 3b Zijn grootheid is ondoorgrondelijk. 135:13 Uw naam is tot in eeuwigheid. 118:16 De rechterhand des heren verhoogt, de rechterhand des Heren doet machtige daden.116:5 genadig is de Here en rechtvaardig, onze God is een ontfermer.106:1 Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. 104:31 de heerlijkheid des heren is tot in eeuwigheid 1 U hebt U met majesteit en luister bekleed. 99:1 De Here is Koning, 3b heilig is Hij. 89:8 God is zeer ontzagwekkend – grootmachtig – trouw 86:15 Gij, here, zijt een barmhartig en genadig God, lankmoedig en rijk aan goedertierenheid en trouw.

Zijn bescherming en voorziening
142:6 Gij zijt mijn schuilplaats, mijn deel in het land der levenden. 140:8b Gij beschermt mijn hoofd ten dage van de strijd.139:5 Gij omgeeft mij van achteren en van voren en gij legt uw hand op mij.
127:2c Hij geeft het immers Zijn beminden in de slaap. 125:1 Wie op de Here vertrouwen zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar voor altoos blijft. 121:2 Mijn hulp is van de Heer die hemel en aarde heeft gemaakt. Hij zal niet toelaten dat mijn voet wankelt, mijn Bewaarder zal niet sluimeren.5 de Here is mijn Bewaarder, de Here is mijn schaduw aan mijn rechterhand.7 De Here zal mij bewaren voor alle kwaad, Hij zal mijn ziel bewaren, De Here zal mijn uitgang en mijn ingang bewaren van nu aan tot in eeuwigheid.118:6 de here is met mij, ik zal niet vrezen, wat zal een mens mij doen? 103:12 zover het oosten van het westen, zover doet Hij onze overtredingen van ons; gelijk een vader ontfermt over zijn kinderen, ontfermt Zich de Here over wie Hem vrezen 10 en vergeld ons niet naar onze ongerechtigheden. 94:22 de Here is mij tot een burcht, mijn god de rots mijner toevlucht. 91:3 Hij is het die mij redt van de strik des vogelvangers, van de verderfelijke pest. Met Zijn vlerken beschermt Hij mij en onder zijn vleugels vindt ik toevlucht, zijn trouw is schild en pantser. Ik heb niet te vrezen voor de verschrikkingen van de nacht, voor de pijl die des daags vliegt, voor de pest die in het duister rondwaard, voor het verderf dat op de middag vernielt 9. Want U, o Here, zijt mijn toevlucht. De Allerhoogste heb ik tot mijn schutse gesteld, geen onheil zal mij treffen.

Genoeg redenen om God te aanbidden en dit is slechts een greep uit de Psalmen. Nu is het jou beurt!